“Is het Hotel Sphinx of Hotel Spinx?” vraag ik aan het meisje achter de receptie. Op de receptiekaartjes ontbreekt de H. “Sphinx. Dat zijn oude kaartjes.”
De lobby heeft de informele gezelligheid van een hostel. Buiten regent het, dus iedereen blijft binnen. Er wordt gekaart en drie jongens gebruiken de computers tegen de wand. Tegen het plafond hangen plastic varens.
“Elke kamer krijgt maar 1 sleutel. Als de laatste weggaat, laat hij de kaart hier achter. Er is nu al iemand boven. U kunt gewoon aankloppen. Prettige avond.” De Chinese vrouw achter de receptie lacht vriendelijk. Twee Amerikaanse studenten doen open en stellen zich voor. Alsof we een date hebben.
Midden in de kamer, ingeklemd tussen twee stapelbedden, staat een eenpersoonsbed. Alsof dit het podium is. Om het bed heen is nauwelijks loopruimte. Het moet mijn bed zijn, want de rest ligt vol met toeristenbrochures en kledingstukken. Vanavond zijn alle ogen op mij gericht.
Mijn spullen laat ik in de kamer, behalve de laptop. Naast de receptie staat een wand met kluisjes. De gebruiksaanwijzing is onbegrijpelijk. Druk op de rode knop. Er is geen rode knop. “Dat past niet. Je kunt hem hier neerleggen,” zegt het meisje achter de receptie vriendelijk. “Ik moet zeggen dat we geen enkele verantwoordelijkheid hebben als hij wordt gestolen, maar dat is nog nooit gebeurd.”
’s Avonds laat ik kom in het hotel. “Is er iemand in kamer 15?”
“Ja, maar er is nog wel een andere kamer. Of kent u daar mensen?”
“Ik slaap in kamer 15,” zeg ik verbaasd.
“Nee, in kamer vijftien zit een groep mensen. Wilt u een kamer?” De Chinese jongen kijkt me verward aan. Hij kijkt in de la, maar er is geen sleutel.
“Is de deur van kamer 15 open? Want ik wil graag slapen. Daar staat mijn bed.”
“Wat is uw naam?” Hij zoekt op de lijst en ontdekt dat ik in kamer 15 slaap. “Nee, de deur is dicht. Ik loop even mee, want het is na middernacht en dan kun je niet meer aankloppen.” Hij loopt voor mij de drie trappen op en opent de deur.
De televisie staat aan, maar de Amerikaanse studenten slapen. De knoppen zijn niet te vinden, dus ik haal de stekker eruit. Net na mij komen twee andere Amerikaanse jongens binnen. “They put us together in one bed. Only for tonight.”
Dit is een echt commercieel hotel. Elke vierkante meter van dit hotel is verhuurd. De jongens kleden zich uit en gaan liggen, in tegenovergesteld richting, alsof het broertjes zijn. “You smell,” zeg de een. “Sleep well,” zegt de ander. Ik wijs op een ongebruikt matras onder een van de bedden. Een van hen pakt een hoofdkussen van het matras en gaat weer naar bed. Er is namelijk geen ruimte over om het matras neer te leggen.
Een paar uur later komt een meisje binnen. Ze gaat via mijn bed naar haar eigen stapelbed, nadat ze zich in een half uur tijd heeft omgetoverd tot een onaantrekkelijk persoon met bril, samengebonden haar en een vormloze jurk. Misschien om eventuele aanrandingen door een van de zes jongens op haar kamer te voorkomen.
Mijn wekker gaat. Het ontbijt wil ik niet missen. Een douche. Er is geen handdoek en geen zeep, maar gelukkig zitten die in mijn koffer. De douchekop loenst en spuit alles nat, behalve mijn lichaam. Net op tijd zie ik een scheerstopcontact tegen de douchewand. Hier wil ik niet geëlektrocuteerd worden. Snel de douche uit. Het toilet blijft doorspoelen. Het planchet is scheefgezakt. Mijn tandenborstel glijdt op de grond. Als ik hem opraap heeft hij een snor van haren.
Na mij staan ook de Amerikaanse broertjes op. Zonder te douchen kleden ze zich aan. Waarschijnlijk zijn zij ook nog niet levensmoe. De ontbijtruimte ruikt naar mannenzweet en gymschoenen.
Bij de receptie staan twee meisjes die graag samen op een kamer willen slapen. “Ja, iedereen wil samen liggen, maar het zijn geen private rooms. Jullie hebben wel samen geboekt, maar niet samen ingecheckt. Iedereen wil samen slapen. Dat kan toch niet? In welke suite wil je? Suite 1 of suite 2?” “We willen samen slapen, kunnen we niet een andere kamer boeken, desnoods een duurdere?” zeggen de meisjes. De receptioniste begrijpt het niet. “Dat wil iedereen, samen slapen” zegt de receptioniste stellig. “Iedereen wil samen slapen.”
“Mag ik mijn laptop terug?” vraag ik aan het meisje dat hem heeft opgeborgen. “Wat?” Ze grijpt naar haar mok koffie.” “Mijn laptop, hij staat daar in de kast.” “Laptop?” zegt het meisje vragend. “Laptop? Ohja, laptop.” Ze lacht en pakt mijn computer uit de kast. Er is een briefje opgeplakt met mijn naam en kamernummer.
Het ontbijt bestaat uit koffie, sinaasappelsap, brood, jam, kas en ham. Er staat een tostiapparaat, maar dat sluit niet meer. Om de paar minuten valt de stroom uit. Er hangen borden dat we zelf onze ontbijtspullen moeten afruimen en afwassen, maar in de keuken staan twee jongens die het aanpakken en de borden schoonspoelen.
Hotel Sphinx is een 1-ster-budgethotel met privé- en gedeelde kamers. Het trekt vooral jonge toeristen, vanwege de prijs en de ligging. Een zeer basic ontbijt is inbegrepen.
Hotel Sphinx, Weteringschans 82
Vanaf 40 euro


