In een kliniek

Dag 91. Hotel Villa Borgmann

“Goedenmiddag. Hier is sleutel. Die ook past op de voor de deur. Er is lift, maar die niet ’s nachts werkt. Te veel…” De Oost-Europese vrouw lacht vriendelijk. Ze spreekt een eigen taal. Lawaai? Herrie? Geluid? Ik vraag of er een terras is. “Ja, er is terras, maar achter hier groot park. Veel terras. Mooi park. Iedereen genieten. Dat is leven.” Een man met een grauw gezicht loopt door de receptie naar het kantoor. Hij komt terug met sigaretten en gaat buiten roken. Is hij de eigenaar? Hij groet niet terug. Hij heeft een leven lang gerookt.

Als ik vijf keer op de knop duw, komt de oude lift traag in beweging. Mijn kamer is klein. De badkamer is tegelijk de slaapkamer. Tegen de wand staat een houten nis met daarin het bed. Pas ik daar in? Ik stoot mijn hoofd aan de plank boven het bed. Het is een poppenkamer. Of ben ik te groot? Door de ruitjesramen zie ik het groene park. Naar buiten. Zon. Ik wil leven.

Mijn keel is droog en de minibar is leeg. Beneden in het hotel zie ik geen bar of drankenautomaat. Is er misschien ergens een nachtwinkel waar ik een fles rode wijn kan kopen? Lege straten met villa’s. Nergens een winkel. Opeens voel ik me een verslaafde die ’s avonds de straten afschuimt om nog een shot te scoren. Kom ik een hotelavond niet meer door zonder een glas wijn? Ben ik alcoholist of levensgenieter? Steeds de uitnodigende flessen wijn op de kamer, de hotelbar die me verleidelijk aankijkt. Elke avond als ik mijn laptop openklap, vind ik dat ik een glas wijn verdien. Of wil ik de eenzaamheid wegdrinken? Misschien is Villa Borgmann eigenlijk wel een kliniek. Geen bar, geen minibar, geen kroeg in de buurt. Terug naar het hotel, zonder drank. Ik kan het. Na vijf keer de pondskaart in de voordeur te hebben gestoken, gaat de deur open. De behandeling werkt alleen als ik zelf echt wil.

In de hoteldirectory staat dat het ontbijt van 7 tot 10 uur wordt geserveerd. In de weekends van 8 tot 10. Uitslapen mag niet in dit hotel. En er staat een lijstje met boetes voor verschillende overtredingen. Als de lift opzettelijk wordt gemolesteerd, kost dat 250 euro. Voor andere vergrijpen wordt een passende boete opgelegd. Misschien is dit echt een kliniek. Een kliniek met duidelijke regels. Zonder regels vallen we terug in ons oude patroon.

Telkens als ik in slaap val, hoor ik de lift dreunen. Niemand houdt zich aan het liftverbod. Het geluid doet denken aan het begin van het nummer Satisfaction zoals dat al jaren door clubs schalt. Push me. And then just touch me. Till I can get my satisfaction. Satisfaction. Satisfaction. Een videoclip met schaars geklede dames met drilboren. Ze boren dwars door mijn bed. Is mijn nachtrust 250 euro waard? ’s Morgens klinkt het nummer nog steeds. De grauwe man probeert me te breken.

De ontbijtzaal ziet er verlaten uit, alsof deze nooit wordt gebruikt. Daarachter het Vondelpark.
“Kan ik mijn bagage hier neerzetten? “Ja, je mee mag lopen.” We gaan naar het kantoortje achter de receptie. “Niemand komt hier.”

In het park bestel ik een cappuccino, een jus d’orange en een croissant. “Het is net een hotelontbijtje,” zegt de man van het theehuis lachend. “Helaas hebben we geen eitjes.” De telefoon gaat. Een vriend uit Delft: “Ik wist niet wie ik moest bellen. Hij is dood.” Ik beloof dat ik er meteen aankom.

Het huis is afgezet door politielint. Even later wordt een levenloos lichaam naar buiten gebracht. Hij wilde niet meer. Voor hem was het leven te zwaar. De zon schijnt, een fontein spuit. Totale rust.

Hotel Borgmann is een ouderwets driesterrenhotel aan de rand van het Vondelpark. Het hotel richt zich voornamelijk op toeristen en zakenlieden. Het ligt in een rustige omgeving. Er zijn een-, twee- en driepersoonskamers.

Hotel Villa Borgmann, Koningslaan 48
Vanaf 75 euro

Voor een vriend.

 

 

In zijn eentje

Dag 86. Hotel Sipermann

“We zijn er: Hotel Superman.” De grijze taxichauffeur tilt de koffer uit zijn achterbak. Hij kijkt serieus. Denkt hij echt dat dit de naam is? Tegelijk met een man en een jongen loop ik het hotel binnen. Ze knikken vriendelijk en aan hun opgezette lach zie ik dat ze hier werken. Opeens zijn ze verdwenen. Naar beneden. Op de receptie staat een ouderwets bordje ‘Ring for service’ en er zit niemand. Moet ik bellen?

“Meneer Van Dijk?” Nog voor ik heb gebeld komt de jongen van beneden aangelopen.  Alsof hij opkomt in een theaterstuk. Is hij Hindoestaans? “Ik moet even controleren welke kamer het is. Moment.” Hij rent de trap op en vijf minuten later komt hij terug. “De kamer is gereed. Ik wens u een plezierig verblijf.” Ik vraag naar de herkomst van de naam. “Geen idee. Hotel Sipermann is al erg oud. Mijn vader heeft dit hotel al 15 jaar. Het is een familiehotel. Twee jaar geleden is het helemaal gerenoveerd.” In een lade liggen enveloppen met kamernummers. Uit eentje pakt hij een sleutelkaart en overhandigt deze.

Bovenaan de steile trap ligt mijn kamer. Op de vloer donker houtlaminaat. In verhouding is de badkamer groot en nieuw. Een moderne vierkante wasbak. Op het eenpersoonsbed met ouderwetse deken ligt een handdoek klaar. Hij ruikt schoon. Buiten zie ik een groep jongens blowen in het Vondelpark.

Als ik mijn koffer heb geïnstalleerd, loop ik het park in. Een donkere man wenkt me. “Vriend, kom even bij me zitten.” De oude man spreekt met een ontraceerbaar accent. “Vriend, jij bent alleen. Ik ben alleen. Als we bij elkaar zijn, dan zijn we samen. Dan is het leven leuker.” Ik vertel hem dat ik ook alleen gelukkig ben. Hij begint te huilen. Moet ik hem troosten?

Samen met vrienden ga ik uit. In een club vraagt een Amerikaanse vriendin met klem of we willen zeggen wanneer we weggaan. Ze wil niet alleen achterblijven. Als we naar huis gaan, is ze nergens te bekennen. In een taxi naar het hotel. “Hotel Siperman,” leest de chauffeur voor. “Nooit van gehoord. Het lijkt wel een kruising tussen Superman en Spiderman.”

Geen ontbijt. Normaal is dit het moment waarop duidelijk wordt wie de andere hotelgasten zijn. Waren er wel andere gasten of sliep ik helemaal alleen?

De zoon legt een stapel vers gevouwen handdoeken op de grond als hij overlegt met de schoonmaker. De vader lacht vriendelijk. Ik vraag of mijn bagage even mag blijven staan. Hij kijkt moeilijk, opent een kleine kast naast de receptie en kijkt naar mijn koffer. “Dat past helaas niet. Maar, wacht.” Hij opent de kamer naast de receptie. Voor de badkamerdeur zie ik een Suske & Wiske-badmat. “We zetten hem gewoon hier neer.”

Op Schiphol neem ik een ontbijt. De koffer staat nog in de hotelkamer, als ik ’s middags terugkom. “Tot de volgende keer,” zegt de zoon. “Tot de volgende keer,” zegt de vader. Beiden zetten ze hun grootste glimlach op.

Hotel Sipermann is een ouderwets familiehotel naast het Vondelpark. De betaalbare kamers hebben gratis internet en zijn schoon. Het hotel is keurig opgeknapt, maar de inrichting is ietwat rommelig. De eigenaars zijn vriendelijk en hulpvaardig. Er wordt geen ontbijt geserveerd.

Hotel Sipermann, Roemer Visscherstraat  35
Vanaf 45 euro

In gedachten verzonken

Dag 78. Hotel De Filosoof

Een zijstraat van de Overtoom. Een ouderwets uithangbord.

Twee jongens staan bij de receptie. Eentje gaat me voor. “Zal ik u rondleiden? Hier is de rode kamer. Hier komen elke dinsdag filosofen bij elkaar om te discussiëren. Aan de muur ziet u twee portretten van de twee zussen die dit hotel zijn begonnen. Eentje was hotellier en eentje filosoof. Ze hebben hun krachten gebundeld en zijn dit hotel begonnen. Alle kamers zijn anders ingericht en zijn geïnspireerd door filosofen. U slaapt in de Freud-suite, aan de overkant. De huizen waar de twee zussen woonden zijn verbouwd tot hotelkamers. Aan de overkant van de straat.”
Overal hangen schilderijen, staan beeldjes, boeken en verwijzingen naar wijsgeren. Plato, Aristoteles.

De telefoon gaat. Een vrolijke General Manager. “Ja, ik wilde even kijken of je wel zou komen en je welkom heten. Je slaapt in de Freud-suite. Ik hoop dat je hier nieuwe inzichten krijgt. Je hebt in ieder geval een erg lekker bed. Nodig vooral iemand uit, de kamer is groot genoeg. Een vriend of een vriendin. Alhoewel, Freud had het niet zo op vrouwen, dus dat is misschien geen goed idee.” Ze lacht.

De rondleiding gaat verder. De ontbijtzaal, de serre, de tuin. Naar de overkant. Mijn koffer ligt als een baby in de armen van mijn hotelgids. Twee Amsterdamse trappen. De suite is groot en ingericht met stemmige paarstinten. Een bank met grote paarse kussens  tegen een paarsroze muur met de bekende tekening van de vrouw in het hoofd van Freud. “What’s on a man’s mind?” Tussen het zitgedeelte en het enorme witte bed staan kamerschermen. In de keuken staat een fles rode wijn. Ik ga naar de overkant om een kurkentrekker te halen en schenk een glas in.

Boven het bed staan twee spreuken. Being entirely honest with oneself is a good exercise en Wo Es war, soll Ich werden. De zinnen zetten me aan het denken. Waarom staan deze twee quotes bij elkaar? Waarom slaap ik vanavond hier? Word ik hier gedwongen om na te denken over alle zaken die ik heb verdrongen? In hoeverre kan een mens eerlijk tegen zichzelf zijn? Mijn gedachten blokkeren. Of zijn het de pijnstillers die het denken zwaar maken?

De televisie doet het niet, want het stopcontact lijkt doorgebrand. Natuurlijk moet ik ook geen televisie kijken, maar denken over het leven. Op de schouw staan boeken van Freud. Op bed lees ik over Es, Ich en Űber-Ich. Over Oedipoes, over de betekenis van dromen. Ik ben me ervan bewust dat het bewustzijn een topje van de ijsberg is. Daaronder een grote massa waar het licht nauwelijks bij kan komen. Hier liggen complexen, fobieën en seksuele verlangens verborgen, ontstaan door de vroege jeugd. In deze periode van mijn leven probeer in deze in kaart te brengen om tot de Ik te komen. De ego waar ik het de rest van mijn leven mee moet doen. Is die grote ijsberg een bedreiging of juist een stabiele basis, waar je op kunt vertrouwen?

Ik droom van mijn moeder. Ze is op bezoek met een theatrale vriendin. De vriendin gaat dood en mijn moeder neemt mij dat kwalijk. Waarom? Ze zegt dat ze ook stervende is. Er klinken meer verwijten. Er wordt gehuild. Het huis waarin ik woon is tijdelijk en staat in een contextloze omgeving. Een terugkerend element in de dromen van afgelopen maanden. Telkens hetzelfde romantische huisje. Woon ik hier illegaal?  Een sfeervolle, maar tijdelijk boshut. Kwetsbaar, maar goed vesrtopt. De tweede droom komt ook vaker terug. Ik reis van eiland, naar eiland. Een wijde omgeving, een vrij gevoel. Wat betekenen deze dromen? Spreekt mijn onderbewustzijn?

Het bed is te comfortabel om vroeg op te staan. Na de massagestralen uit een driekoppige douche steek ik over. Er wordt op verschillende plekken ontbeten. Opvallend veel Nederlandse stelletjes. Vandaag geen wijsgeren. Geen intellectuele debatten of droombesprekingen. De gespreksstof komt van de ontbijttafel.

Het meisje achter de receptie: “Er zijn nu veel mensen via zo’n hotelkamerveiling. Dan zit je voor een paar tientjes in dit hotel. Laatst was er ook een man die 120 euro had betaald bij zo’n veiling. Dan doe je iets verkeerd. Daar kun je drie nachten voor slapen.” Bij de receptie staat een Turkse DJ. “Can I leave my luggage here?” Hij wijst naar zijn koffer. “It’s no bomb. It’s just my ex-girlfriend.”  Wat zou Freud hiervan zeggen?

Hotel De Filosoof is een klassiek hotel met een eigen karakter, vlak achter het Vondelpark. Sinds enkele jaren is het overgenomen door Sandton hotels die het oorspronkelijke hotel voor een groot deel intact hebben gelaten. Het hotel is verspreid over enkele oude panden aan beide kanten van de straat. Ontbijten kan in de ontbijtzaal, rode kamer en serre en in de zomer in de stadstuin. De kamers zijn verschillend ingericht en verschillen in grootte en luxe. Ze zijn voorzien van spreuken van Nietzsche, Confusius, Spinoza en andere filosofen.

Sandton Hotel De Filosoof
Prijs Suite: vanaf 170 euro

Tussen de jongeren

Dag 43. Stayokay Vondelpark

Een pad langs het Vondelpark. Zandpad, maar er liggen rode klinkers. Als ik denk een jeugdherberg te zien, blijkt het een uitvaartcentrum. Hier slapen oude mensen voor de eeuwigheid. Ernaast staat een grote villa met houten balkons. Een soort Tiroler skihotel. Er wapperen vlaggen van de internationale jeugdhotelstichting.

Als ik binnenkom moet ik een papiertje invullen. “Amsterdam?” zegt het meisje achter de desk. “Woont u in Amsterdam? Dan mogen we u helaas geen bed geven. We mogen van de gemeente alleen mensen van buiten de stad herbergen.” Ik antwoord dat ik inwoner van Den Haag en tijdelijk hotelzwerver in Amsterdam ben. Ze streept Amsterdam door. “U slaapt in gebouw B.” Ze overhandigt de sleutelkaart en een slot voor een kamerkluisje.

Het gebouw hangt vol met gemeentelijke toeristeninformatie. Gelach in de gangen, geschreeuw op de kamers. Mijn herinneringen aan schoolreisjes komen terug. Het leven leek zo ongecompliceerd.

Een vierpersoonskamer met twee stapelbedden. Onder mijn stapelbed is een vijfde matras verstopt. Hufterproof, dat is het juiste woord om de kamer te omschrijven. Aan de muur hangen vrolijke gele gordijnen met grachtenpandtekeningen. Uit het hoekraam zie ik mensen door het park rennen.

Een laken, een dekbedovertrek en een kussensloop zitten in een plastic sealbag. Ik maak mijn bed vast op. Onhandig probeer ik de deken in de zak te wurmen. Als ik een douche wil nemen, ontdek ik dat er nergens handdoeken liggen. Ik ga naar de receptie. “Sorry, hij is niet zo heel groot.” Ik ben al blij dat ik eentje kan lenen.

Een feestje achter het Leidseplein. Als ik terugkom, zitten er groepen Franse en Engelse scholieren in de bar. Ik drink een laatste biertje, maar voel me oud en duik mijn geheel zelfopgemaakte bed in. De rest van de kamer is niet verhuurd, dus ik slaap alleen.

Aan de receptie staan drie Aziatische meisjes die een cadeautje geven aan de receptioniste. Als ze vraagt of de meisjes al hebben ontbeten, knikken ze ja. De receptioniste weet dat dit niet het goede antwoord is, en stelt nogmaals de vraag. De meisjes knikken lachend ja. Zo gaat het nog even door. Het receptiemeisje blijft geduldig. Uiteindelijk lopen de meisjes naar de ontbijtzaal.

Het ontbijt is in gebouw A. Dit moet wel het Tiroler skihotel zijn, al is hier van binnen niet veel van te merken. Grote groepen jongeren lachen. Een jongen zit alleen aan tafel en ik schuif bij hem aan. Nog voordat ik een gesprek begin, komt er een meisje naar hem toe: “Waarom zit je alleen, wij zitten hier.” Dan komt er een oude man bij me zitten. Hij spreekt langzaam: “Ich möchte noch einmal jung sein.”

Stayokay Amsterdam Vondelpark is een van de grootste hostels van Europa. Het heeft 2-, 4- en 6-persoonskamers met eigen douche en toilet. Het grote gebouw ligt naast het Vondelpark en dus zeer centraal. De inrichting is wat gedateerd, maar de sfeer is gemoedelijk en vrolijk door alle jongeren. Zeer geschikt voor de ontvangst van grote groepen. In de bar kan tot laat gegeten en gedronken worden.

Stayokay Vondelpark, Zandpad 5
Vanaf 20 euro per persoon

 

Aan het Vondelpark

Nacht 34. Hotel Piet Hein

Over een gladde Vossiusstraat loop ik met mijn koffer. Op zoek naar een uithangbord. Als ik voor het pand sta, zie ik een hotelpui. Op de gok loop ik naar binnen.

Een stijlvolle inrichting. Donker. Details. Aan de muur hangen bruine beelden van schepen. Piet Hein.

Mijn suite heeft uitzicht op het Vondelpark. Luxe. Zwart glanzend hout. Een badkamer met bubbelbad en versteend hout op de vloer. Een bed met afstandsbediening. Een flacon met kamerparfum, een fles VOSS-water, een verwenpakket van Rituals. Dat laatste stop ik als een hebberige consument in mijn koffer. Ik denk aan de woorden van een vriend: “Ik slaap 150 nachten per jaar in een hotel, maar ik jat nog elke keer de zeepjes.” Er staan twee bureaus op de kamer, maar ik kies ervoor om in de lobby te gaan zitten. Ik wil mensen om me heen. En wijn.

De eigenaar is een keurig geklede man met sjaaltje. Oud-Zuid. “Vroeger was dit een stoffig hotel van een 80-jarige dame. Ze had het hele hotel opgegeten. Het was totaal vervallen. Als er boven een stelletje bezig was, ging de lamp in de entree heen en weer. Stukje bij beetje hebben we het uitgebreid met meer kamers. Onlangs is het helemaal gerenoveerd. Dat kunnen we wel, al zeg ik het zelf.

Het hotel is een beetje verstopt, vandaar dat veel mensen het niet kennen. Hier in Amsterdam, dan, want met name buitenlandse gasten weten ons goed te vinden. Heel veel mensen uit de fashion-industrie, die hierachter in de PC moeten zijn. Het is ook wel fijn dat het een beetje onbekend is, omdat we ook veel bekende voetballers en zo hebben. Die kunnen hier lekker zichzelf zijn. We blijven doorgaan met verbouwen. Het kan altijd nog mooier en nog beter. Dat maakt ons hotel ook zo aantrekkelijk. We stoppen er heel veel in.”

Bij de bar zitten een man en een vrouw. Fashionmensen. Ze hebben een meeting. Als ze klaar zijn, geven ze elkaar een hand en gaan ze naar hun eigen kamer.  Op de bank zitten twee bouwvakkers in hun overall met een biertje. Ze steken kleurig af bij de rest van de gasten, maar zitten op de bank alsof het hun huiskamer is. “We waren hierachter bezig, in de winkel van het Rijksmuseum. Wij kunnen pas beginnen als de winkel dicht is, en moeten voordat de winkel opengaat weer weg zijn. Die paar uurtjes slapen we dan in een hotel. Ze hebben dit voor ons geboekt, omdat het lekker dichtbij is en je goed kunt parkeren. Na deze klus, moeten we naar de Rituals-shop in de Bijenkorf. Als we een avond vrij hebben, dan moeten we standby staan, voor als collega’s het werk niet af krijgen. Zo gaat het de hele week. Vier dagen in de week zit ik in een hotel. Veel Bastion, want dat is handig. Alleen het eten bij Van der Valk is wat beter. Het is wel zwaar, altijd onderweg.” Hij geeuwt.  “Zullen we naar bed,” zegt hij tegen zijn jongere collega. Een echtpaar.

Mijn bed staat op de massagestand. Mijn bovenlichaam en onderlichaam krijgen om-en-om een massage. Ik zak steeds dieper weg in het matras.

In de ontbijtruimte beneden worstelen twee dames met kamernummers. Ook het mijne is niet te vinden. “Sorry, ik ben scheel van de kou,” lacht de Indonesische dame met geföhnde coupe. Mijn eitje druipt.

Hotel Piet Hein is een stylish boutiquehotel naast het Vondelpark. Ideaal voor PC-Hooftshoppers, museumbezoekers en zakenmensen die niet in een ketenhotel willen zitten. De jongens achter de receptie en bar zorgen voor een persoonlijke en vrije sfeer. De bar is een prima plek om af te spreken, zowel zakelijk en privé. Een enkel subtiel nautisch element verwijst naar de naam van het hotel. Piet Hein is hoofdsponsor van het jaarlijkse golftoernooi in het Vondelpark.

Hotel Piet Hein, Vossiusstraat 51-53
Juniorsuite: vanaf 325, kamers vanaf 105 euro