“Goedenmiddag. Hier is sleutel. Die ook past op de voor de deur. Er is lift, maar die niet ’s nachts werkt. Te veel…” De Oost-Europese vrouw lacht vriendelijk. Ze spreekt een eigen taal. Lawaai? Herrie? Geluid? Ik vraag of er een terras is. “Ja, er is terras, maar achter hier groot park. Veel terras. Mooi park. Iedereen genieten. Dat is leven.” Een man met een grauw gezicht loopt door de receptie naar het kantoor. Hij komt terug met sigaretten en gaat buiten roken. Is hij de eigenaar? Hij groet niet terug. Hij heeft een leven lang gerookt.
Als ik vijf keer op de knop duw, komt de oude lift traag in beweging. Mijn kamer is klein. De badkamer is tegelijk de slaapkamer. Tegen de wand staat een houten nis met daarin het bed. Pas ik daar in? Ik stoot mijn hoofd aan de plank boven het bed. Het is een poppenkamer. Of ben ik te groot? Door de ruitjesramen zie ik het groene park. Naar buiten. Zon. Ik wil leven.
Mijn keel is droog en de minibar is leeg. Beneden in het hotel zie ik geen bar of drankenautomaat. Is er misschien ergens een nachtwinkel waar ik een fles rode wijn kan kopen? Lege straten met villa’s. Nergens een winkel. Opeens voel ik me een verslaafde die ’s avonds de straten afschuimt om nog een shot te scoren. Kom ik een hotelavond niet meer door zonder een glas wijn? Ben ik alcoholist of levensgenieter? Steeds de uitnodigende flessen wijn op de kamer, de hotelbar die me verleidelijk aankijkt. Elke avond als ik mijn laptop openklap, vind ik dat ik een glas wijn verdien. Of wil ik de eenzaamheid wegdrinken? Misschien is Villa Borgmann eigenlijk wel een kliniek. Geen bar, geen minibar, geen kroeg in de buurt. Terug naar het hotel, zonder drank. Ik kan het. Na vijf keer de pondskaart in de voordeur te hebben gestoken, gaat de deur open. De behandeling werkt alleen als ik zelf echt wil.
In de hoteldirectory staat dat het ontbijt van 7 tot 10 uur wordt geserveerd. In de weekends van 8 tot 10. Uitslapen mag niet in dit hotel. En er staat een lijstje met boetes voor verschillende overtredingen. Als de lift opzettelijk wordt gemolesteerd, kost dat 250 euro. Voor andere vergrijpen wordt een passende boete opgelegd. Misschien is dit echt een kliniek. Een kliniek met duidelijke regels. Zonder regels vallen we terug in ons oude patroon.
Telkens als ik in slaap val, hoor ik de lift dreunen. Niemand houdt zich aan het liftverbod. Het geluid doet denken aan het begin van het nummer Satisfaction zoals dat al jaren door clubs schalt. Push me. And then just touch me. Till I can get my satisfaction. Satisfaction. Satisfaction. Een videoclip met schaars geklede dames met drilboren. Ze boren dwars door mijn bed. Is mijn nachtrust 250 euro waard? ’s Morgens klinkt het nummer nog steeds. De grauwe man probeert me te breken.
De ontbijtzaal ziet er verlaten uit, alsof deze nooit wordt gebruikt. Daarachter het Vondelpark.
“Kan ik mijn bagage hier neerzetten? “Ja, je mee mag lopen.” We gaan naar het kantoortje achter de receptie. “Niemand komt hier.”
In het park bestel ik een cappuccino, een jus d’orange en een croissant. “Het is net een hotelontbijtje,” zegt de man van het theehuis lachend. “Helaas hebben we geen eitjes.” De telefoon gaat. Een vriend uit Delft: “Ik wist niet wie ik moest bellen. Hij is dood.” Ik beloof dat ik er meteen aankom.
Het huis is afgezet door politielint. Even later wordt een levenloos lichaam naar buiten gebracht. Hij wilde niet meer. Voor hem was het leven te zwaar. De zon schijnt, een fontein spuit. Totale rust.
Hotel Borgmann is een ouderwets driesterrenhotel aan de rand van het Vondelpark. Het hotel richt zich voornamelijk op toeristen en zakenlieden. Het ligt in een rustige omgeving. Er zijn een-, twee- en driepersoonskamers.
Hotel Villa Borgmann, Koningslaan 48
Vanaf 75 euro
Voor een vriend.




