In de lobby van een groot hotel ontmoet ik bij toeval twee mensen die zich bezighouden met de verkoop van hotels. “Vaak weet je als gast niet wie de eigenaar is van een hotel. Vaak zijn het buitenlandse investeerders die een hotel kopen. Die zetten hier dan bijvoorbeeld een Rus of Egyptenaar neer. Een vriendje, een familielid. Soms is dat een katvanger, iemand die de eigenaar buiten het bereik van justitie houdt en slechts een kleine toelage krijgt.”
“Het is heel lastig om te achterhalen waar het geld vandaan komt, maar het gaat bij hotels om enorme bedragen. Hotelpanden wisselen vaak van eigenaar, dat heb je misschien wel gemerkt. Dat gebeurt vaak buiten de markt om. Eigenaars willen vaak niet bekend maken dat ze een hotel kopen. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dat het personeel wegloopt als ze horen dat er opeens een Pakistaanse eigenaar is. Wij werken vaak in het diepste geheim,” fluistert de vrouw.
De man vult haar aan: “De Nederlandse banken willen hotels niet financieren en daar springen buitenlandse investeerders masaal op in. Heel veel hotels waren in handen van Israëli’s, maar die ontvluchten nu allemaal het land, vanwege de wetgeving. Het is bij die buitenlandse financieringen lang niet altijd duidelijk waar het geld precies vandaan komt, dus het effect van die hele strenge wetgeving is dat de boel alleen maar onduidelijker wordt. We hebben afgelopen jaar een project gedaan met een Griekse zakenman die hier 6 miljoen heeft geïnvesteerd. Hij is maandenlang gevolgd en helemaal omgekeerd, maar ze hebben niets kunnen vinden. Het resultaat is wel dat hij nu nooit meer zaken gaat doen in Nederland. Hij investeert nu in Duitsland, want daar is de markt nog, zoals hij hier 25 jaar geleden was. De overheid probeert de boel transparanter te maken, maar resultaat is dat niemand weet hoe de geldstromen lopen.”
“Nu zie je dat veel Chinese families in hotels gaan investeren,” vertelt de vrouw. ”Ze verkopen massaal hun restaurants en halen kapitaal van verschillende familieleden bij elkaar. Eerst kochten ze snackbars, omdat ze dachten dat ze minder hard hoefden te werken. Maar hotels zijn een veel betere investering. Het is een soort levensverzekering, want als je als ondernemer op een gegeven moment in een rolstoel belandt, dan kun je je restaurant wel sluiten. Maar hotels blijven hun waarde gewoon houden. Het zijn gewoon bakstenen.”
Met de tram ga ik naar Hotel Wilhelmina. Achter de receptie zit een klein Grieks meisje. Ze niest en kijkt ongelukkig. “Wat een leuke baan, in alle hotels slapen. Als je nog mensen zoekt, dan wil ik bij je werken,” zegt ze bedeesd. “Ik ben bij toeval in de hotelbranche gerold, maar wil liever wat anders doen. In dit hotel gebeurt eigenlijk niet zoveel. De mensen die hier komen zijn leuk en met name rustig. Als iemand ons niet aanstaat, dan moeten we van onze baas zeggen dat het hotel vol zit. Hij wil geen problemen. “We vragen 20 euro borg voor de sleutel, mocht je koffie of thee willen.” Ik ga naar boven.
De kamer is klein en koud, maar is netter dan ik had verwacht. Op de muur zit een modern bloemmotief. Het tweepersoonsbed neemt bijna de gehele ruimte in. Op de kluis hangt een briefje dat de huur 15 euro is en dat er 10 euro borg wordt gevraagd. Op het bureau staat dat het huren van een koffie- en theeset 15 euro kost. Er ligt geen afstandsbediening op de kamer. Had ik hiervoor ook borg moeten betalen?
Aan het bureau ga ik zitten werken, maar de muren komen op me af. Met mijn laptop ga ik naar beneden. Het ontbijtkopje en bestek schuif ik opzij. “Mijn baas belde net dat ik je een grotere kamer mag geven,” zegt het meisje. Ik zeg dat de kamer prima is en dat dit niet nodig is. “Niet omdat u een boekje schrijft, maar dat doen we normaal ook bij gasten die niet tevreden zijn over hun kamer.”
Ik herhaal dat ik niet ontevreden ben. Dat de kamer prima is.
In de keuken maakt ze een kopje thee en komt bij me zitten. “Amsterdam stikt van de muizen,” zegt ze. “Die kom je zeker vaak tegen in hotels?”
“Alleen in hotels zonder poes,” antwoord ik. “Dat zijn de beste muizenvangers.”
Ze zucht. “Ik doe dit hele hotel ongeveer in mijn eentje. Vanavond zit ik nog tot half een die stapel papier weg te werken. Het is heel erg druk. Ik doe de hele boekhouding, maar moet ook nog de handdoeken wassen en morgenochtend het ontbijt doen. Niemand heeft me echt geleerd wat het werken in een hotel inhoudt. Hebben andere hotelmanagers in Amsterdam wel hotelschool gedaan? Mijn baas komt oorspronkelijk uit India en bezit nog twee andere hotels. Daar werk ik ook wel eens.”
“Wil je echt geen grotere kamer?” vraagt ze nogmaals. Ik antwoord dat het niet om de grootte van de kamer gaat, maar dat de medewerkers een hotel maken. En dat alles draait om service. Verschrikt kijkt ze naar haar eigen kop thee. “Zal ik een kopje thee voor je zetten?” vraagt ze vriendelijk.
Hotel Wilhelmina is een ouderwets en rustig tweesterrenhotel in Amsterdam-Zuid, vlakbij het Vondelpark. De kamers hebben allemaal douche en toilet en naast verschillende kamertypen heeft het hotel twee studio-appartementen.
Hotel Wilhelmina, Koninginneweg 169
Vanaf 75 euro









