Vol Italiaanse passie

Hotel NH Carlton

Het opgetilde bouwblok met galerij langs de Vijzelstraat, waar ik al zo vaak onderdoor ben gelopen. Waar zelfs een hele straat onderdoor loopt. Het lijkt te groot voor de plek waar het gebouwd is. Een dominant baksteenbeest dat je niet zomaar penetreert.

Nu heb ik eindelijk een reden om naar binnen te gaan. Om naar de lange receptie van natuursteen te lopen in een hoge hal, een vide met kroonluchter. Er heerst een ijzige kalmte. “Het is nu nog rustig, maar straks komt iedereen tegelijk inchecken. Wacht even,” het meisje loopt naar achter en komt even later terug met een kaartje. “Hiermee kunt u een drankje krijgen in de bar. Prettig verblijf.”

Naar de 7e verdieping. In de lift hangen bordjes in het Spaans en Italiaans. Mijn kamer is in de hoek in het rustige deel van het hotel. Uitzicht over de stad. Een inloopkast, een badkamer met marmerplateau, bidet en stapels handdoeken, een minibar. Ouderwetse luxe. Opeens voel ik een vermoeidheid opkomen die ik weken heb weggestopt. Het is verleidelijk om het lampje don’t disturb aan te knippen en in ochtendjas op het grote bed te gaan liggen. De televisie aan te zetten. Op de tafel staat een fles water en een welkomstbrief met toeristentips en een kaartje voor een gratis consumptie aan de bar.

Naar beneden, naar de bar Il Girasole. In een tourniquet staat een gedekte tafel om te voorkomen dat deze doorgang wordt gebruikt. Door het raam zijn de drommen toeristen te zien die langs de bloemenmarkt lopen. De drijvende bloemenmarkt die in alle brochures staat en waarvan ik me elke keer afvraag: Waarom? Is dit het hoogtepunt van Amsterdam? Een paar kramen met tulpenbollen, bloemen en klompen? Steeds meer mensen komen de bar binnen voor een biertje. Vanaf deze kant is het hotel duidelijk geen onneembare veste.

De Engelsen aan de tafel naast mij zijn dronken en luidruchtig. Een man schreeuwt tegen de barman die aan de andere kant van de ruimte staat en wijst op zijn halflege glas. Hoe kan hij zo geduldig blijven? Ik had de rest van het bier over zijn hoofd heen gegooid om hem af te koelen en hem resoluut de bar uitgezet. Ik kan het niet meer aanzien en zet de laptop op een tafeltje aan de andere kant van de bar.

“Was het te koud bij het raam?” vraagt de barman. “Nee, ik werd gek van de onbeschofte Engelsen naast mij,” antwoord ik fel. “Ze hebben het inderdaad erg gezellig,” antwoordt hij diplomatiek. “Gisteren waren ze met een nog grotere groep. Toen was het nog gezelliger. Wilt u ook wat eten?” Kennelijk is dit ook het restaurant. Even twijfel ik of ik het eten niet naar mijn kamer laat brengen.

Dan komt zijn collega naar me toe. “Vandaag hebben wij mozzarella di bufala.” Hij zingt bijna. “Very special, very fresh. Solo 8 euro. Mamma mia,” zegt de ober. Een kleine Italiaanse man die speelt alsof hij in een Italiaans restaurant rondloopt. “Mamma mia,” herhaalt hij en brengt zijn samengeknepen vingers richting zijn mond. Even later serveert hij een entrecote. Ik vraag om mayonaise bij de friet. “ Mayonaise?” schreeuwt hij dramatisch. “Natuurlijk niet. Ik ben Italiano.” Even later komt hij terug met een schaaltje mayonaise. “Maar vandaag ben ik in een goede bui. Mamma mia.”

Buiten regent het. Een bericht via Twitter: Van harte welkom. Er ligt een paraplu voor je klaar bij de receptie. Wij wensen je een goed verblijf. Ik besluit binnen te blijven, in het hotel. Ook al ligt het midden in het uitgaanscentrum, tegenover een bioscoop en zijn er diverse feestjes waar ik naar toe zou kunnen gaan. IK BLIJF BINNEN. Een avond slapen. Weer een bed waaraan ik me helemaal kan overgeven. Lukt het ooit nog om terug te keren naar een budgethotel?

Aan de deur hangt een krant met een persoonlijke notitie van de manager. Hij waakt op afstand. Het ontbijt is in het voormalig hotelrestaurant Caruso op de eerste verdieping. “Buon giorno,” zegt een ontbijtober. “Due persone?” “Nee, ik ben alleen,” reageer ik.
“Waar wilt u zitten? Hier, of daar, of misschien daar? Daar is voor twee personen gedekt.”
“Ik ben echt alleen,” herhaal ik lachend.
Hij kijkt voor de zekerheid achter me en laat alle lege tafels in de enorme ruimte zien die veel weg heeft van een Barokke balzaal in een Frans paleis.
Twee collega’s discussiëren gepassioneerd in het Italiaans. Een verontschuldigende glimlach naar mij.

Even zie ik hier de gedekte tafels voor me, met gerokte obers die voorbij glijden op de muziek van Verdi met dekschalen vol geurende osso buco en hotelgasten in galakleding. Een scheldende Brit in joggingbroek brengt me terug naar de realiteit.

Naast het naar marsepein geurende ontbijtbuffet staat een vrolijk zwaaiende beer in een NH-shirt met kinderservies, rozijnendoosjes en pakjes drinken. Ik zwaai terug.

Hotel NH Carlton was vroeger van de Italiaanse keten Jolly. De Italiaanse invloeden zijn nog zichtbaar in het klassieke, nu Spaanse hotel midden in het centrum van Amsterdam. Het viersterrenhotel heeft 218 kamers, diverse vergaderzalen, een bar-restaurant op de begane grond. Het hotel werd eind jaren ’20 gebouwd in Amsterdamse stijl om de gasten voor de Olympische Spelen te herbergen en was ooit het grootste en meest luxe hotel van de stad.

NH Carlton, Vijzelstraat 4
Vanaf 99 euro (ex. ontbijt)

Na een metamorfose

The Albus

The Albus Grand was het tweede hotel waar ik dit jaar sliep. Zo lang geleden. Wat wist ik van hotels toen ik begon? Ik was verbaasd dat er mensen op de gang zaten te roken, geschokt door de wietlucht door het hele gebouw. Maar dat een hotel met een gedateerde inrichting toch zo aangenaam kon zijn, dat trof me het hardst. Ik heb beloofd dat ik terug zou komen als het hotel heropend zou worden met extra ster.

De benedenverdieping is onherkenbaar. In plaats van een verrijdbare bar, een vast barmeubel. Een plastic wand met zwevende wijnflessen. Er tegenover, waar eerst een kantoor was, is nu een brede haard met modern-klassieke zitmeubels.
“Er is vanavond een feest ter gelegenheid van de heropening van het hotel,” zegt de jongen achter de receptie. “Ik hoop niet dat dit overlast geeft.”

Na het inchecken meteen naar boven. De gangen zijn donkerpaars. Alleen de deuren en de lift zijn zacht aangelicht. Als in theater waar het licht in de zaal is gedimd. Wachten tot de toneellampen aangaan. Op de deur hangen nog papieren kamernummers. Door de sleutelkaart in de muur springt het licht achter het muurlange paneel aan.

Het begint een routine te worden. De altijd dichte koffer in een hoek, ver van het bed, waar het ongedierte op de loer kan liggen. Dan snel in quarantaine: direct naar de badkamer. Kleding uit en in dichtgeknoopte plastic zak en uitgebreid onder de douche. De beetwonden insmeren met crèmes, nieuwe kleding aan. Een metamorfose. Een pil.

De suite heeft dezelfde vorm en formaat als de vorige keer, maar lijkt nog ruimer. Boven het grote bed hangen drie stoffen panelen. In de hoek waar een doorgezakte slaapbank stond, staan nu mosterdbruine designmeubelen. Een langwerpig kunstobject. Op het bureau een babyflesje Prosecco met twee glazen om de overlast van het feest beneden te compenseren. De muziek van de televisie loopt telkens na enkele seconden.

De ontbijt- en restaurantzaal zijn tijdelijk feestruimte geworden en stromen vol gasten. “Wat een vreselijke dagen heb je achter de rug. Ik heb alles gelezen,” zegt een meisje. “Neem een glas wijn. Waar slaap je vanavond? Toch niet hier? Dat kan niet, want je hebt hier al geslapen,” zegt ze opeens op bestraffende toon.

De General Manager gaat op een podium staat om iedereen te bedanken. De klok naast hem komt nog van het oude interieur. Vijf jaar The Albus Grand staat erop. “We waren het beste driesterrenhotel van Amsterdam, maar we wilden meer. Nog een treetje hoger. Daarom hebben we alles verbouwd en nu hebben we vier sterren. Tijdens de verbouwing zijn we gewoon opengebleven. Soms zat alles onder het stof en dacht ik: als ik nu als gast binnen zou komen, zou ik geen cent betalen voor een kamer. Toch stegen we in de ranking. We deden extra ons best en dat werd gewaardeerd.” Hij krijgt een nieuwe klok overhandigd, die ook niet in het interieur past. “Deze klok symboliseert wie wij zijn. Eigenzinnig, anders.” Hij hangt hem op een leeg haakje.

De Room Division Manager zegt: “De prijzen waren nog niet eens aangepast, en toch kregen we als viersterrenhotel meteen een ander soort gasten. Vroeger kwam hier mensen met een stedengids, die zelf op pad gingen. Nu komen de gasten naar de receptie en vragen ons: “Wat is er hier te beleven?” Ze zijn veeleisender geworden. Dat is ook wel leuk, hoor. Van wietlucht op de gangen of rokers hebben we geen last meer. Op een of andere manier gedragen mensen zich ook anders in zo’n mooi vormgegeven interieur.”

In bed ga ik zappen, maar zonder lenzen lukt het niet om een televisiekanaal te vinden. Op de bijsluiter staat dat alcohol en de pillen elkaar versterken. Door het eentonige televisiemuziekje zak ik traag in een nevelige droom. Voel ik iets kriebelen? Nee, dat kan niet, dit bed is net nieuw. Ik leg mijn hoofd in het grote kussen en geniet van het verse beddengoed.

Na het ontbijt ga ik zitten bij de nagloeiende haard. De Sales Magager komt naast me zitten. “Ja, als ik nu achteraf eraan denk hoe het was… het was gewoon echt…” Ze zoekt naar woorden… “Ronduit lelijk.” Dit is zoveel fijner om in te werken en een mooier product om te verkopen. We hebben nu een uitgebreid entertainment-system op de televisie, roomservice, een bar en het restaurant is nu 7 dagen in de week open. De kamers waren al groot genoeg voor een viersterrenhotel.

“Ja, de naam is ook veranderd. Het is nu The Albus en niet The Albus Grand. Grand komt van grandeur en we willen nu hip en strak zijn. En het was ook erg verwarrend. Er kwamen veel mensen die hadden geboekt bij The Grand. Die stonden dan opeens hier voor de deur en dachten: “Is dit nou een vijfsterrenhotel? Toen was het nog driesterren.”

Hotel The Albus is een net gerenoveerd viersterrenhotel met een stijlvol ontworpen interieur. Het hotel heeft een restaurant en bar. Het ligt midden in het uitgaanscentrum. Op alle kamers staat een Nespressomachine en bij de receptie is een take-awayservice voor koffie.

Hotel The Albus, Vijzelstraat 49
Vanaf

In een huis

Banks Mansion Hotel

De taxichauffeur stopt een paar meter voor het groene licht. Hij zet zijn alarmlichten aan. “Er is geen plek waar ik kan stoppen, sorry.” Achter me begint een man te toeteren. Hij wijst naar zijn voorhoofd als hij ons passeert.

In de entree ligt versleten vloerbedekking. Ooit rood. Is dit nou een van de beste hotels van Amsterdam? “U kunt uw bagage hier neerzetten. Wilt u misschien wat drinken? Dat mag u straks ook gewoon zelf pakken hoor. De hele dag staan hier wijnen, koffie, fris en zo in The Living. Om zes uur komt de kaastafel. De meisjes achter de receptie lachen vrolijk.

“De bagage staat al boven. Zal ik even meelopen naar de kamer? U slaapt in de suite, de mooiste kamer van het hotel, dus u krijgt een compleet vertekend beeld. Haha, nee hoor. Alle kamers hebben een private bar, decanters met drank, en een fauteuil. Dezelfde inrichting. Maar de suite heeft uitzicht op de Vijzelstraat én de Herengracht. Sommige mensen willen liever een grotere kamer achter, vanwege het geluid, anderen willen per sé een kamer met canal view.”

In de woonkamer beneden neem ik plaats. Door de overdosis aan flessen vodka, wijn, whisky krijg ik enorme zin in een glas Fanta. Aan de tafeltjes naast me zitten Amerikanen. Ze doen een fietser na die hen uitschold toen ze de straat overstaken. Het gerochel en keelgeschraap is vast Nederlands. De huiskamer zit vol. Glaasjes wijn, bakjes nootjes, gezellig getyp.

Een Engelsman komt naar beneden. “We are waiting for the airport shuttle. Could you get our luggage?” Ik verwacht een ontilbare hoeveelheid koffers, maar even later komt het meisje terug met zijn minuscule rolkoffer waarmee normaal alleen kinderen lopen.

Er komt nog een groep Amerikanen binnen. Het meisje achter de receptie vraagt: “How was your day? Did you enjoy your guided tour?” Om zes uur wordt een stoel opzij geschoven. Een tafel met daarop verschillende stukken kaas en kletsenbrood wordt door twee personen tegen de muur gezet. Een meisje gaat naar alle gasten. “Would you like some cheese? The cheese table is over there.” “Kletsenbrood,” herhaalt een Amerikaanse vrouw. “Kletsenbrood, I love it.”

Naar boven. Bij het passeren van de receptie kijkt het meisje me lachend aan. “Prettige avond.” De kamer gaat de hoek om. Overal komt de trapvorm terug. In de vloerbedekking, het scheidingsmuurtje, de spiegel, de kast. In de badkamer blijft de verlichting onder de kastjes branden, als ik het hoofdlicht uit doe. Voor de plassende mens in het donker. Ook uit de bedkastjes en de grote kast komt licht, door een raam van kunstglas-in-lood. Er staat een grote bank en een luie stoel. Lifestyle-magazines. Op het bed staat een mand met slippers, zachte handdoeken, badjassen en een kaartje van de manager. Het voelt als een cadeau. Op het bed liggen kussens van verschillende sterkte. Slow-foam, ontwikkeld door de NASA. Het dekbed is uitnodigend zacht. Op een kastje in de hoek staan drie karaffen gin, whisky en cognac.

Vanavond wil ik geen roomservice. Even naar de overkant. Als ik het restaurant binnenkom kijkt niemand me aan. Nadat ik zeven minuten in het restaurant heb gestaan en obers al verschillende keren zijn langsgelopen krijg ik een tafel. Twaalf minuten later komt er pas iemand naar me toe om te vragen wat ik wil drinken. Meteen na de laatste hap, verlaat ik het restaurant, terug verlangend naar de overkant. Hoe langer ik in hotels woon, hoe kouder de buitenwereld lijkt te worden. “Hoe was het restaurant?” vraagt het meisje achter de receptie. Ik antwoord dat ik de huiskamer miste. Een glas cognac om het zachte bed te vieren. Ben ik verwend? Kan ik de botte wereld nog aan?

Beneden in de kelder wordt het ontbijt geserveerd. Verschillende verse broden, potten jam. “Zal ik iets voor u maken?” zegt de vrouw achter de kookplaat. “Een gebakken eitje, een omelet?” Ik kies voor de omelet. Even later komt ze een bord brengen met een omelet met kaas, champignons en paprika.

Na het ontbijt drink ik koffie met de General Manager. We zitten onder een bronzen hoofd van Berlage. “Nee, hij heeft het niet ontworpen, maar het interieur is een eerbetoon aan hem. Hij is belangrijk geweest voor Amsterdam. We zijn vanmorgen de vloerbedekking bij de entree aan het vervangen. Dat kon echt niet meer. Die was helemaal versleten door al het pekelzout van afgelopen winter. Het wordt een nieuwe kleur. De hardware van het hotel moet natuurlijk in orde zijn. Schoon, netjes. Maar het gaat natuurlijk om de mensen die er werken. Zij zijn het eerste wat je ziet als je binnenkomt en ook het laatste als je weggaat. Het is belangrijk dat ze een gast even aankijken als je langsloopt. Dat ze even vragen hoe die excursie is geweest, als de gast daar behoefte aan heeft. En anders merk je het wel. Bij zijn de receptionisten ‘guest relations officers’. En allemaal niet aangeleerd. Oprecht.”

“Dit is toch een geweldige plek? Alles is loopbaar vanaf hier. Natuurlijk is het lastig dat leveranciers hier niet meer kunnen parkeren nu de gemeente hier paaltjes op de stoep heeft geplaatst, maar dat hoort bij deze plek. En dit is gewoon Amsterdam. Ik vind het ook leuk om toeristen het echte Amsterdam te laten zien. Ze een kroket of een haring te laten eten, hier om de hoek. Maar Amsterdam is ook de toeterende chauffeurs. Je moet het nemen zoals het is. Ik ben trots op de stad.”

Het meisje bij de receptie vraagt hoe mijn verblijf is geweest. Ze waarschuwt de tapijtleggers dat ik er langs wil. Buiten wordt er getoeterd. De kaartjesvrouw in de tram schreeuwt in plat Amsterdams dat mensen door moeten lopen. De toeristen verstaan haar niet en blijven vragend staan. Ze scheldt tegen een toerist die niet uitcheckt met zijn chipcard. Ik verlang terug naar de geborgenheid van het hotel.

Banks Mansion Hotel is een intiem viersterrenhotel van Carlton in Amsterdam met een zeer gastvrije en warme uitstraling. Het is een luxe hotel in een vroegere bank waarbij dranken en hapjes zijn inbegrepen in de prijs. Deze ligt daarom iets hoger ligt dan andere viersterrenhotels. De kamers zijn warm en smaakvol ingericht in de stijl van de Amsterdamse School. Er is geen restaurant, maar er is roomservice en een samenwerking met een restaurant in de buurt. Het hotel heeft toeristische gasten en zakelijke gasten, waaronder veel banken. Voor meetingfaciliteiten werkt Banks Mansion samen met het gebouw waar het Stadsarchief in is gevestigd.

Banks Mansion Hotel, Herengracht 519-525
Ter indicatie: minimum prijs rond 200 euro (zie site)