In een regime

Hotel The Old Quarter

Aan het begin van de Warmoesstraat zit een bruin café. Het bordje HOTEL valt weg in de drukte van de straat. Boven het voorste deel van de bar hangt een bordje met RECEPTIE. Een Engelse vrouw schreeuwt gesticulerend tegen een jongen dat de boekingen niet kloppen. Er moet nog een Nederlandse gast komen, maar hij heeft geen naam. Ze ziet me niet staan. Terwijl ze doorratelt kijkt haar collega lachend naar mij.
“Dat ben jij, hè?” Hij laat haar doorschreeuwen en geeft me een formulier om in te vullen. “Ja, de naam staat gewoon hier. Geen idee waar ze het over heeft.” Hij knipoogt en wijst naar de keuken.
“Als je straks wat wilt eten: hotelgasten krijgen 10% korting.” Ja, we zijn een bar, een restaurant en een hotel. Oh, als er nog iemand blijft slapen, zorg dan dat je nog even zo’n formulier invult, want we willen graag weten wie er allemaal binnen is. Door de deur vind je de lift. Je slaapt op de eerste verdieping.”

De deur naar de kamers wordt op afstand geopend. De kamer is langgerekt. Er staan twee bedden achter elkaar. Er is een wastafel op de kamer, de douche en het toilet zijn op de gang. De bedden zijn schoon; er is niets te merken van de “beessies” waar de schoonmaakster van zusterhotel The Old Nickel het over had, maar voor de zekerheid ga ik naar de badkamer om me onder de douche te scheren.

Terug naar beneden om te eten. De ruimte is gevuld met mossel- en stamppotgeuren. Stonede toeristen kauwen verveeld. Ze praten niet, maar zitten in hun eigen belevingswereld. Aan de muur hangt de voorpagina van de New York Times van de dag nadat de Titanic is gezonken. Het interieur lijkt ook wel een beetje op een boot.

“Je moet daar zitten. Deze tafel heb ik nodig.” Ze kijkt me boos aan. Na het eten wil ik mijn laptop boven zetten. “Je moet eerst afrekenen,” zegt de vrouw in staccato-Brits. Niemand mag hier naar de kamers zonder te hebben betaald.” Ze trekt een zuinig mondje, als een slechte actrice.
“Is ze weer streng tegen je?” zegt de jongen lachend. Ik vraag of dit hun taakverdeling is: good cop- bad cop.
“Ach, je moet hier wel een beetje streng zijn. De hele avond komen hier mensen binnen die totaal stoned en dronken zijn. Dan moet je heel duidelijk zijn in wat wel en wat niet kan. Ik werk hier nog niet zo lang en sta altijd wel open voor argumenten. Misschien ben ik soms wel wat te lief.”

Terwijl hij de koffie zet voor de tafel naast mij, checkt hij twee gasten in, brengt hij mij een drankje en maakt hij een foto van een gezelschap in het restaurant. “Ja, alles loopt hier altijd door elkaar heen. Dat is wel eens zwaar.” Er klinkt harde muziek.

Een vriend komt langs. “Zullen we hier nog een drankje doen? Daarna gaan we de stad in.” Mensen blijven binnenlopen om in te checken. Twee meisjes rollen elk drie koffers naar binnen.

Diep in de nacht komen we terug in het hotel. “Hij moet zich nog even inschrijven,” zeg ik tegen de man achter de receptie.
“Oh, dat kan ik allemaal niet, hoor.” Hij lacht en maakt een wuivende beweging. “Hallo, ik ben maar nachtportier. Doe dat morgen maar. Ga nu lekker slapen.”

We nemen de trap, maar de deuren zitten op gekke plekken, zodat we telkens verkeerd lopen.
“Nou, wel gezellig, zo in een treintje,” zegt de vriend. Een paar uur later worden we wakker. Het is druk in het restaurant. We zitten aan tafel, maar niemand komt naar ons toe. Ik loop naar de keuken en vraag aan een meisje hoe het ontbijt in zijn werk gaat. “Just sit down, we will come to you,” snauwt ze. Even later komt een jongen lachend op ons af. “Sorry, we waren jullie even vergeten, maar alles komt goed. Het komt er zo aan.” Even later zet hij een mandje vers geroosterd brood met boter en jam neer, gevolgd door twee bordjes met eieren en spek. “Eet smakelijk, jongens.”

De vriend stort op bed neer. “Hoe kun jij er nou precies hetzelfde uitzien als gisteravond? Ik ben dood en wil slapen.” Om 11 uur gaat de telefoon. Het verbaast me dat er een telefoon in deze kamer staat.
“You have to check out,” klinkt het bevel. Ik antwoord dat we het hotel ogenblikkelijk zullen verlaten. Er wordt gelachen aan de andere kant van de telefoon. Alsof ik het spel heb begrepen.

Hotel The Old Quarter is een budgethotel en tegelijk een bar en een restaurant. Het zit aan de Warmoesstraat en trekt vooral veel toeristen die naar Amsterdam komen om te blowen en te drinken. De kamers zijn eenvoudig, maar redelijk schoon en netjes. Er zijn basic kamers en kamers aan de gracht met eigen badkamer.

The Old Quarter, Warmoesstraat 22
Vanaf 50 euro