In een hok

Hotel Hoksbergen

“Ja, sorry,” zegt de man achter de receptie met een Duits accent. “Je hebt de kleinste kamer van het hotel. Echt een hok. Daarom heet het hotel ook Hoksbergen, hahaha. Het was niet mijn beslissing om je niet uit te nodigen. Het is de manager die daarover gaat. Ik lees de verhalen wel eens op je website. Een leuk project. Zwaar zeker?”

“Het zal moeilijk zijn om over dit hotel wat te schrijven, want hier gebeurt eigenlijk nooit iets. Het is een rustig en gemoedelijk hotel. Het leuke van zo’n klein hotel is dat je in je eentje zit. Je kunt lekker je eigen gang gaan en hebt veel verantwoordelijkheid. Ik maak zelf de beslissingen.”
“Behalve de echt belangrijke beslissingen,” zeg ik ironisch.
“Ja, behalve de echt belangrijke beslissingen,” lacht hij.

Hijgend de trappen op naar de bovenste verdieping. Het is een ruime kast met twee losse bedden erin en een ouderwetse badkamer met een vloerbedekking die doorloopt op de wand. De kieren zijn provisorisch dichtgemaakt. De doucheschuimflesjes zijn bijna leeg. Ze zijn gebruikt door een vorige gast. Op de verpakking van het zeepje zitten roestvlekken. Dit hotel is milieubewust. In het toilet zit nog WC-papier van een vorige gast dat zelfs na het doorspoelen blijft zitten.
Uitzicht op de hotelkamers van Hotel Estheréa. Even verlang ik naar de warmte van dit hotel. Naar het beschermende baldakijn boven het bed. De drankjes en versnaperingen die altijd klaarstaan in de bar. Ik ben een junkie die hunkert naar een shot. DEET beschermt me tegen de vele muggen in de nacht.

Een jonge Chinese jongen komt de ontbijtzaal binnen en begint de suikerpotjes schoon te maken.
“Dit is die man die in alle Amsterdamse hotels slaapt,” zegt de receptionist met het Duitse accent.
“Ken het project niet. Toen we je email kregen, dachten we vast dat je een oplichter was. Daarom hebben we je niet uitgenodigd. We hebben dat laatst ook gehad. Een man die bleef 12 dagen in het hotel en opeens was hij verdwenen. Het was een tatoeagekunstenaar. De eerste twee nachten had hij keurig betaald, dus we dachten dat het wel goed zat. Op de laatste dag moest hij plotseling ergens heen.
De volgende dag zou hij terugkomen om te betalen, maar hij is nooit gekomen. Hij had zijn bagage laten staan, maar dat bleek alleen maar waardeloze rommel te zijn.”

“Van de politie hoorden we dat hij niet alleen ons, maar ook andere hotels en restaurants had opgelicht. Overal met hetzelfde verhaal. Hij heeft ook een vrouw bedrogen. Hij zou met haar een bedrijf beginnen, maar hij liet haar berooid achter. Het leek zo’n leuke man. Toen een andere gast in het hotel vertelde dat ze jarig was, kwam hij even later het hotel binnen met een fles wijn voor haar. Hij leek zo aardig. En vorige week kregen we een mail van een bekende reisgids. Of iemand vier nachten kon blijven slapen. Ik heb twee nachten aangeboden, maar hij wilde vier nachten blijven. En dat was nog wel een reisgids waar we al jaren in staan. Dat kan nooit geklopt hebben. We dachten dat jij ook een bedrieger was. Ik kende het project helemaal niet. Misschien hadden we even op de website moeten kijken. Het klinkt wel erg leuk. Laatst was hier ook een gezin dat in een van onze appartementen zat. Ook opeens verdwenen. Weg! Dat verwacht je toch niet van een gezin?”

De receptionist wijst op twee koffers. “Ja, een Italiaanse man heeft zijn bagage laten staan. Hij zou even de stad ingaan en de bagage later oppikken en we kunnen hem niet bereiken. We brengen de bagage maar naar de politie. Die koffers, dat maakt me niet zoveel uit. Mensen laten zoveel staan. Maar het kan natuurlijk zijn dat er iets met hem is gebeurd. Dat hij in de gracht is gevallen en is verzopen. Je weet het nooit met die Italianen. Het leek een gewone jongen. Ach. Iedereen komt binnen en duiken meteen een coffeeshop in. De eerste drie uren gebruiken ze meteen alles door elkaar heen en worden helemaal gek. Laatst was hier een ouder echtpaar. Amerikaans. Het leken zulke nette mensen, maar ze kwamen de eerste dag zo binnen.” Hij maakt met zijn duimen en wijsvingers twee rondjes en houdt die voor zijn ogen. “Je wilt niet weten wat we allemaal aantroffen toen we hun kamer schoonmaakten. Het leek wel een coffeeshop.”

“Nou, ik hoop dat je een fijn verblijf hebt gehad. Leuk dat je toch langs bent gekomen, ook al was je hier niet welkom. Ach ja, hier gebeurt niet zoveel. Het is een rustig en gemoedelijk hotel. Mogen we het bedrag incasseren van je creditcard?”

Hotel Hoksbergen is een zuinig hotel met een gedateerde inrichting. Het hotel met 14 kamers heeft ook appartementen, iets verderop. Het hotel van voor de oorlog is tien jaar geleden overgenomen door een Chinese familie. De mensen die er werken zijn zeer behulpzaam en vriendelijk.

Hotel Hoksbergen, Singel 301
Vanaf 60 euro

In de romantiek

Hotel Agora

Het hotel ligt op de hoek van de Singel en de Leidsestraat. Achter de receptie zit een meisje. “Ja, het is rustig vanavond. Als er veel check-ins zijn, dan is het wel leuk. Nu verveel ik me een beetje. Al mijn vriendinnen zijn gaan studeren, maar ik weet niet wat ik wil. Nu zit ik hier maar. Het is wel leuk, hoor, maar het is niet mijn droombaan. Er gebeurt zo weinig, maar er moet iemand zitten. Ze vraagt wat ik doe.
“Ik schrijf over hotels,” biecht ik op.

Ze veert op. “Zal ik wat over het hotel vertellen? Hier komen met name toeristen. Italianen, Spanjaarden. We zitten natuurlijk midden in het centrum. Dat is ons grote voordeel. Ik loop even mee naar de hotelkamer.” Als een gids gaat ze me voor, de trap op. Dan blijft ze plotseling staan en kijkt verschrikt om. “Oh, wat erg. Ik heb een spijkerbroek aan. Dat mag ik niet van mijn baas, ik moet altijd een nette broek aan, maar al mijn nette kleren zitten in de was. Niet schrijven dat ik een spijkerbroek draag, hoor.” Ik beloof plechtig dat ik er niet over zal schrijven.

De kasten in de gang staan open. De stapel lakens valt er bijna uit. De nooddeur naar buiten staat open en is niet hoger dan een meter.

“Het is een echt oud hotel. Toeristen vinden dan wel charmant, hoor, maar het is natuurlijk allemaal vreselijk oud. We hebben geen lift en uw kamer is helemaal boven. Je hebt wel een badkamer, maar die is wel apart. Oh, ik zei ‘je’ en geen ‘u’. Je, u, u, je. Dat komt omdat ik normaal Engels spreek, dan is dat hetzelfde. Je, u, je hebt wat we noemen de romantische kamer.” Ze zwaait de deur open als een makelaar.

“Het is de kleinste kamer van het hotel, maar hij is wel gezellig.” De kamer is niet eens zo klein. Er staat een ouderwetse fauteuil met bloemetjesmotief naast een tweepersoonsbed met een ander bloemetjesmotief. Zelfs de kofferstandaard is gemaakt van bloemetjesstof. Deze moet antiek zijn. Een lage kast staat onder het schuine dak. De televisie staat op een plateau dat voor het bed geschoven kan worden. “En hier is de badkamer,” vervolgt ze haar rondleiding. Onder het schuine dak staat een laag bad van een halve meter breed.  Ik kan mijn lach niet onderdrukken. “Hier wordt hij breder, hoor. Nou, hier is de sleutel, als er wat is, dan weet je me te vinden. U. Het ontbijt is morgenochtend tot 11 uur.”

Onder het bloemensprei ligt een ouderwetse deken. Dat er nog zoveel hotels zijn met dit soort dekens. Tot begin van het jaar bestond de wereld uit dekbedden en dacht ik dat de deken uitgestorven was. Ik schuif de televisie voor het bed.

Aan de overkant van de gang neem ik een douche in het kabouterbad, voordat ik naar beneden ga. De ontbijtzaal heeft uitzicht op de binnentuin. In een kar van krullerig staalwerk in de serre staat een ontbijtbuffet uitgestald. De jongen van de receptie haalt zwijgend de bordjes af.

“How are you, I remember you from last year,” zegt een Amerikaanse man, terwijl hij zijn neus ophaalt.
“I remember you too,” zegt de receptiejongen zonder enige emotie en loopt naar de keuken. Hij lijkt niet in voor een diepgaand gesprek, dus ik laat hem met rust.

Bij de entree staan vier ouderwetse leunstoelen. Twee Amerikaanse echtparen zitten tegenover elkaar. Een vrouw zegt: “Ja, hij vertelde net een leuke anekdote over de grachten.” Ze wijst naar de receptiejongen.” Dat die eerst bestonden en dat vanuit daar met zand de straten werden aangelegd. Of, nee, wacht, eerste werden de straten aangelegd en vanuit daar werden de grachten gegraven. Nouja, dat maakt ook niet uit. Zo leuk, bij het Renaissance Hotel vertelden ze niet hoe de grachten werden aangelegd. Geef mij maar dit hotel.”
“Ja, volgens mij ging het over de bruggen,” zegt haar echtgenoot. Eerst werden de bruggen aangelegd en daarna de grachten. Of andersom, misschien werden eerste de grachten aangelegd en daarna de bruggen. Een aardige jongen, inderdaad.”

De andere vrouw houdt een Amsterdams toeristenboekje omhoog met een advertentie van een seksclub. “Als onze kleinkinderen ons hier zouden zien. Hoe leggen we dit uit?” Haar man pakt een folder van een parenclub uit zijn tas. “I think this one is better,” waarop de vrouw rood kleurt en over het weer begint.

Hotel Agora is een oud toeristenhotel met twee sterren in het centrum van Amsterdam in een oud pand uit 1735. Het is een budgethotel dat erg ouderwets, maar wel schoon is. Sommige kamers hebben uitzicht op de Singel en sommige op de binnenplaats. Er is een tuin die wordt gedeeld met het café-restaurant aan de andere kant van het blok. Het hotel is van dezelfde eigenaar als Hotel Patou.

Hotel Agora, Singel 462
Vanaf 65 euro

Onder een baldakijn

Dag 103. Hotel Estheréa

Langs de statige Singel. De schuifdeuren gaan automatisch open en brengen me in een andere wereld. Bloemetjesvloerbedekking. Een brokaat bank onder een grote kroonluchter. Een donkerhouten receptie met schemerlampen en erachter een kastje waarin ouderwetse sleutels met kwastjes hangen. Een bibliotheek. Hier is nooit iets veranderd. Alleen de mensen achter de receptie zijn opvallend jong gebleven. Hun frisse verschijning vult de oude ruimte met energie. Er staat een rij mensen die in willen checken. De receptionist ziet me staan geeft me een formulier. “Vult u dit alstublieft vast in, dan kom ik zo bij u.” Efficiënt en vriendelijk. Iedereen krijgt aandacht.

Mijn kamer is een feest van bloemmotieven. Boven mijn hangt bed een koninklijk baldakijn in groentinten. Franjes, een kroonluchter, gevoerde groenige gordijnen met een patroon van kwastjes, een grote lamp met schemerkap op een antiek ladekastje, louvredeurtjes naar de badkamer. Dit hotel is authentiek. Met zorg opgebouwd. Een kasteelkamer uit een vorige eeuw, met een modern zacht dekbed en pay-TV. Zelfs op de zeepjes en shampooflacons dezelfde krullerige motieven. Uitzicht op de Singel. Sigarettenrook kringelt van beneden door mijn open raam.

Een bericht op Facebook. Aan dit hotel heb ik bijzondere herinneringen. Je moet eens kijken in die kelders. Wat je daar allemaal niet kunt vinden. Kan ik zomaar naar de kelders afdalen? Wat tref ik daar aan?

In de bar ga ik schrijven. Er staat een kan water met muntblaadjes en citroenschijfjes, bakjes nootjes, snoepjes. Een antieke kast met in de laatjes verschillende soorten thee, een koffiemachine, schalen koekjes. Op bezoek bij een voorname grootmoeder. Om me heen zitten en lopen Russen, Amerikanen en Fransen. Ze maken voortdurend foto’s van het hotel alsof ze in een museum zijn

De receptionist print treintijden uit voor verschillende gasten en adviseert hen hoe ze moeten reizen. Voor iedereen wordt de tijd genomen. Gasten die geen aandacht willen hebben, worden met rust gelaten. Ik lees over de geschiedenis van het hotel. Dat het aan het begin van de oorlog is gestart als guesthouse. Vernoemd naar de dochters Esther, Elly en Ria. Na de oorlog werd het uitgebreid tot hotel. De aangrenzende grachtenpanden werden gekocht door de oorlogsweduwe en haar tweede man. Inmiddels hebben haar kleinkinderen de leiding in het hotel. Op foto’s is te zien dat het kale jaren ’50-interieur door de jaren heen steeds klassieker en warmer is geworden.

Een oude man schuifelt rond mijn tafel. Hij ziet eruit alsof hij hier ondergedoken zat tijdens de oorlog en zojuist een uitgang heeft gevonden. Hij denkt dat de wereld ouderwetser is geworden en kijkt naar het antieke decor. Bij de koffiemachine blijft hij verbaasd staan zijn blik blijft hangen op mijn laptop. Hij staart naar de woorden die ontstaan op mijn scherm.

Onder de bedhemel val ik in slaap. Naar het ontbijt. Een mooie jongen vraagt ongegeneerd mijn kamernummer en leidt me naar een tafel. Chic gedekte tafeltjes met een blauwwit gebloemd serviesgoed staan dicht op elkaar. Dit moet ooit een avondrestaurant zijn geweest. Een ongeduldige man wordt aangevallen door de koffiemachinestoom.

In de lift kan ik het niet nalaten om -1 in te drukken. De kelders. Als de deur opengaat zie ik een witbetegelde ruimte. TL. Er staan karren, schoonmaakmaterialen, opslag, rommel. Doorlopen in deze helverlichte onderwereld durf ik niet. Snel terug naar mijn eigen tijd.

Hotel Estheréa is een charmant viersterrenhotel, gevestigd in 17e-eeuwse grachtenpanden. Het is al drie generaties in handen van dezelfde familie. De inrichting is warm en klassiek en service en aandacht voor de gasten staan voorop. Alle kamers zijn met liften te bereiken.

Hotel Estheréa, Singel
Vanaf 130 euro, inclusief ontbijt