De Chinese jongen achter de receptie geeft me een papiertje om in te vullen. Geen glimlach, hij neemt zijn werk uiterst serieus. Hij legt het op een theedoos vol soorten wiet en hasj. Achter hem staan waterpijpen en voorgerolde joints. Dit is een coffeeshop met hotelkamers. Mensen komen binnen, groeten hartelijk en rollen een joint. Rust en gelukzaligheid kleuren hun pupillen zwart. De ruimte vult zich met vette slierten rook.
De serieuze receptionist geeft me de sleutel. Kamer 6, bed 5.
De entree zit naast de voordeur. De trapbekleding laat los. De kamer is donker. Een geeuw. Iemand steekt een hand uit. “Sorry, I have been smoking, so I really needed to sleep,” verontschuldigt een onzichtbare jongen zich. Hij houdt mijn hand langer vast dan gebruikelijk, alsof hij me in bed wil trekken. In een coffeeshop is iedereen vriendelijk tegen elkaar.
Mijn rug doet pijn. Ik ga beneden zitten schrijven. Kussens verzachten de pijn. Opeens lijkt het me heerlijk om gedrogeerd te zijn. Even afgesloten van de chaos, van het bestaansritme. Even de rugpijn verdoven. Maar mijn longen kunnen de sigarettenrook niet verdragen. Een jongen bestelt een waterpijp, stopt er wiet in en steekt het aan. Grote rookwolken komen uit zijn mond. Hij lacht om de videoclip op zijn laptop en begint te hoesten. Dit is ook duidelijk niets voor mij. Ik moet me erbij neerleggen dat ik alcoholist ben en nooit drugverslaafde kan worden.
Aan de muur hangt een uittreksel van de Nederlandse wetgeving. Hier mogen alleen mensen van 18 jaar en ouder komen, is handel in gestolen goederen verboden. Net als wapens en hard-drugs. De receptionist ziet mijn laptop en geeft me een papiertje met een internetcode. “Nog een cappuccino?”
Ik koop nog een blikje frisdrank om mee te nemen naar de kamer. In de vitrine zie ik cakejes liggen. Onschuldige hoopjes gezwollen deeg in cellofaan. Zal ik? Heel de wereld komt naar Amsterdam om zich naar een andere wereld te roken, de blowen te snuiven en te spuiten en ik ben te schijterig om een spacecakeje te proberen?
“Mag ik een spacecakeje?” hoor ik mezelf vragen. Ik lach nerveus, maar de receptionist vindt de vraag niet opzienbarend.
“Vanille of chocolade?” vraagt hij droog.
Vanille of chocolade? Ik sta op het punt om voor het eerst van mijn leven drugs te gebruiken. Me te storten in de negatieve spiraal. Zet mijn voet op de eerste stepping-stone op het pad naar heroïne en krijg een vraag alsof ik in een ijswinkel sta.
“Vanille,” antwoord ik zelfverzekerd.
Ik neem het blikje en cakeje naar boven. Naar mijn stapelbed. Inmiddels slaapt er ook een andere jongen. Hij wordt wakker en groet verdwaasd. De televisie staat aan, maar verder is het donker. Het is vast de bedoeling dat ik hem aan laat staan. Ik maak me klaar om naar bed te gaan. In het staalomrande bed kan me niets gebeuren. Naar het toilet, drie wekkers zetten. Een beveiligd laboratorium voor dit nieuwe experiment, met twee professionele laboranten die me kunnen bewaken.
Of zal ik het cakeje weggeven aan mijn kamergenoten? Dit is toch niet wat ik wil? Ik heb toch alcohol om de scherpe kantjes van de wereld te polijsten?
Op de verpakking staat: Als het de eerste keer is, wees voorzichtig. Het duurt een uur voordat je iets voelt. Wacht geduldig af en neem niet nog een portie. Als het verkeerd valt en je denkt dat je doodgaat, ga rustig liggen. Het komt goed. Na deze geruststellende woorden eet ik het cakeje gulzig op.
Een uur verstrijkt voordat er iets gebeurt. Dan voel ik iets. Ik kijk naar beneden, naar het stapelbed. Op een roltafel lopen twee muizen speels rondjes. Is dit echt of is dit een hallucinatie? In dat laatste geval zouden ze vast roze zijn. Als mijn kamergenoot zich omdraait schieten ze weg. Mijn ogen dicht. Dan komen de geluiden en de kleurwisselingen van de televisie versterkt binnen. Kleurige stripfiguren met sterke belijning veranderen van binnen, klappen uit, vervormen, worden zwart-wit. Elke beeld leidt tot een andere associatie in het tempo van een achtbaan. Af en toe moet ik mijn ogen openen om de beeldenstroom te doorbreken. Opnieuw naar de televisie kijken voor andere beelden.
Mijn lichaam wordt warm van onder. Ik wil geaaid worden. De geluiden van de televisie vertalen zich naar vormen, de vormen vertalen zich naar woorden. Synesthesie. Kleuren, woorden, vormen, alles loopt in elkaar over. Pen en papier. Het liefst wil ik aantekeningen maken van de nieuwe ideeën en beelden, maar het gaat te snel. In bed blijven. Mijn hart slaat over. Drie woorden herhalen zich, telkens versterkt door andere beelden. Een film die in steeds hoger tempo wordt afgespeeld. Ik moet me concentreren om niet in een loop te raken. Mijn hersenen zijn een transparant 3D-model met felgekleurde ontvangers. Lichtimpulsen schieten alle kanten op. Mijn hoofd is een flipperkast. Ik kijk naar beneden, maar de muizen zijn weg. De televisie moet uit, maar ik durf het veilige bed niet te verlaten.
De volgende ochtend word ik wakker. De televisie brengt het ochtendjournaal. Mijn twee kamergenoten worden wakker, tonen trots hun lichaam aan de ochtendzon en kleden zich aan.
“Do they serve breakfast?” vraagt een Italiaan.
“They have spacecake,” antwoord ik.
“That sounds delicious,” zegt hij lachend en hij valt terug in zijn kussen.
De coffeeshop is alweer gevuld met rook. Ik drink een cappuccino, maar moet nog niet denken aan eten. Ik vlucht de koele buitenlucht in naar Schiphol.
Budgethotel Utopia is een coffeeshop met een aantal hotelkamers, op loopafstand van het Centraal Station. Zowel single, double als vierpersoonskamers. De kamers zijn netjes en schoon. Er is gratis internet beschikbaar. Het ontbijt wordt geserveerd in de coffeeshop.
Hotel Utopia, Nieuwezijds Voorburgwal 132
Vanaf 40 euro








