Met vreemde hallucinaties

Hotel Utopia

De Chinese jongen achter de receptie geeft me een papiertje om in te vullen. Geen glimlach, hij neemt zijn werk uiterst serieus. Hij legt het op een theedoos vol soorten wiet en hasj. Achter hem staan waterpijpen en voorgerolde joints. Dit is een coffeeshop met hotelkamers. Mensen komen binnen, groeten hartelijk en rollen een joint. Rust en gelukzaligheid kleuren hun pupillen zwart. De ruimte vult zich met vette slierten rook.

De serieuze receptionist geeft me de sleutel. Kamer 6, bed 5.
De entree zit naast de voordeur. De trapbekleding laat los. De kamer is donker. Een geeuw. Iemand steekt een hand uit. “Sorry, I have been smoking, so I really needed to sleep,” verontschuldigt een onzichtbare jongen zich. Hij houdt mijn hand langer vast dan gebruikelijk, alsof hij me in bed wil trekken. In een coffeeshop is iedereen vriendelijk tegen elkaar.

Mijn rug doet pijn. Ik ga beneden zitten schrijven. Kussens verzachten de pijn. Opeens lijkt het me heerlijk om gedrogeerd te zijn. Even afgesloten van de chaos, van het bestaansritme. Even de rugpijn verdoven. Maar mijn longen kunnen de sigarettenrook niet verdragen. Een jongen bestelt een waterpijp, stopt er wiet in en steekt het aan. Grote rookwolken komen uit zijn mond. Hij lacht om de videoclip op zijn laptop en begint te hoesten. Dit is ook duidelijk niets voor mij. Ik moet me erbij neerleggen dat ik alcoholist ben en nooit drugverslaafde kan worden.

Aan de muur hangt een uittreksel van de Nederlandse wetgeving. Hier mogen alleen mensen van 18 jaar en ouder komen, is handel in gestolen goederen verboden. Net als wapens en hard-drugs. De receptionist ziet mijn laptop en geeft me een papiertje met een internetcode. “Nog een cappuccino?”

Ik koop nog een blikje frisdrank om mee te nemen naar de kamer. In de vitrine zie ik cakejes liggen. Onschuldige hoopjes gezwollen deeg in cellofaan. Zal ik? Heel de wereld komt naar Amsterdam om zich naar een andere wereld te roken, de blowen te snuiven en te spuiten en ik ben te schijterig om een spacecakeje te proberen?
“Mag ik een spacecakeje?” hoor ik mezelf vragen. Ik lach nerveus, maar de receptionist vindt de vraag niet opzienbarend.
“Vanille of chocolade?” vraagt hij droog.
Vanille of chocolade? Ik sta op het punt om voor het eerst van mijn leven drugs te gebruiken. Me te storten in de negatieve spiraal. Zet mijn voet op de eerste stepping-stone op het pad naar heroïne en krijg een vraag alsof ik in een ijswinkel sta.
“Vanille,” antwoord ik zelfverzekerd.

Ik neem het blikje en cakeje naar boven. Naar mijn stapelbed. Inmiddels slaapt er ook een andere jongen. Hij wordt wakker en groet verdwaasd. De televisie staat aan, maar verder is het donker. Het is vast de bedoeling dat ik hem aan laat staan. Ik maak me klaar om naar bed te gaan. In het staalomrande bed kan me niets gebeuren. Naar het toilet, drie wekkers zetten. Een beveiligd laboratorium voor dit nieuwe experiment, met twee professionele laboranten die me kunnen bewaken.
Of zal ik het cakeje weggeven aan mijn kamergenoten? Dit is toch niet wat ik wil? Ik heb toch alcohol om de scherpe kantjes van de wereld te polijsten?

Op de verpakking staat: Als het de eerste keer is, wees voorzichtig. Het duurt een uur voordat je iets voelt. Wacht geduldig af en neem niet nog een portie. Als het verkeerd valt en je denkt dat je doodgaat, ga rustig liggen. Het komt goed. Na deze geruststellende woorden eet ik het cakeje gulzig op.

Een uur verstrijkt voordat er iets gebeurt. Dan voel ik iets. Ik kijk naar beneden, naar het stapelbed. Op een roltafel lopen twee muizen speels rondjes. Is dit echt of is dit een hallucinatie? In dat laatste geval zouden ze vast roze zijn. Als mijn kamergenoot zich omdraait schieten ze weg. Mijn ogen dicht. Dan komen de geluiden en de kleurwisselingen van de televisie versterkt binnen. Kleurige stripfiguren met sterke belijning veranderen van binnen, klappen uit, vervormen, worden zwart-wit. Elke beeld leidt tot een andere associatie in het tempo van een achtbaan. Af en toe moet ik mijn ogen openen om de beeldenstroom te doorbreken. Opnieuw naar de televisie kijken voor andere beelden.

Mijn lichaam wordt warm van onder. Ik wil geaaid worden. De geluiden van de televisie vertalen zich naar vormen, de vormen vertalen zich naar woorden. Synesthesie. Kleuren, woorden, vormen, alles loopt in elkaar over. Pen en papier. Het liefst wil ik aantekeningen maken van de nieuwe ideeën en beelden, maar het gaat te snel. In bed blijven. Mijn hart slaat over. Drie woorden herhalen zich, telkens versterkt door andere beelden. Een film die in steeds hoger tempo wordt afgespeeld. Ik moet me concentreren om niet in een loop te raken. Mijn hersenen zijn een transparant 3D-model met felgekleurde ontvangers. Lichtimpulsen schieten alle kanten op. Mijn hoofd is een flipperkast. Ik kijk naar beneden, maar de muizen zijn weg. De televisie moet uit, maar ik durf het veilige bed niet te verlaten.

De volgende ochtend word ik wakker. De televisie brengt het ochtendjournaal. Mijn twee kamergenoten worden wakker, tonen trots hun lichaam aan de ochtendzon en kleden zich aan.
“Do they serve breakfast?” vraagt een Italiaan.
“They have spacecake,” antwoord ik.
“That sounds delicious,” zegt hij lachend en hij valt terug in zijn kussen.

De coffeeshop is alweer gevuld met rook. Ik drink een cappuccino, maar moet nog niet denken aan eten. Ik vlucht de koele buitenlucht in naar Schiphol.

Budgethotel Utopia is een coffeeshop met een aantal hotelkamers, op loopafstand van het Centraal Station. Zowel single, double als vierpersoonskamers. De kamers zijn netjes en schoon. Er is gratis internet beschikbaar. Het ontbijt wordt geserveerd in de coffeeshop.

Hotel Utopia, Nieuwezijds Voorburgwal 132
Vanaf 40 euro

Met goede wijnen

Hotel Mercure Amsterdam Airport

’s Middags mail ik het hotel en een paar minuten later gaat de telefoon. Het is de General Manager zelf. “Je bent vanavond van harte welkom. We hebben een kamer voor je en vanavond krijg je in het restaurant een lekkere maaltijd met een goed glas wijn.” Opnieuw een nacht in een comfortabel hotel. Opnieuw treft de onmetelijke gastvrijheid van hotels me diep.

Vanaf Schiphol neem ik de shuttle naar het hotel. De telefoon gaat. “Waar blijf je? Er staan mensen te wachten,” klinkt een nerveuze receptioniste door de speaker.
“Daar kan ik me zo over opwinden,” klaagt de chauffeur tegen mij. We rijden met een vast schema. Ze weet precies hoe laat ik kom. Het zijn waarschijnlijk niet eens gasten die staan te wachten, maar waarschijnlijk personeel van Mercure zelf. Je mag het best weten: ik val vandaag in, dus het interesseert me allemaal niet.”

Op het bordes staan medewerkers van Accor te wachten. Een van de meisjes herkent me. “He, je achtervolgt me écht,” lacht ze. Het blonde meisje dat eerder bij Ibis Centrum en Ibis Schiphol achter de receptie stond. “Nee, ik werk hier niet, hoor. We hebben hier net een cursus conflictbeheersing gehad. Met acteurs en zo. Of het geholpen heeft, dat gaan we zien in de praktijk. Over twee weken weer. Dan krijgen we ‘overvallen’. Het echte werk. Kom je ook?”

Op het bord in de hal staat de bijeenkomst conflictbeheersing naast een wijncursus. “Meneer Van Dijk. We verwachtten u al,” zegt de receptioniste. Ze ziet er helemaal niet nerveus uit, maar lacht ontspannen. “Hier is uw kamersleutel. Hoe laat wilt u eten?” Ze klinkt als de echtgenote die ik al jaren zoek.

Op het bed ligt een boekje: Wat doe jij in mijn stad, een literaire wandeling door Amsterdam en een chocoladevliegtuig. De kamer is ouderwets, maar netjes en comfortabel. Uitzicht op het bos rond De Nieuwe Meer. Geen vliegtuigen of een industriegebied, zoals eerdere Schiphol-hotels. Op de parkeerplaats voor het bos rijden auto’s af en aan. Mannen met een overmatige belangstelling voor de natuur.

Het is rustig in het restaurant. Zakenmannen lezen hun krant en bellen op beschaafde toon. De gerechten op de kaart zien er bijzonder uit en de bijbehorende wijntips zijn op zijn zachtst opvallend. De F&B-manager komt naast me staan. “Ja, dat is het mooie van Mercure. We onderscheiden ons met goede wijn. We schenken hier de aller-mooiste wijnen voor bizar lage prijzen. Uniek, toch?”
“Dan is Mercure echt een hotel voor mij,” roep ik uit. “Wijn is de rode draad door mijn hotelleven. Dit jaar ben ik alcoholist.” Hij schenkt mijn glas nogmaals vol. “Ach, er gaat niets boven een mooie wijn. Nee, je eigen wijn meenemen, dat mag nog net niet, hier. Een hotel als het onze is natuurlijk gastvrij, maar we moeten ook commercieel zijn. Het lampje moet wel blijven branden.”

Hij komt opnieuw bij me staan en vraagt geïnteresseerd wat me beweegt om in hotels te wonen. “Ook werken in een hotel is fantastisch. Hier gebeurt altijd wat. Arm, rijk, zwart en wit. Hier komt alles door elkaar. Dat maakt het erg spannend. Volgend jaar, als je boek af is, dan moet je terugkomen. Dan kan ik je interessante verhalen vertellen.” Hij lacht. “Als de muren hier konden vertellen…” Hij kijkt geheimzinnig.
“Hotels zijn natuurlijk een prima plek om af te spreken. Ook voor criminelen. Lekker anoniem. Je hebt er geen last van, want ze willen nooit opvallen. Maar meer kan ik er niet over vertellen”

Een collega hoort het gesprek en komt bij ons staan. “Ja, zoals laatst, toen ik een man verzocht om zijn jasje aan te trekken. Er stak een blaffer achter uit zijn broek en ik wilde niet dat de andere gasten bang zouden worden. Hij ging meteen weg.” De F&B-manager valt hem in de reden: “Eh, wil je nog even de keuken zien? Ik leid je even rond. We hebben niets te verbergen, hier.” Hij opent de deur naar de keuken.

Zijn collega komt ons achterna en vervolgt: “En natuurlijk die bekende schilderijenroof van het Van Gogh-museum. Die kunstwerken bleken hier op een kamer te liggen. En een van de ontvoerders van Heineken…”
“Kom, we lopen nog even naar de vergaderzalen” valt de F&B-manager hem in de rede. “Ik kan je niet alles laten zien. Er is nog een wijncursus gaande.”
“Zo laat nog? Ik dacht dat dat meetingoverzicht was neergezet, om te laten lijken of het hotel vol zit,” zeg ik lachend.
“Nou, een van de eerdere General Managers wie wilde inderdaad dat we net deden of er meetings waren, ook al waren alle zalen leeg. De huidige manager die wil gewoon eerlijk zijn.”

Opnieuw een lange nacht. Uitgeslapen word ik wakker, ruim op tijd voor het ontbijt. Twee dames lopen moederlijk rond. “Wat een brandlucht. Even de deur open, hoor.” Wat heerlijk, mensen die gewoon lekker eerlijk zijn.

De General Manager staat in de hal. Hij oogt net zo sympathiek als hij door de telefoon klonk. “Zullen we een kopje koffie drinken? Mensen zeggen wel eens dat ze hier niet willen slapen, omdat het gebouw zo lelijk is. Maar als ze dan eenmaal binnen zijn, dan vinden ze het allemaal meevallen. Deze bar is een paar jaar geleden gerenoveerd. De kamers hadden al lang aangepakt moeten worden, maar een van mijn voorgangers heeft de cijfers wat opgepoetst door te rommelen met de afschrijvingsduur van de kamers. En wij zitten met de gebakken peren.”

Hier komen veel zakenmensen voor meetings. Soms blijven ze zelf slapen. In de weekends zijn het vooral mensen die komen voor Amsterdam. En er zijn ook arrangementen voor het mensen die hun auto parkeren, slapen en dan vliegen” Zijn ogen gaan plotseling stralen. “Een Duitse gast heeft twee weken geleden zijn auto onder een lantarenpaal geparkeerd, om diefstal te voorkomen. Maar die paal is de vaste stek van een reiger. Als hij volgende week terugkomt, dan is die hele dure wagen ondergescheten. Ik wil het gezicht van die man zien als hij zijn auto op komt halen. Maar het is natuurlijk wel zo aardig om de auto even schoon te maken.”

“Het zal af en toe wel moeilijk zijn om hotels te vinden,” zegt de manager. “Tijdens congressen en zo. Hotels zijn altijd heel gastvrij, maar geld verdienen gaat natuurlijk voor. Volgens mij is het half tien. De shuttle vertrekt nu. Wacht, ik laat hem even tegenhouden.”

Hotel Mercure Schiphol Airport ligt tussen Schiphol en Amsterdam in. Het hotel heeft 23 meetingrooms, 152 comfortabele kamers, een restaurant waar op hoog niveau wordt gekookt en waar bijzondere maar goed geprijsde wijnen op de kaart staan. Er is ook een brasserie met een eenvoudiger kaart. Vanaf Schiphol gaat een gratis shuttle-service en er is een gratis parkeerterrein voor het hotel. Het is ideaal om hier de auto te parkeren, te slapen en de volgende dag ontspannen te vliegen. De medewerkers zijn gastvrij en erg toegankelijk.

Hotel Mercure Schiphol Airport, Oude Haagseweg 20
Vanaf 79 euro

Als een zwerver

Hotel Schröder

In de Haarlemmerstraat zit een zwerver op het trapje van een portiek. Hij groet vrolijk en proost met zijn blikje bier.

Naast de deur van het hotel hangt een bordje met één ster. Bovenaan de lange trap staat de receptionist blauwe handdoeken te vouwen.
“Goedenavond. Ik heb een vierpersoonskamer voor u,”  zegt hij met een onbekend accent.
“Wat leuk, dan kan ik vrienden uitnodigen.”
“Nee, de kamer is alleen voor u,” spreekt hij streng. “Wilt u een handdoek?”
Hij pakt een witte uit de kast. Hij ziet me kijken naar het kaarsvet dat op de handdoek zit. “Wacht, u krijgt een andere. Sorry.” Op de receptie staat een aantal flessen frisdrank met prijzen erbij. Sommige zijn verkleurd. KITKAT, TWIX, SNIKERS.
“Kan ik verder nog iets voor u doen?” vraagt de receptionist. “De kamer is boven, de douche is er tegenover.”

Op de bruine minibar zit een sticker van hotel Mercure. Twee stalen stapelbedden op een bruine tegelvloer. De poten zijn kromgetrokken. Op de bedden liggen alleen dekens, geen lakens. Ik haal een laken van een ander bed, maak het bed op en ga liggen. Voor het eerst in dit jaar vraag ik me af waar het woord ‘hotel’ vandaan komt. Al die maanden heb ik het vanzelfsprekend gevonden dat ik elke avond een gebouw binnenga waar het bord ‘hotel’ op de gevel hangt. Hotel. Het is vreemd dat er op een hotelgevel ‘hotel’ staat en op een huis geen ‘huis’.

De kussens hebben allemaal verschillende slopen. Op eentje staat WELTERUSTEN. Voor de open kast hangt een blauwe doek uit het Midden-Oosten. Ik sta op en zet de laptop op het bureau. Zoals elke avond ga ik achter mijn laptop zitten en denk ik aan de nacht ervoor. Maar de kamer en het licht zijn te koud om te kunnen schrijven. Ik pak mijn Dell en ga op weg naar een kroeg in de buurt.
“Is alles naar wens?” vraagt de receptionist. “Jahoor,” antwoord ik. “Als er wat is wat we voor u kunnen doen, dan horen we het wel, toch?” Ik knik lachend en ga naar beneden.

“U hoeft nog niet weg, hoor,” zegt het meisje als het hele café al leeg is en zij de tafels schoonmaakt, maar ik wil naar huis. Mijn huis waar ‘hotel’ op de gevel staat.

Automatisch word ik wakker voor het ontbijt, maar er is geen ontbijt. Ik kan uitslapen. Schimmen bewegen langs het glazen vierkant in de kamerdeur. Ze komen voor de douche. Elke tien minuten een nieuwe schim. Soms rammelt een schim aan de deur van de douche en loopt mopperend verder. Twee uren gaan voorbij. Uit de kamer naast mij komen kreunende geluiden van een vrouw. Hoorbaar komt ze klaar. Ik geniet van mijn te harde bed.

Het haar van de man in de spiegel is te lang en hij moet zich al dagenlang scheren. Iets nieuws aantrekken. Waarom verwaarloost hij zichzelf? Omdat hij geen vaste thuisbasis meer heeft?  Door de gedeelde badkamers in de vorige hotels? Door zijn volle agenda?
“Je begint er ook uit te zien als een zwerver,” zei een collega die dag tegen me. “Je moet je wel verzorgen. Je hebt een baard.” Ik pak mijn scheermes en scheer me, knip mijn nagels. Met doucheschuim uit een luxe hotel ga ik naar de douche op het moment dat iemand naar buiten gaat. Aan beide kanten van de gang staan twee jonge jongens in boxershort die net te laat zijn. Ze groeten. De douchekop spuit de haren van de vloer. Dan spoel ik mezelf schoon. De handdoek ruikt als een scheikundig laboratorium.

Beneden de hal staat een man. “Key,” zegt hij en hij pakt de sleutel uit mijn hand. De man achter de receptie vraagt: “En, was het goed?” Hij kijkt vragend alsof hij een klachtenregen verwacht. “Ja, het was geweldig,” zeg ik oprecht. “Ik ben schoon en uitgerust.”

De zwerver zit nu op de Prins Hendrikkade. Naast hem staat een blikje bier. Hij glimlacht tegen de zon en ziet me niet. Meer zorgen dan het vinden van een nieuwe slaapplaats voor die nacht en het geld verzamelen voor een blikje bier heeft hij niet. Dat is vrijheid.
In de volle trein naar Schiphol.

Hotel Schröder is een basic hotel met 1 ster, zonder ontbijt. De kamers zijn eenvoudig ingericht. Een douche wordt gedeeld met verschillende kamers, wat leidt tot filevorming.

Hotel Schröder, Haarlemmerstraat 48-B
Vanaf 45 euro

Tussen de uniformen

Ibis Amsterdam Airport

Er stopt een Ibis-bus op Schiphol Plaza. “Ibis? Ibis?” vraagt de chauffeur aan de wachtende mensen. Een lokroep voor exotische vogels. De regen slaat tegen de ramen.

Het hotelcomplex bestaat uit grijze blokken rond een doos van spiegelglas. Het is druk bij de receptie in de grote hal. Een blond meisje met een bekend gezicht komt aangehold. “Laat mij je even inchecken.
Je achtervolgt me, hè? Ik werkte eerst bij Ibis Centrum. Daar heb ik je toen ook ingecheckt. De General Manager wil je graag even welkom heten. Hij komt er zo aan.”

“Je hebt ook in Ibis Centrum geslapen, toen ik daar manager was.” De lachende man komt op me af. “Toen heb ik je niet gesproken. Dit hotel is veel groter. Het grootste hotel van de Benelux. En het enige hotel in Nederland met een roltrap, haha. Het is een dorpje an sich. Zullen we wat drinken?” We gaan met de lift naar boven en nemen plaats in een Amerikaanse diner.

“We hebben hier drie restaurants. Het is ook een crewhotel, daarom hebben we een fitnesscentrum aangelegd. Dat is best bijzonder voor een driesterrenhotel en voor Ibis. En de Koninklijke Marechaussee slaapt hier ook veel. Die jongens zijn natuurlijk de hele dag met gewichtjes aan het spelen. Ja, mensen met een uniformfetisj komen hier zeker aan hun trekken, hahaha. Niet dat we ons hotel zo in de markt zetten, hoor. Al zijn gays bijvoorbeeld een belangrijke doelgroep. Amsterdam doet veel te weinig aan gaytravelmarketing. Zelfs de kleinste steden hebben hier speciaal iemand voor in dienst, behalve Amsterdam.”

Het hotel is een soort luchthaventerminal. Een kern met restaurants, een bar en een uitgebreide winkel en een aantal zijvleugels met kamers aan lange gangen. De directeur brengt me naar de juiste gate. C2312. De kamer lijkt op de andere kamers van Ibis. Voorspelbaar gemak, maar niet onplezierig.

In de gang spreekt een medewerker me aan. “Las op je site dat je bij een ander hotel omkwam van de honger. Nou, dat zal je hier niet gebeuren. Hier kun je altijd eten en drinken. Diverse restaurants. Tot diep in de nacht kun je een tosti bestellen aan de bar. Als om vier uur de bar dichtgaat, dan gaat het ontbijtrestaurant open. Bij ons gaat het 24 uur per dag door. Het gebeurt wel eens dat mensen uitgaan, hier nog aan de bar gaan hangen en dan eerst gaan ontbijten voordat ze gaan slapen. Dan kunnen ze uit de automaten in de snackcorner altijd nog een biertje trekken. Als het hier vol zit, dan hebben we 1.200 gasten in het hotel. Dit is een dorp. De groepen en strandeds vangen we hier op in het Caribische restaurant, hier is het Italiaanse restaurant en jij eet vanavond in het Franse restaurant. Dat is een paar euro duurder, dus wat rustiger.”

De bar zit vol met sportieve jongens. Ze drinken water en kijken een tenniswedstrijd op het grote scherm. Een laatste glas wijn en dan terug naar de kamer. Net als ik in slaap ben gevallen in het zachte bed, klinkt er geschreeuw op de gang. Er staat een naakte man. Hij schreeuwt tegen een oude man dat hij naar beneden moet gaan en de receptie moet waarschuwen. De andere gast weigert te helpen en zegt dat het een vreemd verhaal is. Snel kleren aan. “Please, help me!” De naakte man kijkt wanhopig. “They stole my bag, my cloths, they locked me out. Please ask downstairs if they will open the door.” Ik bel de receptie en er komen twee mannen naar boven. Na een korte ondervraging openen ze de deur voor hem. De man schreeuwt tegenstrijdige verklaringen over bedreigingen, achtervolgingen. Hij herhaalt: “It has been a heavy night.” Heeft hij drugs gebruikt?

Gelukkig kan ik uitslapen, want hier mag laat ontbeten worden. Het buffet staat vol, maar tussen alle sportieve lichamen, na de uitgebreide maaltijd van de vorige avond, durf ik bijna niets te eten.
In de fitnesszaal wordt actief getraind. De jongens lachen vriendelijk als ik sta te kijken. Een medewerker van het hotel is verbaasd als ik vertel wat er in de nacht is voorgevallen. “Volgens de avondploeg was er niets bijzonders gebeurd. Maar er zitten nog wat groepen in het hotel van de Gay Parade. Misschien heeft het daarmee te maken.”

Tussen de uniformen en wapens naar Schiphol. De bus rijdt langs de kazerne van de Marechaussee. “Ja, sommigen van ons slapen hier door de week, als ze te ver wonen om terug naar huis te gaan,” zegt het jonge uniform dat ook in de fitnessruimte was. “Normaal in de kazerne, maar nu die te vol is, ook in het hotel. Ja, het is wel een fijn hotel. Vannacht was er wel wat geschreeuw op de gangen, maar verder is het erg prettig, daar.”

Ibis Amsterdam Airport is een driesterrenhotel. Het is het grootste hotel van de Benelux met 644 kamers met verschillende restaurants, een snackcorner, een bar, een crewlounge, een fitnesscentrum, vier vergaderruimten en een parkeerterrein.

Ibis Amsterdam Airport, Schipholweg 181, Barhoevedorp
Vanaf 59 euro

Met veel gays

Radisson Blu Airport (1)

Het is vroeg op zaterdagochtend als ik door de uitgestorven straten van Amsterdam loop. De batterijen van mijn telefoon en laptop zijn leeg en zo voel ik me ook. Voor vanavond heb ik nog geen hotel. De hele stad zit vol vanwege de Gay Parade. Met mijn koffer tussen de stadsschoonmakers, mensen die zijn uitgeweest en zwervers die hun rust zoeken op de rand van een plantenbak en in een bushokje. Mijn rug doet pijn en niets liever wil ik ook ergens liggen.

Hotel American doemt op. De warme herinneringen aan het hotel komen boven. Naar binnen voor een ontbijt. Mijn koffer wordt opgeborgen alsof ik een hotelgast ben en zo is ook de ontvangst. Veel langer dan normaal blijf ik ontbijten, als een heroïneverslaafde die zo lang mogelijk in zijn roes wil blijven. Want eenmaal op straat ben ik weer dakloos. Verse croissants, pannenkoekjes, fruit. Voortdurend wordt mijn koffiekopje bijgevuld. Mannen- en vrouwenkoppels komen de ontbijtzaal binnen. Ze zijn speciaal voor vandaag naar Amsterdam gekomen. De botenparade door de grachten.

Mijn rug dwingt me nu echt om te gaan liggen. Zwervend door het hotel op zoek naar een plekje. Is het raar om onder een afgerokte buffettafel te gaan liggen? Verstopt als een kat die pijn heeft. Op de eerste verdieping staan stoelen om in te hangen. Urenlang blijf ik zitten en val soms in slaap. Nieuwe gasten komen naast me zitten. Verzorgde mannen. Ook zij wachten op een kamer. In het nieuws is dat er deze ochtend een cruiseboot is aangemeerd. Een drijvend hotel met 2100 homo’s aan boord. Het idee om vanavond op een luxe vakantieboot te slapen, geeft me opeens weer energie. Met mijn koffer ga ik naar de Passengers Terminal, het enorme gebouw aan het IJ. In verschillende talen worden berichten voor reizigers omgeroepen. Er liggen twee enorme schepen en het is een komen en gaan van mensen. “Here’s a welcome drink, Sir.” Een Aziatische vrouw overhandigt me een folder over de massages aan boord.

Na uren wachten lukt het om de hotelmanager te spreken. “Onze boot is gecharterd, dus ik heb er niets over te zeggen.” Hij vraagt de organisatie, maar die wil alleen een kamer ter beschikking stellen voor meer dagen, niet voor een nacht. Dan zou ik Amsterdam moeten verlaten en dat kan niet. Zelfs een kort bezoek aan de boot is niet mogelijk. De beveiliging is onvermurwbaar. Honderden mannen verlaten de boot. Verkleed als koningin, of in strakke shirtjes met uitdagende teksten. Uit de speakers klinkt This is my life. In de hal staat een kraampje met roze- en regenboogkleurige attributen.

Terug naar het centrum. Dagjestoeristen stromen toe. Ze zijn verkleed en uitgelaten. Vandaag mag iedereen homo zijn, en homo staat voor gekir, vrolijk gezang, naakt en uitdagend gelonk. Opnieuw zwerf ik door de straten. Het begint te regenen. Wat zou het fijn zijn om nu een eigen plek te hebben om te liggen. Een bed, een bank. Desnoods een vloer.

Dan loop ik langs het Renaissance Hotel. Alweer een veilig vluchtpunt voor een hotelzwerver. De man achter de receptie is vriendelijk. In het Engels zegt hij: “We kunnen je koffer even hierachter zetten. Ga gerust ergens zitten. Wil je internet gebruiken? Als je wat wilt drinken, het Koepelcafé is open. We hebben alleen geen kamer meer voor je. Het hele hotel is vol. We hebben zelfs al mensen moeten overplaatsen naar andere hotels. Het is Gay Pride, vandaag.” Hij informeert bezorgd of ik wel ergens terecht kan. Anders kan hij helpen met het zoeken naar een hotel.

Twee als stewardes verklede mannen lopen door de hal. “You look wonderful, ladies,” zegt een hotelhostess in mantelpakje. “And so do you!” antwoorden de stewardessen. De hostess springt enthousiast op-en-neer. “Yes, I am gay,” schreeuwt ze. Er komt een man van in de veertig binnen in een kleurige zwemslip met een Duits voetbalshirt. Zijn vrienden durven zo niet met hem over straat te gaan en dwingen hem om een broek aan te trekken. In de receptielobby kleed hij zich om.

Het is al laat. Alle Amsterdamse hotels zitten vol. Van jeugdherberg tot luxe hotel, alle bedden zijn verkocht. Ook taxichauffeurs vertellen dat het een gekkenhuis is. Ze staan geen seconde stil of ze krijgen drie nieuwe verzoeken. Er zit maar een ding op: vluchten. De stad uit. Met de trein ga ik naar Schiphol. De coupé zit vol met lesbische vrouwen. “Mannen zijn beperkt en vrouwen zijn complex. Als je twee vrouwen bij elkaar zet, wordt het extra complex, maar dat is spannend. Drama is passie,” legt een meisje uit.

Er stopt een shuttlebus van het Radisson Blu-hotel. We rijden de nacht in. Het idee dat ik straks een kamer en een bed heb, geeft me eindelijk rust.

In alle rust

NH Schiphol Airport

Het is vol op Schiphol. Nederlanders ontvluchten het land en toeristen komen aan. Waarom willen mensen altijd naar een andere bestemming? Om tot rust te komen? Shuttlebusjes van hotels komen en gaan. Na een kwartier verschijnt het busje van NH.

We rijden met Hollandse hits over de snelweg naar een industrieterrein. Gespannen kijk ik naar de weg.
De lobby is ruim met witte marmervloeren en een scherm met vluchttijden. Het meisje achter de receptie verontschuldigt zich dat ze geen Nederlands spreekt. Als ze me het invulformulier toeschuift en driftig zoekt in de computer, ziet ze mijn NH-Worldcard op de receptie liggen. “Oh, sorry, I didn’t see that.” Ze leest de kaart in en de rest van de check-in verloopt soepel.

Aan het eind van een lange hal is mijn kamer. Een juniorsuite. Modern ingericht met een donkere houten vloer, veel rood. Er staat een praktische stoel met een vast tafeltje waar een bord op gezet kan worden. Op de achtergrond landen en stijgen vliegtuigen. Geruststellend gebrom.

Vanavond eindelijk rust. Geen verleidingen van Amsterdamse kroegen of vrienden die even langskomen, maar een luxe hotel op een industrieterrein. Hier kan ik eindelijk ontspannen. Op bed verdwijnt de zingende rugpijn en vallen mijn ogen vallen dicht. De telefoon gaat en ik schrik wakker.

“Is alles naar wens, meneer Van Dijk? Als u een rondleiding wilt, laat het dan even weten.” Ik loop naar de receptie. “Ik ben de Duty Manager,” zegt het meisje zelfbewust. “Zullen we eerst even naar het wellness-centre?” We lopen naar een uithoek van het hotel. “Hier zijn squashbanen, fitnessapparaten, een zwembad en een tennisbaan.”
“Wat jammer dat ik niet sportief ben en dat ik mijn zwembroek in het Amrâth Hotel heb laten hangen.”
“Er is hier een shop waar je onder meer zwembroeken kunt kopen. Laten we even naar boven gaan.” We lopen door de lange gangen van het hotel.

“Hier gebeurt altijd wat. Hier komen met name zakelijke gasten, want we hebben veel contracten met bedrijven. Ook komen er crews en strandeds.” Ze loopt naar boven en opent de deur van een zaal vol ontbijttafels. “En veel groepen. Hier ontbijten de groepsreizen. Als die bij het normale ontbijt zouden aanschuiven, dan zou het buffet in een mum van tijd leeg zijn. Het is een groot hotel. Als je ’s nachts de ontbijtkaarten van de deur moet halen, dan ben je zo een dikke twintig minuten bezig. Eigenlijk zouden we stepjes moeten hebben om snel door de gangen te kunnen rijden.” Voor het eerst verschijnt er een lach op haar serieuze gezicht.
“Aan die kant van het hotel logeert de crew van Air France. Sinds er een keer een vliegtuig op een hotel is gestort, en ze een deel van de crew zijn kwijtgeraakt, willen ze altijd kamers bij elkaar hebben.”

In de shop koop ik een zwembroek die veel te groot is. Proper swimming suits only gebiedt het bordje bij het zwembad. Ik kijk naar mezelf in de spiegel en zie de ouderwetse zwembroek. Zou deze wel mogen? In de sauna kom ik echt tot rust.

In het restaurant staan de ontbijtborden al klaar en is het donker. In het minder stijlvolle bar-restaurant in de lobby wordt wel geserveerd. “Dat is die meneer,” fluistert een lange jongen tegen zijn collega, terwijl hij naar mij wijst. Even later zegt hij tegen een andere collega: “Je mag hem een cappuccino van het huis aanbieden.” Hij is buitenlandse gasten gewend die het niet verstaan als over hen wordt gesproken.

Als hij even later zelf vraagt wat ik wil drinken, dan zeg ik: “Een cappuccino van het huis graag.” Hij is even stil. “Ja, ik kreeg net door dat u dol bent op cappuccino.” Ik kies voor een glas rode wijn, mijn echte liefde.
Tegen een Duits echtpaar zegt hij: “Der Bar ist geöffnet until 12 o’clock”. Dit is een internationaal hotel.

Onverwacht sms’t een vriend die in de buurt woont. We drinken gin-tonics in de bar. Er klinkt leuke muziek. De jongen uit het restaurant staat hier achter de bar. “Ja, het is druk. Ik heb tussendoor ook een paar keer het busje naar Schiphol gereden en net ook nog even een aantal gasten ingecheckt. Het is druk. We hadden onverwacht een paar strandeds. “Die cappuccino die zit er niet meer in, want we hebben het koffieapparaat al schoongemaakt. Maar u krijgt nog een gin-tonic van ons.” Hij lacht hartelijk.

De vriend vertelt dat hij onlangs bijna werd aangereden door een spookrijder die een einde aan zijn leven wilde maken. “Net voordat hij mij zou raken, deed hij zijn koplampen uit, zodat hij niet zag wie hij aanreed. Net op tijd kon ik uitwijken. Nu probeer ik nog meer te genieten.” We proosten op het leven.

De volgende ochtend vraag ik om een late check-out. Op bed geniet ik van de fijne kamer en daarna neem ik uitgebreid een bubbelbad. Elke keer denk ik aan de auto die op me afkomt en op het laatste moment zijn licht uitdoet.

Vliegtuigmotoren. Het idee dat er nu een vliegtuig uit de lucht valt en alles over is. Ik snuif de geur van het bekende badschuim op en duik onder water.

Ontspannen zit ik in de shuttle naar Schiphol.

NH Schiphol Airport is een hotel vlakbij Schiphol. Er is een sportcentrum met zwembad, squash, fitness en tennisbaan, er zijn een restaurant en winkeltje. Het hotel is een echt businesshotel met 419 kamers , diverse meetingrooms en een crewlounge, maar heeft ook parkeer- & slaaparrangementen voor Schipholreizigers.

NH Schiphol Airport, Kruisweg 495
Vanaf 94 euro (standaardkamer)

In een topsuite

Dag 104. Sheraton Amsterdam Airport

Vanaf Schiphol WTC ben ik in enkele passen bij het Sheraton. Bij de receptie staat een crew van Emirates Airlines. “Goedenmiddag meneer Van Dijk. Zou u dit willen ondertekenen?” De receptioniste lacht vriendelijk. “Zullen we even meelopen naar de kamer?” zegt de Duty Manager

In een glazen lift schieten we door het lichte atrium met cascadewand naar de achtste verdieping. Ik ben James Bond met twee in mantelpak geklede dames aan mijn zijde. “De ramen die u hier ziet mogen alleen door erkende bergbeklimmers worden gewassen. U slaapt in de Tower Suite. Vanaf hier heeft u een fantastisch uitzicht op heel Schiphol.” Door een massieve deur. “We leiden u even rond. Hier is de badkamer. Als u doorloopt, dan komt u via het toilet bij de massagedouche. Hier zit een walk-in closet. Hier de zitkamer met een bureau en hier natuurlijk het slaapgedeelte. Het glas van deze ramen is wel een decimeter dik en houdt al het omgevingsgeluid tegen. Ze kosten een vermogen. Bij de suite hoort ook nog een tweede deel voor bijvoorbeeld een businessmeeting, maar deze deur zit nu dicht. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd bellen.”

De enige vraag die in me opkomt is waarom er twee strijkplanken in de inloopkast staan. “Stel voor dat u met z’n tweeën bent en allebei nog iets moet strijken voor het uitgaan.” Ik probeer me voor te stellen hoe ik samen met iemand sta te strijken.

Op de sidetable in de hal staan fruit, wijn en een welkomstkaartje. Aan het bureau bij het raam ga ik werken. Buiten komen en gaan vliegtuigen. De telefoon. Het is de hotelmanager. “Zit je te werken? Heb je dan ook het businessgedeelte van de suite? Is het niet een eenzaam bestaan, het hotelleven dat je leidt? Morgenochtend na je ontbijt vind ik het leuk om even koffie met je te drinken. We hebben een tafel voor je gereserveerd in het Voyager-restaurant.”

Liggen op de bank. Mijn rug voelt aan alsof er een kudde waterbuffels overheen is gegaloppeerd. Waarschijnlijk van alle verschillende matrassen en kussens in de tientallen hotels. Elke nacht een ander bed. Van boxspring tot martelbank. En natuurlijk het dagelijks dragen van de levenskoffer op al die veel te steile Amsterdamse trappen. Is dit wel vol te houden? Bestaat er wegwerpkleding?

De massagedouche verlicht de pijn. Een enorme handdoek. Als ik weer rechtop kan staan, loop ik naar de andere kant van de gang: de Executive Lounge. De host vraagt mijn kamernummer en ik antwoord dat ik geen nummer heb. “Sorry, maar deze lounge is voor mensen met een kamer op de zevende of achtste verdieping.” “Heeft de Tower Suite een nummer?” vraag ik lachend. “Komt u binnen. Wilt u wat drinken?” Ook de wijn verzacht de pijn.

De telefoon gaat. Een vriend komt op bezoek. “Wat is je kamernummer?” sms’t hij. We gaan eten in het restaurant. Onder de blauwe sterrenhemel. Nog een glas wijn. “Volgens mij is dat de Poolster. Of die daar.” Het is even stil.  ”Misschien moet je een paar dagen niet drinken, dan geniet je daarna veel meer van de alcohol,” bemoedert hij vaderlijk.

Het bed ligt lekker. Op het grote televisiescherm zijn de rimpels en pukkels van de talkshowgasten duidelijk te zien. De visagie is duidelijk nog niet HD-ready. De hele nacht lig ik op alle mogelijke manieren.

De volgende ochtend sms ik de hotelmanager. “Koffie?”. Hij komt bij me zitten in de bar. “Een hotel op Schiphol zelf is natuurlijk erg bijzonder. Er kan van alles gebeuren. Gisteren hadden we een stranded en dan zit je hotel opeens vol. En we zijn natuurlijk een crew-hotel. Maar veel airlines mogen niet op de luchthaven zelf zitten, van de unions. Ze moeten even de stad in kunnen gaan. Maar de meeste gasten hier zijn business. We hebben dertig meetingzalen.

We zijn nu alle matrassen aan het vervangen. Dat doen we een keer in de vijf jaar. Sommige hotels doen dat eens in de tien jaar. Het hangt er sterk vanaf hoe het wordt gebruikt. Met of zonder molton, wat voor beddengoed. In sommige hotels hebben de matrassen echt te lijden. Zoals die andere airport-hotels waar een paar keer per dag mensen een paar uurtjes komen slapen, met bezwete lichamen, haha. Er zijn ook hotels die chemische sprays gebruiken om beestjes en zo tegen te gaan, maar dat is ook niet echt gezond.”

De gastvrouw van de Executive Lounge vraagt wat mijn kamernummer is. “Ik heb geen kamernummer.” “Oh, u heeft de prachtige Royal Suite. Ohnee, die heet sinds kort de Tower Suite. Hij is mooi, hè? Net gerenoveerd.” Ze noteert mijn bezoek op het overzicht. “Kijk, het was druk, vanmorgen.  Meneer Van Dijk. Ik dacht eerst dat u de DJ was. Die slaapt ook vaak in deze suite. Wilt u nog ontbijten? Hier staat een business-ontbijt. Of u kunt beneden gezellig ontbijten.”

De rugpijn neemt toe, dus ik ga naar de spa. Een blauw mozaïekparadijs. Weer een massagedouche en dan via de Finse sauna naar de stoomsauna. Ik vraag aan een bezoeker of er ook een masseur is. “You have to make an appointment. You need a massage?” Hij pakt mijn schouders en mijn rug en voelt meteen waar het vast zit. “You have a severe problem.”

Bij het uitchecken wordt de receptie gebeld vanuit een kamer. Een man die klaagt dat zijn matras verkeerd om ligt. De onderkant is zacht en de bovenkant is hard. “Geef hem maar een upgrade naar de achtste verdieping. Daar liggen nog de oude matrassen,” zegt de Duty Manager.

Het Sheraton Schiphol is een modern en luxe airporthotel dat naast de aankomst- en vertrekhal ligt. Naast een voortreffelijk restaurant is er een bar, een ruim wellness- en fitnessgedeelte, een Executive Lounge en een dynamisch café. In het hotel komen ook veel zakenmannen uit de omgelegen kantoren borrelen.

Sheraton Amsterdam Airport Hotel, Schiphol Boulevard 101
Tower Suite, vanaf 995 euro

Achter de douane

Dag 88. Hotel Mercure Schiphol Terminal

Na dagen vastgezeten te hebben in Milaan, kom ik terug op Schiphol. Naar de bagageband. Boven de glazen sluis staat dat ik niet meer terug kan. Met mijn koffer in de hand vraag ik aan de douanebeambte hoe ik naar Lounge 3 kan komen. “Dat kan niet meer. Als je hier bent, kom je niet meer terug en moet je de douane door.” Ik vertel dat ik een reservering heb bij hotel Mercure. “Maak je koffer maar even open.” Zorgvuldig bekijkt hij de inhoud. Alle flacons met doucheschuim van verschillende hotels, de inhoud van mijn toilettas. Alles wordt onderzocht alsof het gebruiksartikelen zijn van een buitenaards wezen. Hij kijkt me vragend aan.

Het voelt alsof er een inbreker in mijn huis is geweest. Vreemde handen door mijn spullen. Als hij aan een collega vraagt of ik door mag lopen, is het antwoord nee. Ik moet door de douane. Naar Nederland.

Ik bel het hotel. “Je had aan deze kant van de douane moeten blijven. Zonder geldige ticket kom je niet in dit transitgebied. Dacht dat je alleen handbagage zou hebben, zoals de meeste mensen tegenwoordig, en dat je niet naar de bagage claim hoefde te gaan.” Ik vertel dat mijn hele levensbezit niet in een stuk handbagage past. “Wacht even, ik bel een collega.” Iets later hoor ik een omroepbericht door de incheckhal schallen. “Vincent van Dijk kan zich melden bij de Marechaussee naast incheckbalies 22 en 23.” Is dit een droom?

Bij de immigratiedienst ligt een brief klaar met de reservering van het hotel. “Mijnheer Van Dijk? U mag meelopen.” Onder begeleiding van een uniform ga ik door de douane. In Niemandsland word ik opgevangen door een meisje in mantelpak. “Mijnheer Van Dijk? Loop maar mee.” We gaan de roltrap op en mijn koffer en tas vallen van vermoeidheid naar beneden. “Welkom in het Mercure. Veel mensen weten niet dat hier een hotel zit. Je kunt hier slapen tussen twee vluchten door. ’s Nachts, maar ook overdag. Sommige mensen klagen dat ze in een normaal hotel tot 12 uur kunnen slapen. Hier check je om 9 uur uit. Als je je alleen maar wilt opfrissen, dan kan dat ook. We hebben 21 badkamers die je kunt gebruiken.”

De vrouw achter de receptie geeft me een sleutel met daaraan een label met Hongkong. “Gossie. Wat een gedoe met de douane. Gossie, toch. Hier is een voucher voor het ontbijt morgenochtend. U kunt kiezen uit drie restaurants. Als u nu iets wilt eten of drinken, dan horen we het wel. Hongkong is hier om de hoek.” In een van de kamers hoor ik een kamermeisje diep zuchten. Misschien omdat ze in dit hotel dag en nacht moet werken.

De kamer is keurig en groter dan ik had verwacht. Op de plattegrond zie ik dat bijna alle kamers zo groot zijn. In plaats van een raam een wand vol tulpen met een televisiescherm.  Hier kun je slapen zonder dat je door hebt over het dag of nacht is. Uit het plafond komt zuurstof. De badkamer heeft een enorme regendouche. Het water spuit me wakker.

Een tour door het hotel. De gang achter de kamers heeft uitzicht op de hal met incheckbalies. Als ik het hotel uitloop, zie ik wachtende mensen en reizigers die net aankomen. Een vermoeide man klampt me aan. “I need to sleep. Is there a hotel?”

Tussen de banken en ligstoelen staan veldbedden met slapende mensen die nog niet naar huis kunnen na de vulkaanuitbarsting. Onder een dun dekentje. Kinderen liggen tegen elkaar aan. Een vrouw ligt rond een armleuning gekruld. Een luchthavenmedewerker zegt tegen een collega: “Wij hebben ook echt alles meegemaakt. 9/11, SARS, gels & liquids en nu dit weer.” Iemand anders zegt: “Breng jij deze rolstoel naar Schengen? Wij hebben hier echt teveel rolstoelen. Dit is een andere wereld.  Terug naar mijn hotel. Binnen heerst rust.

De volgende ochtend ontbijt ik tussen mensen die bier drinken, hamburgers en pasta eten. Aan deze kant van de douane lopen de tijden door elkaar heen. Tijd om naar Amsterdam te gaan. Ik meld me bij de Marechaussee en ze brengen me door de paspoortcontrole. Via de stomerij, loop ik naar mijn kantoor. “Welkom terug in Nederland.

Hotel Mercure Schiphol Terminal ligt achter de douane,  en wordt uitgevoerd door HMS Host die veel van de catering op Schiphol verzorgt. Het is een transithotel waar je overdag een kamer kunt huren, of ’s nachts. Paspoort en vliegticket zijn nodig om hier te kunnen overnachten. Het hotel heeft 33 kamers en 21 badkamers waar je voor 15 euro kunt douchen. Er is roomservice voor dranken en kleine snacks. Ontbijten kan met een kortingsvoucher bij drie horeca-outlets.

Hotel Mercure Schiphol Terminal, Schiphol Airport – Lounge 3
Vanaf 85 euro per kamer

Tussen de vliegtuigen

Dag 20. citizenM Schiphol Airport

In de lege gangen van Schiphol klinkt steeds een overbodig ‘mind your step’. Op mijn kantoor staat de koffer geparkeerd. Als een ongelukkig kind dat te laat van school wordt gehaald. Het schrapende geluid van de wieltjes over de rolbanden schreeuwt door de ruimte. Beneden, op Schiphol Plaza is het wel levendig. Een toerist komt naar me toe en vraagt of dit Amsterdam is. Is dit Amsterdam? Is dit Nederland? Ik ga naar buiten en loop langs de busbaan naar het hotel. Mijn eerste nacht op Schiphol.

YESTERDAY, staat als incheckdatum op het computerscherm. Het is laat. Mijn kamernummer rolt uit de printer. “The bar is open 24/7.” Ik neem een glas wijn uit een moderne fles en ga in de lounge zitten. Het is al laat, maar de bar zit nog vol. Groepen buitenlanders praten in elkaars taal. Er wordt gegeten, gedronken en druk gepraat. Op mijn toetsenbord veranderen de letters langzaam in cijfers. Het is bedtijd.

De kamer is identiek aan die van het zusje bij WTC. Niet zoeken naar de lichtknopjes, de verwarming of televisiekanalen. Dezelfde knuffel staart me aan. Op een vreemde wijze voel ik me meteen thuis.

Na een korte nacht zet de wekker automatisch de lampen en televisie aan. Als ik met de afstandsbediening de gordijnen open, zie ik een paar grote vliegtuigen staan. Slapende vogels in de mist. Bewegingloos. In de verte stijgt eentje op. Door het sluiten van de deuren begint de regendouche te stromen. Daarna snel naar beneden om uit te checken. Geen tijd voor ontbijt. Volgens de borden is het al tijd om aan boord te gaan, maar ik moet mijn was nog halen bij de stomerij, naar het postkantoor en een drogist. De moderne airport verandert opeens in een klein dorpje en ik verander in een drukke huisvrouw.

Het is een vreemd idee om naar het buitenland te gaan en geen koffer te hoeven pakken. Mijn hele leven gaat mee het vliegtuig in. Er is niets dat ik kan vergeten. Zelfs mijn paspoort zit tegenwoordig standaard in mijn tas. Plotseling realiseer ik me dat het zomer is in Zuid-Afrika en dat ik alleen winterkleding bij me heb. Zelfs geen zwembroek, want deze is achtergebleven in een hotel. Kon ik maar in Nederland blijven en vast inchecken bij het volgende Amsterdamse hotel. Mijn vaste ritme wordt doorbroken. Mijn vaste hartslag.

Als het vliegtuig opstijgt, zie ik Amsterdam langzaam kleiner worden. Mijn Amsterdam.

citizenM Schiphol Airport is een van de weinige hotels die ook echt OP de luchthaven liggen. Een goede plek om te slapen voor een vroege vlucht of na een late landing en een goede plek om af te spreken voor een snelle meeting. citizenM is door TripAdvisor uitgeroepen tot het meest trendy hotel van 2010.

citizenM, Jan Plezierweg 2, Schiphol Airport
Vanaf 89 euro