Ooit zat hier Rainbow Palace, uitkijkend op het homomonument van Amsterdam.
Populairste homohotel van Amsterdam wordt Moslimhotel, kopten verschillende websites.
Een lange trap naar boven. GEEN BEZOEKERS, staat er in vier talen. Ben ik een bezoeker? Nee, ik woon hier, vanavond. Een Egyptische receptionist kijkt me vriendelijk aan. In het schimmig verlichte hok achter de receptie staan dozen met toiletrollen, liggen stapels handdoeken en archiefmappen.
“Nee hoor, dit is niet een hotel speciaal voor Moslims,” zegt de Egyptische receptionist fel. “Ik heb de verhalen ook gelezen op het internet, maar dat is grote onzin. Je hebt toch ook geen hotels speciaal voor Christenen of Joden? Nee, onze deur staat open voor iedereen die naar Amsterdam komt. Hier is de sleutel van uw kamer, nog een verdieping hoger. De douche en het toilet zijn op de gang.”
Tegen de muur staat een smal eenpersoonsbed. Er hangen verschoten fluwelen gordijnen die maskeren dat een deel van de muur is weggebroken. Op een ouderwets kluisje hangt een handgeschreven briefje Rent a safebox!! 2 Euro a day!! Is dit een aanbod of een aanbeveling? Op het kluisje staat een schilderij van een huilende zigeunerjongen dat een muur met een grote hoeveelheid boorgaten bedekt. Het in groentinten geborduurde jachttafereel is tevens een kapstok met een verzameling van verschillende hangertjes. Functionele kunst. Op een laag bedkastje staan een asbak en een schemerlamp zonder kap. Het peertje is voldoende sterk om de hele ruimte van licht te voorzien. De geurkerstboom aan de wasbak kan de sigarettenrook niet maskeren.
Er wordt geklopt. De Egyptische receptionist staat voor de deur. Hij kijkt schuldig. Wat is er? Ben ik misschien toch niet welkom?
“Ik geef je een grotere kamer. Dat is beter.”
“Nee, hoor, dat is niet nodig,” antwoord ik. Mijn koffer staat al ingeklemd tussen het bed en de muur en de laptop en telefoon zitten al in de gammele verdubbelaar die sterk twijfelt of hij in het stopcontact wil blijven.“Ik voel me al thuis.” De man kijkt me ongelovig aan.
“Echt niet?”
“Echt niet.” Ik wil maar een ding: liggen op het dunne bed met ouderwetse deken. Een uur later word ik wakker. De vrieskou brandt door het open raam. Mijn rug is verstijfd en ik verlaat de kamer.
Er klinkt Arabische muziek uit de receptie. De ruimte achter de desk is nog donkerder. Opeens zie ik beweging. Er komt een andere jongen naar me toe. “Het wordt koud, vannacht. Ik leg straks een tweede deken op uw kamer, voor als u terugkomt. Dat is beter.”
Als ik terugkom ligt er een roze deken, opgevouwen op het voeteneinde van het bed. De verwarming is aangezet. De rugpijn wordt minder als ik op het oude matras ga liggen.
Op mijn Dell bekijk ik een film over een man die zijn spullen heeft weggegooid, voortdurend reist van luchthaven naar hotel, leeft uit een kleine koffer en geniet van service. Van zijn cocktail in een interntionale hotelbar, van de vrouw die hem persoonlijk welkom heet als hij zijn kaart door een apparaat haalt. Dit is zijn leven. Dit is waar hij van geniet. Als hij even in de verleiding komt om dit leven op te geven voor de liefde, wordt hij gekwetst.
Automatisch sta ik op voor het ontbijt. Voor de deur van de douche ligt een stapeltje Perzische tapijtjes. Bidkleedjes. Ik geniet van de warme douchestralen en de kwaliteitszeep uit een eerder hotel. Dan realiseer ik me dat dit hotel geen ontbijt serveert. Nooit zal ik weten wie de andere gasten waren in dit hotel.
Er wordt weer geklopt. Had ik al uit moeten checken?
De Egyptische receptionist staat voor de deur met een dienblad.
“Ik dacht: misschien heb je wel zin in een kopje koffie.”
“Dat is beter,” antwoord ik.
Trailer Up in the Air
Trailer Amsterdam Sleeps – The Movie
Sharm Hotel is een budgethotel met tien kamers, vlakbij de Dam tussen alle andere budgethotels die in de bocht van de Raadhuisstraat liggen. De kamers zijn zeer ouderwets, wat vervallen, maar redelijk schoon. Er wordt geen ontbijt geserveerd.
Sharm Hotel, Raadhuisstraat 33B
Vanaf 55 euro



