Krulletters op de gevel van het statige grachtenpand. De bovenkant van de voordeur gaat open.
“Vincent van Dijk? Kom binnen. Ja, het is nog vroeg, maar je kamer is al gereed, hoor. Hij is niet gebruikt, vannacht.”
Ook de onderkant gaat open. Bovenaan de trap staat een lachende vrouw. De hal ruikt naar sigarettenrook. Op het bureau in de receptie staat een volle asbak.
Ik vraag verbaasd of het bord op de gevel klopt en het hotel maar 1 ster heeft.
“Ja, we hebben maar 1 ster. Er is geen lift in dit oude pand en de kamers zijn vrij klein. Maar jij hebt geluk. We hebben veel annuleringen door het barre winterweer, dus je krijgt de mooiste kamer. Eentje met douche en toilet in de kamer! Hij is helemaal boven in het hotel, maar ik kan je bagage even naar boven takelen met de haak. Dat is echt een fenomeen. Heel veel gasten maken er een foto van. The Hook.”
Ze drukt op een knop aan de muur met de tekst This is not a doorbell eronder en vanaf het plafond daalt een haak neer. Ze hangt de koffer eraan en hijst hem door het trapgat naar de bovenste verdieping. Suïcidaal bungelt mijn hele bezit aan de haak. “Nee, The Hook is niet voor mensen, jij zult toch moeten lopen,” lacht ze.
De kamer is inderdaad groot en gezellig ingericht. Repeterende balken tegen het witte zolderdak. Ondanks de hoogte is het behaaglijk warm. Heeft dit hotel echt maar 1 ster? Een trapje leidt naar het hooggelegen raam met uitzicht op de hijsbalk van het pand wat ooit een pakhuis was. Ook de kamer ruikt naar sigarettenrook, maar het is buiten te koud om het raam ver te openen. Op de tafel staat een asbak. De lucht laat me niesen, maar gelukkig staat er een doos met tissues naast de asbak. Alsof het hotel wist dat ik allergisch ben voor sigaretten.
Midden in de kamer blijf ik staan. Er ontbreekt iets in de kamer, maar ik zie niet direct wat. Er is geen TV. En dat terwijl ik net zin had om lekker uit te rusten voor de televisie, dus ik verlaat het hotel om naar een bioscoop te gaan. In de hal kom ik de overbuurman tegen die me paniekerig aanklampt.
“Where’s the toilet?” vraagt hij, alsof het bijna te laat is.
“Downstairs?”gok ik. Of moet ik hem aanbieden om mijn toilet te gebruiken?
Door een sterke hoestbui word ik wakker, spring meteen onder de douche en neem de trappen naar beneden. Aan de wand van de ontbijtzaal hangt een grote replica van Rembrandts Nachtwacht. Het goud kleurt mooi bij de gele papierplacements op de gedekte tafels.
“Vincent van Dijk? Aangenaam. Leuk dat je hier bent. Wil je koffie?” De hotelmanager geeft me een hand. Hij draagt een comfortabele pullover. Een dikke kat met een halve staart schrijdt de ruimte binnen en schurkt spinnend tegen mijn been. Alsof hij aanvoelt wat ik mis.
Please Note: Feeding the cat will result in doubling your bill. waarschuwt het bordje boven het buffet.
“Toen ik je laatst belde, stond je te kijken bij die brand achter Hotel 717. Dat was best heftig, hè?” Hij zet een kannetje koffie op tafel.
“Ik doe dit alweer 15 jaar. De eerste 5 jaar woonde ik in het hotel maar nu gelukkig niet meer. Dan ben je altijd aan het werk. Dat is zo fijn van zo’n klein hotel. Hier kan ik gewoon rondlopen in mijn trui en heb ik de tijd om leuk praatje met de gasten te maken. Dat bepaalt de sfeer hier.”
“We hebben bewust maar 1 ster. Dan hebben mensen helemaal geen verwachtingen als ze hier komen. Kan het alleen maar meevallen. En als mensen dan klachten hebben over iets, dan kunnen we altijd zeggen: we hebben ook maar 1 ster. Maar onze kamers zijn ook te klein voor meer sterren. En we hebben bijvoorbeeld geen nachtwacht. We hebben wel een brandwacht, iemand die hier de nacht doorbrengt en in actie kan komen als er brand uitbreekt.”
“Was je niet verbaasd dat we geen televisie op de kamers hebben? Volgens mij zijn wij het enige hotel in Amsterdam zonder televisies. Geen TV, dat scheelt echt enorm in de brandveiligheid. Zeker met die oude televisies is er toch wel veel brandgevaar in een hotel.”
“Geen televisie, maar er mag hier wel gerookt worden?” lach ik.
“Ja, daarom hebben we ook asbakken op de kamer. Volgens de wetgeving mag er in hotels gewoon gerookt worden. Een hotelkamer is namelijk privégebied.”
De deur naar de frisse winterlucht klapt in twee delen open.
Hotel Prinsenhof is een gemoedelijk budgethotel op de Prinsengracht ten hoogte van de Utrechtsestraat. Het hotel met slechts 1 ster is rokersvriendelijk, netjes en schoon en wordt gerund door sympathieke mensen. Niet alle tien kamers hebben een toilet en douche op de kamer en er zijn geen televisies, maar het ontbijt is inbegrepen.
Hotel Prinsenhof, Prinsengracht 815
Vanaf 49 euro, vanaf 89 euro met eigen badkamer








