Dag 25. Hotel Marnix/De Lantaerne
Chaos op de Marnixstraat. Het kost moeite om de vrachtwagens te omzeilen. Ik voel me ziek en verlang naar een ding: televisie kijken in een warm bed.
De entree van Hotel Marnix is een verlicht hok met receptie en beneden enkele tafeltjes. Een internetshop zonder computers. In Chinees-Engels zegt de receptionist dat hij een betere kamer voor me heeft dan was geboekt. De kamer in Hotel Marnix wordt gerenoveerd en de kamers in het hotel aan de overkant, De Lantaerne, zijn luxer. Die hebben namelijk een TV. God bestaat dus toch, denk ik. De receptionist legt een briefje neer. “De kamer is al betaald, u hoeft alleen te tekenen.” Hij bekijkt mijn paspoort niet. Ik zet mijn handtekening.
Met de sleutelkaart loop ik naar het hotel aan de Leidsegracht. De kaart werkt niet, maar een jong stel laat me binnen. Ze helpen me vrolijk met het zoeken naar mijn kamer, maar zonder resultaat. Ik struikel twee keer over mijn koffer en wil naar bed. Een golf van misselijkheid. Op een klein bordje in de hal zie ik dat er nog een dependance is. Opnieuw naar buiten. Zoekend door de straat. Een van de woonhuizen naast het hotel heeft een hotelslot. Groen licht, de sleutel werkt. Mijn kamer is in de kelder. Schroeigaten in de vloerbedekking. Op het bordje met vluchtroutes staat dat ik de receptie moet bellen, als er brand is. Er staat geen telefoon in de kamer.
Een piepklein raam geeft zuurstof in de geparfumeerde kelderkamer. Het licht van de badkamer knippert als een stroboscoop. Mijn hoofdpijn neemt toe. Ik kleed me uit ga liggen onder de smoezelige deken, beschermd door witte lakens. Het bed piept. De afstandsbediening werkt niet. Ik sta op en kies een zender. Het is koud. Rillen van de koorts. Ik val direct in slaap en schrik twee keer wakker van een krijsend kamermeisje dat binnenvalt. Het blijkt het geluid van de televisie. Ik heb dorst, trek iets aan en ga naar boven. De drankautomaat blijkt niet aan te staan. Een droge mond.
Als ik weer in mijn bed lig, bedenk ik me hoe fijn het is dat ik vanavond niets hoef. Geen rondleiding door het hotel. Niet op onderzoek. Ik kan en hoef niets. Slapen. Rust.
Dan wordt er hard op mijn deur geklopt. “Show me your passport,” klinkt aan de andere kant. Het is half 12. Droom ik, of zit ik in een Chinese maffiafilm? Mijn hart slaat over. “Reception.” Mijn ontvoering in Istanboel komt weer naar boven en pas na aandringen open ik de deur. Zwetend. Na een inspectie van mijn paspoort zegt hij opgewonden dat ik mee moet komen naar de receptie. Er is sprake van een persoonsverwisseling. Dit was de kamer van een andere Nederlander met een voor hem gelijk klinkende naam. Verwijten. Ik heb niet betaald en me uitgegeven voor iemand anders. Waarom had ik tegen hem gelogen? Waarom had ik mijn paspoort niet laten zien?
“Ogenblikkelijk naar de receptie komen,” beveelt hij. Er is sprake van een misverstand. Ik vertel dat ik ziek ben en vraag of we dit morgenochtend in alle rust kunnen bekijken. Dat ik niet heb gelogen, en had gemaild over het doel van mijn bezoek en wie ik ben. Hij wordt giftig en zegt dat als ik wil uitchecken, ik ook naar de receptie moet komen. Hij loopt weg. De deur slaat dicht.
Ik kleed me aan, gooi alles in mijn koffer en sleep me naar het andere hotel. Ik voel dat ik moet overgeven. Naast de Chinese jongen zit een ander buitenlands meisje dat hetzelfde verhaal schreeuwt. Door haar montuur priemen woedende ogen. Ze horen me niet. Ik vraag de receptionist om mijn bericht nog eens te lezen. Minutenlang staart hij naar het beeldscherm. Woord voor woord ontcijfert hij de taal. Dan begint hij beschaamd te lachen. Hij lijkt te begrijpen wat er aan de hand is, maar zegt niets. Als het meisje blijft razen, geef ik de sleutelkaart terug en loop ik opnieuw de kou in. Op zoek naar een ander hotel.
Marnix Hotel/Hotel de Lantaerne
Vanaf 45 euro