Met hemels eten

Amsterdam Marriott Hotel

Het meisje achter de receptie pakt het mapje met daarin voorgeprogrammeerde sleutelkaarten. Het is duidelijk: in dit hotel wordt niets aan het toeval overgelaten.
“Mr. Van Dijk.” Een vrolijk mannetje stapt op me af. “Shall I bring you to your suite?” Hij activeert de lift met mijn sleutel. Achter ons aan rolt een uniform de reusachtige gouden kooi met de kleine rolkoffer over de Amerikaanse vloerbedekking van de gangen.

Het is een klassiek ingerichte huiskamer met een rode zithoek en een door twee roededeuren afgesloten slaapgedeelte.
Op de houten eetkamertafel staan in chocoladesmoking gestoken aardbeien, een schaal truffels en een schaal fruit. De man geeft me een rondleiding door de suite.
“The General Manager is busy with guests at the moment, but he left a welcome note on the table.”
“I thought you were the General Manager,” zeg ik en de man moet lachen.

Het is verleidelijk om de schaal truffels leeg te eten, maar ik ruik aan een aardbei en ga naar beneden, naar de Executive Lounge om daar te schrijven.
“Wilt u een glaasje wijn?” zegt de gastheer. “En we hebben net heerlijke lamskebab gemaakt, die moet u zeker even proeven. Op het buffet staan nog meer lekkere hapjes.”

Rechts een deur naar de Health Club, links een deur naar het restaurant. De linkerpoort is de Hemel en de rechterpoort de Hel, al denken de zwetende lijven in de kleine sportclub hier duidelijk anders over.
“Gaat u zitten. Wilt u een glas wijn? Zal ik de vleestrolley er even bij pakken? Dan leg ik uit wat voor soorten vlees we hier hebben. Onze specialiteit. We zijn een steakhouse met het beste vlees uit Amerika. De gastvrouw rolt de met glazen kap beschermde wagen met trillende stukken roze rund naast de tafel. “T-bone, New York strip steak, rib-eye… Dit enorme stuk is bedoeld voor twee personen, maar er zijn mensen die het in hun eentje opeten.”
Ik wijs het allerkleinste stukje aan dat even later dichtgeschroeid op het bord ligt met een romige bearnaisesaus.

“Nog een dessert? Er is een healthclub, hoor. U kunt morgen alles weer eraf sporten,” zegt ze lachend.
“In de koffer was helaas geen ruimte meer voor een sporttenue,” verdedig ik me.
“Komt u zo nog een glas wijn drinken in de bar? Dan laat ik u onze sigaarlounge zien,” zegt de restaurantmanager vriendelijk.

Ik wil niet naar de bar, maar lekker op de bank televisie kijken. Geen mensen om me heen. Nooit meer eten en drinken. Terug naar de veilige suite. Het is donker en koel in de kamer. Turndown-service. De gordijnen zijn gesloten en er brandt alleen een lampje in het slaapgedeelte waarvan de toegangsdeuren op een kier staan. Alle aandacht is gevestigd op het zachte kingsize-bed. Het bedlampje beschijnt mijn roze lichaam. Het lillende resultaat van een jaar lang leven in hotels. Op het nachtkastje staat een mandje met chocolaatjes en koekjes.

De Hemel is nu ingericht als ontbijtzaal met een groot buffet. De restaurantmanager staat klaar om me naar het enige vrije tafeltje te brengen.
“Ja, heerlijk, hè? Dat bed. Ik heb het zelf thuis ook. Je kunt onze bedden namelijk kopen. Ga lekker ontbijten.”
“Wat voor ontbijt wilt u?” vraagt een Chinese jongen in perfect Engels, die de zorg overneemt.

Hij legt een aankruisformulier voor me neer.
“Traditional, Good Start, Continental? Als u alleen brood en kaas wilt, dan betaalt u een ander bedrag dan wanneer u ook warme dingen wilt eten.” Hij licht kort toe wat ik bij de verschillende opties mag nemen, maar het is te vroeg om het te onthouden.
“Ik wil eigenlijk alleen wat fruit,” zeg ik bedeesd. Mijn pen twijfelt tussen twee aankruisvakjes.
“Oh, maar dan kun je beter even naar het à la carte-menu kijken.” Hij pakt een uitgebreid menu vol ontbijtgerechten. Tussen de pannenkoeken en eiergerechten zie ik niet meteen het fruit staan.
“Mag ik anders even bij het buffet kijken? Dan kruis ik straks het straks aan,” zeg ik onzeker als een scholier die zijn huiswerk niet heeft gemaakt.

De Marketingvrouw komt de Executive Lounge binnen. “Lekker gegeten, gister?” Ze lacht. “Had naar je kamer gebeld, maar je zat hier.
Bij Marriott vinden we niet alleen dat de gasten tevreden moeten zijn, maar ook de medewerkers. Hun tevredenheid wordt ook vaak gemeten, net als die van de gasten. Want hoe kun je aardig zijn voor een gast als je zelf niet tevreden bent? Oh, daar loopt de General Manager. Hij is even bezig met gasten.”

Als ik al met de koffer in de lift sta, ren ik snel terug naar de tafel en stop twee verklede aardbeien in mijn mond. Ik wil niet ondankbaar overkomen.

Amsterdam Marriott Hotel is een groot luxe vijfsterrenhotel bij het Leidseplein met 392 klassiek ingerichte kamers, waaronder 5 suites en 12 vergaderzalen. Er zijn twee restaurants: het malse-steakhouse Midtown Grill en de loungebar Sorel’s en er is een Executive Lounge. Het is een comfortabel hotel volgens de internationale standaard met opvallend veel vriendelijke medewerkers. Er is ook een healthclub in het hotel.

Amsterdam Marriott Hotel, Stadhouderskade 12
Vanaf 149 euro

De hele dag

NH Amsterdam Centre

“Buona sera. Ja, wij hebben vanavond een tafel voor u. Wat is uw naam?” Een onvervalst Italiaans accent klinkt door de telefoon.
“Van Dijk. Vincent van Dijk.”
“Perdone?”
“Signor Della Diga.”
“Ah, signor Della Diga!”

Een groepsleider is aan het inventariseren welke gasten bij zijn kudde horen. Op de rode sofa ligt een jong stel onderuitgezakt op een taxi te wachten. Een middelbare vrouw is boos op haar laptop. De hectiek van een internationale hotellobby.

Ooit, toen ik studeerde, heb ik een nacht in dit hotel doorgebracht bij een Spaanse vriend. Ik genoot van de luxe van het bad, de witte handdoeken, het zachte dekbed, de frisse inrichting van het hotel. Het was een van de gelukkigste momenten in mijn leven. Liggend in de badkuip besloot om mijn studentenkamer in te richten als een hotel. Toen ik terug ging naar huis, bleef een eenzame pijn over.

“Heb niet gereserveerd, maar ik zag dat jullie nog kamers hadden. Toch?” vraag ik smekend. Ik schuif de blauwe loyalty-card over de lange receptiebalie, als een volleerd hotelreiziger.
“Geen probleem, hoor. We hebben nog een kamer over,” zegt het meisje hartelijk. Geen ingewikkelde invulformulieren, geen paspoort. Slechts een handtekening is voldoende om de gewilde sleutel te bemachtigen. De sleutel naar tijdelijk comfort en rust.

De koffer sleept gelaten door de gangen. De kamer is veel ruimer dan die van de vorige keer. Het grote tweepersoonsbed lijkt op te lichten  in de donkerhouten kamer. De koffer mag uitrusten op een van de twee appelgroene bankjes aan het voeteneinde. Ik ruik aan de bekende oranje en groene flesjes in de badkamer, het chemisch fruit, om het gelukzalige gevoel terug te halen.

De vrienden staan beneden in de bar te wachten. “We hebben een prosecco besteld, ook voor jou. Sympathiek, hè? Oh, we hebben hem maar even op je kamer gezet. Ik hoop dat je dat niet erg vindt. Even doordrinken, dan kunnen we aan tafel.” De regie over mijn leven is overgenomen.

“Ah, signor Della Diga,” lacht de restaurantmanager als we zijn domein betreden. De ruimte wordt gevuld door Italiaanse liefdesballades. De andere Italiaanse obers groeten vriendelijk. “Buona sera!”

“Gaat het wel goed met je?” vraagt een vriend. “Je ziet er zo rood uit.”
“Nee. Ik denk dat ik vannacht een hartaanval krijg. Ik heb rust nodig. Daarom wilde ik in dit hotel slapen. Hier hoef je op zondag pas om 5 uur uit te checken.”
“Mag ik je koffer hebben, als je dood bent?” vraagt de andere vriend ironisch.
“Nee, hierin word ik begraven.”

Na het diner ga ik naar boven. Eigenlijk zou elk restaurant verplicht hotelkamers moeten hebben. Er is niets lekkerder dan na een uitgebreide maaltijd direct in bed te gaan liggen.

Opeens staat er een blaadje met bonbons op de tafel met een standaardbrief van de Manager on Duty erbij. Een hotelkamer lijkt een privédomein, maar er komen altijd mensen binnen als je er niet bent. Daarom willen sommige mensen liever sterven in een hotel dan eenzaam thuis. Ze willen gevonden worden.

Het hart pompt zwaar om de alcohol en pasta te verwerken. Ruim op tijd voor het ontbijt word ik wakker. De blonde Duty Manager komt representatief lachend de ontbijtzaal in, alsof ze gefilmd wordt. Ik veer automatisch op en sta klaar om haar een hand te geven, maar ze loopt door naar een tafeltje naast me en vraagt aan de gasten hoe hun nacht is geweest. Schamend over mijn egocentrisme ga ik zitten en luister hoe ze als een koningin praat met de Britse toeristen.

Ik kijk in de bilspleet van een dikkige jongen aan de tafel voor me. Hij klaagt op een zeurderige toon tegen een ontbijtmedewerkster over de temperatuur van de koffie, duidelijk om aandacht te vragen.
“De temperatuur van het koffieapparaat is altijd gelijk,” verdedigt het meisje zich vriendelijk.
Zal ik naar hem toegaan en de koffie over hem heen gieten, zodat het koude vocht zijn harige bilnaad in druipt? Ziet hij niet hoe hard deze mensen werken? Ziet hij niet dat elke gast krijgt wat hij verdient?

Ik verlang terug naar het grote bed, maar het lampje van het slot kleur rood. Het is nog niet eens 12 uur! Wanhopig schuif ik de kaart in en uit de gleuf. Ik heb natuurlijk ook niet doorgegeven dat ik langer wilde blijven. Terug naar de receptie.
“De normale uitchecktijd is 12 uur, maar soms is hij wat eerder. Wil je langer blijven? Geen probleem. dan geef ik je even een nieuwe sleutel,” zegt het meisje hartelijk. “Je kunt tot 5 uur blijven.”

Eerst kijk ik even in de kelder bij het wellness-centre. Is dit een goede plek om te ontspannen? Voor de deur staat de dikkige jongen die klaagt dat de sauna niet aan staat. Snel naar boven.

Op bed luister ik naar mijn hartslag en zie hoe de uren verstrijken. Geen tijdsdruk, maar de eeuwige slaap. Even voelt het alsof ik weer in een huis woon.

Hotel NH Centre is een comfortabel viersterrenhotel, vlakbij het Leidseplein. Bij het hotel horen het tradiotioneel Italiaanse restaurant Sogno en Lounge ‘L met een eenvoudiger kaart. Het hotel is onderdeel van NH Hoteles. Op “Endless Sunday” is uitchecken tot 17 uur mogelijk.

Hotel NH Centre, Stadhouderskade 7
Vanaf 109 euro

Zonder een restaurant

Dikker & Thijs Fenice Hotel Amsterdam

“Zal ik even meelopen?” vraagt de Front Officemanager. “Vroeger zat hier op de eerste verdieping restaurant Dikker & Thijs, vernoemd naar de oprichters. Er hangt nog een schilderij van deze twee bijzondere mannen in de entree. Het was een bekend restaurant in Amsterdam.”
“Bekend? Zeer beroemd, het beste restaurant van heel Nederland. Een fenomeen!” corrigeert de man die ons passeert. Passie brandt in zijn ogen.
“Op de eerste verdieping zitten nu hotelkamers.” De front-officemanager loopt voor me uit, de wenteltrap op. “Je slaapt in het Penthouse. Dit is de mooiste kamer van het hotel. Hij wordt vaak geboekt voor een huwelijksnacht. Vanavond slaap jij hier. De manager vond het jammer dat hij je niet kon verwelkomen, maar heeft een brief neergelegd. Het hotel is een tijd van een keten geweest, maar sinds kort heet het hotel Dikker & Thijs Fenice Hotel. Want de nieuwe eigenaar heeft ook nog een hotel in Venetië. Een mini-keten, dus,” lacht ze. Boven het bed hangt een schilderij van de Italiaanse waterstad.
“Officieel is het ontbijt tot half 11, maar je mag tot 11 uur binnenlopen, hoor.”

Een moderne schuine glaswand geeft uitzicht over de stad. Een filmisch decor. De kamer is klassiek ingericht. Rode vloerbedekking met motief, beige-gouden gordijnen die het slaapgedeelte kunnen afsluiten van het lager gelegen woonvertrek. Een bureau met uitzicht over de stad. Op de tafel staat twee lege champagneglazen. Er ligt een uitgebreide brief van de Managing Director. Eindelijk ben je dan onze Gast, het Penthouse met fraai uitzicht over de binnenstad van Amsterdam is vannacht jouw huis, geniet er maar van.

De telefoon gaat. “Vindt u het leuk om even rondgeleid te worden door de eigenaar?”
Beneden staat hij te wachten. “Zal ik je het hotel even laten zien?” Hij loopt voor me uit naar buiten. “Hier zie je dat het hotel uit twee delen bestaat. Dit hoekpand, waar eerst het restaurant zat, en een pakhuis, met die rode luiken. Daar zaten oorspronkelijk zelfs geen ramen in. Dat pand ertussen, met die souvenirwinkel hoort er niet bij. Zoals het ingecapselde huisje in het Victoria Hotel. Het restaurant is begonnen vanuit de delicatessenzaak van de heer Dikker, op de hoek van de Prinsengracht en de Leidsestraat. In 1921 opende hij met zijn partner Henri Thijs hier een toprestaurant. Oesters, kreeft, kaviaar. Hier gebeurde het.  Het was een sterrenrestaurant, al had je toen nog geen sterren. Nu een eeuw later is het hotel weer een nieuw leven ingeblazen en heeft het de toevoeging “Fenice” gekregen, je weet wel die mythologische vogel die uit de as is herrezen.”

Hij loopt naar binnen en we gaan nu de tweede verdieping naar het pakhuis. “Af en toe is het  wel verwarrend, die kamernummering, bijvoorbeeld, maar dat is de charme van die Amsterdamse panden.”
Hij klopt en opent de deur van een kamer. “Housekeeping,” zegt hij tegen een niet-bestaande gast. “Dit is een monument, dus we mochten er niet teveel aan verbouwen. De balken in het plafond zijn origineel.” We gaan met een monumentale trap naar de kelder waar bouwvakkers de laatste hand leggen aan het restaurant. Op de zwart-wit geblokte vloer ligt een laag stof. “Hier zat al een restaurant, maar we hebben besloten om het iets moderner en lichter te maken. Boven komt een loungeruimte en beneden een restaurant. Hier wordt dan ook het ontbijt geserveerd.” Hij laat de tekeningen zien van een moderne ruimte met verwijzingen naar de rijke historie van het pand. Een goed restaurant en bar maakt dit hotel helemaal af en dit hoort ook bij de uitstraling van het hotel. We wilden je eigenlijk pas uitnodigen wanneer het af was, maar het moest er nu toch van komen. Je hoteljaar is bijna voorbij.”

Op het hoofdkussen ligt een cadeautje met mijn naam, zoals de namen vroeger op de Sinterklaascadeautjes stonden. Het is een chocoladeletter V. Mijn gedachten gaan terug naar thuis. Tot op hoge leeftijd kregen we een chocolade letter. Dit is voor het eerst sinds jaren dat iemand weer een chocolade-V klaar heeft gelegd. Hier ligt het bewijs: hotels zijn mijn nieuwe familie.

Er wordt op de deur geklopt. “Bij die lege glazen hoort natuurlijk wel iets lekkers.” De man zet een wijnkoeler met een goede Spumante op de tafel.
Twee vrienden komen langs om de wijn samen op te drinken. Daarna lopen we het uitzicht in om te eten, om veel te laat terug te keren in het hotel.
Ik zet mijn wekker voor het ontbijt en val in een comateuze slaap. De telefoon gaat. “Goedemorgen, eh, goedemiddag meneer Van Dijk. Graag wil ik u eraan herinneren dat de uitchecktijd 12 uur is. Het is kwart over twaalf.” Slapen in een hotel dat vernoemd is naar een fameus restaurant en dan zelfs het ontbijt missen.

Het meisje achter de receptie lacht vrolijk. “Heeft u een prettig verblijf gehad? U krijgt de hartelijke groeten van de manager. Hij vond het jammer dat hij er niet kon zijn.”

Dikker & Thuis Fenice Hotel heeft 42 ruime, klassiek ingerichte kamers, waaronder het Penthouse. Het viersterrenhotel bestaat uit een hoekpand en een 17e-eeuws pakhuis. Hier komt binnenkort een lounge-gedeelte, bar en een eigentijds restaurant. Het hotel maakt onderdeel uit van Fenice Hotels, een keten van twee hotels in Amsterdam en Venetië.

Dikker & Thijs Fenice Hotel, Prinsengracht 444
Kamers vanaf 125 euro, Penthouse vanaf 325 euro

In een sekshuis

Hotel Leidseplein

Het duurt even voordat de deur wordt opengedaan. Een lange trap naar boven. De lobby van het hotel ruikt naar mannensokken. De vloerbedekking is nieuw, maar de rest van de ruimte ziet er uitgeleefd uit. Op onbeklede houtenblokken liggen twee mannen te slapen. Ze hebben hun schoenen uitgetrokken. Een derde man ligt voorover gebogen op de tafel. Levenloos.

“Do you have a room for me or do I have to sleep over there?” vraag ik aan de receptiejongen en wijs lachend op de snurkende mannen. “Please wait for the manager. He will be here in 20 minutes. Do you want to have a coffee?” De jongen spreekt met een Russisch accent en kijkt serieus.

Na twintig minuten komt een man binnen met een doorleefd gezicht en vlassig haar. “What are you doing here?” schreeuwt hij tegen de mannen. “This is a hotel, this isn’t a youth hostel.” De mannen veren op en gaan zitten alsof ze straf hebben gekregen. “We were waiting for you,” verdedigt een van de mannen. De manager spreekt in vermanend Russisch tegen de receptiejongen.
“One room, one night?” vraagt de manager aan mij. “Here’s the key. You can come back later for the check-in procedure.” Door zijn bevelende toon klinkt vriendelijkheid.

De kamer is oubollig gestoffeerd. Streepjesbehang, bloemetjesgordijnen, draperieën. Zware houten meubelen. Het doet denken aan een ouderwets bordeel. Door het open raam klinkt Sinterklaas die net feestelijk is ingehaald en in de regen op het Leidseplein de toegestroomde kinderen toespreekt.

“Sorry, dat ik net schreeuwde, maar ik moest helemaal door de regen lopen omdat er geen trams reden vanwege zo’n oude man met rode hoed en gek gordijn rond zijn schouders. En dan tref je je hotel zo aan met mensen die liggen te slapen. De jongen kon er niets aan doen. Hij is de schoonmaker. Ga zitten. Wil je een biertje?”

Hij zet twee blikjes bier neer en gaat tegenover me zitten. Hiervoor heb ik drie jaar om het Russisch staatscircus gewerkt, als meisje van alles. Dus ik ben wel wat gewend, haha. Daar heb ik Russisch geleerd. Maar ik spreek niet alleen Russisch, ik drink het ook.”  Hij lacht uitbundig en steekt een sigaret op. “Proost, leuk dat je er bent!”

“Don’t smoke too much,” zegt hij lachend tegen drie jongens die zich hebben aangekleed om uit te gaan.” Ze lachen alsof ze zich betrapt voelen. Een van de jongen mist een trede en valt half van de trap. “Too late, haha, Ja, we zitten hier midden in een uitgaanspubliek. Hier komen jonge toeristen tussen de 18 en 24 om te drinken en te blowen. We zijn misschien geen Hilton, maar we zitten wel op de beste locatie van Amsterdam. Bij het ontbijt willen onze gasten geen boterkrullen. Ze krijgen gewoon brood met beleg van de goedkoopste supermarkt. Je wilt niet weten wat die mensen eten na een nacht blowen. Daar gaan zo zes boterhammen doorheen. En dan proef je toch niet of het rosbief is of salami. Ach, we proberen het gezellig te maken. Het moet een huissie zijn.” Hij loopt naar de bar en pakt nog twee blikjes bier.

“Leuk om eindelijk weer mijn eigen taal te spreken. Hier komen nooit Nederlanders.” Hij steekt een sigaret op. “Ach, budgethotels hebben het ook zwaar gehad, vorig jaar. Nu gaat het gelukkig weer beter. We zijn nu aan het verbouwen. Die houten blokken, dat wordt een mooie lounge, volgende week. De vloerbedekking boven moet die nog vervangen worden. En die kamers, dat kan ook echt niet meer. Ooit was dit een sekshuis. Golden Ten, je weet wel, van dat gokspel.” Hij pakt een dia en houdt deze tegen een lamp. “Een huis van plezier. Hier stond een witte vleugel en hier was de champagnebar. Geweldig toch?” Opeens klinkt een geluid alsof er een drilboor door de vloer gaat. “Dat is de wasmachine. Die heeft zoveel reparaties gehad dat hij duurder is dan de meest professionele wasmachine van de wereld. Maar zonde om weg te doen, want het is een herinnering aan de begintijd van het hotel.”

Hij zet nog twee blikjes neer en steekt een sigaret op. “Je moet even hier kijken.” Hij neemt me mee naar een kast achter de receptie met een matras op de grond. “Dit was ooit de bagageruimte. Zelf kan ik het niet, maar voor mijn collega’s is het de sport om, als alle elf kamers vol zitten, deze kast te verkopen. Soms zitten alle kamers in Amsterdam vol en smeken mensen of ze in de kast mogen slapen. Het is dan ’s morgens voor de receptionist een verrassing wie er uit de kast komt. Een keer hoorde ik kreunende geluiden en kwam er een stel uit de kast. En er komen ook wel eens homo’s uit de kast. Een keer sliepen er drie prachtige meisjes in de kast. Als ze uitgingen, dan hadden ze mantelpakjes en hoge hakken aan. Leken ze superchic. Maar ze sliepen gewoon in de kast. De kast,” herhaalt hij lachend, alsof het de titel van een nieuwe speelfilm is.

De televisie is stuk, dus ik ga naar een bioscoop aan de andere kant van het Leidseplein. Als ik terugkom, ligt de nachtportier te slapen op een houtblok.
Na een lange nacht geeft de circusman me een kop koffie, een schaaltje met zes boterhammen, kaas en salami. De ruimte is veranderd. De kale, stinkende entree is mijn huis. Twee Italiaanse jongens zitten aan de bar. “No breakfast, just an orange juice, please.”

“Hier. Heb zelfs een krantje voor je. Is dat niet chic? Het belangrijkst is dat mensen hier een fijne tijd hebben. Dat de kamers schoon zijn, dat ze een lekker bakje koffie krijgen. Het moet netjes zijn, want tegenwoordig word je keihard afgerekend op de boekingssites. Er moeten geen mensen liggen te slapen in de receptie. Kijk, hier komt weer een nieuwe review binnen. Een tien. Een tien! Dat was ook een leuk stel. Eentje had een oogje op me, dat scheelt wel. We gaan de boel hier upgraden. Hier wil ik een elektronisch incheckscherm tegen de muur, en dit moet een bar worden. Kom nog maar een keertje langs voor een biertje, als je weer eens in de buurt bent.

Leidsepleinhotel is een naast het Leidseplein gelegen budgethotel met ouderwetse, maar betaalbare schone kamers met elk een eigen badkamer. Er wordt een eenvoudig ontbijt geserveerd. De medewerkers zijn zeer hartelijk en gastvrij, maar onconventioneel. Geschikt voor jonge toeristen die naar Amsterdam komen om te blowen en uit te gaan. Er is een bar in het hotel.

Leidseplein Hotel, Korte Leidsedwarsstraat 79
Vanaf 45 euro

Met moegestreden personeel

Hotel Titus

Achter de receptie zit een boekhouder met een monniksschedel en teruggevallen ogen achter een vermoeide bril.
“Nee, ik ben niet de eigenaar. Wij zijn slechts werkslaven. Dit is ook niet de grootste uitdaging in mijn leven. Die ligt buiten het hotelwerk. Ik wilde een baan waarbij ik mijn werk niet mee naar huis hoef te nemen en het is ook leuk om verschillende talen te spreken.” Even blijft het stil. Ik kijk hem aan, in de hoop dat hij uit zichzelf vertelt wat de uitdaging is, maar hij kijkt geheimzinnig terug. Dan verschijnt er een glimlach op zijn masker.
“De uitdaging in mijn leven?” Weer blijft het stil. Er schieten beelden door mijn hoofd van de in leer geklede boekhouder met een kelder vol verminkte vrouwen. Pasgeboren kinderen die hij bedwelmt en vervolgens uitgebreid gaat likken.
“Het heeft niets met seks te maken, hoor,” raadt hij mijn gedachten. “Gewoon meditatie.”

Dan schiet hij weer in de hotelroutine. “We vragen 5 euro borg per handdoek. Je wilt niet weten hoeveel handdoeken er elk jaar worden meegenomen. Ook een tientje borg voor de afstandsbediening en voor de sleutel. Ja, weet je, alles wordt hier meestolen. Een keer liep hier iemand naar buiten met een televisie. Toen de receptionist vroeg waarom hij de TV meenam, had hij een heel slecht smoesje. De meeste hotels gaan nu over op spaarlampen, maar wij niet. Als we ergens een spaarlamp indraaien, is hij de volgende dag weg. Ach, dit hotel is natuurlijk maar net iets hoger in rang dan een jeugdherberg. Hoeveel sterren we hebben? Dat is een politiek ingewikkelde kwestie. Dat moet je maar aan mijn collega vragen. Jij slaapt op de derde verdieping en de douche is op de eerste verdieping.” Opeens kijkt hij me intens aan.
“Ja, je hoopt natuurlijk dat er vanavond wat gebeurt in dit hotel,” zegt hij op bezwerende toon. “Anders heb je niets om over te schrijven. Zal ik de wasmachine aanlaten of zo? Verzin je ook dingen? Dat er fictieve personen langskomen of zo?”

De kamer is klein. Tegen de wand staan twee losse bedden met wollen dekens. Koud licht vergroot de leegte. Een kleine televisie zonder geluid. Wie zou deze willen meenemen?

Het geluid van de televisie beneden staat uit. Naast de TV ligt een stapel schone handdoeken. Op de bank ga ik zitten schrijven. De boekhouder komt naast me staan, legt zijn bril op het ontbijtbuffet en houdt een onleesbare tekst dichtbij zijn ogen. Bewegingloos staart hij naar de pagina. Hij staat in contraposto-houding, met zijn voet licht ingedraaid. Hij mediteert.
“Het gaat altijd door,” zegt hij in trance, als ik hem stoor en het hotel verlaat. Als ik veel later terugkom staat hij op dezelfde plek, zonder boek. Zijn linkerbeen opgetrokken. De boekhouder is veranderd in een kraanvogel.

De nacht jeukt. De volgende ochtend serveert een Arabische man zwijgend het ontbijt. “Eigenlijk krijgt u maar 1 kopje koffie,” zegt hij tegen een vrouw die voor de tweede keer bij het koffieapparaat staat. Na het ontbijt moet u betalen. Hij zet een mandje brood met een ei voor me neer. Als ik hem enthousiast bedank, verschijnt er voor het eerst een lach op zijn gezicht.

Er zit een andere man achter de receptie. “Twintig jaar werk ik nu in dit hotel. Er komen nog steeds dezelfde soort toeristen naar Amsterdam, alleen de mentaliteit is veranderd. Als je tegenwoordig aan iemand vraagt hoe hij heeft geslapen, krijg je al bijna een klap voor je bek. Zelfs al kwamen mensen aan met een enorme jetlag, werd er vroeger nog geflirt en gelachen bij de receptie. Ik heb in de loop der jaren echt vriendschappen opgebouwd en zelfs een paar relaties, hahaha.” Even brandt in zijn ogen het vuur van vroeger, dan zakt het grauwe masker weer over zijn gezicht.
“Dat is voorbij. Mensen zijn veranderd.  Het kost veel meer energie om mensen in een leuke stemming te krijgen. En die energie wordt na 20 jaar wel minder, zeker als hij steeds in een zwart gat verdwijnt. Het is een wisselwerking.”

Hij pauzeert. “Maar ach, dit hotel staat op het punt om verkocht te worden.”
“Een Chinese familie?” vraag ik.
“Een Chinese familie, inderdaad,” zegt hij verbaasd. “Ik weet niet hoelang ik hier nog werk. Ze staan erom bekend dat ze liever met hun eigen personeel werken. Broertje, zusje, neefje, nichtje. Dat ik veel talen spreek, dat vonden ze nog wel interessant. Zelf spreken ze alleen Chinees en een beetje Engels. Hoeveel sterren dit hotel heeft? Dat is eenvoudig. Eén.”

Hotel Titus is een ouderwets budgethotel met 1 ster. Voor handdoek, afstandsbediening en sleutel wordt borg gevraagd. Een eenvoudig ontbijt is inbegrepen.

Hotel Titus, Leidsekade 74
Vanaf 55 euro

In een kuil

Hotel Rookies

Op de benedenverdieping zit coffeeshop The Rookies.
“Het hotel is boven. Kom, ik loop even met je mee.” De man achter de desk pakt een sleutel van het rek.
“Het is helemaal bovenin. Maar gelukkig ben je een gezonde Hollandse jongen.”
Op de eerste verdieping is de eigenlijke hotelreceptie.
“Oh, hij is er nog. Dacht dat hij al naar huis zou zijn. Normaal is hij hier tot 5 uur.”
“Meneer Van Dijk,” zegt de man achter de receptie.
“Hij is helderziend. Vincent, ik wens je een prettig verblijf,” en hij gaat weer naar beneden.

“Hier, laat mij dat enorm zware ding maar dragen.” Hij pakt de koffer en loopt voor me uit naar boven. “Je krijgt een kamer aan de rustige kant, want aan de voorkant kan het erg lawaaiig zijn. In het hotel zelf is het vanavond rustig. Je bent een van de weinige gasten. Alle herrieschoppers heb ik er vanmiddag uitgegooid. Wat een ratten waren het. En maar zeuren, en maar klagen. Telkens vragen of ze later mochten uitchecken. Uiteindelijk zijn ze ‘m stiekem gesmeerd. Hebben hun sleutels op de receptie gegooid en zijn verdwenen. Het was een teringzooi in de kamer. Er was niets meer van over. Ja, ik ben ook het kamermeisje, ja, ik heb twee petten op. Het heeft me uren gekost om alles schoon te maken.“ Hij praat snel met een Amsterdams accent. Zijn ogen lachen. Hij opent de deur.

“Nou, je hebt de kleinste kamer, maar de grootste badkamer. Als de kamer niet schoon is, dan is het niet mijn schuld, maar die van de stomerij. Het heette Hotel Uptown, tot 2005. Nu heet het Hotel Rookies, vernoemd naar de coffeeshop The Rookies. Het is een begrip. Het hotel is begonnen door de jongens die al een coffeeshop hadden. Toen ze 17 jaar geleden begonnen, waren het nog echte rookies en echte broekies. Hier zat een studentenhuis, maar het was er erg aan toe. Ze hadden geeneens warm water. Het was bijna onbewoonbaar verklaard.

Opeens kijkt hij me aan. “Oh, wacht, Amsterdam Slaapt. Krijg een wijting. Jij bent het.” Hij kijkt me verbaasd aan.  ”Heb over je gelezen. Ik heb toch geen punten verspeeld met mijn opmerkingen? Over andere gasten en zo?” Hij is even stil. Dan vraagt hij op ironische toon: “Wil je een extra kussen?”

In de coffeeshop ga ik zitten werken. De vitrine ligt vol spacecake, maar ik bestel een glas wijn.
“Sorry. We schenken geen alcohol. Dit is een coffeeshop.”

Als ik op bed ga zitten, zak ik er doorheen. Een aantal latten is uit de bodem gevallen. In het matras zit opeens een kuil. De afstandsbediening werkt niet, dus ik ga maar slapen. Ik droom dat ik wakker word in een hotel en me niet meer kan herinneren waar ik ben. Een onbekend raam met onbekend uitzicht. Geschrokken word ik wakker. Waar ben ik? Ik kijk bang naar een raam met een uitzicht dat me niet bekend voorkomt. Dan zie ik het bordje met Hotel Uptown. Ohja. Ik ben in Hotel Rookies. Ook de stang van de douche valt met de douchekop naar beneden. Het decor stort in.

“Het hotel is toch nog helemaal vol gelopen. Denk dat jij een grote aantrekkingskracht hebt. Jij hebt deze onheil op ons afgeroepen. Maar je bent de eerste die komt ontbijten. De rest slaapt nog.” De receptieman ziet er vermoeid uit. Er komt een Amerikaans echtpaar binnen.
“Didn’t you sleep last night?” vraagt de vrouw aan de receptieman.
“I didn’t look in the mirror yet,” antwoordt hij.
“I wouldn’t do that if I were you,” zegt de man lachend.
“Do you want some scrambled eggs?” Hij gaat naar de keuken en zet een pan op het gasfornuis.
“Ook gij, Brutus?” vraagt hij. Even later zet hij een bordje ei voor me.

“Nou, normaal houd ik niet zo van Nederlanders in het hotel. Die proberen we te weren. Die zijn erg irritant. Ze komen 1 voor 10 ontbijten en blijven dan uren zitten. Nee, liever buitenlanders.”

Ik leg de sleutel op de receptie. De receptieman is aan het bellen.
“Sorry, I have a check-out. Call you back later. En? Kom ik er een beetje leuk vanaf in je verhaal?” zegt hij. Wat je over dit klote-hotel zegt, dat maakt mij niet zoveel uit, maar als je maar leuk over mij schrijft. En stuur me zo’n boekje, volgend jaar.”

Hotel Rookies (voorheen: Hotel Uptown) is sinds1998 een klein budgethotel boven een coffeeshop met 12 kamers. De receptie is bemand van 8 tot 17.45 uur. Het is een hotel dat zich voornamelijk richt op toeristen en vaste gasten die komen blowen en uitgaan in Amsterdam. De mensen zijn hartelijk en zeer informeel. Het hotel heeft een dakterras waar geblowd kan worden. De kamers zijn schoon, maar kunnen wel enige renovatie gebruiken.

Hotel Rookies, Korte Leidsedwarsstraat 147
Vanaf 55 euro

In een homotel

Hotel Amistad

Internet Hotel staat op het rode uithangbord. Geen Gay Hotel. De receptionist geeft me een hand. Opeens realiseer ik me hoeveel afstand er normaal is tussen een gast en de persoon achter de receptie. Bij elke ontmoeting geef je iemand een hand, behalve in een hotel. Daar moet de gast het meestal doen met een afstandelijke groet en geschiedt de kennismaking via een briefje waarop de meest ingewikkelde vragen moeten worden beantwoord.

“Kom, ik laat je de kamer zien. Laat mij je koffer dragen. Ik ben gisteren wel door mijn rug gegaan, maar wil laten zien dat we toch gastvrij zijn, ondanks dat we je mails niet hebben beantwoord.” Hij loopt voor me uit naar boven. De kamer is donker, maar hij doet de twee rode lampjes aan.
“De kamer is net gerenoveerd. De badkamer is gloednieuw. Elke kamer heeft een eigen computer met internet. Ja, wij kennen de behoeften van de man. En er is een minibar.”

De kamer is smaakvol ingericht. De zeepjes in de badkamer zijn verpakt in matglanzende zilverkleurige doosjes.
“Waarom is dit een gayhotel?” vraag ik. “Er staat Stay Gay in Amsterdam op de website.”
“Het hotel is niet gay, maar de meeste gasten wel en het personeel. Tja, we hebben een bepaalde interactie met gasten.” Hij wacht even. “Ja, dat klinkt wel een beetje vies, haha. Nouja, mensen kunnen gewoon zichzelf zijn. Als hier van die handtasjes binnenkomen, die over pikken of shoppen willen praten, dan kan dat gewoon. Maar er komen ook gewone saaie homo’s, hoor. De gaynerds. Ook de hele extravagante gays, maar ook gewoon hetero’s. We willen dat iedereen zich hier thuis kan voelen. Ikzelf zou nooit naar een gayhotel gaan. Ik doe nooit homodingen. Naar een homoclub of zo gaan, dat vind ik meestal oppervlakkig. Al mijn vrienden zijn ook gewoon hetero. Maar er zijn nog steeds homo’s die naar een speciaal gayhotel willen gaan. We vinden het ook geen probleem als je iemand meebrengt. Mocht je je eenzaam voelen, druk dan gerust een 9. Haha. Dat is weer dubbel uitlegbaar, hè? Die gebruiken we als ijsbreker.” Nogmaals een hand. “Ik wens je een heel fijn verblijf. En mijn naam is Danny.”

In de hoteldirectory staan tips voor homo-uitgaansgelegenheden. Van vanilla tot kinky. De meeste gayclubs en gaybars die genoemd worden zijn dit jaar gesloten.

Voor de receptie staat een lange tafel met computers. Mensen komen binnen om hun email te checken.
“Wil je wat drinken?
Ja, het is heel relaxed om hier te werken. Ik hoef me niet speciaal aan te kleden. Mijn baas zegt altijd: “Express yourself.” Zolang ik er maar niet als een hobo uitzie. Als een homo mag wel, hahaha. We doen alles voor onze gasten om het hun naar de zin te maken. Laatst ben ik een keer naar een coffeeshop gegaan, omdat een gast niet zelf een joint durfde te halen. We zijn heel makkelijk. Ook als je iemand mee wilt nemen, dan stellen wij geen vragen. Sleep with us is immers ons motto.” Opnieuw een lachsalvo.
“We zijn met een klein team.” Hij wijst op de foto’s van vier mannen op de website. “Een noem ik mijn broertje en de ander mijn zusje. We moeten ook wel eens zelf de kamers schoonmaken, als het rustig is. Een keer kwam ik de kamer binnen en toen gleed ik uit over glijmiddel op de vloer. Ja, daar moet ik dan erg om lachen.
Hij belt zijn baas: “Hé, blonde stoot, die reservering voor komende zaterdag is definitief.”

De volgende ochtend zit de ‘broer’ achter de receptie. Hij loopt naar de keuken. De computers hebben plaats gemaakt voor potten jam en pindakaas.
“Heb je nog wat meegemaakt, vannacht? Ga lekker zitten. Wil je koffie? Wil je wit of bruin brood, vers of toast? Zal ik een eitje voor je maken? Hard of zacht? Het is zo leuk om in een hotel te werken. Je zit de hele dag tussen mensen die op vakantie zijn. Dat is relaxed. Je kunt tot 1 uur ’s middags lekker ontbijten. Je komt hier toch om uit te rusten?”

Er komen twee Amerikaanse mannen binnen.
“Zet jullie bagage vast neer. Dat inchecken, dat komt zo meteen wel. Jullie hebben een lange reis achter de rug. Hier is de kaart van Amsterdam. Als jullie verdwalen, bel dan even, dan leg ik uit hoe je weer bij het hotel komt.”
“Is there a coffeeshop in this area?” vraagt een van de mannen.
“Ik zou niet meteen een coffeeshop induiken, als je zo’n lange reis hebt gehad. Doe het rustig aan.”
“Maar we hebben echt koffie nodig, zegt de Amerikaan. Anders vallen we meteen in slaap.”

“Zelf zou ik nooit naar een gayhotel gaan,” zegt de broer. Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Jonge homo’s gaan liever naar designhotels en naar gemengde feesten.” Ik pak mijn koffer en de broer geeft me een hand. “Bedankt voor je komst. En mijn naam is Mike.”

Hotel Amistad, wat ‘vriendschap’ betekent in het Spaans, is een gayfriendly hotel waar ook mensen met een andere geaardheid welkom zijn. De inrichting is verzorgd en gezellig en het personeel is zeer hartelijk en sociaal. Het hotel met 8 kamers heeft in dezelfde straat nog een Bed & Breakfast, waarvan het ontbijt in het hotel wordt geserveerd. Ook heeft het hotel een aantal appartementen. Ontbijten kan tot 13 uur en er is gratis internet voor de gasten.

Hotel Amistad, Kerkstraat 42
Vanaf 63 (single)

Met vrolijke mensen

Hotel Kooyk

De deurbel klinkt als die van een woonhuis. Een Aziatische vrouw doet open. Ze lacht hartelijk. De receptie is minuscuul en ziet er ongebruikt uit. Ze loopt naar achter, naar de keuken en komt terug met een sleutel. “Even kijken of hij het wel doet.” Ze test de hem bij de voordeur. “Anders komt u straks niet binnen en moet u op straat slapen.” Ze heeft een Indonesisch accent.

“Wij hadden een eenpersoonskamer voor u, met twee losse bedden. Maar weet u wat? Ik geef u gewoon een groot bed. Anders ligt u zo zielig in zo’n klein bedje. In uw eentje. Nu ligt u ook wel in uw eentje, maar tenminste in een groot bed.” Weer lacht ze uitbundig.”Ik loop even mee naar uw kamer.” Ze stopt halverwege de gang. ”Hier is de ontbijtzaal. En hier is uw kamer. Heel veel plezier.” Een afsluitende lach.

De kamer ligt in een gang tegenover de receptie. Alleen een toilet scheidt de kamer van de keuken. Het bordje met kamernummer ontbreekt en het is met een viltstift op de deur geschreven. In de kamer staan een tweepersoonsbed, een bureautje met een ouderwetse televisie, een stoel, een tafeltje met een bedlampje. Aan de wand hangt een kapstok met vijf verschillende kledinghangers. De spullen zijn in de loop der jaren verzameld. De kamer heeft een ondoorzichtig raam naar de binnenplaats. Door het open raam klinkt gesnurk van een andere kamer. Er hangt een vochtige lucht en de kamer ruikt naar mensen. In de kamer is geen ontvangst van de telefoon en van internet. In de hal ga ik zitten werken op een hoge ouderwetse stoel die uit een museum afkomstig lijkt.

“Doet de televisie het alweer?” vraagt een Belgisch meisje. “Nee, de kabel is nog steeds kapot.” De vrouw slaat haar hand voor de mond. “Misschien morgen.” Ze kijkt ernstig. “Misschien morgen,” herhaalt ze. Haar ogen verraden dat er morgen ook geen televisie is. De vriendin van het meisje zucht.

De nachtportier komt binnen. Samen met de vrouw dekken ze de ontbijttafel. Ze lachen uitbundig. De deurbel gaat en de Engelse nachtportier doet open. Hij geeft een sleutel aan het echtpaar.
”This key gives you 24 hours entrance at the main door.”  Hij laat zien hoe het voordeurslot werkt.
“Why 24 hours?” vraagt de man nors. “We stay for two days.”
De nachtportier lacht. “It’s not going to expire after 24 hours. It won’t explode.” De gasten begrijpen het niet. “But why 24 hours?”
“I will show you the room. Come with me. The breakfast will be here. That little fellow who will be smiling here in the morning, that’ll be me.”
De gasten kunnen er niet om lachen en lopen zwijgend achter hem aan.

Even later komt hij naar beneden. “Niet iedereen houdt van humor,” zegt hij tegen mij. “Sommige mensen zijn professionele klagers. Waarom boek je een budgethotel met 1 ster, maar verwacht je 5-sterrenservice? Betaal er dan ook voor. Het zou niets voor mij zijn om in zo’n 5-sterrenhotel te werken. Keurig in pak en altijd volgens het boekje. Hier kan ik mezelf zijn. Voor de credit crunch werkte ik als recruiter voor grote bedrijven. Opeens stond ik op straat. Nu doe ik dit en het bevalt goed, ook al is het een heel ander salaris. Je moet wel van mensen houden om dit werkt te kunnen doen. Sleep well, Vincent.” Hij gaat in de keuken TV kijken.

Er zitten gaten in het dunne dekbed met een lichtbruine hoes. Ik smeer mijn hele lichaam in met DEET. Het hotel ziet er schoon uit, maar overal kunnen beestjes zitten die op me azen. De geur schrikt niet alleen insecten af. Vanaf nu slaap ik vast alleen. Van boven klinkt nog steeds gesnurk. Telkens gaat er iemand naar het toilet en raast de ventilator. Uit de kamer naast me klinken twee Italiaanse mannenstemmen. Ondanks al het lawaai slaap ik snel.

De volgende ochtend sla ik een handdoek om en ga ik op zoek naar een douche. “Hi Vincent,” zegt de Engelse receptionist vanuit de entree. “Did you sleep well?” Opeens voel ik me naakt. In een andere gang is de douche. De bedompte ruimte zit vol vliegjes met grote zwarte vleugels.

“Hi Vincent, you can sit here.” De ontbijtruimte zit vol en de Engelsman wijst op de enige plek tussen de Belgische meisjes en het echtpaar dat gisteren incheckte, aan een ronde tafel. Ik knik en ze knikken zwijgend terug. De eigenaar en de nachtportier voeren een Spaans toneelstukje op. “Sorry, we zijn altijd erg vrolijk, ’s morgens.” Mijn tafelgenoten verdwijnen zwijgend en laten me alleen achter aan de ronde tafel.

Hotel Kooyk is een klein familiehotel met 19 kamers vlakbij het Leidseplein. Het budgethotel heeft 1 ster, is ouderwets en rommelig, maar wel schoon. De mensen die er werken maken het gezellig. Faciliteiten als internet en televisie werken niet (altijd), maar het hotel richt zich vooral op toeristen die de stad willen bekijken.

Hotel Kooyk, Leidsekade 82HS
Vanaf 40 euro

Achter een façade

Hotel Blyss

Aan de gevel hangt een stijlvol zwart markies met het logo van het hotel. Er wordt niet open gedaan. Pas als een Russisch echtpaar naar buiten komt, kan ik naar binnen glippen. Er zit niemand achter de receptie, dus ik leid mezelf rond.

De lobby ziet er stijlvol uit; dit is duidelijk een boutiquehotel. Een behangmotief, de zwarte receptie op een lichte houten vloer, fauteuils bij de open haard, een bar met een modern koffieautomaat. Eindelijk weer luxe en comfort. Dan komt een meisje van achter aangelopen.

“Oh, u slaapt elke nacht in een ander hotel.” Ze lacht charmant. “Dit is mijn laatste avond hier, ik ga nu naar een ander hotel dat me een beter aanbod heeft gedaan. Ik heb hier veel geleerd dat ik hen kan geven. Maar leuk dat ik u vandaag nog hier mag ontvangen. U slaapt in kamer 302. Met de lift naar de tweede en dan twee trappen op naar uw kamer. Would you like to use the internet? Hier is een gratis code.” Ze geeft een minuscuul briefje.

Lampjes verlichten de treden van de donker gestoffeerde trap. Dit is een bijzonder hotel.

De deur naar de kamer is niet afgesloten. De zolderkamer heeft een klein raam met uitzicht op een betonmuur die een halve meter van het raam verwijderd is. Snel het gordijn dicht, dan lijkt het minder benauwend. Alleen het behang op de muur achter het bed en de zilveren lamp doen herinneren aan het stijlvolle interieur beneden, de rest van het interieur is ouderwets. De zijkant van het bed is weg gevreten. Aan de muur hangt een bordje met de veiligheidsvoorschriften met Welcome to Hotel Groenhof erboven. De deur van de kamer valt niet in het slot, dus ik neem voor de zekerheid mijn spullen mee naar buiten als ik ga eten.

Muggen zingen rond mijn hoofd en steken me op verrassende plekken. Veel nachtrust krijg ik niet. Als ik onder de douche sta, blijkt er geen shampoo uit de dispenser te komen. Na alle basic-hotels en lekkages in mijn toilettas heb ik geen zeep meer bij me. De douche is soms heet en soms koud. Een goed begin van de dag.

Snel naar beneden, want het ontbijt is maar tot half tien. De ontbijtzaal ziet er modern uit. Een boterham met kaas. Ook het brood is oud. “Can I have your room number?” vraagt een Aziatische jongen voorzichtig. Russische vrouwen met doorrookte stemmen voeren diepgaande gesprekken.

Op bed ga ik liggen mailen. De deur zwaait open. Twee mannen kijken de kamer in. “Sorry.” De deur gaat weer dicht.

De receptionist neemt de sleutelkaart in ontvangst. “Er staat nog een tientje open van het ontbijt dat je hebt gebruikt. Dat was niet inbegrepen. Klopt het dat je hier in totaal vier keer hebt ontbeten? U bent toch Vincent van Dijk, kamer 302?” Ik antwoord lachend dat ik overal maar een nacht slaap en normaal maar een keer per dag ontbijt.

“Why are you checking out? You don’t like Amsterdam?” vraagt de receptionist aan een Spaanse familie. Hij lacht geacteerd. Dan draait hij zich om naar mij: “We like a personal touch.”

“Sinds twee jaar heet het Blyss, daarvoor was het Hotel Groenhof. De eigenaar heeft het nu zeven jaar, maar het hotel bestaat al sinds de oorlog. Sommige kamers zijn niet verbouwd en er hangen door het hele hotel nog herinneringen aan vroeger, zoals een bordje NO DRUGS van 20 jaar geleden en de bordjes met Hotel Groenhof erop. Voor als de oude eigenaars terugkomen. Dan herkennen ze iets van het oude hotel.”

“Het is moeilijk om geld te verdienen met een boutiquehotel als je niet ook een aantal goedkopere kamers hebt. Voor studenten of mensen die weinig geld hebben, want mensen willen niet teveel geld uitgeven en het hotel moet toch gevuld worden. Sommige kamers zijn wel een beetje opgeknapt en we hebben een suite die helemaal is gerenoveerd. Next time you have to ask for a deluxe room.” Hij wenkt dat ik mee moet komen naar de hal. “Er zijn ook veel kamers die nog oud zijn, like yours.” Hij wacht even.

Opeens kijkt hij me diep aan. “Sorry, our manager doesn’t like travel journalists. Hij vindt dat die niet anders behandeld moeten worden dan andere gasten.” Hij laat me twee andere kamers zien die wel uitzicht hebben.

Ik vertel dat er twee mannen de kamer binnen kwamen zonder te kloppen. “Oh, dat is de big boss met de technische man. Kwamen die echt binnen zonder te kloppen? Daar zal ik hem op aanspreken, want dat kan niet. Veel succes in je volgende hotel.”

Hotel Blyss omschrijft zichzelf als een boutiquehotel, waarbij met name de buitenkant en de entree zeer stijlvol zijn gedecoreerd. Dit blijkt een façade. Slechts een enkele kamer is ingericht in dezelfde stijl, de meeste kamers zijn ouderwets en niet allemaal even goed onderhouden. Het ontbijt is basic. Het hotel heeft een tuin, een sfeervolle lobby en gratis internet.

Hotel Blyss, Vondelstraat 74-78
Vanaf 65 euro (ontbijt: 10 euro)

Als een student

Hotel Hans Brinker

“Nee, je bent hier eigenlijk niet welkom,” zegt de receptioniste. Dit is voor studenten en jij bent geen student meer. Bovendien zitten we nu in een kleine verbouwing, dus het komt niet goed uit. De eerste reden begrijp ik, de tweede is vreemd. Dit hotel is bekend geworden door de jarenlange reclamecampagne Worst Hotel in the World. Wat maakt een kleine verbouwing dan uit? Dan maar anoniem een bed op een vierpersoons slaapzaal boeken.

Vroeg in de ochtend check ik in. Als je er niet voor 12 uur bent, dan loop je het risico dat je bed aan een ander wordt gegeven, staat in de bevestiging. Voor het hotel staat een 45-km-wagentje met AIRPORT SHUTTLE SERVICE op de zijkant. Een hotel met humor. Het duurt even voordat de deur open wordt gedaan.

“Goedemorgen. Heb je een uitje met de jongens?” Ik kijk om me heen, maar zie niemand staan. “Nee, hoor, ik slaap alleen.”
“Okay, nou, dat gebeurt wel vaker hoor, dat mannen met elkaar een uitje hebben en hier slapen. Een vrijgezellenavond of zo?”
“Er komen niet alleen studenten, dus? Nee, ik slaap alleen.” Ik lees de bevestiging voor: 4 Bed Mixed Dorm Ensuite. Ik weet niet wie er nog meer slaapt, het is een dorm.”
“Oh, ik dacht dat je met z’n vieren was.”
“Nee, ik slaap alleen. Het is een dorm, een slaapzaal.”
“Wil je nu alleen voor jezelf betalen, of betaal je ook vast voor de anderen?”
Verbaasd kijk ik haar aan. “Nee, ik betaal alleen voor mezelf. De anderen ken ik namelijk niet, het is een dorm
“Door please,” schreeuwt een Italiaanse student die al een tijdje staat te gebaren. Het meisje drukt op de knop.
“Okay. Je kunt vanaf half 2 op je kamer terecht. Hier is de sleutel. Laat hem steeds zien als je naar binnen wilt.”
Buiten staat een groepje meisjes druk te zwaaien. “Volgens mij willen ze naar binnen,” zeg ik tegen de receptioniste.
“Dit zijn de tijden.” Er is een briefje met de in- en uitchecktijden en de openingsuren van de bar en het restaurant op de receptie geplakt. Nadat ze deze heeft onderstreept opent ze de deur.

De kantine is een hoge ruimte met grote tafels en een bar. In de ramen zitten moderne glas-in-loodramen met gekke vormen. In de hoek staat een verlichte vitrine, beschermd door een gouden koord. Op een eveneens gouden kussen ligt het boek Worst Hotel in the World.” Aan de muur hangt een foto van een meisje met een tatoeage op haar arm. Het is de plattegrond van de hotelomgeving met de tekst: PLEASE TAKE ME BACK TO THE HANS BRINKER BUDGET HOTEL.

Het is koud in de kamer, buiten regent het. Op de bedden liggen handdoeken. Als ik net op bed lig, komen er twee jongens binnen. Ze komen uit Israel. “We zijn net gevlucht uit een ander hostel. Dat was veel duurder en vreselijk slecht. Zo druk en chaotisch. Dit ziet er veel beter uit. Alleen die deur, dat is heel erg vervelend. Geen wonder dat iedereen hier op hun kamer rookt. Door het hele hotel hangt een wietgeur. Dat je hier gewoon mag roken! Dat doe je toch niet op de kamer?”
”We willen nu naar Anne Frank, hoe komen we bij haar huis?” vraagt zijn vriend.
“Ze woont daar niet meer,” zeg ik.
Hij kijkt geschokt. “Echt?” vraagt hij.
De student lacht. “Nou, dan moeten we maar naar een coffeeshop.”

“Happy happy hour,” klinkt door de intercom. Meteen vullen de tafels zich met grote glazen bier. Een gezin met kinderen zit aan een tafel met dubbele glazen chocolademelk. In de keuken wordt de avondmaaltijd bereid. “You have to wait until six o’clock,” zegt het meisje in de keuken met harde stem als ik nieuwsgierig kom kijken. Zonder vaste tijden is er geen discipline.

Het is laat als ik terugkom in het hotel. Van de verlichte letters doen allen de H, E, en L het. Er is aan elk detail gedacht. Op de website staat SIMULAR TO HELL, BUT WITHOUT PROPER HEATING.

Uit de kelder klinkt muziek. In het midden staat een glazen kooi. Hier wordt gerookt en gedanst. Ik ben moe en ga naar boven. In de kamer hangt een zware wietlucht. As in de toiletpot. Op het vierde bed ligt een jongen. Zijn grote pupillen kijken me aan en hij geeft me een hand. “Lig ik in je bed?” vraagt hij. Meteen valt hij weer in slaap.

Om half tien gaat de kamerdeur open. “Check-out time is ten o’clock, so get up now,” schreeuwt een schoonmaakster. Ik neem een douche en pak mijn spullen. De twee Israelische jongens steken hun hand uit. “Goodbye, Vincent. Take care.” Op de deur hangt een briefje met de tijden.

“Door please,” schreeuwt een Duits meisje tegen de receptioniste. Er staat een rij met mensen die in- en uit willen checken. Buiten staat een nieuwe groep te wachten.

Hans Brinker Budget Hotel is een hostel dat ooit is opgericht door studentenreisorganisatie NBBS om internationale studenten met elkaar in contact te brgen en wordt ook voornamelijk wordt gerund door studenten. Er zijn duidelijke regels en tijden, maar het hostel heeft een bar, een dansvloer en een betaalbaar restaurant. Ondanks het strenge tijdschema hangt er een leuke sfeer.

Hans Brinker Budget Hotel, Kerkstraat 136/138
Vanaf 21 euro