In een homotel

Hotel Amistad

Internet Hotel staat op het rode uithangbord. Geen Gay Hotel. De receptionist geeft me een hand. Opeens realiseer ik me hoeveel afstand er normaal is tussen een gast en de persoon achter de receptie. Bij elke ontmoeting geef je iemand een hand, behalve in een hotel. Daar moet de gast het meestal doen met een afstandelijke groet en geschiedt de kennismaking via een briefje waarop de meest ingewikkelde vragen moeten worden beantwoord.

“Kom, ik laat je de kamer zien. Laat mij je koffer dragen. Ik ben gisteren wel door mijn rug gegaan, maar wil laten zien dat we toch gastvrij zijn, ondanks dat we je mails niet hebben beantwoord.” Hij loopt voor me uit naar boven. De kamer is donker, maar hij doet de twee rode lampjes aan.
“De kamer is net gerenoveerd. De badkamer is gloednieuw. Elke kamer heeft een eigen computer met internet. Ja, wij kennen de behoeften van de man. En er is een minibar.”

De kamer is smaakvol ingericht. De zeepjes in de badkamer zijn verpakt in matglanzende zilverkleurige doosjes.
“Waarom is dit een gayhotel?” vraag ik. “Er staat Stay Gay in Amsterdam op de website.”
“Het hotel is niet gay, maar de meeste gasten wel en het personeel. Tja, we hebben een bepaalde interactie met gasten.” Hij wacht even. “Ja, dat klinkt wel een beetje vies, haha. Nouja, mensen kunnen gewoon zichzelf zijn. Als hier van die handtasjes binnenkomen, die over pikken of shoppen willen praten, dan kan dat gewoon. Maar er komen ook gewone saaie homo’s, hoor. De gaynerds. Ook de hele extravagante gays, maar ook gewoon hetero’s. We willen dat iedereen zich hier thuis kan voelen. Ikzelf zou nooit naar een gayhotel gaan. Ik doe nooit homodingen. Naar een homoclub of zo gaan, dat vind ik meestal oppervlakkig. Al mijn vrienden zijn ook gewoon hetero. Maar er zijn nog steeds homo’s die naar een speciaal gayhotel willen gaan. We vinden het ook geen probleem als je iemand meebrengt. Mocht je je eenzaam voelen, druk dan gerust een 9. Haha. Dat is weer dubbel uitlegbaar, hè? Die gebruiken we als ijsbreker.” Nogmaals een hand. “Ik wens je een heel fijn verblijf. En mijn naam is Danny.”

In de hoteldirectory staan tips voor homo-uitgaansgelegenheden. Van vanilla tot kinky. De meeste gayclubs en gaybars die genoemd worden zijn dit jaar gesloten.

Voor de receptie staat een lange tafel met computers. Mensen komen binnen om hun email te checken.
“Wil je wat drinken?
Ja, het is heel relaxed om hier te werken. Ik hoef me niet speciaal aan te kleden. Mijn baas zegt altijd: “Express yourself.” Zolang ik er maar niet als een hobo uitzie. Als een homo mag wel, hahaha. We doen alles voor onze gasten om het hun naar de zin te maken. Laatst ben ik een keer naar een coffeeshop gegaan, omdat een gast niet zelf een joint durfde te halen. We zijn heel makkelijk. Ook als je iemand mee wilt nemen, dan stellen wij geen vragen. Sleep with us is immers ons motto.” Opnieuw een lachsalvo.
“We zijn met een klein team.” Hij wijst op de foto’s van vier mannen op de website. “Een noem ik mijn broertje en de ander mijn zusje. We moeten ook wel eens zelf de kamers schoonmaken, als het rustig is. Een keer kwam ik de kamer binnen en toen gleed ik uit over glijmiddel op de vloer. Ja, daar moet ik dan erg om lachen.
Hij belt zijn baas: “Hé, blonde stoot, die reservering voor komende zaterdag is definitief.”

De volgende ochtend zit de ‘broer’ achter de receptie. Hij loopt naar de keuken. De computers hebben plaats gemaakt voor potten jam en pindakaas.
“Heb je nog wat meegemaakt, vannacht? Ga lekker zitten. Wil je koffie? Wil je wit of bruin brood, vers of toast? Zal ik een eitje voor je maken? Hard of zacht? Het is zo leuk om in een hotel te werken. Je zit de hele dag tussen mensen die op vakantie zijn. Dat is relaxed. Je kunt tot 1 uur ’s middags lekker ontbijten. Je komt hier toch om uit te rusten?”

Er komen twee Amerikaanse mannen binnen.
“Zet jullie bagage vast neer. Dat inchecken, dat komt zo meteen wel. Jullie hebben een lange reis achter de rug. Hier is de kaart van Amsterdam. Als jullie verdwalen, bel dan even, dan leg ik uit hoe je weer bij het hotel komt.”
“Is there a coffeeshop in this area?” vraagt een van de mannen.
“Ik zou niet meteen een coffeeshop induiken, als je zo’n lange reis hebt gehad. Doe het rustig aan.”
“Maar we hebben echt koffie nodig, zegt de Amerikaan. Anders vallen we meteen in slaap.”

“Zelf zou ik nooit naar een gayhotel gaan,” zegt de broer. Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Jonge homo’s gaan liever naar designhotels en naar gemengde feesten.” Ik pak mijn koffer en de broer geeft me een hand. “Bedankt voor je komst. En mijn naam is Mike.”

Hotel Amistad, wat ‘vriendschap’ betekent in het Spaans, is een gayfriendly hotel waar ook mensen met een andere geaardheid welkom zijn. De inrichting is verzorgd en gezellig en het personeel is zeer hartelijk en sociaal. Het hotel met 8 kamers heeft in dezelfde straat nog een Bed & Breakfast, waarvan het ontbijt in het hotel wordt geserveerd. Ook heeft het hotel een aantal appartementen. Ontbijten kan tot 13 uur en er is gratis internet voor de gasten.

Hotel Amistad, Kerkstraat 42
Vanaf 63 (single)

Als een student

Hotel Hans Brinker

“Nee, je bent hier eigenlijk niet welkom,” zegt de receptioniste. Dit is voor studenten en jij bent geen student meer. Bovendien zitten we nu in een kleine verbouwing, dus het komt niet goed uit. De eerste reden begrijp ik, de tweede is vreemd. Dit hotel is bekend geworden door de jarenlange reclamecampagne Worst Hotel in the World. Wat maakt een kleine verbouwing dan uit? Dan maar anoniem een bed op een vierpersoons slaapzaal boeken.

Vroeg in de ochtend check ik in. Als je er niet voor 12 uur bent, dan loop je het risico dat je bed aan een ander wordt gegeven, staat in de bevestiging. Voor het hotel staat een 45-km-wagentje met AIRPORT SHUTTLE SERVICE op de zijkant. Een hotel met humor. Het duurt even voordat de deur open wordt gedaan.

“Goedemorgen. Heb je een uitje met de jongens?” Ik kijk om me heen, maar zie niemand staan. “Nee, hoor, ik slaap alleen.”
“Okay, nou, dat gebeurt wel vaker hoor, dat mannen met elkaar een uitje hebben en hier slapen. Een vrijgezellenavond of zo?”
“Er komen niet alleen studenten, dus? Nee, ik slaap alleen.” Ik lees de bevestiging voor: 4 Bed Mixed Dorm Ensuite. Ik weet niet wie er nog meer slaapt, het is een dorm.”
“Oh, ik dacht dat je met z’n vieren was.”
“Nee, ik slaap alleen. Het is een dorm, een slaapzaal.”
“Wil je nu alleen voor jezelf betalen, of betaal je ook vast voor de anderen?”
Verbaasd kijk ik haar aan. “Nee, ik betaal alleen voor mezelf. De anderen ken ik namelijk niet, het is een dorm
“Door please,” schreeuwt een Italiaanse student die al een tijdje staat te gebaren. Het meisje drukt op de knop.
“Okay. Je kunt vanaf half 2 op je kamer terecht. Hier is de sleutel. Laat hem steeds zien als je naar binnen wilt.”
Buiten staat een groepje meisjes druk te zwaaien. “Volgens mij willen ze naar binnen,” zeg ik tegen de receptioniste.
“Dit zijn de tijden.” Er is een briefje met de in- en uitchecktijden en de openingsuren van de bar en het restaurant op de receptie geplakt. Nadat ze deze heeft onderstreept opent ze de deur.

De kantine is een hoge ruimte met grote tafels en een bar. In de ramen zitten moderne glas-in-loodramen met gekke vormen. In de hoek staat een verlichte vitrine, beschermd door een gouden koord. Op een eveneens gouden kussen ligt het boek Worst Hotel in the World.” Aan de muur hangt een foto van een meisje met een tatoeage op haar arm. Het is de plattegrond van de hotelomgeving met de tekst: PLEASE TAKE ME BACK TO THE HANS BRINKER BUDGET HOTEL.

Het is koud in de kamer, buiten regent het. Op de bedden liggen handdoeken. Als ik net op bed lig, komen er twee jongens binnen. Ze komen uit Israel. “We zijn net gevlucht uit een ander hostel. Dat was veel duurder en vreselijk slecht. Zo druk en chaotisch. Dit ziet er veel beter uit. Alleen die deur, dat is heel erg vervelend. Geen wonder dat iedereen hier op hun kamer rookt. Door het hele hotel hangt een wietgeur. Dat je hier gewoon mag roken! Dat doe je toch niet op de kamer?”
”We willen nu naar Anne Frank, hoe komen we bij haar huis?” vraagt zijn vriend.
“Ze woont daar niet meer,” zeg ik.
Hij kijkt geschokt. “Echt?” vraagt hij.
De student lacht. “Nou, dan moeten we maar naar een coffeeshop.”

“Happy happy hour,” klinkt door de intercom. Meteen vullen de tafels zich met grote glazen bier. Een gezin met kinderen zit aan een tafel met dubbele glazen chocolademelk. In de keuken wordt de avondmaaltijd bereid. “You have to wait until six o’clock,” zegt het meisje in de keuken met harde stem als ik nieuwsgierig kom kijken. Zonder vaste tijden is er geen discipline.

Het is laat als ik terugkom in het hotel. Van de verlichte letters doen allen de H, E, en L het. Er is aan elk detail gedacht. Op de website staat SIMULAR TO HELL, BUT WITHOUT PROPER HEATING.

Uit de kelder klinkt muziek. In het midden staat een glazen kooi. Hier wordt gerookt en gedanst. Ik ben moe en ga naar boven. In de kamer hangt een zware wietlucht. As in de toiletpot. Op het vierde bed ligt een jongen. Zijn grote pupillen kijken me aan en hij geeft me een hand. “Lig ik in je bed?” vraagt hij. Meteen valt hij weer in slaap.

Om half tien gaat de kamerdeur open. “Check-out time is ten o’clock, so get up now,” schreeuwt een schoonmaakster. Ik neem een douche en pak mijn spullen. De twee Israelische jongens steken hun hand uit. “Goodbye, Vincent. Take care.” Op de deur hangt een briefje met de tijden.

“Door please,” schreeuwt een Duits meisje tegen de receptioniste. Er staat een rij met mensen die in- en uit willen checken. Buiten staat een nieuwe groep te wachten.

Hans Brinker Budget Hotel is een hostel dat ooit is opgericht door studentenreisorganisatie NBBS om internationale studenten met elkaar in contact te brgen en wordt ook voornamelijk wordt gerund door studenten. Er zijn duidelijke regels en tijden, maar het hostel heeft een bar, een dansvloer en een betaalbaar restaurant. Ondanks het strenge tijdschema hangt er een leuke sfeer.

Hans Brinker Budget Hotel, Kerkstraat 136/138
Vanaf 21 euro

Tussen de sterren

Hotel Acostar

Wat moet je bij een hotel met de naam Acostar verwachten? Ik loop de Kerkstraat in. Naast het hotel zit een winkel met erotische artikelen, in het pand er tegenover een gayclub.

Het hotel zit in een opvallend pand met gele bakstenen en een mozaïek van ramen. De deur van een van de twee bogen staat open. In de lichte hal zit een jongen achter de receptie. Op de muur een blauwe beeltenis van Boeddha.

“Goedemiddag! Hier is de sleutel. Houd de chip naar onderen. Ik zeg het er even bij, want de kamer is helemaal op de vijfde verdieping en anders moet je weer terugkomen. Ja, helaas hebben we geen lift. Dat zou ons vijf kamers kosten. Daarom zijn we ook een 2-sterrenhotel en hebben we geen derde ster.”
Er komt een andere gast naar beneden. “The room is really wonderful. Thanks!” Dit is de eerste keer dat ik iemand spontaan een positieve opmerking over een kamer hoor maken. De receptionist knikt lachend naar me.

De trappenhal is ruim. Onderweg bijzondere raampartijen en een gek vormgegeven balkon. Het is warm en mijn koffer wordt steeds zwaarder. Steeds als ik wil uitrusten hangt er een camera die me nauwlettend in de gaten houdt. Ik doe alsof ik van de architectuur geniet. De ramen in de kamer staan open en de ventilator gaat draaien als ik de sleutelkaart in de houden steek. Ik blijf de deuropening staan kijken.

Het plafond loopt in een punt, met houten balken. Daaronder een ruim bed en twee stoelen en een tafeltje dat uit hout is gesneden. De lamp naast bestaat uit gestapelde natuursteen. Links is de badkamer opgesplitst in drie ruimten met louvredeuren met beweegbare lamellen om ze af te sluiten van de kamer. Op de grond liggen grote kiezels in cement. Deze kamer is met veel zorg ingericht. Ik ga op het toilet zitten en kijk de kamer in. Hier woon ik.

Ik poets mijn tanden en wil in de spiegel kijken, maar mijn spiegelbeeld ontbreekt. Besta ik nog wel? Er is geen spiegel: de drie gedeelten van de badkamer zijn afgescheiden door lage muurtjes die de ruimten één maken. Boven het losstaande bad hangt wel een grote spiegel. Hoe kan dit nu een 2-sterrenhotel zijn? Wordt het niet tijd dat de hotels de sterren laten vallen? Welke waarde heeft zo’n ster?

Na een bad ga ik naar beneden om te eten. “Jullie krijgen van mij  twee sterren erbij,” zeg ik tegen de receptionist. “Waar wil je ze hebben?”
“Nee, vier is teveel, dan moet een hotel aan andere eisen voldoen.”

Mijn laptop naast mijn bord. “Bent u schrijver?” vraagt een man. Ik vertel dat ik over hotels schrijf. “Oh, bent u dat? Wij volgen uw project. Wat leuk om u te ontmoeten,” zegt zijn vrouw. “Ben je al bij onze buren geweest? Hotel 717? Een luxe vijfsterrenhotel.”
Ik antwoord dat ik er ben geweest, maar dat ze maar vier sterren hebben, want ze hebben geen lift.

Door het monotone gezoem van de ventilator val ik in slaap.

De volgende ochtend tref ik de man die me heeft uitgenodigd achter de receptie. Hij vraagt aan een Vlaamse gast welke kamer hij had. “De kamer beneden. Ik houd van die kamer. Heb ook in andere kamers geweest, maar deze is fijn.” De man achter de receptie zegt: “ Dan proberen we deze voor u vrij te houden.” Hij lacht vriendelijk.
“Hoe was het penthouse? Ja, dit hotel heeft net een nieuwe eigenaar. Alles is verbouwd. Nee, ik ben niet de eigenaar, maar zorg voor dit hotel, en ook voor hotel Sander. Ben je daar al geweest?” Door zijn buitenlandse accent klinkt ‘zorg’ nog plezieriger. ‘Zorgen voor’ is veel prettiger dan managen. Zorgen voor betekent dat je van iets of iemand houdt.

Hij pakt een envelop en haalt er een grote foto uit. “Kijk, een foto van vroeger. Echt lang geleden, kijk naar de kleding van de mensen. Hier staat het pand waar nu het hotel zit. Het is ontworpen door een belangrijke architect, in de Amsterdamse Schoolstijl. Een gebouw met een verleden. Voordat wij hier kwamen hebben er een Chinees restaurant en een gayhotel gezeten. Ooit zat hier de Gestapo. Onlangs is er een nieuwe eigenaar en is het helemaal verbouwd. Eigenlijk zou het drie sterren moeten zijn, maar er is geen lift.”
Ik vraag waar de naam aco-star voor staat. “Acostar is Spaans voor iemand in bed leggen. Hij legt de klemtoon op ‘star’. De eigenaar gaat vaak naar Spanje op vakantie.
Het ontbijt is hiernaast. Geniet ervan.”

Door de voordeur naar buiten. Links van het hotel is een aparte ontbijtruimte. Wit, modern ingericht. In het midden een trap naar beneden, naar de keuken.

Boven op mijn kamer ga ik zitten werken. De internetaansluiting is prima. Waarom zou ik deze kamer verlaten? Veel te laat ga ik naar beneden. “Sorry, ik had al lang uit moeten checken.”
“Geeft niet. Je bent al uitgecheckt.”

Hotel Acostar is een onlangs gerenoveerd driesterrenhotel met maar twee sterren en dertig kamers, zonder lift. Elke verdieping heeft een andere kamerstijl. Het modern ingerichte hotel is verrassend door de inrichting en het vriendelijke personeel. Het penthouse is erg bijzonder. De andere kamers zijn kleiner, maar ook met zorg ingericht. Het ligt zeer centraal en is gevestigd in een monumentaal pand. De ontbijtruimte staat los van het hotel.

Hotel Acostar, Kerkstraat 45-49
Vanaf 98 euro

Met Franse vrienden

Dag 96. Hotel Down Town

Midden in de hal ligt een grijze poes. Hotelgasten stappen omzichtig over haar heen met grote koffers, zonder dat ze er acht op slaat. Is ze doof of dood?

 “Je slaapt in een kamer met vijf anderen. Het zijn jonge Fransen. Dit is hun eerste nacht.”
“Hopelijk zijn ze snel stoned, zodat ik lekker kan slapen,” hoor ik mezelf zeggen.
“Nee, Ze zijn wel leuk, hoor, ze zijn nu de stad in.“

De receptionist lacht vriendelijk. “Die kamer was eerst gewoon een zespersoonskamer, maar er zijn te weinig groepen van zes personen. Daarom heeft mijn oom er nu een dormitory van gemaakt. Ja, het hotel is van mijn oom. Ik had een baan nodig en dacht: oom, ik ga bij je werken. Hij is echt geniaal, mijn oom. Hij is begonnen met een friettent en heeft nu een hotel. Hij is ondertussen weer met allemaal andere dingen bezig. Hij werkt nu aan een project om energie op te wekken. Hij heeft teveel hersencellen in zijn hoofd, weet je.”

Het is een nette hotelkamer met drie stapelbedden. Er staan rode poefjes en er liggen twee ongebruikte matrassen, waarop de Fransen hun spullen hebben uitgestald. Het handdoekenrekje puilt uit. Tijd om te eten.

Als ik terugkom, zit er een jongen voor het hotel. Hij staart triest voor zich uit en vertelt dat hij zijn telefoon is kwijtgeraakt. Zijn hele leven. Alle nummers van vrienden en zijn werk. Morgen gaat hij terug naar Engeland, hij weet niet wat hij moet doen. Hij heeft overal gezocht. Hij is dronken, maar op een komische manier. Als hij me niet verstaat, zegt hij overdreven: “Excusez-moi.” Hij heeft het accent van Miss Piggy, maar wordt boos als ik hem daarmee confronteer. “Nooo. I am Kermit.” Hij is Kermit.

Als ik hem wil bellen, is hij zijn nummer vergeten. Hij noemt dertig totaal verschillende nummers op, waarbij hij steeds zeker weet dat dit het goede is. “This is it. Sure. Positive.” Hij vertelt dat hij accountant is. “How can you be accountant and don’t remember any number?” Na een uur onbekende Engelsen te hebben wakker gebeld, hebben we het goede nummer en laat ik zijn nummer blokkeren. Als dank trakteert hij op een nachtsnack. Opeens zie ik een bobbel in zijn broek. Kermit schreeuwt van blijdschap. “It’s my telephone…Excusez-moi!” Kermit omhelst me.
 
Veel te laat ben ik terug. Mijn kamer slaapt. Telefoons in het stopcontact. In de bedden zie ik drie jongens en twee meisjes. Een jongen heeft zijn koptelefoon op. Michael Jackson. De volgende ochtend ben ik als eerste wakker. Michael Jackson zingt nog steeds “I’m bad”. Een douche. Ontbijten in de zaal beneden. In de ruimte staan rode poefjes. Het buffet is simpel.

Een van de Franse meisjes is opgestaan. Ze lacht charmant en fatsoeneert haar kapsel. “Bonjour. How are you? How can you be fine? It’s so early!” Ze draagt een nachtjurk en zoekt in haar koffer. Ze fluistert: “How is the weather?” Ze wijst naar het gordijn. ”I really don’t know what to wear.” Ik antwoord dat het een tropische dag wordt en ze houdt een zomerjurkje omhoog. Ik knik goedkeurend. Een geduldige echtgenoot in een winkel. Ook een van de jongens is wakker. “Bonjour,” fluistert hij. “Did you sleep well?” Het voelt of ik een van hen ben. Opgenomen in hun vriendengroep. We hebben samen het meest intieme met elkaar gedeeld: de slaap. De vriendschap is van korte duur. Terug naar Schiphol.

De eigenaar zit achter de receptie. Hij typt een mailtje. Zijn vinger blijft hangen op de 9 en het scherm vult zich met het getal. “Dit soort mails krijg ik zo vaak. Iemand die het hotel voor langere tijd wil afhuren en dan een prijs opvraagt. Ze beloven dan even 10.000 euro te storten. Wat vind je van deze kamerprijs?” Hij draait het scherm naar me toe en lacht duivels. “Dat zal ze leren.”

De poes waakt in de hoek van de receptie. Ik til mijn koffer naar de trap. Met een klap slaat hij tegen de grond. Een staart. Een tweede, identieke poes schiet weg. Bijna geplet door het grote gewicht.

Hotel Down Town is een meestal betaalbaar en redelijk verzorgd hotel in hartje centrum. Hier komen voornamelijk toeristen. Er is gratis internet. Er zijn verschillende grootte kamers.

Hotel Downtown, Kerkstraat 25
Vanaf 55 euro (eenpersoonskamer)