Bij een schrijver

Hotel Omega

De deur gaat open. In de hoge hal hangt een kroonluchter. In de entree staan groene banken uit de jaren ’80. De bar is versierd in Art Deco-stijl. Er hangt een bord met de mysterieuze tekst Omegaden en een aantal Chinese tekens. Het is stil.

“Ja, ik had je mail voorbij zien komen, maar het is erg druk. Wat kwam je hier nou precies doen?” De receptionist spreekt gehaast met een Amsterdams accent.  “Je schrijft over hotels? Literatuur of een hotelgids? Dit hotel is een verhaal apart. In de drie jaar dat ik hier werk, heb ik het achteruit zien gaan.” Zijn hand maakt een noodlanding.

”De vorige eigenaresse van dit hotel is naar Texel gegaan en heeft het hotel verkocht, nouja, de goodwill, want het is pacht. Net voor de recessie, dus het was eigenlijk niets waard. Een kat in de zak. “Hij denkt na over zijn woorden, alsof hij uit een andere realiteit moet komen. ”Er wordt hier dus niets verdiend, en alles mag dus ook niets kosten. Investeringen worden niet gedaan. Vroeger was het een boutiquehotel. Als je goed kijkt, nee, als je heel goed kijkt, dan zie je dat ook wel. Er stonden hier van die prachtige verweerde Chesterfields, maar dat vonden de nieuwe eigenaars niets. Nu zie je van die mintgroene bankstellen staan. Dat is meer hun smaak.”

De eigenaars hebben ook nog een restaurant in Beverwijk, de zoon doet dit hotel. Het zijn aardige mensen, hoor, maar ze willen gewoon een ding en dat is geld verdienen. Het gaat niet om het contact met de mensen. Ze zorgen er alleen voor dat het hotel wordt schoongemaakt. Nouja, meestal dan. Op internet verschijnen dan ook regelmatig negatieve recensies, maar het is net zo gemakkelijk om daar een positieve recensie onder te zetten. En dat doen ze natuurlijk ook, zoals al die hotels. Jij weet natuurlijk hoe dat gaat.” Zijn ogen kijken triest. “Hier is je sleutelkaart.”

“Ik ben een van de laatste Amsterdammers die dit werk nog doen. In al die hotels worden Roemenen, Serviërs en zo aangenomen, want die zijn veel gemakkelijker onder de duim te houden. Nederlanders gaan op een gegeven moment eisen stellen. Ze willen mensen die het voor het geld doen, en niet zeuren. Ik probeer hier nog dingen goed te doen, samen met een collega van me die hier ook al heel lang werkt. Die heeft natuurlijk een contract waar ze niet zomaar onderuit kunnen. Het gaat om geld verdienen, niets anders. Dit zijn mensen die de Grote Revolutie van Mao hebben meegemaakt. Dat was een verschrikkelijke tijd. Ze willen nu alleen nog maar geld verdienen. Werken is het enige wat ze doen. Als ze niet werken, dan worden ze gek. Het zijn op zich erg aardige mensen. Ze begrijpen onze manier van met elkaar omgaan alleen niet. Had ik je de sleutel nu al gegeven?” Hij graait in de papieren.

Er komt een oude Russische vrouw binnen. Ze maakt cartooneske maalgebaren en herhaalt telkens Russische woorden. Dan kijkt ze omhoog en zingt ze Happy Birthday. De enige twee Engelse woorden die ze kent. De receptionist haalt zijn schouders op. Hij snapt haar niet. “Ze is jarig en wil bestek om een taartje te kunnen eten,” vertaal ik. Ze straalt als een jong meisje, als ze met het bestek de lift in stapt.

“Ik ben eigenlijk schrijver en doe dit erbij om dat te kunnen bekostigen, maar dit vreet eigenlijk teveel energie. Dan is dit weer kapot, dan dat weer. En al die dingen die fout gaan, ik kom bijna niet meer aan schrijven toe. Hiervoor heb ik ook bij een hotel van Chinese eigenaars gewerkt: Hotel Cordial. Wat ik daar allemaal heb meegemaakt, daar zou ik ook een boek over kunnen schrijven. Een enorme lekkage, maar de kamer werd gewoon verhuurd voor 90 euro. “Schuif het bed gewoon maar een beetje op,” zei de eigenaar dan. “Ik werkte hier vier dagen in de week, maar dat trek ik niet meer. Nu nog maar twee dagen, anders komt dat boek er nooit.”

Hij bekijkt mijn website. “Ach, het interesseert de eigenaars ook niet echt wat je over hun hotel schrijft. Dit is Amsterdam. De bedden worden toch wel verhuurd. Hierachter is het Van Goghmuseum! Dit hotel zit toch altijd wel vol.”

Met de lift naar de vierde verdieping. Wat tref ik aan? Is het niet beter om naar een ander hotel te gaan? De gang is behangen met een vergeelde wereldkaart en ruikt fris. In de kamer staat een tweepersoonsbed met een rood glimmend sprei. Aan de wand hangt een grote spiegel met gouden lijst. Dubbele gordijnen, kleine lampjes aan de wand. De kamer is veel beter dan ik had verwacht. Schoon en zelfs gezellig. Ik doe de lampjes aan en zie mezelf in de spiegel liggen. “Amsterdam slaapt,” zeg ik hardop. Uit de badkamer komt een druppend geluid. De douche lekt. Op de grond ligt een dweil om het water op te vangen.

Even later wordt er op de deur geklopt. Aan de deurknop zit een Don’t disturb-hanger van een internationale hotelketen waar het hotel al jaren niet meer bij is aangesloten. Ik kijk door het spionnetje en doe open. “Ja, ik mocht gewoon doorlopen. Ik zei dat ik voor jou kwam. Oh, dit is best een leuke kamer. Op dit nieuwe bureaulampje na. En zelfs de badkamer ziet er prima uit. Jammer dat het beneden zo is ingericht. Dit moet vroeger erg mooi zijn geweest. Je zou hier een prachtig hotel van kunnen maken. Kom we gaan eten.”

De volgende ochtend gaat de telefoon twee keer kort over. Een subtiel signaal. Veel te laat check ik uit. “Geen probleem, hoor,” zegt de receptionist lachend. “Echt geen probleem.” Het regent dus ik blijf binnen wachten. Het is stil in het hotel.

Hotel Omega is een driesterrenhotel in een straat achter het Concertgebouw. De inrichting is een mengelmoes van stijlen. De kamers zijn ouderwets, maar gezellig en redelijk schoon.

Hotel Omega, Jacob Obrechtstraat 33
Vanaf 74 euro

Met zonder licht

Hotel Savoy

“Welk hotel zoek je?” vraagt een chique vrouw in Oud-Zuid. Ze ziet me staan met de koffer en telefoon als kompas. “Savoy, een viersterrenhotel.” Ze denkt diep na. Dan zegt ze: “Dat ken ik. Die kant op. Maar dat heeft toch geen vier sterren?” Ze kijkt me ongelovig aan. “Vier sterren,” bevestig ik. “En all-inclusive.”

Het is een robuust hoekpand van baksteen met groene markiezen boven alle ramen. Naast het hotel zit een politiebureau.
“Nee, we zitten vol. We hebben geen kamers meer,” zegt de vrouw achter de mooi vormgegeven receptie.
“Vol? Volgens een boekingssite op internet zijn er nog vier kamers,” werp ik tegen. “Een luxe single, twee doubles en een double superior,” staat in het scherm van mijn iPhone. Ben ik misschien niet welkom in dit hotel?
“Nee. Ze zijn net allemaal geboekt. In een keer. Iemand kwam binnen en… vier kamers. Gek, he? Hij had vier kamers nodig.” Ze zwaait met de stapel uitgeprinte bevestigingen als het bewijsmateriaal. “U had even moeten bellen.”

Naar het centrum. Wat is er met dit hotel aan de hand? Waarom reageren ze niet op emails en zeggen ze dat ze vol zitten als er nog kamers zijn? Uren later kijk ik opnieuw in het boekingssysteem. Nog steeds staat Hotel Savoy in de lijst. Ik bel het hotel. “Yes, we still have a room,” zegt een jongen. Weer helemaal terug.  Het is bijna twaalf uur. “Yes, uh, no. Maybe we do, maybe we don’t have a room. We have a problem.” De jonge Chinese jongen lacht nerveus. “Not all the rooms have electricity tonight.” Ik begin te lachen. Is dit echt een viersterrenhotel in Nederland? Het klinkt als een hotel in een ontwikkelingsland.

“Thank God it is night, so everybody is sleeping. They don’t notice that there’s no power.” De jongen lacht vriendelijk.
“Do you need electricity or you don’t mind if it is dark?” vraagt hij serieus.
Er komt een man naar beneden. “We hebben geen stroom op onze kamer.”
De receptionist kijkt hem vragend aan. “Sorry?”
“They don’t have power,” vertaal ik.
De receptionist pakt blindelings een kaars en een doosje lucifers. “Sorry Sir, it’s late, we can’t fix it until tomorrow.”
“Let me check first if your room has electricity.” Hij rent naar boven en komt hijgend via een andere trap naar beneden. Het lijkt een scene uit Fawlty Towers.  Lachend: “Yes, there is light. And it’s an all inclusive hotel. Everything in the minibar is included.”

De kamer is klein, door het schuine dak. Een dakraampje zonder uitzicht. Naast het bed staat een serveerblaadje met een flesje wijn en een zakje chips. In de minibar staan bier, witte wijn en een paar flesjes frisdrank. De flatscreentelevisie zit aan een paal en is beweegbaar. Er staat een DVD-speler in de kast. Net als het bed met een afstandsbediening. De vloerbedekking heeft het motief van doorgesneden hersenen. De badkamer is modern, maar het doorzichtige douchegordijn hangt half naar beneden. De airconditioning werkt niet.

Beneden ga ik zitten werken. Naast de receptie staat een koelkast met hapjes en dranken. Bovenop staan ook flessen. Als ik in de buurt kom, zie ik een prijslijst. Mijn kleingeld ligt boven. Dan maar weer naar de zolderkamer.

Het ontbijt is in een hoge lichte zaal. Aan de wand hangen vier televisieschermen die samen toeristische beelden van Nederland vertonen. Er zitten mensen te eten, maar er loopt niemand rond. Er staan geen borden. Dan eerst maar koffie. Het apparaat werkt niet. Ik loop de keuken binnen en vraag om een bord en bestek. De vrouw lacht vriendelijk. Dat maakt het eenvoudige ontbijt toch aangenamer.

Bij de receptie ga ik zitten werken. De receptionist komt me bekend voor uit Hotel Cordial. Zonder emoties. Een Nederlands echtpaar komt binnen en vraagt of hun auto geparkeerd kan worden. Even later komt er een man binnen om de autosleutels in ontvangst te nemen. Een jongetje komt binnen met een plastic tas vol Chinees eten. De medewerkers gaan eten in het ontbijtrestaurant.
Dan komt de schoonmaker binnen, die me ook bekend voorkomt uit hetzelfde hotel. “I cleaned four rooms but three don’t have light,” zegt hij. De receptionist knikt gelaten.

Hotel Savoy is een viersterrenhotel, waarbij de minibar is inbegrepen. Het hotel heeft valet-parking. Het onderhoud aan het hotel is matig, maar de kamers zijn redelijk schoon.

Hotel Savoy, Ferdinand Bolstraat 194
Vanaf 119 euro

In andermans vuil

Hotel Cordial

Een mail van het hotel:

Sorry wil je A.U.B niet meer emails naar ons sturen, want wij hebben geen interesse van gratis overnachtingen voor luie mensen die niet willen werken.

Receptie Hotel Cordial

Luie mensen. Van slapen heb ik mijn werk gemaakt, dus ben ik een lui mens. Op een boekingssite zie ik dat vandaag alle Amsterdamse hotels vol zitten. Hotel Cordial heeft nog een aantal kamers. Ik ga erheen en boek via mijn telefoon, als ik voor het hotel sta.

In de lobby zit een Chinese familie. Ouders, kinderen, kleinkinderen. Ze kijken niet naar me, maar praten hard met elkaar. Achter de receptie zit een Chinese man. Hij maakt een kopie van mijn paspoort, pakt het boekingsformulier en vraagt hoe ik wil betalen. Machinaal.  Hij overhandigt me een verzwaarde sleutel en toont geen enkele emotie. Als vermoeidheid geen emotie is.

Met de lift ga ik naar de vierde verdieping. De kamer is klein en muf. Door een piepklein raampje komt daglicht. Het bed ziet eruit alsof het is opgemaakt met gebruikte lakens. Op het bureautje ligt afval. Gescheurde suikerzakjes. In de badkamer liggen de natte handdoeken van de vorige hotelgast. Hier kan ik niet slapen. Het liefst wil ik weg van dit hotel. Zal ik een ander hotel boeken? Met mijn koffer loop ik naar beneden.

“Sorry, maar 93 euro voor zo’n kleine kamer zonder daglicht die niet eens is schoongemaakt vind ik iets teveel.”
De receptionist zucht: “Niet schoongemaakt? Hoe weet je dat? Hij staart naar het scherm. Ziet hij mijn boosheid en de treurigheid niet?
“Goed, je krijgt een andere kamer. Wil je aan de voorkant zitten?” Hij overhandigt me een grijze plastic kaart met gaatjes erin.

Met de lift naar de eerste verdieping. In de hal staan stoelen die waarschijnlijk uit de inboedel van een Chinees restaurant komen. Ook de vloerbedekking doet me denken aan een Aziatisch restaurant. Ik open de deur naar de kamer. Een warme strontlucht komt de gang in.
Het begint erop te lijken alsof er een andere reden was dat het hotel mij niet wilde uitnodigen.

Ik doe de ramen open, maar de lucht verdwijnt niet. Hij komt uit de badkamer: het toilet is niet schoongemaakt. De sporen in de pot herinneren aan de vorige gast. Ook op de bril en op de vloer zitten bruine spatten. Deze kamer is groter en heeft een tweepersoonsbed. Ik besluit hier te blijven en spoel de badkamer schoon. Naast het bed staat een ouderwetse telefoon. Beneden in de hal ga ik zitten werken.

Ik kijk naar de familie en  vraag aan de receptionist wie mij heeft gemaild. “Dat was waarschijnlijk een collega,” zegt hij zoekend naar woorden. “Ik weet het niet.” Een voor een kijk ik naar hun gezichten. Een lege blik in hun ogen.
De Chinese familie is groter geworden. De oudste man praat met een hoge, doordringende stem. Iedereen luistert naar hem. De vrouwen lachen beleefd om zijn Chinese opmerkingen. In de keuken staat een Chinese oma groenten te hakken.
Nadat ik buiten de deur heb gegeten, zitten ze er nog.

Een jongen komt binnen met fiets die hij parkeert in een hok. Zijn haar en kleren volgens de laatste mode. Hij is jong en heeft een vriendelijke lach op zijn gezicht. “You don’t mind?” vraagt hij aan mij, opent met een sierlijke zwaai de deuren naar de straat en neemt plaats achter de receptie. Dit is een teken voor de familie dat ze kunnen gaan. Iedereen pakt zijn spullen en verdwijnt de nacht in.

Een Braziliaan zoekt achter alle banken naar een stopcontact. In het enige vrije stopcontact in de ruimte zit mijn laptop. De receptionist pakt een stekkerdoos en vraagt aan mij of hij mijn stekker hierin mag stoppen. Hij lacht vriendelijk. “You are wonderful,” zeggen de Braziliaans jongens. De sfeer verandert in het hotel, alsof het licht aangaat.

De ijskoude sfeer lijkt te smelten. Opeens zie ik de marmeren vloer en de mooie houten deurpartij die uitzicht geeft op het Rokin. Toen ik in Den Haag woonde, sprak ik het altijd uit op z’n Frans. Rokain. Vroeger was dit waarschijnlijk een luxe hotel.

Er komt een groep toeristen binnen die vraagt waar het Leidseplein is. De nachtportier loopt met hen mee naar buiten en wijst op de stadsplattegrond hoe ze moeten lopen. Dat is service. Deze mensen zitten niet eens in het hotel. Tranen in mijn ogen.

Ik vraag hem of hij ook familie is. “Nee, ik ben geen familie. Ik werk hier alleen ’s avonds. Erg leuk. Ja, misschien heb ik een iets andere instelling dan de rest. Het is een Chinese familie. Soms is het moeilijk om daar doorheen te komen. Die oudste man heeft zijn restaurant verkocht. Van het geld hebben ze hotels gekocht. Dat is namelijk minder hard werken.

Het spijt me van de vieze kamers. Ja, misschien dat er te weinig schoonmakers waren. Ze werken van beneden naar boven. Maar dat kan ik niet goedpraten en ook die email die naar je is gestuurd, is niet erg tactisch. Kom, je krijgt een biertje van me.” Uit zijn eigen portemonnee pakt hij geld en haalt een blikje uit het drankenautomaat. “Hier, schat. Geniet ervan.”

Met mijn kleding aan ga ik bovenop de ouderwetse verhuisdeken liggen, omdat ik niet niet wil weten of deze lakens ook gebruikt zijn.

De volgende ochtend bij het ontbijt zit de vermoeide receptionist er weer. In een zijzaal zitten Chinese kinderen te spelen. Een Chinese vrouw haalt sprakeloos de ontbijtborden af. De ijstijd is weer aangebroken. Weg, ik wil weg uit dit hotel.

Hotel Cordial ligt aan het Rokin. Het hotel is erg ouderwets en wordt niet goed schoongehouden.

Hotel Cordial, Rokin 62-64
Vanaf 93 euro