Rond het hoekgebouw staan steigers. Is dit hotel wel open? Hebben ze vergeten mij te verwittigen? De bordjes Hotel The Veteran in verschillende huisstijlen zijn verstopt achter de tussen de pijpen gespannen doeken.
Een geplastificeerde print met de naam van het hotel leidt me naar de receptie. Een pijl naar beneden, naar een kelder. Ik druk op de bel en er gebeurt even niets. Dan komt een kleine Chinese man met een brandwond op zijn wang naar de deur. In zijn hand een grote bos sleutels. Hij kijkt bang en probeert 12 sleutels voordat hij de juiste heeft. Hier moet geen brand uitbreken, want dat overleeft hij niet. Zijn gasten dus ook niet. Zal ik weggaan? Naar een ander hotel? Is dit een teken?
“Wordt het hotel verbouwd?” vraag ik de man overbodig.
“Alleen de buitenkant.” Geen emoties.
Op de vloer van de donkere kelder ligt een rode deurmat met Welkom in het Engels en Chinees. Een vissige etenslucht penetreert de benauwde ruimte. Hij overhandigt de sleutels en loopt voor me uit naar buiten. Om de hoek is een trapje naar boven. Weinig behendig klim ik door de ijzeren buizen. De man steekt zijn hand uit naar de koffer en draagt hem naar boven. Achter de deur begint direct een nieuwe trap met meteen links een deur die 2/3 is van de normale hoogte. De deur van de andere kamer is even klein. Dit is een hotel voor kleine mensen. Ook de kamer is erg laag. Het is een halve kamer. Rechtop staan lukt alleen op de plaatsen waar geen balken lopen. Een scheepshut zonder deining.
Het oude bed is strak opgemaakt met een wollen deken. De vergane vitrages hangen slechts aan enkele haakjes. Samen met de steigerdoeken maskeren ze het uitzicht op de gracht. Met de lampjes aan is de kamer zelfs gezellig. Door de magere verlichting zijn de zelfgetimmerde wanden en meubels minder lelijk. Vanaf het bed staar ik naar de televisie. Naar een wereld die ook niet de mijne is.
De badkamer is smerig. Bruine sporen in het toilet, een deken van haar bedekt het doucheputje. Op het planchet staan vijf verschillende soorten doucheschuim. Zijn het gevonden voorwerpen?
Mijn steeds dikker wordende lijf smeer ik in met DEET. Als een Turkse olieworstelaar die dit moment gebruikt om zich te concentreren voor de wedstrijd. De lakens zijn smetteloos wit. Een intense jeuk op mijn schouderbladen op het moment dat ze contact maken met het onderlaken. Is dit verbeelding? Het lukt niet om in een diepe slaap te komen. De lamp blijft aan. De andere gasten die de hele nacht thuiskomen en weggaan, zorgen dat ik elk half uur kan controleren of er geen ongewenste gasten tussen de lakens zitten. De eeuwige geur van wiet.
De honger wekt me definitief, maar de gedachte aan de geur bij de receptie en in de badkamer maken het onmogelijk om uit bed te komen. Het ontbijt is gelukkig tot half 11. De bouwvakkers zingen vrolijk en een verflucht komt het raam binnen. Zonder te douchen kleed ik me aan. Op de buitentrap staat een ladder. Door een misstap val ik bijna van de trap. De bouwvakkers lachen om mijn onhandigheid.
Op de binnenkant van de voordeur staat Do NOT lock! Fire escape. En daaronder hangt: Be Careful. Step is broken.
De ontbijtkelder zit vol. “Koffie?” vraagt de verbrande Chinese man. Hij wijst naar een tafel die voor 1 persoon is gedekt. Hij zorgt voor me. Vergeleken met andere budgethotels is het ontbijtbuffet uitgebreid. Witte puntjes en gesneden koek. Achter me zit een vrouw met ongewassen haar in een mysterieus gewaad. Haar wenkbrauwloze ogen staren me leeg aan. Even wezenloos als de Aziatische vrouw in de keuken.
De koffer is hermetisch dicht gebleven. Het oude bed, de plakkerige anti-insectenvloeistof, de badkamer. Opeens is het allemaal teveel. Ik bel een vriend om daar te douchen.
De Chinese man neemt halverwege de trap de sleutels in ontvangst.
“Was het goed?” Hij kijkt bang en verdrietig. Bang is voor het oordeel.
Hij werkt hard. ’s Morgens vroeg maakt hij koffie en ’s avonds tilt hij koffers op het onmogelijke trappenstelsel. Elke dag zorgt hij weer dat er een kan jus d’orange staat en een schaaltje gekookte eitjes. Want dat hoort nu eenmaal bij een hotel. Hij laat de buitenkant van het gebouw opknappen en verzamelt vergeten shampooflessen en moet tussendoor ook nog zorgen dat de kamers gevuld worden via alle mogelijke boekingssites. Elke dag de vieze toeristen die drinken en blowen tot ze naar boven kruipen en in hun eigen kots in slaap vallen, en niet eens merken dat ze door hen zelf meegebrachte beestjes worden leeggezogen. Een wezenloze vrouw die als een zwart gat alle energie uit de omgeving zuigt.
“Ja, het was goed,” knik ik geruststellend.
Hotel The Veteran is een budgethotel met 12 kamers, zonder ster, van dezelfde eigenaar als Hotel De Munck. De kamers zijn redelijk onderhouden, de sanitaire voorzieningen zijn niet schoon, maar het ontbijt is in orde. Het ligt naast het Rembrandtplein/Thorbeckeplein en daarom trekt het vooral jong uitgaanspubliek dat over het algemeen weinig tijd in het hotel doorbrengt.
Hotel The Veteran, Herengracht 561
Vanaf 39 euro









