De pijn in de rug en in het hoofd zijn ondraaglijk. Het is zaterdagavond laat en ik heb nog geen hotel. Groepen mensen gaan over de straten als kuddes wilde dieren op de vlucht. Nederlanders en toeristen. Ze zien me niet en struikelen over de koffer. Boze blikken. Ik ga met mijn hoofd tegen een gebouw staan. De koelte van de stenen werkt verzachtend.
Ik passeer een verzorgingstehuis. Zal ik binnengaan en me laten verplegen? Op een bed gaan liggen en me overgeven aan het personeel. Me laten wassen, voeden en aaien? Het hospitaal als het ultieme hotel. Ik zie mezelf als kind in het ziekenhuis liggen, na een val in het donker. Bijkomend van bewusteloosheid en tijdelijke blindheid. De voortdurende misselijkheid en pijn. Desondanks waardeerde ik de aandacht.
Met de tram naar Amsterdam Zuid. “De grote zaal komt naar buiten en er moet een heel bejaardenhuis naar binnen, dus schuif een beetje op,” zegt de tramchauffeur als we langs het Concertgebouw rijden. Met mijn koffer worstel ik naar buiten, door de trage massa naar een viersterrenhotel verderop. Hier moet een slaapplaats voor mij zijn. Al was het maar een vloer waar ik op kan liggen.
Het vierkante hoekpand is overwoekerd door klimop. De luifel steekt uit, zodat gasten droog van de taxi naar de deur van het hotel kunnen lopen. Een reddingsboei die me uit de donkere nacht trekt. Het naambord op de luifel lijkt dat van een ziekenhuis. Snel, een bed.
“Ja, we hebben nog een bed. Maar dan moet je wel de kamer erbij nemen,” zegt de Amsterdamse nachtreceptionist lachend.
“’s Nachts werken is zoveel leuker dan overdag,” zegt hij. “Dan maak je dingen mee die bij daglicht niet gebeuren.
Er komen drie mensen van beneden. Een strakke blik in hun ogen. “Kunt u een taxi bellen?” probeert de man te zeggen.
“Het meest bizarre wat hier af en toe gebeurt, maar dat gebeurt in alle hotels, is dat mensen coke gebruiken op hun kamer en vervolgens de hele kamer onder schijten, om het maar eens in netjes Nederlands te zeggen. Stront en bloed tegen de muren, overal.”
Natuurlijk wordt er in dit viersterrenhotel in Amsterdam-Zuid niet geblowd, maar worden er echte drugs gebruikt.
“We hebben drie hotels in Amsterdam en nog een soort verpleeghotel in Alkmaar. Voor bejaarden en zieken en zo. Daar kun je ook nog heengaan. Weet je wat, ik vind je een leuke gast, ik geef je een lekker tweepersoonsbed, in plaats van een single.”
Het licht gaat niet aan met de hoofdschakelaar. In het donker zoek ik een ander lichtpunt, maar dat is er niet. Als een inbreker op zijn eerste werkdag beweeg ik door de kamer. In het donker ga ik op het bed liggen. Stel voor dat deze kamer bezet was en iemand wakker naast me wakker schrikt. Voorzichtig spreid ik mijn armen en benen als een kruis.
De rugpijn wordt langzaam opgezogen door de matras. Er ligt alleen nog een kloppend hoofd. Een door vocht opgezwollen bloemkool die niet langer in de hersenpan past en de deksel omhoog probeert te drukken. Opeens mis ik mijn kat, die als enige ter wereld aanvoelde als ik ergens pijn had en precies op die plek ging liggen, als een harig drukverband. Ik bel de vriend die voor haar zorgt. “Nee, het gaat echt niet goed met me. Niet omdat je poes is weggelopen, hoor. Daar ben ik al lang overheen.” Even blijft het stil. “Grapje. Het gaat heel goed met haar. We krijgen echt een band.”
Alcohol. Ik heb alcohol nodig om de bloedvaten te verwijden. Schuifelend naar beneden. Het is donker en ijskoud in de bar.
“Sorry, de bar gaat om 11 uur dicht,” zegt de receptionist, maar hij voelt aan dat het een noodgeval is. “Als je nog wat wilt drinken, dan kan dat wel, hoor. Hij doet de lampen van de bar aan en pakt drie flessen rode wijn. “Welke wil je? Deze krijg je van mij.”
Terug naar de donkere kamer. De deur klapt dicht, maar net op tijd red ik het glas. De wijn klotst. Ik vind een schakelaar van een staande lamp. Gelukkig zijn de vloerbedekking en de bedloper rood en zit de wijn voor het grootste deel nog in het glas.
Ik wil een douche nemen, maar krijg de kraan niet aan. Vanavond is alles ingewikkeld. Dan maar slapen. Binnen enkele seconden ben ik bewusteloos.
Hotel EMB Memphis heeft 74 kamers en ligt vlakbij de RAI en het Concertgebouw. Het viersterrenhotel heeft een bar, een restaurant, gratis draadloos internet en keuze uit ontbijt op bed, een ontbijtbuffet en een ontbijt ‘to go’. De kamers zijn netjes en schoon.
Memphis EMB Hotel, De Lairessestraat 87
Vanaf 79 euro, exclusief ontbijt









