Met haperende sloten

City Garden Hotel

Aan het eind van de P.C. Hooftstraat, vlakbij het Vondelpark wapperen de vlaggen van verschillende landen. Duidelijk een hotel met internationale allure.

“You are faster than the fax,” lacht de receptionist, terwijl hij in een stapel prints graait. Hij kan de reservering niet vinden. Als hij hem eindelijk heeft, kijkt hij zorgelijk. “Oh, I only have a double room in the basement.” Hij wacht mijn reactie af. “But there’s AC,” zegt hij troostend, terwijl hij gebaart naar het plafond.

De trap af. Op de rode vloerbedekking liggen houtschilvers en een lange grijze doek. Het ziet eruit alsof hier jaren niemand is geweest. De deur van de kamer gaat niet open. Het lichtje blijft rood. Terug naar boven. “Sorry, soms doen de sloten het niet. Vandaag heeft iedereen er last van. Je bent de zoveelste. Soms doen ze het de ene keer wel de andere niet, de ene dag wel, de andere niet.”
“My key doesn’t work.” Een andere gast heeft hetzelfde probleem. De receptionist geeft hem een stalen sleutel.

Nogmaals naar beneden. Dit keer gaat de deur wel open. De kamer is donker en triest. Tegen het plafond zitten twee smalle ramen en een airconditoningapparaat. Van de plafondlamp komt koud wit licht. Het kapje is van het bedlampje; uit het stompje steken twee losse draadjes. Het bed lijkt al beslapen. Ook de handdoek in de badkamer lijkt gebruikt.

Vaker heb ik in dit soort kelderkamers geslapen, maar deze kamer voelt niet goed. Hoe komt dat? De twee minuten dat ik binnen ben, merk ik dat de zuurstof uit mijn lichaam vloeit. Het lijkt of ik de druk van het hele gebouw op mijn hoofd voel. Wat is er in deze kamer gebeurd dat hier zo’n negatieve energie hangt? Zelfs de telefoon heeft geen ontvangst. Snel, weg, naar boven. Met mijn tas vlucht ik naar de receptie om daar te gaan werken.

“The key doesn’t work?” vraagt de receptionist. Ik antwoord dat de sleutel niet het probleem is. “Is it, because it’s the basement?” Hij fronst.
“Nee,” stamel ik. “The room doesn’t feel good.” Is dat een legitieme reden om een kamer af te keuren? Door mijn hoofd flitsen alle vreselijke gasten die aan de receptie hebben gestaan omdat de kamer aan de verkeerde kant van het hotel zat, te klein was, te ver weg verwijderd was van de andere kamer.
“Is it really the last room you have?” vraag ik. Hij bevestigt dat het de allerlaatste kamer is. Betekent dit dat ik straks terug moet naar de kelder? Ik kan ook het hotel ontvluchten. Het Vondelpark inlopen. Frisse lucht. Of naar een ander hotel.

Hij vraagt of ik het een probleem vindt om op een vierpersoonskamer te liggen. Er is hoop. Misschien hoef ik niet terug naar de bedompte kelder. Ik knik gretig ja en vertel dat ik een boek over hotels schrijf.
“In that case, I give you a room on the top floor. With park view. It’s one of the best rooms we have.” Waar haalt hij plotseling een kamer vandaan? Was deze eigenlijk bedoeld voor iemand anders of stond deze nog wel leeg?

Naar de vierde verdieping. Opnieuw doet de sleutelkaart het niet. Terug. “Sorry,” zegt de receptionist lachend en hij steekt hem opnieuw in het apparaat dat de kaart activeert.
De nieuwe kamer is een stuk groter. Licht stroomt uit het kleine zolderraam en hult de kamer in een zonnige waas. Er staan twee fauteuils.  Het lijkt of er twee flatscreens hangen, maar eentje blijkt een spiegel. Ik ga op het bed zitten. Het matras is dun. Een pijnscheut door mijn rug.

Op bed ga ik liggen schrijven. Nooit eerder was het zo prettig om een ruime kamer te hebben. Steeds kijk ik om me heen om te genieten van de ruimte. ’s Avonds laat verlaat ik het hotel om iets te eten. Als ik terugkom werkt de sleutel niet. De receptionist laat me binnen. Hij zit aan de telefoon. “It’s not included. Shall I offer him breakfast?” Heeft hij het over mij? Hij schudt lachend zijn hoofd. “Use this one.” Hij geeft me een ouderwetse metalen sleutel. “This always works.”

Een lange nacht. Uitgerust neem ik een douche. Als ik uit het raampje kijk, zie ik een busje van de slotenmaker staan. Het probleem wordt opgelost. Een hotel met daadkracht.

“Can I have your room number?” Het tweede kamernummer weet ik niet meer, dus ik pak het kaartje erbij. Er is aangekruist: Breakfast included.

Het meisje schudt haar hoofd ferm. “Sorry, breakfast is nog included. You are not on my list.”
Ik moet denken aan de woorden van een vriend die vaak in hotels slaapt. “Er zijn twee hotels: hotels waar je je welkom voelt en hotels waar je je niet welkom voelt.”

Weer wil ik niets liever dan het hotel ontvluchten. Verbaasd wijs ik op de kaart. Dan loopt ze met mijn kaart naar de receptie. “Wait.” Met mijn cappuccino in de hand sta ik te wachten. Ongemakkelijk. Als de koffie op is, komt ze terug. “Yes, you can have breakfast.”

Hotel City Garden is een ouderwets hotel dat al jarenlang niet grondig is gerenoveerd. Het ligt aan het begin van de P.C. Hoofstraat, aan de zijde van het Vondelpark. City Garden is onderdeel van de groep WIN Hotels.

Hotel City Garden, P.C. Hooftstraat 162
Vanaf 65 euro