Crowne Plaza Hotel Amsterdam City Centre
Een lachende man in rood uniform staat buiten met een gast te praten. Gekruiste gouden sleuteltjes blinken trots op zijn revers. Ik neem niet de hoofdtrap, maar de schuine opgang aan de zijkant, om hem niet te storen in zijn gesprek, maar hij ziet me in zijn ooghoek, springt galant op de koffer af en neemt de bagage over. Een pas-de-deux. Ontdaan van al het gewicht kom ik bij de drie receptiedesks.
“Goedemiddag, meneer Van Dijk,” zegt de jongen vrolijk.
“Wat goed, kennen jullie alle namen van de gasten?” vraag ik lachend.
“Nou, bijna dertig tot veertig procent wel. Veel gasten komen hier terug,” zegt de jongen ad rem en ik heb spijt van mijn egocentrische opmerking.
Er komt een andere jongen aangelopen. “Goedemiddag, meneer Van Dijk. Ik ben de Duty Manager, zal ik u even naar de kamer brengen en het hotel laten zien?”
De Conciërge komt naar me toe en drukt een stapeltje folders in mijn handen. “Waarschijnlijk heeft u ze niet nodig, maar ik geef ze toch maar.”
“De conciërges zijn een hecht team met jarenlange ervaring,” zegt de gids. “Ze vinden het leuk om alles op te lossen en uit te zoeken. Al wil je met een olifant over de grachten van Amsterdam. We maken het eigenlijk nooit mee dat we een verzoek niet kunnen inwilligen. Ja, als een gast heel dicht boven de stad wil vliegen met een helikopter, of zo. Maar dan komt de Conciërge met een alternatief.”
Hij loopt met me door het hotel. “Dit hotel is anderhalf jaar geleden helemaal gerenoveerd. De receptie was heel statisch. Door de nieuwe opzet hebben we veel meer contact met de gasten. En hier is de Living Room. De architect heeft een woonkamer bedacht met een enorme boekenkast waar gasten boeken kunnen lenen en andere boeken weer kunnen neerzetten. Er is geen bar meer. Het hele restaurant is verplaatst en gemoderniseerd. Het restaurant staat helemaal los van het hotel, om ook mensen van buitenaf te trekken.”
De restaurantmanager komt erbij staan. “Ooit was er een restaurant Dorrius in Amsterdam. Enorm groot en erg bekend vanwege de Nederlandse keuken. Toen de eigenaar al zijn winst vergokte ging het restaurant failliet. Destijds is de inboedel gered en daarmee is het oude hotelrestaurant ingericht.” We kijken door de roededeuren het oude restaurant in. Tussen de ouderwetse lambrisering en decoratie zit Sinterklaas en een groep met jonge kinderen. “We vieren elk jaar Sinterklaas met alle medewerkers.” Twee donker geschminckte meisjes komen op ons af. “Willen jullie pepernoten?”
De General Manager komt naar me toe. “Mag ik even kennismaken? Je reis langs alle hotels zit er bijna op. Vind je het jammer of kijk je er wel naar uit?” Zijn interesse klinkt oprecht.
Op de kamer ligt een kaartje van zijn hand: Ook namens alle medewerkers wens ik u een prettig verblijf. “Ook namens alle medewerkers,” lees ik hardop. De hoekkamer is smaakvol ingericht in aardekleuren. Imposant uitzicht over de Nieuwezijds Voorburgwal. Een stomme film uit een andere tijd, want het geluid wordt geweerd door de ramen. Op het speciale bed liggen tips en essentiële oliën om snel in slaap te komen. Er staan een fles wijn en een schaaltje met hartigheden.
In het New Dorrius-restaurant ga ik zitten werken. “De menukaart is nog wel hetzelfde. Oud-Hollandse gerechten. Zelfs de receptuur is onveranderd. Mag ik u de kaassoufflé aanraden? Die is heel anders dan u ooit heeft geproefd. Bijzonder lekker. Hier heeft u versgebakken brood met reuzel.” De restaurantmanager is trots op de kaart. Ondanks het witverlichte modern ingerichte restaurant proef ik vroeger.
“Hier is de jachtschotel. Een andere favoriet. En nu de laptop even dicht en genieten,” zegt hij gemaakt streng. Ik doe mijn ogen dicht en waan me in het bruine restaurant met een verleden.
“Hier is nog een glas écht lekkere wijn.” Een man komt bij me aan tafel staan. “Voor de verbouwing was ik de Barman. Ik deed mee aan wedstrijden en iedereen kende ons.” Opeens krijgt hij een melancholische blik in zijn ogen. “Maar er is nu geen bar meer, dus het werk is heel anders geworden. Ja, daar staat een rijtje flessen, maar dat is geen bar. Vroeger had je bijzondere gesprekken met de gasten, nu is het wat afstandelijker. Het is de schuld van de architect.”
Een Amerikaanse man en een vrouw komen het restaurant binnen. “Is there a bar? We would like to drink something.”
“No, we don’t have a bar, but I can bring something to the Living Room,” zegt de Barman gelaten. De Amerikanen gaan akkoord.
Het restaurant is verbouwd tot ontbijtzaal. In het daglicht en gevuld met mensen leeft de ruimte. Een doek met een zwart-witfoto van Nederlandse fietsen probeert de flessen drank te verhullen.
Een Ontbijtmevrouw komt naar me toe. “Zal ik een lekkere cappuccino voor u maken? En zal ik aan de kok vragen of ze een spiegeleitje voor u bakt?”
Een mevrouw van de Housekeeping wenst me enthousiast goedemorgen, net als de drie lachende meisjes achter de receptiedesks. De conciërge is enthousiast in gesprek met twee gasten. Zijn desk ligt vol met brochures en het echtpaar luistert ademloos naar zijn tips. Ik probeer onzichtbaar langs hem te lopen om hem niet te storen in zijn verhaal.
Hier werken stuk-voor-stuk bijzondere mensen. Daar kan zelfs een architect gelukkig niets aan veranderen.
Crowne Plaza Hotel Amsterdam City Cente is een luxe viersterrenhotel dat onlangs geheel is gerenoveerd. Het ligt zeer centraal, vlakbij Centraal Station. Er zijn een klein fitness- en wellnesscentrum, een Clublounge, een mooi ontworpen woonkamer en een nieuw restaurant met Oud-Hollandse keuken. Het oude restaurant is beschikbaar voor groepen en partijen, en er zijn meetingzalen. De kamers hebben comfortabele bedden en andere faciliteiten om goede nachtrust te garanderen. Het is onderdeel van de InterContinental Hotels Group.
Crowne Plaza Hotel Amsterdam City Centre, Nieuwezijds Voorburgwal 5
Vanaf 126,65 euro








