ROOMS AVAILABLE, CHEAPER PRICE staat op de deur. Elke dag.
De deur gaat automatisch open en ik neem de trap naar boven. De hal ruikt naar verf. De grijze plavuizen en glimmende wanden ogen nieuw. Is dit echt het smerigste hotel van de stad? De hotelhel? Ondanks alle waarschuwingen wil ik er slapen.
“We hebben een kamer van 75 euro, maar ik moet je waarschuwen: hij is klein. Heel klein.” zegt het meisje achter de receptie in het Engels met een Oost-Europees accent. Ze lacht ernstig. “Er is wel een grotere kamer, maar dan betaal je 170 euro of meer.” Was dit niet een budgethotel? Ze pakt een schrift en schrijft zorgvuldig de gegevens van mijn paspoort over.
Ik leg het geld op de receptie. Het voelt als een criminele transactie. “Wilt u de kamer niet eerst zien?” vraagt het meisje vriendelijk onzeker, maar ik pak de geknakte kaartsleutel en ga de trap op. Blij dat er nog een kamer is, want de stad zit vol met mensen die hier afscheid komen nemen van het jaar.
“De kamer is aan het eind van het hotel,” zegt ze, terwijl ze naar de hemel wijst.
“Welke kamer zoekt u?” vraagt de schoonmaker met een zelfgerolde dunne sigaret in zijn mondhoek, leunend op zijn mop. Hij begint te lachen als hij nummer 30 op de kaart ziet staan. “Helemaal boven. Die kamer is echt heel klein.”
Buiten adem door de zware verflucht, in combinatie met de sigarettenrook en schoonmaakmiddelen, bereik ik de bovenste verdieping. De kamer is niet breder dan een toilet in een rijtjeswoning. In deze scherpe verflucht kan ongedierte niet overleven, troost ik mij. Een eenpersoonsbed met een krukje. Daarboven hangen een lamp, een televisie met twee houten hangertjes eraan. De kamer is de kast. Glanzend witte muren. Voor het kleine venster hangt een gordijn. Door kapot getrokken kippengaas is een dak vol apparaten en een satellietontvanger te zien. Het is warm in de kamer en een van de lampen is kapot.
De koffer balanceert op het krukje als een circusolifant. Ik ga liggen op de harde matras, onder de oorlogsdeken. De verflucht vermengt zich met een wietlucht uit de andere kamers in de hal. Hard klinkt oubollige vioolmuziek uit de kamer van een Italiaans koppel aan de andere kant van de gang. Steeds hetzelfde nummer. De uren verstrijken, maar slapen lukt niet onder de felle lamp. Als ik wil douchen, realiseer ik me dat er geen handdoek op de kamer ligt. Ik wil weg, weg uit dit hotel.
“Klein, he?” lacht het receptiemeisje besmuikt. De voordeur draait automatisch open.
Een nette man staat buiten. “Ik ben de eigenaar van het hotel, niet de manager. We hebben geen tijd om naar de negatieve recensies op internet te kijken, want ik heb nog meer hotels. Dat het schoon is, dat vind ik het belangrijkst. We hebben net alles opgeknapt. Die hoge kamerprijzen, dat is marktwerking. We zitten natuurlijk op een geweldige plek, zo dichtbij het station. En als er te weinig hotelkamers zijn, dan schieten onze prijzen omhoog. Dan betalen mensen 75 euro voor zo’n klein kamertje. Zolang ze dat betalen, zijn wij gek als we de prijzen zouden verlagen. Mensen komen een volgende keer niet meer terug, maar er komen genoeg nieuwe toeristen naar Amsterdam. Wij zitten altijd vol.”
Hotel Jimmy is een hotel tegenover het Centraal Station. De kamers zijn zeer basic en ouderwets ingericht, maar het hotel is net opgeknapt en geschikt voor gasten die willen blowen en nergens anders terecht kunnen.
Hotel Jimmy, Martelaarsgracht 15-boven
Vanaf 75 euro (geen website)









