In een herberg

Hotel Dam Square Inn

Op de grijze poort met bloedrode houten deuren staat De Drie Fleschjes. Het oud-Nederlandse beeld vormt een contrast met het Amerikaanse blauwe vignet van Best Western boven de entree.

“U bent inderdaad erg vroeg.” De man achter de receptie glimlacht en geeft me een hand. “De kamer is nog niet klaar, maar u kunt uw bagage hier neerzetten en neem een lekker kopje koffie. Mag ik vast uw paspoort, dan kan ik alles vast gereed maken.”

In de hal zit een groep Amerikaanse echtparen die strijden over de excursie van de dag. De groep splijt langzaam in tweeën: de Bloemenmarkt en Het Anne Frankhuis. Moet ik tussen beide springen en zeggen dat ze beter het echte Amsterdam kunnen leren kennen?
“Never travel in a group,” probeert een vrouw mij in de discussie te betrekken.
“Uw kamer is klaar, hoor,” zegt de receptieman net op tijd. “Hier zijn uw paspoort en sleutel.” Op het mapje van de sleutelkaart zijn de log-ingegevens voor internet geprint. Onopvallend, alsof het vanzelfsprekend is.

Als ik de kamer binnenkom springt het licht in de hal direct aan. Niet zoeken naar een lichtknopje, tastend tegen een donkere muur, omdat de deur automatisch dichtvalt,  struikelend over de net neergezette bagage. Ook het licht van de badkamer gaat automatisch aan. Alle nachten dat ik bijna in mijn boxershort plaste, in het donker zoekend naar een toiletpot, flitsen voorbij.

Aan deze kamer heeft een genie gewerkt. Iemand die zijn hele leven in hotels woont. Ook de rest van de kamer klopt. Stopcontacten en lichtknopjes aan weerszijden van het bed. Vol bewondering sta ik te kijken naar de ogenschijnlijk zo neutrale kamer, steek mijn elektronische reisgenoten in het oplaadstations en kruip verliefd in het zachte bed.

Tijdens het ontbijt geeft de manager mij een hand en komt even later bij me zitten.
“Dit hotel is van mijn vader geweest. Bij hem kan ik nog steeds terecht voor strategisch advies. Van hem kwam het plan om te renoveren in de tijd van slechte economie. Briljant. Daar profiteren we nu van. Mijn zus deed het management, totdat ze enorme last kreeg van haar rug. Daarom heb ik het tijdelijk overgenomen. Ik ben gespecialiseerd in Rooms Division. Ik weet hoe ik een hotel vol moet krijgen. Het spel met de kamerprijzen.”

“In vijfsterrenhotels leerde ik dat service zit in hele kleine dingen. Sommige heb ik meegenomen naar dit hotel. Zo staat er hier bij de deur een bak met paraplu’s. Het is zo prettig als je een gast een paraplu kunt geven als het hard regent. En zo’n pot koffie is ook een leuk gebaar. Zo’n gebaar kost niets. Het zijn gewoon de kannen van het ontbijtbuffet, maar het is zo prettig als mensen een kopje koffie kunnen pakken.” Even later komt hij terug met twee vers gezette kopjes koffie.

“Vroeger was dit de likeurstokerij van Bootz. Hiernaast zit nog steeds het proeflokaal De Drie Fleschjes. Dat bestaat al zo’n 360 jaar. We hebben er een eigen vat staan en nemen er wel eens gasten mee naartoe. Groepen en zo. De gevel is nog authentiek, maar alles erachter is opnieuw opgebouwd. Sinds kort zijn we een Best Western-hotel. Dat zorgt voor veel Engelse en Amerikaanse gasten. Die komen ook af op de naam ‘Inn’. Dat is voor Engelsen zoiets als driesterrenhotel. De vertaling is eigenlijk ‘herberg’.”
“Een Inn associeer ik met een bar, maar jullie hebben geen echte bar!” merk ik op.
“Wel hoor,” lacht de eigenaar. “Hiernaast: De Drie Fleschjes.”

“Welk genie heeft de kamers ontworpen?” Ik kan me niet langer inhouden. “Die lichtknopjes die automatisch aanspringen zijn geniaal!”
“Ja, het zijn goeie kamers, hè? Gewoon lekker neutraal. Maar die lichtknopjes, dat was eigenlijk een noodgreep. Omdat er in het nieuwe design kasten tegen de wand van de entree kwamen, was er geen plek meer voor de lichtschakelaar. Daarom hebben we maar een automatische sensor opgehangen,”

Hotel Dam Square Inn is een driesterrenhotel in een bijzonder straatje achter de Dam. Een modern hotel in een pand met een rijke geschiedenis als likeurstokerij. De 38 kamers zijn recent gerenoveerd en comfortabel ingericht, de mensen die er werken zijn hartelijk. Het ontbijt, internet en take-away-koffie zijn inbegrepen.

Best Western Dam Square Inn, Gravenstraat 12-16
Vanaf 115

Met lichte rookschade

Hotel Prinsenhof

Krulletters op de gevel van het statige grachtenpand. De bovenkant van de voordeur gaat open.
“Vincent van Dijk? Kom binnen. Ja, het is nog vroeg, maar je kamer is al gereed, hoor. Hij is niet gebruikt, vannacht.”
Ook de onderkant gaat open. Bovenaan de trap staat een lachende vrouw. De hal ruikt naar sigarettenrook. Op het bureau in de receptie staat een volle asbak.

Ik vraag verbaasd of het bord op de gevel klopt en het hotel maar 1 ster heeft.
“Ja, we hebben maar 1 ster. Er is geen lift in dit oude pand en de kamers zijn vrij klein. Maar jij hebt geluk. We hebben veel annuleringen door het barre winterweer, dus je krijgt de mooiste kamer. Eentje met douche en toilet in de kamer! Hij is helemaal boven in het hotel, maar ik kan je bagage even naar boven takelen met de haak. Dat is echt een fenomeen. Heel veel gasten maken er een foto van. The Hook.”

Ze drukt op een knop aan de muur met de tekst This is not a doorbell eronder en vanaf het plafond daalt een haak neer. Ze hangt de koffer eraan en hijst hem door het trapgat naar de bovenste verdieping. Suïcidaal bungelt mijn hele bezit aan de haak. “Nee, The Hook is niet voor mensen, jij zult toch moeten lopen,” lacht ze.

De kamer is inderdaad groot en gezellig ingericht. Repeterende balken tegen het witte zolderdak. Ondanks de hoogte is het behaaglijk warm. Heeft dit hotel echt maar 1 ster? Een trapje leidt naar het hooggelegen raam met uitzicht op de hijsbalk van het pand wat ooit een pakhuis was. Ook de kamer ruikt naar sigarettenrook, maar het is buiten te koud om het raam ver te openen. Op de tafel staat een asbak. De lucht laat me niesen, maar gelukkig staat er een doos met tissues naast de asbak. Alsof het hotel wist dat ik allergisch ben voor sigaretten.

Midden in de kamer blijf ik staan. Er ontbreekt iets in de kamer, maar ik zie niet direct wat. Er is geen TV. En dat terwijl ik net zin had om lekker uit te rusten voor de televisie, dus ik verlaat het hotel om naar een bioscoop te gaan. In de hal kom ik de overbuurman tegen die me paniekerig aanklampt.
“Where’s the toilet?” vraagt hij, alsof het bijna te laat is.
“Downstairs?”gok ik. Of moet ik hem aanbieden om mijn toilet te gebruiken?

Door een sterke hoestbui word ik wakker, spring meteen onder de douche en neem de trappen naar beneden. Aan de wand van de ontbijtzaal hangt een grote replica van Rembrandts Nachtwacht. Het goud kleurt mooi bij de gele papierplacements op de gedekte tafels.
“Vincent van Dijk? Aangenaam. Leuk dat je hier bent. Wil je koffie?” De hotelmanager geeft me een hand. Hij draagt een comfortabele pullover. Een dikke kat met een halve staart schrijdt de ruimte binnen en schurkt spinnend tegen mijn been. Alsof hij aanvoelt wat ik mis.
Please Note: Feeding the cat will result in doubling your bill. waarschuwt het bordje boven het buffet.

“Toen ik je laatst belde, stond je te kijken bij die brand achter Hotel 717. Dat was best heftig, hè?” Hij zet een kannetje koffie op tafel.
“Ik doe dit alweer 15 jaar. De eerste 5 jaar woonde ik in het hotel maar nu gelukkig niet meer. Dan ben je altijd aan het werk. Dat is zo fijn van zo’n klein hotel. Hier kan ik gewoon rondlopen in mijn trui en heb ik de tijd om leuk praatje met de gasten te maken. Dat bepaalt de sfeer hier.”

“We hebben bewust maar 1 ster. Dan hebben mensen helemaal geen verwachtingen als ze hier komen. Kan het alleen maar meevallen. En als mensen dan klachten hebben over iets, dan kunnen we altijd zeggen: we hebben ook maar 1 ster. Maar onze kamers zijn ook te klein voor meer sterren. En we hebben bijvoorbeeld geen nachtwacht. We hebben wel een brandwacht, iemand die hier de nacht doorbrengt en in actie kan komen als er brand uitbreekt.”

“Was je niet verbaasd dat we geen televisie op de kamers hebben? Volgens mij zijn wij het enige hotel in Amsterdam zonder televisies. Geen TV, dat scheelt echt enorm in de brandveiligheid. Zeker met die oude televisies is er toch wel veel brandgevaar in een hotel.”
“Geen televisie, maar er mag hier wel gerookt worden?” lach ik.
“Ja, daarom hebben we ook asbakken op de kamer. Volgens de wetgeving mag er in hotels gewoon gerookt worden. Een hotelkamer is namelijk privégebied.”

De deur naar de frisse winterlucht klapt in twee delen open.

Hotel Prinsenhof is een gemoedelijk budgethotel op de Prinsengracht ten hoogte van de Utrechtsestraat. Het hotel met slechts 1 ster is rokersvriendelijk, netjes en schoon en wordt gerund door sympathieke mensen. Niet alle tien kamers hebben een toilet en douche op de kamer en er zijn geen televisies, maar het ontbijt is inbegrepen.

Hotel Prinsenhof, Prinsengracht 815
Vanaf 49 euro, vanaf 89 euro met eigen badkamer

Als een echtpaar

Hotel Wiechmann

De Prinsengracht lijkt oneindig door de trage sneeuw. Een slippende auto voor het hotel veroorzaakt  een file. Vooruitgeduwd door 6 mensen. Telkens glijdt hij terug, onder luid gejoel van de omstanders.

De klok in de receptie slaat met een diepe toon. Het geluid resoneert in de gietijzeren steelpannen aan de wand. De muziek van een spannende thriller. Voor de kachel ligt een Duitse herder die aan het sonore klokgeluid gewend is geraakt. De besneeuwde koffer bedruipt zijn snel ademende lijf. Hij rilt. Dit hotel is een allegorie van de huiselijkheid.

“Ja, je was al eerder langsgekomen, maar het was druk in de zomer. We hebben nu de mooiste kamer voor je, met uitzicht over de Prinsengracht,” zegt de receptionist. “We hadden vandaag veel annuleringen omdat er nauwelijks vliegtuigen landen op Schiphol, dus je hebt geluk. Voor ons niet zo’n ramp, hoor. De kamers moeten toch gewoon betaald worden, zonder dat we er werk aan hebben, haha. Hier is de sleutel van je kamer, deze is van de voordeur en deze is van het kluisje op de kamer. Net groot genoeg voor je paspoort en je portemonnee.”

Vanuit de klassieke kamer is het tafereel op de gracht goed te zien. Een nieuwe auto komt in dezelfde slip terecht. Alsof in dit winterlandschap geen auto’s horen. Terug naar de warme van beneden.

“Net na de oorlog is de heer Wiechmann begonnen met dit hotel.” Hij wijst naar de verlichte man op het schilderij boven de gloeiende gaskachel. Naast de receptie staat een ingezakt harnas.
“Op een gegeven moment heeft zijn dochter het overgenomen. Ze begon eerst in het hoekpand, en dat hotel is er later bijgetrokken. Zij heette geen Wiechmann maar een Boddy, de naam van de huidige manager. Maar we hebben zijn naam gehouden. Hij was verwoed verzamelaar. Onder meer van wapens, die je door het hele hotel ziet. In de loop der jaren is er nog zoveel meer verzameld, zoals de theepotten die in de vensterbank staan. Je ziet iedereen er altijd naar kijken, als ze voorbij lopen. Het mooiste van het hotel is de ontbijtzaal. Kom even mee. Zo’n uitzicht op de gracht heb je in geen enkel hotel gezien, dat zul je morgenochtend wel ervaren.”

We lopen door een poortje en staan in een woonkamer. Nee, een aaneenschakeling van verschillende Jordanese woonkamers met Perzen, verschillende kleuren leunstoelen met hoofdlegger, lavendelblauw geverfde balken aan het plafond, antieke kasten, een oliekachel en een ouderwetse lamp. Tegen de muur staat een grote kluis. “Deze stond achter. Met een grote machine is hij verhuisd toen onze fundering vorig jaar werd vernieuwd, maar we konden hem met geen mogelijkheid terugkrijgen. Vandaar dat hij nu zo pontificaal in de ruimte staat.”

Telkens als de klok slaat, schrik ik op. Waar komt de angst vandaan? Een vriend sms’t: Er rijden geen treinen. Waar ben jij? Als vrienden een opvangplaats nodig hebben, denken ze steeds vaker aan mij. Even later belt hij aan bij het hotel.
“Mag ik eerst even mijn telefoon opladen? En heb je droge sokken voor me in je koffer?
“Ook goedemiddag. Kom je ook voor mij of wil je alleen gebruik maken van de faciliteiten?” vraag ik gespeeld venijnig.
“Oh, sorry. Leuk om je te zien.” Hij geeft een snelle kus op mijn wang. “Kan ik misschien blijven slapen? Dit wordt niets, vanavond.” Hij doet zijn doorweekte sokken uit, gaat naast mij op bed liggen, pakt de afstandsbediening en zapt langs de buitenlandse kanalen. De geur van natte schoenen.
“Nou. Zo voelt het dus om getrouwd te zijn.“
Toen ik in een huis woonde kwam hij nooit zomaar langs, maar nu ben ik een hotel. Hij staat op, gaat naar het toilet en klatert luid in de pot. Opeens weet ik zeker dat ik nooit een relatie wil hebben. Mijn leven is niet geschikt om te delen. Is het de koude of deze gedachte die me doet rillen?
“Zullen we even naar de hotelbar gaan? Ik heb wel een biertje verdiend,” zegt hij terwijl hij mijn sokken aantrekt.

“Nou, een echte bar hebben we niet.” De receptionist haalt een leren worst weg voor een klein barmeubel, alsof hij een afdeling van een museum opent. “Maar gewoon een biertje hebben we wel. Ik zal even de glazen spoelen.”
“Staat dit bier hier ook al sinds de oorlog?” vraag ik wantrouwend.
“Nee, hoor. Daar zorgen wij zelf wel voor. Hier gaan heel wat kratjes doorheen,” lacht hij.

Voor het ontbijt word ik wakker, maar het is veel te vroeg om op te staan. Iets over 11 gaat de telefoon. “Mag ik je eraan herinneren dat de uitchecktijd 11 uur is? We zijn niet zo streng, hoor, maar ik zou niet willen dat het kamermeisje een uur op je moet wachten. Doe rustig aan, ik laat eerst de hond wel even uit.”

“Hier zijn je sokken terug,” zegt de vriend. “Dank je voor de overnachting.” De klok slaat voor het laatst en de hond knikt vriendelijk.

Hotel Wiechmann is al 60 jaar een huiselijk familiehotel van dezelfde eigenaars. Het hotel in drie panden in de Jordaan met een zeer ouderwetse lobby en een prachtig gelegen ontbijtzaal met uitzicht op de Prinsengracht. Er hangt een zeer persoonlijke en informele sfeer en de kamers zijn klassiek ingericht, maar schoon.

Hotel Wiechmann, Prinsengracht 328-332
Vanaf 80 euro

In het wit

chic&basic Amsterdam

Mensen ontvluchten de snijdende kou. Het begint te sneeuwen en iedereen lijkt gehaast. Onrust aan de vooravond van een nieuwe ijstijd.
“Hoe heette dat hotel waar je naartoe ging? Cheap & dirty?” vraagt een vriend ironisch.
“Altijd weer die kakkerlakken,” zegt een taxichauffeur als een collega zijn rit wil afpakken en hij steekt zijn vuist op. De grijze massa onder zijn banden spat op tegen een nors kijkende vrouw.

Op een oud pand aan het begin van de Herengracht prijkt de intrigerende hotelnaam in zilveren letters. Wat is ‘chic’ en wat is ‘basic’? Van buiten is het moderne decor te zien. Een groot contrast met het meest pittoreske deel van de grachtengordel, dat eeuwenlang niet aangetast lijkt.

De receptionist overhandigt de kunststof sleutel.
“Je kunt beter een creditcard van een Hollywood-ster zijn,” spreekt de kaart bescheiden.
“We zijn een Spaanse miniketen van vijf hotels. Eentje hier en vier in Spanje. Het schijnt dat de Spaanse hotels nog mooier zijn dan dit. Ik loop even mee.” We lopen door de spierwitte ruimte met groen plafond, waar witte loungebanken en kuipstoelen staan. Er zit een jong echtpaar in galakleding te wachten op hun taxi. Haar jurk past bij zijn felrode strikje. Twee vriendinnen werken hun make-up bij. Om hen heen staan kleurige tassen van modewinkels.
“Hier staat een machine waar je de hele dag koffie en thee uit kunt halen. En hier wordt morgenochtend een ontbijt geserveerd. Een erg eenvoudig ontbijt, hoor. Maar het is wel inbegrepen.”

De kamer is niet groot, maar doordacht ingericht. Het hangende bureautje is meteen de kledingkast. De kamer is wit. Achter het bed hangt een van achter aangelichte zwart-witfoto met een man en een vrouw in een liefdevolle pose. Op het bed liggen twee opgerolde A4-tje met een rood lintje erom: de hoteldirectory.  Een spiegel op de badkamerdeur. Op het ingepakte zeepje in de badkamer staat: this is the cutest soap that you will steal from a hotel. enjoy it.

Ik smeer mezelf in met doucheschuim van honing en amandelolie. Een goede douche met een fijn geurend doucheschuim en een comfortabel bed. Is dat de basis of is dat de luxe van een hotel?
In mijn handdoek ga ik op bed liggen en kijk naar het shirt en jasje die aan de bureaukast hangen. Naar de laptop en telefoon. Naar de schoenen naast het bed en de koffer.  Dit ben ik. Dit is de man die ik wil zijn. Even lijkt mijn leven te kloppen. Chaos is structuur geworden. Chic & basic.

Opeens is het glashelder. Een hotel moet blanco zijn. Alles wat afleidt, kan zorgen voor irritaties en problemen. Kleur wordt aan het hotel gegeven door de mensen. De mensen die er werken én de gasten. Subtiel improvisatietoneel op een leeg podium. Een goede regisseur bepaalt niet alleen wie er op het podium staat, maar ook wie er in de zaal zitten. Want bij toneel gaat het om de interactie tussen de zaal en het stuk. Elk hotel krijgt de gasten die het verdient.

Shine like a star,” adviseert de schoenpoetsmachine. In de ontbijtzaal begint een man een gesprek met mij, nadat ik hem heb laten zien hoe de broodrooster werkt.
“Er gaan geen vliegtuigen, dus ik moet helaas in Amsterdam blijven,” zegt hij lachend. We staan met onze handen in de zak te wachten op het brood. Voor het eerst sinds maanden knoopt een andere gast een gesprek met me aan. Uit verbazing vergeet ik terug te praten. We kijken zwijgend naar de broodrooster, als na een te lang huwelijk.
De sneeuw heeft ook het treinverkeer stilgelegd, dus ik besluit om in het hotel te blijven werken en neem een cappuccino.
“Wat is dat,” vraagt de man die wijst op het witte schuim. “Dat wil ik ook wel.” Ik pak een kopje en druk op de cappuccinoknop.
Af. Scènewissel.

“Hola. Wil je misschien ook wat andere kamers zien?” vraagt de receptievrouw met Spaans accent. “De kamers zijn verdeeld in M, L en XL. Jij had een L, dus die was vrij ruim. Bijna alle kamers zijn inmiddels in de stijl zoals die van jou. Voor een aantal kamers wachten we al tijden op een vergunning om te verbouwen. Dat zijn onze vintage-kamers.”

Het interieur loopt over in de steeds witter wordende wereld aan de andere kant van de glazen pui. Als het even stopt met sneeuwen, verlaat ik het hotel. Er rijden geen auto’s meer op de grachten. Alleen mensen schuifelen voorzichtig door de krakende sneeuw. Ze groeten vriendelijk en lachen naar elkaar, maken een praatje met onbekenden. Alles wat voor afleiding kan zorgen is afgedekt door een beschermende laag. Geluiden worden gedempt en de haat is verdwenen. De hele wereld is veranderd in een wit hotel.

chic&basic is een klein en sympathiek hotel in drie grachtenpanden, vlakbij het Centraal Station, aan het begin van de grachtengordel. De kamers zijn ingedeeld in drie maten, waarbij sommige uitzicht hebben op de gracht. Het grootste deel van de kamers is zeer modern ingericht en hebben een bescheiden formaat. Internet, koffie & thee en een zeer basic ontbijt zijn inbegrepen. chic&basic maakt deel uit van een groep hotels, hostels en appartementen in Spanje.

chic&basic Amsterdam, Herengracht 13-19
Vanaf 82 euro

Met hemels eten

Amsterdam Marriott Hotel

Het meisje achter de receptie pakt het mapje met daarin voorgeprogrammeerde sleutelkaarten. Het is duidelijk: in dit hotel wordt niets aan het toeval overgelaten.
“Mr. Van Dijk.” Een vrolijk mannetje stapt op me af. “Shall I bring you to your suite?” Hij activeert de lift met mijn sleutel. Achter ons aan rolt een uniform de reusachtige gouden kooi met de kleine rolkoffer over de Amerikaanse vloerbedekking van de gangen.

Het is een klassiek ingerichte huiskamer met een rode zithoek en een door twee roededeuren afgesloten slaapgedeelte.
Op de houten eetkamertafel staan in chocoladesmoking gestoken aardbeien, een schaal truffels en een schaal fruit. De man geeft me een rondleiding door de suite.
“The General Manager is busy with guests at the moment, but he left a welcome note on the table.”
“I thought you were the General Manager,” zeg ik en de man moet lachen.

Het is verleidelijk om de schaal truffels leeg te eten, maar ik ruik aan een aardbei en ga naar beneden, naar de Executive Lounge om daar te schrijven.
“Wilt u een glaasje wijn?” zegt de gastheer. “En we hebben net heerlijke lamskebab gemaakt, die moet u zeker even proeven. Op het buffet staan nog meer lekkere hapjes.”

Rechts een deur naar de Health Club, links een deur naar het restaurant. De linkerpoort is de Hemel en de rechterpoort de Hel, al denken de zwetende lijven in de kleine sportclub hier duidelijk anders over.
“Gaat u zitten. Wilt u een glas wijn? Zal ik de vleestrolley er even bij pakken? Dan leg ik uit wat voor soorten vlees we hier hebben. Onze specialiteit. We zijn een steakhouse met het beste vlees uit Amerika. De gastvrouw rolt de met glazen kap beschermde wagen met trillende stukken roze rund naast de tafel. “T-bone, New York strip steak, rib-eye… Dit enorme stuk is bedoeld voor twee personen, maar er zijn mensen die het in hun eentje opeten.”
Ik wijs het allerkleinste stukje aan dat even later dichtgeschroeid op het bord ligt met een romige bearnaisesaus.

“Nog een dessert? Er is een healthclub, hoor. U kunt morgen alles weer eraf sporten,” zegt ze lachend.
“In de koffer was helaas geen ruimte meer voor een sporttenue,” verdedig ik me.
“Komt u zo nog een glas wijn drinken in de bar? Dan laat ik u onze sigaarlounge zien,” zegt de restaurantmanager vriendelijk.

Ik wil niet naar de bar, maar lekker op de bank televisie kijken. Geen mensen om me heen. Nooit meer eten en drinken. Terug naar de veilige suite. Het is donker en koel in de kamer. Turndown-service. De gordijnen zijn gesloten en er brandt alleen een lampje in het slaapgedeelte waarvan de toegangsdeuren op een kier staan. Alle aandacht is gevestigd op het zachte kingsize-bed. Het bedlampje beschijnt mijn roze lichaam. Het lillende resultaat van een jaar lang leven in hotels. Op het nachtkastje staat een mandje met chocolaatjes en koekjes.

De Hemel is nu ingericht als ontbijtzaal met een groot buffet. De restaurantmanager staat klaar om me naar het enige vrije tafeltje te brengen.
“Ja, heerlijk, hè? Dat bed. Ik heb het zelf thuis ook. Je kunt onze bedden namelijk kopen. Ga lekker ontbijten.”
“Wat voor ontbijt wilt u?” vraagt een Chinese jongen in perfect Engels, die de zorg overneemt.

Hij legt een aankruisformulier voor me neer.
“Traditional, Good Start, Continental? Als u alleen brood en kaas wilt, dan betaalt u een ander bedrag dan wanneer u ook warme dingen wilt eten.” Hij licht kort toe wat ik bij de verschillende opties mag nemen, maar het is te vroeg om het te onthouden.
“Ik wil eigenlijk alleen wat fruit,” zeg ik bedeesd. Mijn pen twijfelt tussen twee aankruisvakjes.
“Oh, maar dan kun je beter even naar het à la carte-menu kijken.” Hij pakt een uitgebreid menu vol ontbijtgerechten. Tussen de pannenkoeken en eiergerechten zie ik niet meteen het fruit staan.
“Mag ik anders even bij het buffet kijken? Dan kruis ik straks het straks aan,” zeg ik onzeker als een scholier die zijn huiswerk niet heeft gemaakt.

De Marketingvrouw komt de Executive Lounge binnen. “Lekker gegeten, gister?” Ze lacht. “Had naar je kamer gebeld, maar je zat hier.
Bij Marriott vinden we niet alleen dat de gasten tevreden moeten zijn, maar ook de medewerkers. Hun tevredenheid wordt ook vaak gemeten, net als die van de gasten. Want hoe kun je aardig zijn voor een gast als je zelf niet tevreden bent? Oh, daar loopt de General Manager. Hij is even bezig met gasten.”

Als ik al met de koffer in de lift sta, ren ik snel terug naar de tafel en stop twee verklede aardbeien in mijn mond. Ik wil niet ondankbaar overkomen.

Amsterdam Marriott Hotel is een groot luxe vijfsterrenhotel bij het Leidseplein met 392 klassiek ingerichte kamers, waaronder 5 suites en 12 vergaderzalen. Er zijn twee restaurants: het malse-steakhouse Midtown Grill en de loungebar Sorel’s en er is een Executive Lounge. Het is een comfortabel hotel volgens de internationale standaard met opvallend veel vriendelijke medewerkers. Er is ook een healthclub in het hotel.

Amsterdam Marriott Hotel, Stadhouderskade 12
Vanaf 149 euro

Bij een echtpaar

Hotel Fita

“Goedenavond,” zegt de grijze eigenaar van het hotel en geeft me ferm een hand. “Mijnheer Van Dijk.” Dan daalt er een grijze dame van de trap naar beneden. Ze knikt elegant en ook zij geeft me een hand. Te gast bij een onbekend echtpaar.

De eigenaar gaat achter de miniatuurreceptie in de hal staan en kijkt me even aan. Het is zijn spreekgestoelte. “Dit is een echt pappa- en mamma-hotel, zoals we dat in onze branche noemen. We wonen hierboven, want het hotel is te klein om hier niet zelf te zijn. We zijn zelf dag in dag uit bezig. Heel leuk, maar ook wel heel zwaar.” Hij zucht.
“Wel bijzonder wat je doet. En leerzaam, lijkt me. Er zijn in het leven drie belangrijke werkwoorden. HEBBEN, ZIJN en DOEN. Zet ze maar eens in wat volgens jou de juiste volgorde is.” Hij laat me even denken, alsof het een raadsel is. “Als je hierachter in de P.C. Hooftstraat kijkt, dan zie je mensen die deze volgorde hanteren. Volgens mij is voor jou ZIJN, DOEN, HEBBEN meer van toepassing.” Hij wijst op mijn koffer. “Druk maar op het knopje van de tweede verdieping, dan kom ik naar boven.”

Hijgend staat hij in de deuropening. De kamer is behaaglijk warm en de lampen branden op volle sterkte.
“Welkom. Dit is je kamer. Hier in de kast vind je een kluis en een waterkoker. Mocht je nog vragen hebben, dan kun je ons bellen. We hebben je niet de grootste kamer gegeven, want we willen dat je een normale behandeling krijgt, zoals iedereen, hier.”

“We doen dit al vanaf 1976. Ik had ervaring in resorts, mijn vrouw in hotels, opgedaan in Zwitserland. We wilden iets voor onszelf hebben. Toen was het al moeilijk om financiering te krijgen, maar na lang zoeken konden we dit hotel overnemen. Inmiddels hebben we het pand drie keer gekocht. Eerst hebben we jarenlang huur betaald, toen hebben we het gekocht en tot slotte hebben we het in feite helemaal opnieuw gebouwd. Alles is in de jaren ’90 vernieuwd. Eigenlijk willen we het nu wel verkopen, maar dat is moeilijk. Er zijn wel mensen geweest, maar we zijn heel kritisch. We willen niet iemand hebben die  niets met het hoteliersvak heeft. We hebben onze kinderen verboden om het hotel over te nemen. We gunnen hen een beter leven.”

Er wordt op de deur geklopt. De eigenaresse staat voor de deur met een glas bubbelwijn en een bakje nootjes op een dienblaadje.
“Welkom in ons hotel,” zegt ze. “Hier is een welkomstdrankje.”
“Ik hoop wel dat iedereen dit krijgt,” zeg ik pestend. “Dat zal ik morgenochtend eens navragen bij de andere gasten.”
“Nou, dat is een motie van wantrouwen,” zegt de eigenaresse pinnig. “Ja, dit krijgt iedereen die hier komt.”
“Zoiets werkt heel goed,” zegt de eigenaar. “Dit doen we al jaren en iedereen reageert heel positief. We gunnen mensen die binnenkomen altijd even de tijd om de kamer te bekijken. Soms is de kamer niet zoals ze verwachtten. Als er eventuele negatieve emoties zijn, dan worden die meteen tenietgedaan door een feestelijk glaasje bubbels. Dat stemt mensen positief.  Als we het te vroeg brengen, dan werkt het minder goed. Nou, we laten je met rust.”
“Heb je hem uitgelegd waar de kluis en de waterkoker zijn?” vraagt de eigenares.

Ik dim de lichten. Gele wanden, met een oranje bies tegen het plafond. Op een wandplankje naast het bed staat een Nespresso-machine. Ernaast, aan de muur een knop met getallen zonder duidelijke functie. Als ik er aan draai, gebeurt er niets. In de kast hangt een buis waar de plastic mokken in zitten. Ook in de badkamer hangt een dispenser voor plastic bekertjes. Het douchegordijn lijkt te smelten door de warmte en ruikt naar opblaasbeesten uit het zwembad. Van boven klinkt gestommel van de eigenaars. Zo klinkt dus huiselijkheid van onderaf.

Uit het bed komt een overdreven frisse geur. Als ik deze inadem, krijg in een niesaanval die niet te stoppen lijkt. Ik wil frisse lucht, maar het dubbele raam kan niet open, dus ik nies mezelf in slaap.

“Het is gewoon een doordeweekse dinsdag, maar meneer heeft uitgeslapen. Het hele team is al klaar. De ontbijttijd is tot half 10. Het is geen weekend.” De eigenaar zit koffie te drinken met zijn personeel.
“Nou, ga zitten. Je krijgt de lekkerste roereieren die je ooit hebt gehad. Koffie?”

Een meisje komt even later terug met een schaaltje lichtgeel ei. “Nee, wacht,” zegt de eigenaar hard. “Je moet goed proeven. Deze roereieren zijn namelijk goddelijk. Mijn zoon vertelde me dat we crème fraîche en boter moesten gebruiken, in plaats van melk en sindsdien zijn ze onweerstaanbaar. En, je bent nog niet uitgegeten. Je krijgt nog een pannenkoekje. Eerder mag je niet weg. Dit wordt het beste pannenkoekje dat je ooit hebt geproefd. Ik neem er zelf ook een.”

Als ik uitcheck is de eigenaar bezig in de kamer naast me. “Hah. We hebben een walk-away! Ja, we zijn bezig met een grote schoonmaak. Neem maar vast de lift naar beneden, dan kom ik eraan.”

Hotel Fita is een klein familiehotel, vlakbij het Museumplein. Het hotel heeft 15 kamers met Nespressomachine, draadloos internet, ijsblokjes en een lekker ontbijt. Senioren krijgen een korting die correspondeert met hun leeftijd. Het hotel kan ook de was verzorgen.

Hotel Fita, Jan Luijkenstraat 37
Vanaf 135 euro

Op neutraal terrein

Hotel Neutraal

De receptionist kijkt me via een hoekspiegel aan. Hij houdt nauwlettend in de gaten wie zijn hotel binnenkomt en verlaat. De deur zit niet op slot en hier kan iedereen overdag zomaar naar binnenlopen. Het is al ver na middernacht als ik incheck, maar dat is bij dit hotel geen probleem.

In de overdekte patio tussen de entree en de kamers ligt groen zeil, staan emmers en grote kluizen met YOUR PERSONAL SAFE erop en hangt een condoomautomaat. Veiligheid boven alles, in dit hotel. Het lage tweepersoonsbed in de kleine kamer heeft een spiraalbodem en een dun matras. Bruine paardendekens met witte bloemen. Gestreepte pastelgordijnen die niet geopend kunnen worden en het uitzicht op de luchtkoker blokkeren. Een helblauw tafelkleedje. Kabul, zeg ik hardop. Nee, de kamer doet eerder denken aan het staatshotel in Bulgarije, waar mijn ouders ons wodka voerden zodat we de kakkerlakken zouden vergeten.
Tot mijn verbazing werken de afstandsbediening en de televisie en is het behaaglijk warm. Het bed is hard, maar de slaap wint.

“Ga zitten. Wilt u koffie of wilt u thee?” vraagt de dagreceptionist vriendelijk, en hij staat op. Ik had niet verwacht dat hij Nederlands zou spreken.
“Hier staat het ontbijt.” Hij wijst op de schalen met brood, kaas, vlees en gesneden komkommer en tomaat.
“We zitten op een toplocatie, maar het is van buiten niet zo goed te zien dat we hier zitten. Ik loop er zelf ook wel eens voorbij, ’s morgens. De belettering valt niet op. Te neutraal.”

“Vroeger stelden mensen eisen aan een hotelkamer. Ze wilden dit en dat, dat, dat en betaalden daar ook voor. Tegenwoordig willen mensen maar een ding: goedkoop. De meeste toeristen zijn de hele dag op pad. Ontbijten hier even en zijn dan weer weg. Naar coffeeshops en zo. Komen dronken thuis. Zij merken dan niet waar ze slapen. Desnoods op de grond. Soms is het zo druk in de stad en zijn er nergens goedkope hotels. Dan smeken mensen zelfs of ze in de kast mogen slapen. Zelf vind ik een goed bed en een goede douche erg belangrijk.”

Hij komt dichterbij en kijkt angstig. “Zeg eens eerlijk. Is dit het ergste hotel waar je bent geweest?”
“Nee, ik heb veel slechtere hotels gehad.”
“Wat vond je het slechtste aan de kamer?”
“De bed en de douche,” antwoord ik zonder na te denken.
“Ja, ik weet het. Het is vreselijk oud. Ik zou er nooit voor betalen om hier te slapen. Ik zeg dit ook tegen mijn baas. Er zou dit jaar verbouwd worden. Dit pand is onlangs overgekocht door de gemeente. Het wordt helemaal gerenoveerd en dat is ook echt nodig. Maar zeg eerlijk: is het echt niet het slechtste hotel waar je dit jaar bent geweest?” vraagt hij verbaasd. Hij schrikt van mijn stellige ontkenning.

“In deze buurt gebeuren sowieso altijd gekke dingen. Er zijn hier ook wel vrouwen geweest die geen geld hadden voor een hotel en op een trein moesten wachten. Ze waren dan te bang om buiten te blijven en dan zeg je geen nee. Eentje hielp ’s morgens mee met het serveren van het ontbijt. Er komen ook wel eens zwervers. In het begin stond ik dat wel eens toe, maar dan komen ze de volgende dag terug met een vriend. Voor je het weet zitten ze hier elke dag.”

“Ik werk hier nu 17 jaar. Mijn moeder maakte hier schoon en via haar kwam ik hier. Jarenlang deed ik nachtdienst en dan maak je pas echt rare dingen mee. Soms maanden niet en dan drie avonden achter elkaar. Een keer man waarvan de tand uit zijn mond was geslagen, vluchtte in paniek naar boven, boog over de receptie. Het bloed spoot uit zijn mond. Ik moest snel alle papieren aan de kant schuiven. De politie kwam en heeft buiten naar zijn tand gezocht. Meteen daarna kwamen vier clowns binnen die geen geld meer hadden en hier even wilden pauzeren. Dan denk je wel even: wat een vreemde wereld, die hotelwereld.”

“Er komen hier wel mensen die voor een paar uurtjes een kamer huren. Je weet precies wat ze komen doen. Bolletjes slikken en dan meteen het vliegtuig in. Soms moeten ze hier ook dagen blijven wachten tot hun vlucht naar Venezuela vertrekt. Zitten ze hier aan tafel te wachten. Gaan af en toe naar buiten om een rondje te lopen. Dan komt er elke dag ‘een vriend’ om de rekening te betalen. Voor dit soort dingen gaan mensen naar een hotel. Dat is neutraal, hè? Wij vragen niet aan gasten waarvoor ze hier komen.”

Hotel Neutraal ligt aan het begin van het Damrak, vlakbij het Centraal Station. Het budgethotel met 34 kamers is armoedig ingericht, maar redelijk schoon en de mensen die er werken zijn sympathiek.

Hotel Neutraal, Damrak 8
Vanaf 45 euro

Door warmte omarmd

Bilderberg Jan Luyken

Er waait een koude wind door de rustige straat achter het Museumplein. De luifel voor het hotel doet denken aan die van appartementgebouwen in New York. In de hal van het klassieke herenhuis staat een plafondhoge kerstboom vol glanzende rode ballen.

“Bij ons is het al kerstmis,” zegt een van de twee meisjes achter de receptie. Ze zijn in rode livreien gestoken. “Nee, deze zijn niet speciaal voor Kerst, dit dragen we altijd. Helaas, haha.” De antieke staande klok in de hal speelt de melodie van de Big Ben.
“We hebben geen restaurant, maar wel een gezellige bar die tot 12 uur geopend is. Wij wensen u een gezellig verblijf.”

De plattegrond van het hotel is een doolhof. De trappen zijn versierd met dennentakken. Het bed in de hoekkamer ligt vol met grote kussens. Op het tafeltje aan een voeteneinde staan een fles wijn en een guillotine met peperkaas klaar met een kaartje van de General Manager erbij:
Ik ben benieuwd of de intieme en persoonlijke sfeer, waar ons hotel bekend om staat, ook jou omarmd op deze koude winteravond in Amsterdam.

Het opschrijven van deze zin is zo gemakkelijk, maar aan de uitvoering hiervan gaan zoveel processen vooraf. Ik zet de verwarming hoger, doe de lampjes aan en laat het bad vollopen. Het groene glas op de wanden geeft rust. Onder het schuim denk ik terug aan de winterdagen vroeger. Aan de rode versieringen, de knapperende openhaard en de klassieke muziek, de kunstengelen die soms het hele jaar bleven hangen. Decoratie die de laatste jaren steeds meer moeite had om de kou te verhullen.

De aangelichte glaspanelen van de bar zijn dezelfde als de wanden rond het bad. De bar voelt ook als een warm bad. Door de openslaande deuren is een sfeervol wintertafereel gemaakt dat verlicht wordt door flakkerende windlichten.
“Wilt u een lekker glas wijn? Zal ik de muziek wat zachter zetten, of leidt deze niet af?” zegt de barman, gekleed in pak met stropdas.

Buiten is het nog kouder geworden. Bij drie restaurants probeer ik nog iets te eten, maar de keukens zijn al dicht, al is het nog een half uur voor de officiële sluitingstijd. Dit is Amsterdam, het koude Amsterdam, waar service en gastvrijheid alleen te vinden is bij een paar honderd ambassades die te herkennen zijn aan de vijf letters HOTEL. Warme stukjes buitenland op de kille Nederlandse vlakte. Snel terug naar de Jan Luijkenstraat. Vanavond bestaat het diner uit peperkaas.

Om vier uur ’s nachts schrik ik wakker uit een nare droom in het huis waar ik ben opgegroeid. Een droom die steeds vaker terugkeert. Mijn meegenomen poes was ontsnapt en liet zichzelf vredig in de vijver zakken om zich te verdrinken. Ik druk het druipende lijkje tegen me aan en huil.

Twee in rood gestoken jonge jongens heten me welkom in de ontbijtkelder. De ontbijttijd is bijna verstreken en er zitten nog maar een paar mensen.
“Wilt u koffie, thee of iets anders? Ik kan ook een cappuccino voor u maken.”
Het ontbijtbuffet is uitgebreid en alles ziet er smaakvol uit. Een man vult de ruimte met slurpen en gesmak. Hij leeft duidelijk al te lang alleen in hotels.
“Wacht nog maar even met het schoonmaken van de machine. Misschien wil de meneer straks nog een cappuccino,” fluistert de jongen bijna onhoorbaar naar zijn collega.

Ik besluit om te blijven werken in de rust van het hotel. “Nog een cappuccino?” vraagt de ontbijtjongen.
“Het is erg rustig, vandaag en gisteren,” zegt de charmante receptioniste. Het is laagseizoen. Normaal is het hier altijd een drukte van jewelste bij de receptie. Heel veel mensen die persoonlijke verhalen willen delen. Op een of andere manier lokt het hotel dat uit. Heel anders dan ons andere hotel in Amsterdam, waar ik eerst werkte. Daar komen toch meer zakelijke mensen voor meetings.”

Achter de balie hangt een herdenkingsbord. “Dit hotel is opgericht door de heer en mevrouw Van Schaik, maar inmiddels al 20 jaar van Bilderberg. Het gebouw zelf is nog wel steeds in hun bezit. De dochter van de oprichtster woont hier tegenover en komt nog best vaak kijken of we geen gekke dingen hebben gedaan met het gebouw en of de oude meubels er nog staan. Zoals bijvoorbeeld de staande klok. Misschien een beetje gek, maar het hoort nu eenmaal bij het hotel.”

Onder de luifel van het hotel hangen aan weerszijden vijf sterren, waarvan aan beide kanten de laatste ster is witgeschilderd. Alsof ook deze ster elk moment weer kan gaan schijnen.

Bilderberg Jan Luyken is een sfeervol viersterrenhotel met 62 kamers, verdeeld over drie geschakelde herenhuizen in een rustige straat tussen het Museumplein en de P.C. Hooft. De inrichting is klassiek, en de medewerkers zijn hoffelijk en sympathiek. Er is een gezellige bar Wines & Bites en er is een kleine spa-kamer in het hotel. Internet is niet inbegrepen.

Bilderberg Hotel Jan Luyken, Jan Luykenstraat 58
Vanaf 99 euro

Comments Off

De hele dag

NH Amsterdam Centre

“Buona sera. Ja, wij hebben vanavond een tafel voor u. Wat is uw naam?” Een onvervalst Italiaans accent klinkt door de telefoon.
“Van Dijk. Vincent van Dijk.”
“Perdone?”
“Signor Della Diga.”
“Ah, signor Della Diga!”

Een groepsleider is aan het inventariseren welke gasten bij zijn kudde horen. Op de rode sofa ligt een jong stel onderuitgezakt op een taxi te wachten. Een middelbare vrouw is boos op haar laptop. De hectiek van een internationale hotellobby.

Ooit, toen ik studeerde, heb ik een nacht in dit hotel doorgebracht bij een Spaanse vriend. Ik genoot van de luxe van het bad, de witte handdoeken, het zachte dekbed, de frisse inrichting van het hotel. Het was een van de gelukkigste momenten in mijn leven. Liggend in de badkuip besloot om mijn studentenkamer in te richten als een hotel. Toen ik terug ging naar huis, bleef een eenzame pijn over.

“Heb niet gereserveerd, maar ik zag dat jullie nog kamers hadden. Toch?” vraag ik smekend. Ik schuif de blauwe loyalty-card over de lange receptiebalie, als een volleerd hotelreiziger.
“Geen probleem, hoor. We hebben nog een kamer over,” zegt het meisje hartelijk. Geen ingewikkelde invulformulieren, geen paspoort. Slechts een handtekening is voldoende om de gewilde sleutel te bemachtigen. De sleutel naar tijdelijk comfort en rust.

De koffer sleept gelaten door de gangen. De kamer is veel ruimer dan die van de vorige keer. Het grote tweepersoonsbed lijkt op te lichten  in de donkerhouten kamer. De koffer mag uitrusten op een van de twee appelgroene bankjes aan het voeteneinde. Ik ruik aan de bekende oranje en groene flesjes in de badkamer, het chemisch fruit, om het gelukzalige gevoel terug te halen.

De vrienden staan beneden in de bar te wachten. “We hebben een prosecco besteld, ook voor jou. Sympathiek, hè? Oh, we hebben hem maar even op je kamer gezet. Ik hoop dat je dat niet erg vindt. Even doordrinken, dan kunnen we aan tafel.” De regie over mijn leven is overgenomen.

“Ah, signor Della Diga,” lacht de restaurantmanager als we zijn domein betreden. De ruimte wordt gevuld door Italiaanse liefdesballades. De andere Italiaanse obers groeten vriendelijk. “Buona sera!”

“Gaat het wel goed met je?” vraagt een vriend. “Je ziet er zo rood uit.”
“Nee. Ik denk dat ik vannacht een hartaanval krijg. Ik heb rust nodig. Daarom wilde ik in dit hotel slapen. Hier hoef je op zondag pas om 5 uur uit te checken.”
“Mag ik je koffer hebben, als je dood bent?” vraagt de andere vriend ironisch.
“Nee, hierin word ik begraven.”

Na het diner ga ik naar boven. Eigenlijk zou elk restaurant verplicht hotelkamers moeten hebben. Er is niets lekkerder dan na een uitgebreide maaltijd direct in bed te gaan liggen.

Opeens staat er een blaadje met bonbons op de tafel met een standaardbrief van de Manager on Duty erbij. Een hotelkamer lijkt een privédomein, maar er komen altijd mensen binnen als je er niet bent. Daarom willen sommige mensen liever sterven in een hotel dan eenzaam thuis. Ze willen gevonden worden.

Het hart pompt zwaar om de alcohol en pasta te verwerken. Ruim op tijd voor het ontbijt word ik wakker. De blonde Duty Manager komt representatief lachend de ontbijtzaal in, alsof ze gefilmd wordt. Ik veer automatisch op en sta klaar om haar een hand te geven, maar ze loopt door naar een tafeltje naast me en vraagt aan de gasten hoe hun nacht is geweest. Schamend over mijn egocentrisme ga ik zitten en luister hoe ze als een koningin praat met de Britse toeristen.

Ik kijk in de bilspleet van een dikkige jongen aan de tafel voor me. Hij klaagt op een zeurderige toon tegen een ontbijtmedewerkster over de temperatuur van de koffie, duidelijk om aandacht te vragen.
“De temperatuur van het koffieapparaat is altijd gelijk,” verdedigt het meisje zich vriendelijk.
Zal ik naar hem toegaan en de koffie over hem heen gieten, zodat het koude vocht zijn harige bilnaad in druipt? Ziet hij niet hoe hard deze mensen werken? Ziet hij niet dat elke gast krijgt wat hij verdient?

Ik verlang terug naar het grote bed, maar het lampje van het slot kleur rood. Het is nog niet eens 12 uur! Wanhopig schuif ik de kaart in en uit de gleuf. Ik heb natuurlijk ook niet doorgegeven dat ik langer wilde blijven. Terug naar de receptie.
“De normale uitchecktijd is 12 uur, maar soms is hij wat eerder. Wil je langer blijven? Geen probleem. dan geef ik je even een nieuwe sleutel,” zegt het meisje hartelijk. “Je kunt tot 5 uur blijven.”

Eerst kijk ik even in de kelder bij het wellness-centre. Is dit een goede plek om te ontspannen? Voor de deur staat de dikkige jongen die klaagt dat de sauna niet aan staat. Snel naar boven.

Op bed luister ik naar mijn hartslag en zie hoe de uren verstrijken. Geen tijdsdruk, maar de eeuwige slaap. Even voelt het alsof ik weer in een huis woon.

Hotel NH Centre is een comfortabel viersterrenhotel, vlakbij het Leidseplein. Bij het hotel horen het tradiotioneel Italiaanse restaurant Sogno en Lounge ‘L met een eenvoudiger kaart. Het hotel is onderdeel van NH Hoteles. Op “Endless Sunday” is uitchecken tot 17 uur mogelijk.

Hotel NH Centre, Stadhouderskade 7
Vanaf 109 euro

In de kou

Hotel Season Star

Het is binnen nauwelijks warmer dan buiten. Achter de receptie zit een Chinese jongen. Hij geeft me de sleutelkaart en reageert niet op mijn pogingen om een gesprek te voeren. Misschien is hij druk bezig.

In de kamer is het zelfs kouder dan buiten. Er staat een twijfelaar tussen de muur en het raam. Op de kleine televisie staat Welcome to Hotel De Martelaar. De gordijnen hangen gedeeltelijk los van de roede. Er zitten bloedvlekken op het dekbedovertrek. Zijn er nog andere sporen van bedbugs? Met jasje aan en sjaal om aan ga ik beneden zitten schrijven. De jongen achter de receptie is continu aan het giechelen. Hij kijkt een serie op de computer voor hem.

Er komt een zwerver binnen met rooddoorlopen ogen.
“It’s so cold outside. Where is the Salvation Army?”
De receptionist haalt zijn schouders op en blijft naar de televisie kijken.
“The Salvation Army is in this street,” zeg ik. “One block away.” De zwerver loopt op me af. “Wacht, ik zoek het adres op,” zeg ik. De zwerver gaat zitten. “Oh, I need to sit down for a moment. It’s freezing. I have no money and no place to go.” Met het adres verlaat hij het hotel. Even later komt hij terug. Hij kan het niet vinden. Ik leg nogmaals uit waar het is, maar hij gaat op een stoel in de receptie zitten.

Het is duidelijk waarom de receptionist hem meteen wegstuurde. Het liefste blijft de man hier de hele avond zitten. Het is hier wel koud, maar in ieder geval windvrij.
“Don’t fall asleep,” zegt de receptionist. Dan stopt hij de serie en zoekt in de computer op waar de daklozenopvang is, print de informatie uit en wijst aan op de kaart waar hij moet zijn. Diep in hem zit een service-verlener verscholen.

Even later komt de man weer terug. Dit is mijn schuld. Ik heb van dit hotel een daklozenopvang gemaakt. Hij gaat parmantig op zijn stoel zitten.

Ik loop schuldbewust naar buiten, bel aan bij het Leger des Heils en vraag of ze nog onderdak hebben voor een verkleumde zwerver. De man kijkt verbaasd naar mijn laptoptas, mijn merk-jasje en overdreven sjaal.
“Nee, niet voor mij, maar voor iemand die in mijn hotel zit te wachten.”
“Erg aardig van je, maar we zitten helemaal vol door de extreme kou. Niet alleen wij, maar de hele stad zit vol. Hij moet contact opnemen met de politie. Wij kunnen helaas niets doen. Dank voor je betrokkenheid.”

Opeens voel ik me schuldig. Elke avond slaap ik in een hotel. Zelfs de meest goedkope hostels zijn luxe vergeleken bij de uitpuilende opvanghuizen voor daklozen. Alle hotels zijn deze week bijna leeg. Er komt een auto aanrijden met dekens en eten. “Het is een gekkenhuis, vanavond,” zegt de chauffeur.

Moet ik hem uitnodigen om naast me te slapen? Als ik hem eerst vraag om te douchen, dan kan hij best naast me liggen. Maar het bed is wel erg smal en ik straks wordt hij wakker met beten van bedbugs. Dat kan ik hem niet aandoen.

“Sorry, there’s no place at the Salvation Army. You have to contact the police.” Ik zet een hamburger voor hem neer om hem te troosten.
“Is this for me?” vraagt hij verbaasd. Tranen in zijn roodomrande ogen.

Een uur later is de dakloze is nog niet weggestuurd. Hij zit keurig op zijn stoel te wachten, alsof hij een gast is. De receptionist is wel verdwenen.
Rillend lig ik onder de dekens. De opladende telefoon en laptop geven me enige warmte. Als ik  de volgende ochtend beneden kom zit de receptionist in zijn winterjas achter de receptie. De zwerver is weg.

Bij het volgende hotel zegt de manager: “Vroeger hadden we hotel Season Star, dat vroeger de Martelaar heette. Nu is dat van een Chinese eigenaar die een ster is kwijtgeraakt. Ik ben nog wel eens teruggeweest, maar de nieuwe eigenaar is heel koud. Die vergeet dat het in een hotel draait om gastvrijheid. Dat je warmte moet geven aan je gasten.

Hotel Season Star is een ouderwets hotel, vlakbij Centraal Station. In de entree is gratis internet en er wordt een zeer basic ontbijt geserveerd voor 7 euro.

Hotel Season Star, Martelaarsgracht 18
Vanaf 65 euro