De tram richting Sloterpark wordt steeds leger. Als we de bocht omgaan zie ik het grote letterbord op het Oostblokachtige gebouw. Hotel Nieuw-Slotania. Het klinkt als een verzonnen land. Binnen, in de ruime hotellobby met roze marmervloer en kroonluchter staat een grote receptie met een mooi grijnzende jongen met Marokkaans uiterlijk erachter. “Het is net begonnen,” wijst hij naar het geluid van buiten, waar bouwvakkers aan het werk zijn. Als ik de deur dicht doe is het al wat minder. “Dank je, man.” Hij geeft me een bruin envelopje met de sleutelkaart. “Moest u in de buurt zijn?” vraagt hij, maar als ik wil antwoorden gaat de telefoon. “Ontbijt is morgenochtend hiernaast,” fluistert hij snel.
Met de lift naar boven. Overal hangen bordjes, maar mijn kamernummer ontbreekt. Dwalend door de gangen. Een deur naar buiten. Is dit een nooduitgang? Een tapijt van sigarettenpeuken. Achter de morrende klimaatinstallatie zit een deur verstopt die toegang geeft tot drie kamers. Het achterhuis. Hier vinden ze me nooit.
Een Engelse man in joggingpak ligt onder het stapelbed. Is hij dood? “I lost my glasses. At home my daughter usually helps me,” zegt hij verwijtend.
“Should I help you?” Het is niet nodig. In de badkamer staan zijn spullen uitgestald, alsof hij hier woont. Shampoo, verschillende soorten parfum. Overal door de kamer liggen zijn sokken, schoenen, tramkaarten en kledingstukken. Daarom wilde ik niet samenwonen.
Ondanks de geur van onbekende mannenvoeten in de kamer heb ik zin om te eten. Met moeite baan ik me een weg door de bouwvakkers en manoeuvrerend materieel. Een dood winkelcentrum. Goed gekleed naar een baan staat op een gevel. Er is geen restaurant in de buurt en het is te laat om naar het centrum te gaan. Onder het hotel zit een FEBO. Net als ik voor de deur sta, wordt het bordje omgedraaid. Gesloten. Geen maaltijd, vanavond. Dan maar een reep uit een machine? In het enige gevulde vak liggen Marsrepen, maar het vak heeft geen nummer. Met een lege maag in bed.
Drie Vietnamese jongens komen de kamer binnen. “Where are you from?” “From Amsterdam,” antwoord ik. “That is so funny. So unexpected.” Ze lachen en de bedden piepen. De Brit komt binnen en doet zonder overleg het licht uit. We moeten kennelijk slapen.
Buiten neemt het lawaai toe. Rijdende wagens, gebreek, drilboren, zwaailichten. Het is moeilijk om in slaap te komen. Ik probeer me te concentreren op het zachte gezoem van de vier mannen, om de oorverdovende herrie niet te horen. Op mijn telefoon bekijk ik een aflevering van “Fawlty Towers.”
“I am very angry” zegt een man tegen een Chinese ontbijtvrouw. “Very very angry. This orange juice is not cold.” “This isn’t even orange juice,” probeer ik de situatie te redden, maar de man is niet ontvankelijk voor mijn humor. De Chinese vrouw kijkt naar de man, zegt niets. Hij loopt boos weg. Een Japans meisje eet een schaal cornflakes zonder melk. Als ze bijna de laatste hap neemt, attendeert een vriendin haar op de zuivelpakken die verdekt staan opgesteld. Ze giet een scheutje melk over de laatste graanvlokken. De inwoners van Nieuw-Slotania zijn een bijzonder volk.
In de tram naar de andere kant van Amsterdam.
Hotel Nieuw-Slotania is een budget- en driesterrenhotel van de Shi-groep met hotelkamers en slaapzalen. Er is een bar en is een woonkamerachtige verdieping met computers en automaten.
Hotel Nieuw-Slotania, Slotermeerlaan 133
Vanaf 20 euro









