In het achterhuis

Dag 112. Hotel Nieuw-Slotania

De tram richting Sloterpark wordt steeds leger. Als we de bocht omgaan zie ik het grote letterbord op het Oostblokachtige gebouw. Hotel Nieuw-Slotania. Het klinkt als een verzonnen land. Binnen, in de ruime hotellobby met roze marmervloer en kroonluchter staat een grote receptie met een mooi grijnzende jongen met Marokkaans uiterlijk erachter. “Het is net begonnen,” wijst hij naar het geluid van buiten, waar bouwvakkers aan het werk zijn. Als ik de deur dicht doe is het al wat minder. “Dank je, man.” Hij geeft me een bruin envelopje met de sleutelkaart. “Moest u in de buurt zijn?” vraagt hij, maar als ik wil antwoorden gaat de telefoon. “Ontbijt is morgenochtend hiernaast,” fluistert hij snel.

Met de lift naar boven. Overal hangen bordjes, maar mijn kamernummer ontbreekt. Dwalend door de gangen. Een deur naar buiten. Is dit een nooduitgang? Een tapijt van sigarettenpeuken. Achter de morrende klimaatinstallatie zit een deur verstopt die toegang geeft tot drie kamers. Het achterhuis. Hier vinden ze me nooit.

Een Engelse man in joggingpak ligt onder het stapelbed. Is hij dood? “I lost my glasses. At home my daughter usually helps me,” zegt hij verwijtend.
“Should I help you?” Het is niet nodig. In de badkamer staan zijn spullen uitgestald, alsof hij hier woont. Shampoo, verschillende soorten parfum. Overal door de kamer liggen zijn sokken, schoenen, tramkaarten en kledingstukken. Daarom wilde ik niet samenwonen.

Ondanks de geur van onbekende mannenvoeten in de kamer heb ik zin om te eten. Met moeite baan ik me een weg door de bouwvakkers en manoeuvrerend materieel. Een dood winkelcentrum. Goed gekleed naar een baan staat op een gevel. Er is geen restaurant in de buurt en het is te laat om naar het centrum te gaan. Onder het hotel zit een FEBO. Net als ik voor de deur sta, wordt het bordje omgedraaid. Gesloten. Geen maaltijd, vanavond. Dan maar een reep uit een machine? In het enige gevulde vak liggen Marsrepen, maar het vak heeft geen nummer. Met een lege maag in bed.

Drie Vietnamese jongens komen de kamer binnen. “Where are you from?” “From Amsterdam,” antwoord ik. “That is so funny. So unexpected.” Ze lachen en de bedden piepen. De Brit komt binnen en doet zonder overleg het licht uit. We moeten kennelijk slapen.

Buiten neemt het lawaai toe. Rijdende wagens, gebreek, drilboren, zwaailichten. Het is moeilijk om in slaap te komen. Ik probeer me te concentreren op het zachte gezoem van de vier mannen, om de oorverdovende herrie niet te horen. Op mijn telefoon bekijk ik een aflevering van “Fawlty Towers.”

“I am very angry” zegt een man tegen een Chinese ontbijtvrouw. “Very very angry. This orange juice is not cold.” “This isn’t even orange juice,” probeer ik de situatie te redden, maar de man is niet ontvankelijk voor mijn humor. De Chinese vrouw kijkt naar de man, zegt niets. Hij loopt boos weg. Een Japans meisje eet een schaal cornflakes zonder melk. Als ze bijna de laatste hap neemt, attendeert een vriendin haar op de zuivelpakken die verdekt staan opgesteld. Ze giet een scheutje melk over de laatste graanvlokken. De inwoners van Nieuw-Slotania zijn een bijzonder volk.

In de tram naar de andere kant van Amsterdam.

Hotel Nieuw-Slotania is een budget- en driesterrenhotel van de Shi-groep met hotelkamers en slaapzalen. Er is een bar en is een woonkamerachtige verdieping met computers en automaten.

Hotel Nieuw-Slotania, Slotermeerlaan 133
Vanaf 20 euro

In een woonwijk

Dag 98. Htel Executive Apartments

Het is oorlog in Amsterdam. Grote groepen door de straten, bastonen weerkaatsen tegen de gevels. Geen betere dag om onder te duiken in een service-appartement, buiten het centrum. Weg van de chaos. De witte appartemententoren ligt in een woonbuurt. Met een code open ik een luikje waar mijn sleutelkaart in ligt. Geen lachende receptioniste, maar een vriendelijke welkomsbrief. “Prettige Koninginnedag”.

Het appartement is vervreemdend groot. Een woonkamer met bankstel en televisie, een eettafel, een keuken met kookeiland en nog een eettafel, twee slaapkamers met enorme televisies. In de badkamer met douche en ligbad, liggen stapels handdoeken en flacons alsof het een hotel is. Zonder na te denken pak ik mijn koffer uit. Voor het eerst. Waarom hang ik mijn kleding op? Ik slaap hier maar een nacht.

In de woonkamer staat een fles Prosecco klaar. In de keuken een doos met Nespresso. Prosecco en Nespresso. De basisingrediënten van een huishouden. Of had ik misschien de kant-en-klare welkomsdozen moeten bestellen, met daarin ontbijtspullen en huishoudelijke dingen als wasmiddel? Ik ontdek een bijkeuken met wasmachine en -droger. Uit een geleende laundry-bag haal ik mijn sokken en boxershorts.  Er ligt nog een pakje wasmiddel van een eerder hotel in mijn koffer.

Omdat ik het huis niet uit wil bestel ik een maaltijd via internet. Aziatisch, want dat hoort zo als je thuis eten bestelt. Na een half uur gaat de telefoon. Het restaurant. “Wat is dat voor apart adres? Is dat een huis of een hotel?” “Het is een hotelhuis, eh, een huishotel,” stotter ik. “Serviced Apartments. Een soort kruising tussen een hotel en een woning. “Ohja,” zegt de Aziatische vrouw, terwijl ze duidelijk geen idee heeft waar ik het over heb. “Ik geef het door.” In de keuken vind ik borden, bestek, glazen. Onwennig dek ik de tafel bij de televisie.

Een vriend belt aan. “Wat woon je hier fantastisch. Dacht dat je een jaar in hotels leefde? Dit is toch geen hotel? Of wel? De rechterslaapkamer is van mij. Kan ik even springen op het bed? Dat moet toch altijd in hotels? Deze designstoelen neem ik straks mee, die zijn echt goed. Als dit een hotel is, dan mag je toch dingen meenemen?” Hij trekt zijn schoenen uit en test het bed. Even later ligt hij in een krul op de bank. Als een hond die zijn plek heeft gevonden. Zijn shirt kruipt omhoog. Ik zit er onwennig naast als zijn bezoek. “Heb je thee? We moeten straks toch maar even de stad in. Het is Koninginnedag.”

“Wat is dat voor gebouw, is dat een soort hotel?” vraagt de taxichauffeur die ons komt halen. “Weer eens wat anders. Een soort hotelappartementen? Sjiek. Al heb je natuurlijk mooie hotels hier in de stad, zoals het 747-hotel, al hebben ze daar geen airconditioning.” “Nee dat een vliegtuig, het is 717,” corrigeer ik. “En natuurlijk het Okra. Het Okra is volgens iedereen het beste,” gaat hij onverstoorbaar verder. “Okura,” mompel ik. “Ach, die hotels. We krijgen er weinig business van. Al die portiers bellen hun eigen vriendjes. Van die Marokkaanse en Turkse eenmanszaken. Die vragen gewoon 75 euro voor een ritje naar Schiphol, terwijl dit bij ons 32,50 euro is. En die portier steekt gewoon 15 euro in zijn eigen zak. Zelfs bij die tophotels. Je wordt genept.”

Geen ontbijt in huis, maar aan de overkant zit een Japans theehuisje. Jus d’orange, cappuccino, croissant. Als ik om 12 uur terugkom, kleurt het oog van de voordeur rood. De poort naar de hemel is hermetisch gesloten. We zijn uit het paradijs gezet. Mijn spullen staan nog binnen. Er is geen receptie, want het is weekend, maar beneden in de hal staat een telefoon. “Geen probleem, ik ben er binnen een kwartier.”

Tien minuten later komt een charmante vrouw. “Loop maar even mee naar het kantoor. Hoelaat wil je uitchecken, dan pas ik de kaart even aan.” Zal ik eerlijk zijn? Zal ik zeggen dat ik niet wil uitchecken? Dat ik mijn kleding in de kast heb opgehangen en de vaatwasser nog moet leegruimen? Dat mijn was nog in de wasmachine zit en dat ik ook helemaal niet weg kan? Dat er in de voorwaarden staat dat je minimaal 7 dagen moet blijven? Dat dit sowieso mijn nieuwe huis is? 

“Weet je wat, we maken er vijf uur van. Ik loop even mee naar boven om zeker te weten dat je binnenkomt.” Pas ’s avonds check ik uit. Niemand die vraagt of ik een taxi nodig heb.

Htel Exectutive Apartments zijn 300 hoge kwaliteits short-stay-appartementen die ideaal zijn voor mensen die langere tijd in Amsterdam verblijven, hotelservice willen, maar ook een volledig ingerichte woonruimte. Ze worden ook veel gebruikt door expats. De appartementen worden schoongemaakt, handdoeken etc. zijn inbegrepen en er is een bemande receptie. Ook zijn er aanvullende services als een stomerij, een fitnesscentrum etc. Bij de reservering kunnen ook welkomsdozen worden besteld voor de eerste levensbehoeften.

Htel Executive Apartments, Teilingen 45
Vanaf 135 euro per nacht –minimaal 7 nachten

Met dronken Nederlanders

Dag 54. Hotel Princess

Achter de receptie staat een jongen met lang haar. Hij rent naar boven, als ik vraag of ik kan inchecken en blijft een paar minuten weg. “Ja, de kamer is gereed.” Hij geeft me een sleutelkaart en een sleutel voor de locker.

De kamer is klein, maar ziet er netjes uit. Twee stapelbedden. De kleuren in de gordijnen komen terug in het schilderij boven mijn bed. In de lockerkast liggen twee Bijbels.

Op de kamer ligt geen schone handdoek, alleen een gebruikte op de vloer. Naar de receptie. “Sorry, heb alleen een kleintje. De rest ligt nog in de wasdroger.”

Als ik al lig te slapen, komen drie jongens met Brabants accent binnen. “Het is hier fucking-koud, jóngen. Wie heeft dat raam open gezet?” Na een minuut de kamer te hebben gezien gaan ze weer weg. Uit. “Doe het licht uit,” fluistert een van de jongens.  “Anders kan Vincent niet slapen.” Hoe kennen ze mijn naam?

Om half zes komen ze terug. Ze roken een sigaret in de badkamer. “Goedemorgen,” zegt een van de Brabanders overdreven hard tegen mij. “Zal ik een prullenbak naast je bed zetten, jóngen? Ik heb hier nog wel een flesje water,” tegen mijn benedenbuurman. Hij klinkt dronken. “Nee, maar, jóngen. Een Bijbel. Zal ik jullie in slaap lezen uit Mozes 13? Kut, jóngen, dit is de Duitse vertaling. Kankerduits. Weg ermee.” Hij opent het raam en gooit de Bijbel naar buiten. ”Ssst. Wat moet Vincent wel niet denken,” zegt de andere jongen. “Ik ben kankergeil, jóngen. Vincent weet natuurlijk niet dat wij alle drie homo zijn. Dat dit eigenlijk gayhotel “’t Linkerhandje” is. Wat een Pokémon-muziek draaiden ze. Jóngen.”

Er gaat een wekker. Iedereen slaapt nog. In de douche ligt een verdronken sigarettenpeuk.

“Alla. Alla, waar ben je? Alla, als je een handdoek van een kamer haalt, dan moet je ook een nieuwe terugleggen. De receptionist is een jong geklede veertiger. Een Marokkaanse vrouw met het logo van een schoonmaakbedrijf, haalt de ontbijttafels leeg.  “Alla. Als je niet alle placemets van de tafels haalt, denken mensen straks dat ze nog kunnen ontbijten. Hoelang werk je hier nou? Dat weet je nu toch wel?” Alla maakt zonder te reageren het tafeltje schoon.

Een man uit Londen zegt met overdreven accent: “Don’t forget to check in and to check out with your public transport chip carrrd. Don’t forget to check in and to check out with your public transport chip carrrd. Your tram system is so funny.”

De receptionist: “Ik werk hier nu al 16 jaar. Als je vrouwen wilt leren kennen is dit de leukste baan. Mijn harddisk staat vol met vrouwen. Elke dag komen er weer nieuwe. Soms hele groepen die vragen of ik mee naar boven ga. Er komen hier ook veel hoeren. Er zitten veel escortbureaus op de Overtoom. Die zitten hier dan ook aan het ontbijt. Daar doe ik natuurlijk niets mee. Tot 11 uur mogen ze bezoek ontvangen op de kamer. Ik hoef niet te weten wat daar allemaal gebeurt. Maar al die vrouwen, elke dag. Dit is echt een topbaan.

Ben jij single? Heb je die vrouw bij het ontbijt gezien? Lekker ding, hè?  Er komen hier ook veel Marokkaanse meisjes. Die laten zich hier dan stiekem pakken. Hypocriet. Met hoofddoek. Op Ramadan. Ja, je wilt niet weten hoeveel vrouwen ik hier al heb gehad. Op een gegeven moment moest ik zelfs aan de proteïne-shakes, want ik was helemaal op.  Ik ben nu aan het studeren voor boswachter. Nu ik ouder word, wil ik iets anders. De natuur. Het spirituele.”

De Brabanders liggen nog op bed.”Goedemorgen, jóngen,” zeg ik tegen de meest lawaaiige. Hij mompelt ‘goedemorgen’ en draait zich kreunend om.

Princess Hotel is een kleinschalig en betaalbaar budgethotel, met een persoonlijke sfeer. De douche en het toilet zijn op de gang. Er zijn een-,  tweepersoons- en vierpersoonskamers. Met veel trams voor de deur is het centrum vlakbij. Het zeer eenvoudige ontbijt is inbegrepen. De kamers en badkamer zijn redelijk schoon. Voor waardevolle spullen zijn er lockers aanwezig.

Hotel Princess, Overtoom 80-I
Bed vanaf 25 euro, inclusief ontbijt

Tussen de jongeren

Dag 43. Stayokay Vondelpark

Een pad langs het Vondelpark. Zandpad, maar er liggen rode klinkers. Als ik denk een jeugdherberg te zien, blijkt het een uitvaartcentrum. Hier slapen oude mensen voor de eeuwigheid. Ernaast staat een grote villa met houten balkons. Een soort Tiroler skihotel. Er wapperen vlaggen van de internationale jeugdhotelstichting.

Als ik binnenkom moet ik een papiertje invullen. “Amsterdam?” zegt het meisje achter de desk. “Woont u in Amsterdam? Dan mogen we u helaas geen bed geven. We mogen van de gemeente alleen mensen van buiten de stad herbergen.” Ik antwoord dat ik inwoner van Den Haag en tijdelijk hotelzwerver in Amsterdam ben. Ze streept Amsterdam door. “U slaapt in gebouw B.” Ze overhandigt de sleutelkaart en een slot voor een kamerkluisje.

Het gebouw hangt vol met gemeentelijke toeristeninformatie. Gelach in de gangen, geschreeuw op de kamers. Mijn herinneringen aan schoolreisjes komen terug. Het leven leek zo ongecompliceerd.

Een vierpersoonskamer met twee stapelbedden. Onder mijn stapelbed is een vijfde matras verstopt. Hufterproof, dat is het juiste woord om de kamer te omschrijven. Aan de muur hangen vrolijke gele gordijnen met grachtenpandtekeningen. Uit het hoekraam zie ik mensen door het park rennen.

Een laken, een dekbedovertrek en een kussensloop zitten in een plastic sealbag. Ik maak mijn bed vast op. Onhandig probeer ik de deken in de zak te wurmen. Als ik een douche wil nemen, ontdek ik dat er nergens handdoeken liggen. Ik ga naar de receptie. “Sorry, hij is niet zo heel groot.” Ik ben al blij dat ik eentje kan lenen.

Een feestje achter het Leidseplein. Als ik terugkom, zitten er groepen Franse en Engelse scholieren in de bar. Ik drink een laatste biertje, maar voel me oud en duik mijn geheel zelfopgemaakte bed in. De rest van de kamer is niet verhuurd, dus ik slaap alleen.

Aan de receptie staan drie Aziatische meisjes die een cadeautje geven aan de receptioniste. Als ze vraagt of de meisjes al hebben ontbeten, knikken ze ja. De receptioniste weet dat dit niet het goede antwoord is, en stelt nogmaals de vraag. De meisjes knikken lachend ja. Zo gaat het nog even door. Het receptiemeisje blijft geduldig. Uiteindelijk lopen de meisjes naar de ontbijtzaal.

Het ontbijt is in gebouw A. Dit moet wel het Tiroler skihotel zijn, al is hier van binnen niet veel van te merken. Grote groepen jongeren lachen. Een jongen zit alleen aan tafel en ik schuif bij hem aan. Nog voordat ik een gesprek begin, komt er een meisje naar hem toe: “Waarom zit je alleen, wij zitten hier.” Dan komt er een oude man bij me zitten. Hij spreekt langzaam: “Ich möchte noch einmal jung sein.”

Stayokay Amsterdam Vondelpark is een van de grootste hostels van Europa. Het heeft 2-, 4- en 6-persoonskamers met eigen douche en toilet. Het grote gebouw ligt naast het Vondelpark en dus zeer centraal. De inrichting is wat gedateerd, maar de sfeer is gemoedelijk en vrolijk door alle jongeren. Zeer geschikt voor de ontvangst van grote groepen. In de bar kan tot laat gegeten en gedronken worden.

Stayokay Vondelpark, Zandpad 5
Vanaf 20 euro per persoon

 

Voor een prikje

Dag 42. Hotel Le Coin

“De truc is dat je eigenlijk ’s avonds na een uur of half negen een hotel moet boeken,” zegt het vrolijke blonde meisje van het dagboekingskantoor vlakbij Centraal Station. Ze zit voor een rek met folders, achterin een winkel met Amsterdamse souvenirs.  “Dan willen de hotels echt hun aller-laatste kamers weggeven en dalen de prijzen enorm.” Ze legt me uit dat een paar honderd hotels zijn aangesloten, maar dat ze maar met een klein deel intensief contact heeft. Tegenwoordig doen veel hotels het zelf via internet.

Omdat ik nieuwsgierig ben hoe het werkt, ga ik later terug naar het boekingskantoor. Om half negen sta ik op de stoep en vraag ik wat ze in de aanbieding heeft. “Een geweldig driesterrenhotel, vlakbij het Rembrandtplein. Lekoin.” Ze haalt een folder uit het rek en legt hem op de toonbank. “We doen het,” zeg ik. Ze belt het hotel. “Ik heb een singletje voor je.”

Ik vraag me af of coin nou hoek of munt was, maar het hotel ligt in ieder geval niet op een hoek. Binnen wacht ik op een groep Russen die niet snappen dat hun auto niet aan de overkant van de straat mag staan. Voor de entree van Hotel de l’Europe. Als ik eindelijk aan de beurt ben, komt er een andere groep Russen binnen. Ze proberen onzichtbaar naar boven te sluipen, maar missen een paar traptreden. “Ze kunnen er niet zo goed tegen als wij.” Hij doelt op de drugs. “Maar van hen hebben we geen last. Zij gaan nu heel zoet slapen. Die echt lastige toeristen, die Ieren en Engelsen die ’s morgens vroeg al aan het bier zitten, die komen niet naar dit hotel. Daarvoor is het net iets te duur. We gaan bewust 20 euro hoger zitten, om die drempel op te werpen.”

Als ik wil afrekenen, is hij verbaasd over het lage tarief: “Zo, jij hebt een goede deal. It’s a record!” Ik zeg dat ze wel schorriemorrie zoals ik aantrekken, met dit soort dumpprijzen. “Je kunt de lift nemen naar de derde en dan is er nog een klein trapje.” Ik wacht lang op de lift. Er komt een buitenlandse professor uit met zes koffers die hij traag uitlaadt.

Als ik na de lift het trapje oploop, kom ik op het dakterras. Mooi, ik slaap dus buiten. Terug met mijn zware koffer. Gelukkig is er nog een ander trapje. Via dat trapje naar een nieuwe ruimte met nog een trapje en nog een trapje. Het is als een droom waarbij ik steeds weer nieuwe trappen ontdek in een soort Escher-huis. De koffer wordt steeds zwaarder en ik loop via de muur over het plafond.

Eindelijk ben ik er. Het is een gezellige zolderkamer. Een bed met een blauw sprei, een bureautje met strakke witte stoelen, een lage zitstoel en zelfs een kitchenette met koffiezetapparaat, kookplaat. Een schuin lopend dak met balken. Een badkamer met ligbad. Alles ziet er verzorgd uit en huiselijk. Een hotelkamer om in te wonen.

De receptioniste vertelt: “Veel Engelse gasten komen hier en vragen: Is this The Coin Hotel? Ze denken dat het Engels is, maar het is ‘Le Kwèn’. Vanaf de eerste verdieping loopt het hotel door om de hoek. Maar eigenlijk kan de betekenis van The Coin ook, want de hoek kijkt uit over het Muntplein. Dat is het grappige.”

Als ik uitgecheckt ben, vraag ik aan de receptionist van gisteravond of ik nog even mag blijven werken in de woonkamer van het hotel. “Doe alsof je thuis bent. Er staat water in de hoek, toiletten zijn beneden.” Even later komt hij naar me toe: “Wil je een kopje koffie?”

Hotel Le Coin is een comfortabel driesterrenhotel dat is gevestigd in 7 historische panden, tegenover Hotel de L’Europe. Het ligt vlakbij de Universiteit van Amsterdam, die hier veel gasten onderbrengt. De eenpersoonskamer is ruim en luxe. Het is duurder dan gemiddeld, maar je krijgt dan ook meer dan je normaal bij drie sterren kunt verwachten.

Hotel Résidence Le Coin, Nieuwe Doelenstraat 5
Single-kamer vanaf 119 euro (dit keer slechts 50 euro + 3 euro boekingskosten)

In een blowtel

Dag 36. Hotel Alfa

Het is donker en koud. Aan de gevel hangt een alfa-symbool. Als ik binnenloop zet de man achter de receptie de dreunende muziek zachter. “Ik zag je vanmorgen ook al lopen. Dacht eerst dat je voor de buren kwam. Je kamer is op de derde verdieping. Helaas hebben we geen lift. Wil je niet liever naar mijn hotel bij Artis? Dat is drie sterren en daar is wel een lift. Dit is echt een binnenloophotel. We zitten vlakbij het station. De hele avond blijven mensen komen. Alleen de vier- en vijfpersoonskamers zijn vaak moeilijk te verhuren.”

Er komen vier Italianen binnen. Ze kijken mistig. “Four persons.”
“You like smoking? Me too.” De eigenaar wijst naar de waterpijp achter zijn desk. “You can smoke in your room. Een tientje borg voor de sleutel. Als je hem teruggeeft, krijg je je geld ook terug.” De eigenaar loopt met me mee naar buiten en opent de voordeur naast de receptie.

De loper stopt halverwege de trap. De muren zijn kaal. Het lijkt een antikraakpand. Op mijn kamer staat een eenpersoonsbed, een tuintafeltje met een stalen stoel, een spiegel met vier ronde stickers. 6 DVD’s voor de prijs van 4. Een lege inbouwkast. Het raam kijkt uit op een muur. Op de plek waar ooit een wastafel hing, hangt een tegelplaat. Op de deken ligt een handdoek. Het kussensloop is al vaak gewassen. Hoop ik.

Op zoek naar het toilet. Achter een van de witte deuren zit de badkamer. Een touwtje met een filmrolkokertje dient als lichtschakelaar. Uit de kamer naast me klinkt Italiaans gepraat. Een sterke wietlucht kruipt onder de deur omhoog.

Het is koud. Met mijn kleren aan kruip ik in bed. Ik leg de handdoek op het hoofdkussen. Ik bedenk dat dit ook een deel van mij is. Naast het intens genieten van luxe en service is het ook fijn om de sobere kant van het leven te zien. Een oefening in het minimalisme.  Een bed, een tafeltje, een inbouwkast met als enige luxe een handdoek. Ik blij dat ik een bed heb. En een handdoek. Op mijn iPhone kijk ik naar de problemen in de wereld.

Heel diep slaap ik niet. De wietlucht heeft mijn kamer gevuld. Ik kleed me uit en loopt in mijn boxershort naar de badkamer. Uit mijn toilettas kies ik de meest luxe hotelzeep. Onder de douche doe ik mijn ogen dicht en geniet van de geur. Bij Hotel Victoria neem ik een Frans ontbijt.

Hotel Alfa is een zeer basic tweesterrenhotel, vlakbij Amsterdam Centraal. Het hotel heeft een driesterrenzusje in de Plantagebuurt. Hotel Alfa is met name bedoeld voor superlastminute-gasten.  Roken en blowen op de kamer zijn toegestaan, waar gretig gebruik van wordt gemaakt. Betaling kan uitsluitend contant.

Hotel Alfa, Martelaarsgracht 14
Kamers vanaf 60 euro

Nothing has changed

Dag 35. Hotel Washington

Ooit sliep ik in New York in het klassieke hotel Washington. Ik studeerde nog, maar was met een vriend die werkte en het kon betalen. Na een nacht was mijn vakantiebudget er doorheen gejaagd. Voor de tweede nacht heb ik een hostel geboekt. De vriend koos voor een hotel.

Over de Van Baerlestraat loop ik naar het hotel. Door een klassiek ingerichte hal kom ik in een woonkamer. Antieke kasten, kroonluchters. Op de tafels liggen roze en witte tafelkleden, die ik alleen ken van Aziatische restaurants. Achter de computer zit een Chinese jongen met een innemende glimlach.

“Ja, het valt je misschien wel op dat er steeds meer hotels zijn met Chinese eigenaren. Onze generatie heeft gestudeerd. Ik heb zelf HEAO gedaan. Maar we komen allemaal uit een horecafamilie. Onze ouders hadden zo’n klassiek Chinees restaurant. Na de opleiding keren veel Chinezen toch terug. Meestal niet zo’n klassiek restaurant, maar juist iets anders. Het is namelijk een branche waarin je veel geld kunt verdienen. Als je bereid bent om hard te werken en het ook goed doet. We hebben dit hotel overgenomen, maar hebben er eigenlijk niets aan veranderd.

Wij kunnen ons goed aanpassen. Voordeel van onze generatie is, dat we de Nederlandse cultuur goed begrijpen. Ik speelde op school gewoon met Nederlandse vriendjes. Wil je een kopje koffie?

Buitenlanders kijken niet vreemd op als hier een Chinees achter de receptie zit. Ze zijn vaak veel warmer dan de Nederlander. Een Spanjaard omhelst je gewoon. Nederlandse gasten die stellen vreselijk veel eisen. Willen eerst hun kamer zien en vragen wat ze voor die 60 euro kunnen verwachten.

Als je begint, dan denk je het allemaal beter te gaan doen. Maar toen ik en mijn neef het in 2008 overnamen, bleek het allemaal wat tegen te vallen. In onze berekeningen hadden we de crisis natuurlijk niet meegenomen. Nu gaat het allemaal weer beter. We hopen dit jaar uit de rode cijfers te komen of net break-even te draaien.

We hebben alles gehouden zoals het in het begin was. Dezelfde lampjes, dezelfde stoeltjes. Er komen nog altijd mensen die hier ooit hebben geslapen en de persoonlijke service van de eigenaars zo bijzonder vonden. Wij kunnen natuurlijk niet geven wat zij deden. Wij doen het op onze eigen manier.

We hebben een schoonmaakbedrijf, maar voor de rest doen we alles zelf. Ik zit nu de hele dag achter de receptie, vannacht slaap ik hier. Ik ga naar bed als de laatste gast binnen is. Morgenochtend sta ik het ontbijt te maken. Daarna ga ik naar mijn huis. Naar mijn vrouw. Om te slapen. Mijn neef en ik doen het om-en-om.”

De hele avond voel ik me schuldig dat er thuis iemand op me zit te wachten, maar het is te gezellig met mijn vrienden.

De volgende ochtend drink ik koffie aan een roze tafeltje. Er komt een Australisch echtpaar binnen. Ze komen van Schiphol. “Tired, no I am delirious.” De vrouw is half-Aboriginal en spreekt als een comédienne. ”Ze hebben alles veranderd,” haalt ze uit. “It’s a whole new Amsterdam! De trams, de straten.” Ze kijkt om zich heen. “Alleen in dit hotel is niets veranderd. Alles is zoals het was. Dezelfde lampjes, dezelfde stoeltjes.”  Als ze de kamersleutel krijgt vraagt ze: “Is that up the deadly stairs?”

Dan draait ze zich om naar mij. “What about you? You are hopping from hotel to hotel? You must be a writer! I think I saw you on the internet.”  De hoteleigenaar en ik kijken elkaar verbaasd aan. Als ik even later afscheid neem, omhels ik hem op on-Hollandse wijze en wens hem gelukkig nieuwjaar. “Ik was helemaal vergeten dat het Chinees Nieuwjaar was. Goed dat je me eraan herinnert.”

Hotel Washington is een betaalbaar hotel in Oud-Zuid. Hier komen geen backpackers, maar mensen die musea komen bezoeken en artiesten van het Concertgebouw. Ook veel families, omdat het hotel een aantal groet appartementen heeft die zeer geschikt zijn voor langdurig verblijf.  Het interieur van het hotel is zeer ouderwets Amsterdams. Gezellig en schoon.Hotel Washington, Frans van Mierisstraat 10
Kamers vanaf 45 euro

 

Tussen de tulpen

Dag 33. Hotel Freeland

Aan de gevel wappert een regenboogvlag. Als ik aanbel doet de eigenaar open. Rick. Naast hem staan twee jongens. Het gevoel dat ik te vroeg op een verjaardagsfeestje ben. Huisvredebreuk.

“Waar kom de naam Freeland vandaan,” vraag ik. “Freeland! Het land van de vrijheid.” Ik lach dommig en zeg dat ik dacht dat het een Nederlandse achternaam was. “Mijn oom runde het met zijn vriend. Het was eerst een homohotel. Nu hebben wij het veranderd in een gay-friendly hotel. Nu komen er ook heel veel hetero’s” Ik krijg de sleutel met daaraan een houten dobber. “Dit is een butt-plug?” vraag ik lachend. De eigenaar lacht: “Er komen hier veel homo’s, maar deze vraag heb ik nog nooit gekregen. Ben jij nicht?”

De Tulpenkamer. Aan de wand hangen schilderijen van tulpen, op de nachtkastjes staan houten tulpen. Op het tweepersoonsbed ligt een bloemknuffel. De kamer heeft een serre met uitzicht op een minuscule tuin. Een badkamer met vlinders op het plafond. Na drie minuten op mijn kamer verveel ik me. In de entree zitten de drie jongens te praten. “We hebben Thais besteld. Eet je een hapje mee?” De eigenaar loopt naar zijn huis naast het hotel en haalt een fles witte wijn.

“We hebben hier in het hotel gewoond, toen we net waren begonnen, dus voor ons voelt het heel normaal om hier te eten.  Gasten eten vaker een hapje mee.  Ik run dit hotel samen met een vriendin van me. Er staat een foto van ons op de site. Iedereen denkt dat we een echtpaar zijn.  Zij woont wel bij mij in huis, net als deze twee vrienden. Ik heb dit hotel overgenomen van mijn oom.

De eerste jaren was het echt zwaar. Mijn oom had er jaren niets aan gedaan. Lekkende verwarmingen, al die vergunningsprocedures. Een ramp. Als ik van tevoren had geweten hoe dit financieel zou gaan, had ik het nooit gedaan. Nu loopt het goed. Ik zou nooit meer terug willen keren naar het onderwijs.”

Hij vraagt me of het leven in hotels bevalt. Ik antwoord dat ik me het niet meer kan voorstellen dat ik ooit in een huis zal wonen. “Begin een hotel!” Ik zeg dat ik veel respect heb voor hoteliers, maar dat het me vreselijk zwaar lijkt. Rick: “Markt Twain heeft ooit gezegd:  ‘All saints can do miracles, but only a few of them can keep a decent hotel.’

Je kunt ook in een hotel gaan wonen. Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre leefden ook in hotels. In ons hotel woont ook een schrijver. Een Italiaanse graaf. Il conto. Hij is veganist. We hebben ook een Nederlandse gast die elke week terugkomt. Een jonge zakenman. Verder zijn het vooral toeristen die hier komen. Die vinden het geweldig, deze super-Hollandse inrichting met bloemen.” Ik kijk om me heen en zie overal bloemen. Plastic. Hout. Geschilderd. Geen verse bloem te bekennen.

In de kleine hal zit een Japans meisje achter de computer. Ik ga naar buiten om een wandeling te maken door de buurt. Het sneeuwt. In een bruine buurtkroeg vind ik warmte. Als ik terugkom, zit het Japanse meisje er nog.

In de kelder serveert Rick het ontbijt. Een schaaltje brood, een eitje, een glas sinaasappelsap en een kannetje koffie. Op de tafels branden kunstkaarsjes. Het Japanse meisje zit ook alleen. Het is haar eerste dag op de universiteit. Nerveus eet ze een halve boterham.

Als ik uitcheck, geef ik Rick een hand. Hij trekt me naar zich toe en geeft me een prikkende kus op de wang. Ik druk hem tegen me aan en bedank hem voor het gezellige verblijf.

Hotel Freeland is een gay-friendly hotel, gerund door hartelijke jongens die er alles aan doen om het verblijf comfortabel te maken. De inrichting van het hotel is eenvoudig, maar met liefde gedecoreerd. De kamers hebben bloementhema’s. Zonnebloem, tulp, roos. De kamers zijn groter dan je verwacht. De entree van het hotel is een kruising tussen een gezellige studentenhuiskamer en een receptie, en straalt huiselijke warmte uit.

Hotel Freeland, Marnixstraat 386
Vanaf 55 euro

In een coffeeshop

Dag 29. The Greenhouse Effect Hotel

Dronken Britten tollen met hun koffer over de Warmoesstraat, op weg naar de luchthaven. Stoned kijkende Italianen vergapen zich aan een rubberen staaf in de etalage van een fetisjwinkel. Een man legt zijn vrouw uit wat een gaycinema is. Twee Belgische meisjes verdringen hun vreetkick bij een snackbar.

“Welcome, sweetie!” Een Engelse vrouw met een hoge paardenstaart legt uit hoe het hotel werkt: “Dit is de bar. Voor hotelgasten is het de hele dag happy-hour. Jullie krijgen grote korting op pints en cider. Just show your key, da’ling. Voor jullie is het achterste deel van de bar gereserveerd. Vanavond is hier live muziek en morgenochtend tot 12 uur het ontbijt. De coffeeshop is hiernaast, maar je mag overal roken. Ook in de hotelkamer.” Haar Londens Engels is komisch.

Als ik de bar uit stap, zie ik links de coffeeshop. Aan de rechterkant zit een deur die toegang geeft tot het hotel. Een steile trap omhoog. Alle kamers hebben tot de verbeelding sprekende namen als Turkish Delight, Dutch Touch en English Rose. In tegenstelling tot veel andere hotels waar ik tot nu toe ben geweest, hangt hier vreemd genoeg geen wietlucht in de gangen.

Heel toepasselijk: The Red Light Room. Aan de muur hangen hartjeslampen, achter het eenpersoonsbed een rood zeil en een rood-wit gedicht. Ik struikel over een rood tafeltje en een asbak valt op de grond. De badkamer bestaat uit een lange ruimte met een fonteintje, daarachter een douche, en daarachter een toilet. Ik kan douchen tijdens het plassen. De kamer is schoon en meisjesachtig.

Beneden in de bar neem ik een biertje. Om me heen zitten sloom kijkende buitenlanders aan grote pullen bier. Een vriend belt dat hij in de buurt is. Ik vraag hem of hij blowt. “Soms.” Samen met hem ga ik naar de coffeeshop. De menukaart hangt aan een touwtje. Wiet aan de ene kant, hasj aan de andere kant. Ik vraag wat het verschil is. “Van wiet word je stoned en van hasj ook,” is het antwoord. Ik besluit een versgeperst sapje te nemen. De vriend koopt een voorgerolde joint. Hij blijkt net zo weinig kennis van zaken te hebben als ik.

“We moeten de buurt leren kennen. Zullen we naar een leerbar?” daag ik hem uit. Even later zitten we in een donkerbruin café dat is uitgedost als een martelkelder. Aan het plafond hangen zware kettingen, kogels en martelwerktuigen. Er komt een oude man binnen met een leren broek zonder achterwerk, gevolgd door een jongen met een politiepet. Een dikke Chinese jongen komt binnen en trekt zijn shirt uit. Met ons biertje lopen we naar beneden. Een donker doolhof met een flauw rood licht dat af en toe de gezichten beschijnt. De vriend wordt misselijk van zijn sigaret. De politieagent grijpt in het kruis van de man zonder achterwerk. Nu word ik ook misselijk en we gaan weg. Dansen.

De volgende ochtend word ik wakker door stofzuigers, chloorlucht, klappende deuren en walkie-talkies. De schoonmaakster vertelt dat ik moet uitchecken. In de bar staat de Engelse vrouw. Van boven krijgt ze door wat er uit de minibar is gehaald en geeft mijn borg voor de sleutel terug. Achter een touw zitten de hotelgasten te ontbijten. Een beschermde diersoort. Aan de bar drinken twee mannen bier. De geur van croissants en verse broodjes mengt zich met die van wiet. Of hasj. Een andere Engelse vrouw vult de broodjesbak aan en zet de borden in de vaatwas. Routineuze handelingen in een kleine ruimte. “Bye, my love,” zegt de paardenstaart, als ik ga.

De Greenhouse Effect is een bar, een coffeeshop en een hotel in één. Bedacht in de jaren ‘90 om het stereotype beeld van de coffeeshop te doorbreken. Alle drie worden goed onderhouden, zijn schoon en met name door het strenge, maar vrolijke vrouwelijke management een prettige plek om te verblijven, zelfs voor iemand die niet blowt. Het hotel ligt in het red-light district en trekt voornamelijk jonge, internationale toeristen. Door de coffeeshop met het hotel te combineren, lijkt het alsof het hotel het drug- en drankgebruik van zijn gasten goed in de hand heeft, want er is weinig waarneembaar overlast.

The Greenhouse Effect, Warmoesstraat 53-55
Eenpersoonskamer: 75 euro

In een dorp

Dag 23. NH Grand Hotel Krasnapolsky

Over het Damrak naar de Dam. Achter de monumentnaald staat het imposante hotel, bekend van dodenherdenking. En al de keren dat ik daar als kind heb geplast en me vergaapte aan de Wintertuin. Als ik binnenkom staat de lobby vol met in zwart geklede mensen. Ze hebben bizarre haarcoupes.

Ondanks het vroege tijdstip is mijn kamer al gereed. Standaard luxe, een Amerikaanse inrichting. Vitrages bedekken het uitzicht over het enorme plein en de ingepakte gebouwen. Naast het bed ligt een boekje met bed-time-story’s, op het bureau staan verse tulpen. Donker houtlaminaat op de vloer.

Als ik het Nespresso-apparaat in de badkamer vul met water, bekruipt me een huiselijk gevoel. De radio speelt de begrafenismuziek van mijn familie: het vijfde pianoconcert van Beethoven. De deurbel gaat en ik krijg een welkomstgeschenk overhandigd van een lief lachende vrouw. Een ingelijste zwart-witfoto van de gevel. Ik bedank haar hartelijk, maar als ik de deur dicht doe realiseer ik me dat ik geen huis heb om het op te hangen. Een beeld van gebroken glas in mijn koffer. Bloedende handen besmeuren de foto. Ik open de deur, maar ze is al weg.

Op onderzoeksreis door het hotel. Het gebouw is een rijgketting van verschillende panden. Begonnen als koffiehuis en in de loop der eeuwen uitgebouwd met een kleine 50 aangrenzende panden, weet ik uit het gestencilde parochieboekje op het bureau. Een doolhof van verschillende stijlen, slingerend tussen mooi en lelijk. Tijdens het dwalen stuit ik op een vrolijke Redken-vrouw. Ze vertelt dat er een kapperscongres bezig is nodigt me uit om een presentatie bij te wonen in de grote zaal.

De conferentiezaal zit vol internationale haarspecialisten. Op het podium staat een Amerikaanse haargoeroe. Zijn bewegingen worden uitvergroot op het scherm. Hij laat zien hoe hij The New Bardot creëert. Als een magician gaat hij met zijn vingers en schaar door de blonde lokken. “Remember this: short is the new long.”

Een vriend SMS’t: “Zin in Hi T?”. Een uurtje later zitten we met een glas bubbels aan een enorme stapelschaal met zoetigheden en een brood vol met sandwiches. Zoals stoere mannen betaamt.

Dan lopen we door het hotel, op zoek naar een bar. Uit het klassieke restaurant klinken harde tango-klanken. Nieuwsgierig gaan we naar binnen. Wezenloos kijkende paren glijden over de stenen vloer. Hun lijven innig tegen elkaar, elkaars bewegingen volgend. Aan de kant zit een jongen te smachten tot iemand hem ten dans vraagt. Het gebeurt niet. Ademloos staan we te kijken naar deze film.

We moeten door met onze reis door het hotel. Ik wil elke vierkante centimeter leren kennen als een archeoloog op zoek naar verdwenen schatten. We komen niet ver. Aan de Golden Palm Bar drinken we een cocktail. De barman vertelt: “Er stond ooit een enorme gouden palm in het raam. Maar toen de kroonprins hier een feest gaf, moest alles worden verbouwd. De palm is gekapt. Maar er waren net brochures gedrukt, dus de naam kon niet meer worden veranderd.”

Carillonklanken van het Paleis op de Dam wekken me. Er staat een uitgebreid ontbijtbuffet in de Wintertuin. Onder de palmen zitten de kappers met katers. Eggs Benedict en champagne naast de standaardingrediënten.

In de hal kom ik de manager tegen. “Het leuke van Krasnapolsky is dat het elke dag anders is. We zijn een congrescentrum waar je ook kunt slapen. Elke dag is er een andere groep mensen, die zorgt voor een totaal andere sfeer. Daarnaast gebeurt er in elke zaal wel wat en zijn er verschillende restaurants. Het wordt wel het dorp aan de Dam genoemd.”

Bij het uitchecken geef ik de fotolijst terug. In bruikleen. Deze kom ik volgend jaar halen. Als ik een muur heb om hem op te hangen.

Het NH Grand Hotel Krasnapolsky is een groot vijfsterrenhotel, ingericht op internationale congressen. Naast de verschillende vergaderzalen en comfortabele kamers zijn er appartementen voor langer verblijf. De Wintertuin en restaurant Reflet zijn beide monumenten. Het uitzicht over de Dam is fenomenaal.

NH Grand Hotel Krasnapolsky, Dam 9
Kamers vanaf 156 euro