De rumoerige straten achter het Leidseplein met hun kleurige bars en toeristenrestaurants. Pizza en pasta voor 5 euro. Een meisje met roze oren wil met mij en haar dronken vriendinnen op de foto.
Voor hotel Orfeo staat een groepje jonge toeristen te roken. Volgens de website is het sinds 1967 een gayhotel met eigen grilrestaurant, maar dit is hoogstwaarschijnlijk verouderde informatie.
Door de open pui loop ik naar binnen. Er staat een Arabische man achter de receptie.
“Do you have a room available?” vraag ik.
Hij kijkt me bedenkelijk aan. Aan de tafels zitten jonge mensen bier te drinken. Dit is geen gayhotel, dit is vast een hostel.
“Do you have a bed? One person, one night?”
“The last one. 45 euro’s. Is that okay?” Hij kijkt me vragend aan.
45 Euro voor een bed is veel geld voor een hostel, maar ik vanavond slaap ik hier. Na een comfortabele nacht kan ik dit hotel aan. Desnoods ga ik de hele nacht uit en ontbijt ik alleen hier.
“Cash only and ten euro deposit for the key. Breakfast is included.”
Naar boven. Het is in de middag, maar drie mensen liggen te slapen. De overige bedden liggen vol met spullen. Toeristenfolders, toiletartikelen, halflege flessen cola en een literfles wijn. Wattenstaafjes, een kaartje van het Anne Frankhuis, een boxershort met uitgerekt elastiek. Het raam is al dagenlang niet geopend, de kamer ruikt muf. Het lijkt alsof de bewoners hun kamer amper verlaten hebben. Hoe kan ik ooit slapen in deze chaos?
Beneden staren tien toeristen gebiologeerd naar het televisiescherm. Naar een Nederlands programma dat ze niet kunnen verstaan. Alleen tijdens de reclamepauzes lachen ze. Reclames zijn internationaal. Ze wisselen het bier drinken af met het roken, buiten.
Een Arabische man met een gebreid mutsje is een wandkast aan het repareren tegenover de receptie. Hij boort en zaagt. Ik neem een blikje chocolademelk uit de glazen koelkast waar ook de kaas en pakken jus d’orange liggen voor het ontbijt. Mensen komen binnen met tassen vol grootverpakkingen bier.
Een mollig meisje met vettige bril komt binnen en zegt: “We are going to a bar. Everybody is invited. Who is joining?” Ze kijkt de mensen persoonlijk aan, maar iedereen bedankt beleefd. Een Italiaanse jongen is bezig in de keuken. Heerlijke geuren komen binnen. In plaats van met een bord eten komt hij na een half uur terug met een pak kaarten die hij uitlegt op tafel. Patience. De receptionist doet de rode gordijnen voor de openslaande deuren dicht. Een vader die de huiskamergordijnen sluit. De bierdrinkende jongeren zijn opeens mijn familie.
Ik voel me een vreemde in dit hotel, al geeft niemand me de indruk dat ik er niet thuis hoor. Ik ga naar de overkant en neem een goedkope pizza met een zoete rode wijn. Het liefst wil ik vluchten. Weg van het hotel, weg uit de viezigheid, weg uit deze buurt met dronken schreeuwende mensen en plat vermaak. Om de hoek is een feest van een Arabische gaybar. Dit is Amsterdam! Maar ik ben te moe. Vreselijk moe. Terug naar het hotel. Ik huur een handdoek, ga naar boven en zet het raam open om de oude lucht te laten ontsnappen. Het bed bedek ik met een laken en het hoofdkussen met een handdoek. Turandot: Nessun Dorma op repeat, tot ik in slaap val. Telkens schrik ik wakker als er mensen binnenkomen. Het wordt langzaam licht. Ik controleer of ik niet ben gebeten, maar ben vanavond een gewillige prooi. Te moe om weerstand te bieden. Steeds dieper zak ik weg.
Om kwart voor tien komt een man met een baard en Arabische kleding binnen.
“It’s check-out time,” zegt hij. “But you can take a shower,” zegt hij er troostend achteraan. Ik kijk de kamer in. Alle bedden zijn leeg. Er staan geen tassen en koffers meer. Alleen de lege flessen en toeristenfolders liggen nog rond het bed. Iedereen heeft de kamer verlaten zonder dat ik het heb gehoord. Ik grijp onder mijn hoofdkussen naar mijn telefoon en controleer of mijn laptop er nog staat. Een douche tussen vreemde haren. Op de vensterbank ligt een vergeten sleutel. Ik lever twee sleutels in, maar krijg alleen mijn eigen tientje terug.
Een plastic bekertje koffie uit een thermosfles. Er liggen witbrood, kaas en een schaal met gebarsten eieren. Mensen zijn nog aan het ontbijten, maar de goedkope pizza zit nog in mijn maag. Dezelfde gezichten als de dag ervoor, maar iedereen ziet er slechter uit. Vermoeide ogen, een asgrauwe huid. Dit is wat Amsterdam met mensen doet. Deze stad sloopt ze. Alleen ik ben uitgeslapen en helder. Als ik zelfs de rust kan vinden in zo’n hostel, dan ben ik vergevorderd.
De man achter de receptie knikt vriendelijk en loopt naar de deur om hem voor me open te houden. Een hoffelijk einde.
Hotel Orfeo is een hostel met slaapzalen. De kamers zijn niet heel proper, maar de mensen zijn vriendelijk en redelijk flexibel. Hier komen vooral jonge backpackers die graag midden in het uitgaanscentrum van Amsterdam willen zitten.
Hotel Orfeo, Leidsekruisstraat 14
Vanaf 45 euro









