Op de Huishoudbeurs

Amsterdam Slaapt op de Huishoudbeurs (NFP Photography)

Verzachtende omstandigheden

Elke dag komen er meer vrouwen naar de beurs. Hoeveel vrouwen zijn er wel niet in Nederland? Of zijn het stiekem dezelfde vrouwen die elke dag terugkomen? Omdat ze er geen genoeg van krijgen. Ze lijken ook allemaal op elkaar met hun te korte kapsels en te gekleurde monturen. Wat beweegt hen om zoveel te kopen? Om zo te zeulen met al die tassen en karretjes?

Naarmate de dag vordert versperren steeds meer dames de looproutes, omdat ze plotseling besluiten dat hun koffers aanzienlijk efficiënter ingepakt kunnen worden, zodat ze nog meer kunnen kopen of krijgen. Geknield halen ze ongegeneerd alle pakken pasta, bruiningscrème en damesslips uit hun rolkoffer, ook vlak voor mijn raam. Het zweet druipt in hun opengevallen decolleté. Decorumverlies, noemen we dat bij dementerende bejaarden.

Ik ontsnap even uit mijn kooi om een drankje halen en word onderweg uitgenodigd voor een wasverzachtergeurtest. Nooit heb ik geweten dat er zoveel verschillende wasverzachtergeuren bestonden. Lavendelgeluk, Fris Lentegevoel, Babyzacht, Passie voor Rozen.
“Het leven lijkt een stuk zonniger als je kleding lekker ruikt,” dicht het wasverzachtermeisje overtuigend. Na het inhaleren van de chemische geuren word ik knetter-high en voor ik het weet sta ik in een stand iets verderop met een miniatuurhogedrukspuit die flost met waterdruppels. Na draadloos bellen, nu ook draadloos flossen. De Grote Flosser lacht me vierkant uit dat ik nog flos met draad en raad me een betaalbaar instapmodelletje aan waarmee ik eindelijk revolutionair kan reinigen. Verder langs alle schreeuwende standwerkers.

Aan het eind van de fameuze ‘vreethal’ staan twee bewakers voor onbestemde deuren. Dit is vast een private party, achter deze witgekalkte schuttingen. Hier moet en zal ik naar binnen. Het blijkt een geheim dranklokaal te zijn. Alleen op vertoon van je meerderjarigheidsbewijs mag je naar binnen. Links staat een aantal bars waar mierzoete dameslikeuren worden uitgedeeld. Rechts zijn de flessen te koop.  Sommige vrouwen staan duidelijk al uren in het linkerlokaal om medicijncupjes met een dagelijks aanbevolen hoeveelheid alcohol te testen. Ze houden zich vast aan de bar om niet om te vallen.
“Maximaal één per persoon,” roept de barjongen, maar het meisje dat drie kleurige likeurtjes bestelt wijst over haar linkerschouder naar de andere kant van de ruimte.
“Die andere zijn voor dat meisje met dat zwarte truitje en die vrouw met die dikke tiet’n,” zegt ze met  dubbele tong. Het zwarte truitje en de dikke tiet’n zwaaien op commando naar de barman.

De RAI-omroepster kondigt aan dat de beurs gaat sluiten. Is het al bijna tien uur? Hoelang ben ik wel niet de hort op geweest? Hoe kon ik de tijd vergeten? Ik keer in hoge draf terug naar mijn kamer en zet de tassen voor de glasdeur om het slot open te maken. Tassen? Ik slaak een hoge gil. Hoe kom ik aan tassen? Tot mijn schrik ontdek ik 12 flessen wasverzachter met verschillende smaken. Ik kon er niets aan doen. Ik werd bedwelmd door de chemische geuren. Dat zijn verzachtende omstandigheden, edelachtbare.

Voor mijn glazen huis staat een verlaten oranje Blokkerkarretje. Er komt een kale beveiliger aan.
“Sluit ramen en deuren,” zegt hij mannelijk, houdt de tas met wielen heldhaftig op een armlengte van zijn lichaam en kijkt naar binnen. “Geen paniek, hij is leeg,” kalmeert hij mij en hij kiepert het karretje in een vuilnisbak. Voor mijn deur staat een Bossche Bol met een servetje waarop is geschreven: Je weet wel waarom. Geniet ervan.
“Die zou ik niet opeten,” zegt de beveiliger. “Verdacht.”
Wil iemand mij bang maken? Wil iemand mij vergiftigen? Kom ik te dicht bij de Vrouw? Is er iemand bang dat ik het mysterie achter de Vrouw ontdek? Ik pak de bol en werp hem krachtig in de houten afvalcontainer.
“Ik heb de bol onschadelijk gemaakt,” zeg ik tegen de beveiliger. “Alles onder controle.”
Ik ruik aan twee flessen wasverzachter en val in een diepe slaap.

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.

Op de Huishoudbeurs

Amsterdam Slaapt op de Huishoudbeurs (Foto: Thomas Aangeenbrug)

In de uitverkoop

Een bewaker komt informeren hoe het gaat. Ze klopt op het raam van mijn slaapcabine.

“Kun je het nog aan? ” vraagt de vrouw moederlijk . “Je ligt hier lekker in de uitverkoop, achter het raam. Doe je goeie zaken? Het is druk vandaag, maar we hebben alles onder controle. Alleen af en toe wat vrouwen die onwel worden.” Ze heeft de woorden nog niet uitgesproken of haar portafoon piept.
“Zes vrouwen zijn onwel geworden,” meldt de meldkamer. “Een bij de Blokker – kggg – een bij het hoofdpodium, een bij ingang K – kggg – een bij M&S, een bij IKEA en een bij – kgggg. De bewaker fatsoeneert haar kapsel en beent weg naar een van de door de hitte bevangen vrouwen. Het wordt inderdaad benauwd. Ik ontsnap ook even uit mijn glazen kooi. Door een sigarettenrookgordijn voor de ingang loop ik even naar buiten.
“Kijk, een slaapwandelaar,” zegt een kaartjescontroleur.

Het parkeerterrein van de RAI staat weer vol met bussen uit verschillende provincies. Op het podium van een yoghurtdrankje staan vrouwen te hoepelen in de frituurlucht van de mobiele automatiek ernaast. Ze zwaaien met hun heupen of hun leven ervan afhangt. Een vrouw bestelt zes kroketten. “Ook voor mijn vriendinnen,” verdedigt ze zich tegenover de snackkoning.

Terug naar mijn riante glasbak, want het leven daarbuiten is veel te hectisch. Ik laat mijn deur open om nog wat zuurstof binnen te krijgen.

“Het is altijd gezellig, maar de Huishoudbeurs is wel commercieel geworden,” zegt een donkere vrouw die plotseling in de deuropening van mijn hotelkamer staat.
“Commercieel?” vraag ik met gespeelde verbazing.

“Ja, commercieel. Ze willen meteen alles van je weten. Voor elk hapje moet je je emailadres achterlaten, bij elk tasje dat je krijgt willen ze eerst je hele adres hebben, zodat je tot in je graf achterna gejaagd wordt met aanbiedingen en acties. Vroeger was de beurs gevuld met echte innovaties. Een nieuwe stofzuiger, een nieuw schoonmaakmiddel of snackje. Nu zijn hier complete winkels gebouwd. Dat is toch niet normaal? Kijk daar, daar is gewoon een filiaal van M&S, en hierachter is een hele Blokkerwinkel uit de grond gestampt, naast een enorme Zeeman. Je kunt net zo goed naar een winkelcentrum gaan. Dan kun je nog rustiger winkelen ook. Maar ach, het is wel gezellig. Volgend jaar ben ik er weer bij.”

“Oeligtierlekkerbie,” zegt een mollige vrouw. Ik versta haar niet, maar lach vriendelijk terug. Deze week lach ik tegen alle vrouwen. Dik, dun, mooi, lelijk, welbespraakt en onverstaanbaar.

“Oeligterlekkerbie,” herhaalt ze. “Kennikerniebiekomnlign?” Voor ik het weet ligt ze naast me op bed. Ze slaat een mollig armpje om me heen. Ze kijkt me aan met haar linkeroog door een vettige bril. Haar andere oog kijkt in de camera van haar vriendin met een nog korter kapsel en een nog dikkere bril. Ze drukt haar hoofd tegen mijn badjas en zucht. Even voel ik oprechte liefde.
Ze staat op en trekt haar spijkerjasje recht. “Dankoewel,” zegt ze en ze drukt een verfrommeld tientje in mijn hand. Ze wijst op het bord met 10 euro.  Ik wil haar een boek geven, maar ze weigert het aan te pakken.

“Kennietleezn,” zegt ze, terwijl ze wijst op mijn boek. “Dusoeboekhoefkniet.”

Verbouwereerd blijf ik staan. Ik geef haar mijn oprechte liefde en onverdeelde aandacht en word hiervoor beloond met een tientje. Een tientje! Ik voel me niet alleen een hoer, maar ook nog eens een goedkope hoer. De twee meisjes lopen weg.  Mijn klant steekt haar worstenvingertjes in de lucht en zwaait. Ik weet niet eens hoe ze heet. Ik voel me vies. Ik pak mijn toilettas en loop over het kunstgras naar de douche.

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.

Op de Huishoudbeurs

Kindervriend

Naast vrouwen in rolstoel, vrouwen met een looprek, vrouwen met een bagagewagentje, vrouwen met hun verloren kijkende man, vrouwen met hun dochter en vrouwen met hun gekloonde vriendinnen, loopt er vandaag een nieuwe diersoort rond op de beursvloer. Vrouwen met een dikke buik die om de paar meter de handen in hun zij zetten of op de grond gaan zitten met een pakje drinken en een tassenverzameling vol budgetluiers, pakken lammetjespap, babyslofjes en volautomatische kolfmachines om zich heen gestald. Natuurlijk:  de Negenmaandenbeurs is vandaag begonnen. Dit oestrogenenfestival vindt tegelijkertijd plaats met de Huishoudbeurs en de bezoekers kunnen heen en weer lopen. Want zwangere vrouwen houden ook van gratis schuursponzen en betaalbare luchtverfrissers. Uit de nog langere rij voor de toiletten klinkt gepuf en geklaag.

Beneden is de VIP-Lounge van de nieuwe beurs. Tegenwoordig hebben mensen er geld voor over om zich VIP te voelen. Wat je niet bent, kun je kopen. Deze VIP-lounge wordt mogelijk gemaakt door ZEEMAN, u weet wel dat luxemerk met die getekende blauwe matroos. Voor een kleine 60 euro krijgt de zwangere gast hier alles wat een zwangere vrouw nodig heeft: een parkeerplek, koffie met gebak, een lunch, een goodiebag met babygadgets en een voetmassage. Was ik nou maar in verwachting.

“Ah, mag ik naar Småland?” dreint een meisje. Ze denkt dat ze bij IKEA is, door de gele Björn en Sven die een vrouw helpen met haar bagage.

“In de jaren dat ik tijdens de Negenmaandenbeurs heb gewerkt heb ik heel wat bevallingen meegemaakt,” vertelt een gastvrouw van de RAI.  Bij sommige vrouwen beginnen de weeën spontaan als ze hier rondlopen. Dan moeten ze halsoverkop naar het ziekenhuis. Meestal verwachten ze het nog helemaal niet. Heb wel eens een vrouw gehad die pas vijf maanden zwanger was en toch braken de vliezen. Dan is het toch de spanning, of zo. Of bij de aanblik van zoveel zwangere buiken beginnen de hormonen te gieren.”

Door de bolle buiken, jonge stelletjes en kreunende moeders met wandelwagens, wurm ik me door de krappe beurs. Er lopen veel nerveuze jonge vaders rond. Het blijkt vandaag Papadag te zijn. Vaders krijgen dan gratis toegang, voorlichting over relaties en financiën en een biertje in het Vadercafé, belooft de website. Met dat laatste kunnen mannen misschien werken aan hun buik, zodat ze zich beter met de aanstaande moeder kunnen identificeren. Maar in het Vadercafé zitten helemaal geen pappa’s, alleen een paar kinderen zonder ouders achter de televisie. Zo kunnen deze kinderen in ieder geval vast oefenen voor Papadag thuis.

“Pappa,” zegt een blond jongetje en pakt mijn badjas vast. “Pappa!” Hij klinkt blij.
“Ik ben pappa niet,” zeg ik en kijk over hem heen waar zijn ouders zijn. Ik zie alleen maar lege wiebelstoelen.
“Pappa,” herhaalt hij en hij waggelt achter me aan. Dat heb ik weer. Na vijf minuten op de Negenmaandenbeurs heb ik al een kind gekregen. Waar is de biologische vader of de chemische moeder? Er doemt een groot bord ‘BABY-DUMP’ op. Het zal toch niet? Dan komt er een jongen naar me toegelopen met dezelfde oogopslag als mijn nieuwe zoontje.
“Sorry, opeens was hij weggelopen,” verontschuldigt hij zich en pakt mijn nieuwe zoontje op. Het jongetje zwaait sip. Ik ga naar een bar om me zwanger te drinken.

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.

Op de Huishoudbeurs

Amsterdam Slaapt op de Huishoudbeurs (Foto: Thomas Aangeenbrug)

De schone slaper

Wat lag je er heerlijk bij, vannacht,” zegt een bewaker lachend. “Nee, echt. Ik had foto’s moeten maken van onze Schone Slaper. Die had ik voor heel veel geld kunnen verkopen aan de bladen.”

“Goedemorgen,” zwaait de buurman van het snoephuisje terwijl hij zijn boze-wolvenkostuum aantrekt.
Het is al laat. De spots schijnen als een kunstzon naar binnen en de muziek speelt al. De rolluiken gaan bijna open en dan begint het theater weer. Dan stromen nieuwe busladingen vrouwen met onverstaanbare accenten binnen.

Snel opstaan en douchen. Met een handdoek en toilettas onder de arm, wandel ik in mijn ochtendjas over het groene tapijt. Langs de doeken met geprinte bomen en de boomstronkjes die als krukjes dienen. Het voelt alsof ik over een camping loop, maar dan op een surrealistische filmset. Hier woon ik, negen dagen. In een decor.

Ik open de deur naar de kleedkamers van het RAI-theater in de hal ernaast. In de anders uitgestorven gang lopen clowns nerveus heen en weer. Ze deinzen paniekerig achteruit, als ik naar mijn vaste kleedkamer met douche loop. Achter de toneelspiegel die met kopspiegellampen is omzoomd zit een man. Half clown, half mens.
“Mag ik hier misschien even douchen?” vraag ik voorzichtig.
“Dat lijkt me geen goed idee,” zegt het halffabrikaat boos, terwijl hij zijn ogen wit schminkt. De meeste clowns zijn eigenlijk depressief en ontvluchten de realiteit door een rode neus op te zetten. “Ga maar boven douchen, wij zijn hier bezig. We moeten zo optreden in het theater. De toegangscode werkt hetzelfde.”

Boven zijn inderdaad kleedkamers. Het licht gaat niet aan, dus ik laat de deur op een ferme kier staan, kleed me uit en stap onder de douche. Het water uit de rechte stang klatert via mijn huid op de kille tegels. Even later staat er een lange kalende man voor me.
“Wat doet u hier?” vraagt hij streng. “De clowns beneden zijn geïrriteerd dat u hier rondloopt.”
“Ik douche,” antwoord ik. Zou hij echt nog niet eerder een douchende man hebben gezien? Hij blijft voor me staan en kijkt hoe ik mijn bovenlichaam inzeep. Alsof hij een buitenaards wezen ontdekt dat zich aanpast aan de mensenwereld.
“U bevindt zich hier op verboden terrein en dient dit ogenblikkelijk te verlaten. Ik bel de bewaking.”
“Het is een misverstand,” zeg ik en voorzie ook mijn onderlichaam van een schuimende zeeplaag. Ik wil niet gestoord worden tijdens mijn doucheritueel. Het enige moment voor mezelf.

Hij blijft staan, maar inmiddels ben ik eraan gewend om bekeken te worden. Misschien is het de Dood die me komt halen, met zijn asgrauwe gelaat. Reden te meer om de tijd op aarde te rekken. Hij blijft me aankijken. Nadat mijn hoofdhuid is voorzien van een pruik van schuim verlaat hij geïrriteerd de cabine. Als ik de kleedkamer uitstap, staat hij te wachten. De uitgang blokkerend.

“Ik heb de bewaking gebeld en ze komen u halen,” zegt hij nors. “Wij wachten. U heeft geen toestemming om hier te zijn. U bent in overtreding. Alles loopt hier altijd via mij, de toneelmeester.” Ik geef hem een hand die hij onder protest schudt en afveegt aan zijn lange broekspijp. Ik stel me voor en vertel dat ik hier woon en dat dit mijn badkamer is. De zure toneelmeester negeert me en kijkt misprijzend naar mijn badjas en toilettas. Alsof ik een psychiatrische patiënt ben die uit een inrichting is ontsnapt.

“Ik woon hier echt, in een huisje op de Huishoudbeurs. In dat grote kunstbos, weet u wel,” probeer ik en houd de kamersleutel omhoog als bewijsmateriaal. “Die glazen hotelkamer naast het snoephuisje van Hans en Grietje. De Grote Boze Wolf en de heks zijn mijn directe buren. Loop anders even mee en vraag het aan hen,” stel ik voorzichtig voor, bang om geboeid afgevoerd te worden naar de crisisopvang in een geblindeerd politiebusje en platgespoten te worden met kalmeringsmiddelen.

Eindelijk komt een beveiliger binnen en de Zure Toneelmeester steekt van wal:
“Deze man bevindt zich op verboden terrein. U moet deze onbekende meenemen, want hij heeft geen toestemming om hier te zijn. Alles verloopt via mij, want ik ben de toneelmeester en ik ga over alles wat hier gebeurt.”
“Ja, maar deze man is geen onbekende. Dit is de Schone Slaper. Hij woont hier op de Huishoudbeurs,” zegt de beveiliger. De toneelmeester verschiet van kleur. Zijn ogen spuwen vuur. Hij voelt zich duidelijk niet serieus genomen. De hele wereld  heeft het op hem gemunt.

“We regelen wel een andere douche voor je,” zegt de beveiliger vriendelijk als hij met me meeloopt. “In de parkeergarage zijn ook kleedkamers. Daar kun je morgenochtend douchen. Dat gaan we regelen. Let maar niet op de toneelmeester. Die is altijd een beetje zuur. Heb je wel lekker geslapen?”

“Draai maar aan het rad,” schreeuwt een man door de microfoon in het kunstbos. Daarnaast draait een vrouw haar zoveelste rondje in een miniatuurreuzenrad, terwijl ze haar derde Bossche Bol naar binnenwerkt. Haar rollator staat geparkeerd bij een kunstboom. Een tandeloze vrouw schreeuwt iets in een voor mij onbekende taal. Een reusachtige knuffelbeer vraagt of ik mijn vuile onderbroek om wil ruilen voor een nieuwe. Snel, terug naar mijn veilige hotelkamer.

“Kijk, die meneer is gek,” zegt een roodharig meisje tegen haar moeder.” Hij loopt in een badjas, hier in het bos.

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.

Op de Huishoudbeurs

Vet culinair

Even ontsnappen uit mijn veilige hotelkamer. Met de roltrap naar boven om een nieuwe vrouwenvleugel te ontdekken. Mijn oog valt op een overgeblondeerde vrouw.

“Vandaag mag het. Het is feest,” zegt ze vrolijk. Ze heeft een bord dikke frieten in haar hand. “Bovendien hebben we zoveel kilometers gelopen, hier. Niet normaal.” Er valt een frietje met mayonaise in haar decolleté. Lachend haalt ze haar vinger over haar gebruinde borsten en likt de klodder van haar roodgelakte vinger. Boven haar hoofd hangt een bordje CULINAIR met een pijl naar een hal waaruit pannenkoek- en frituurlucht komt.

Er worden zoveel rolstoelen gereserveerd,” zegt een baliemedewerkster van de beurs. Ze breekt een koekje en plakt de kruimels aan haar natte vinger. “Op een gegeven moment dachten we: dat kan helemaal niet. Statistisch gesproken. Totdat we op de beurs allemaal rolstoelen zagen rijden zonder mensen erin. Alsof ze door een wonder weer kunnen lopen. Nee, ze worden vaak gebruikt als boodschappenwagentje voor de zware tassen. Dat kan toch niet! Dan staat er straks een zwaar gehandicapte vrouw voor mijn neus en dan zijn alle stoelen uitgeleend. Wil je een laurierdropje? Heerlijk zijn die.”

“Dit proseccokoekje heeft een handige breuklijn,” vertelt een koekjesuitvinder, die iets verderop staat. “Vrouwen willen hun koekjes delen, maar dat kan bij de meeste niet. Ze willen liever een kleinere portie. En er zitten meestal teveel koekjes in een pakje. Het leuke is: een vrouw eet ze dan wel allemaal op, want overgebleven koekjes geven kruimels in haar tas.”

Een groentesnijder staat schreeuwend te raspen. Perfect vierkante blokjes komkommer en identieke wortelplakjes schieten in een glazen schaal.  Achter hem liggen nietsvermoedende groenten te wachten op hun pijnlijke lot. Niemand luistert naar hem. Iedereen staat een kraam verder, want daar worden nog kleiner gesneden nougatblokjes uitgedeeld. Gratis.
“Er zijn zeven verschillende smaken,” roept de nougatmeneer door zijn headset.
“Die moet ik wel allemaal proeven, natuurlijk. Anders weer ik niet welke de lekkerste is,” zegt een kleine vrouw tegen haar dunne dochter en steekt nog een blokje in haar mond. “Ik twijfel. Het zijn ook zulke kleine stukjes. Je kan het nauwelijks proeven. We komen straks wel even terug.” Haar tas valt om en er vallen drie flessen pannenkoekmix en een fles vloeibare boter uit. “Die kon ik natuurlijk niet laten staan,” legt ze me uit. “Echt goedkoop.”
“Geen vuile handen. Uien zonder huilen,” schreeuwt de groentensnijder tegen zijn onzichtbare publiek.  “Hiermee snijdt u zichzelf niet in de vingers!” Zijn stem schiet omhoog. “Maak uw eigen groentensnacks. Vet gezond!”

Vier vrouwen zitten naast elkaar en prikken vermoeid in een stukje taart.
“Ik kan echt niet meer lopen,”zucht een van heen. “Mijn voeten.”
“Mijn benen,” zucht de ander. “Het is ook zo groot, hier.” Even later liggen ze alle vier naast elkaar op massagestoelen in een stand ernaast. De rubbernoppen priemen in hun rug.
“Auw! Ah. Hier knapt een mens van op. Hierna wil ik nog even naar die ene artiest. Hoe heet hij ook alweer. Die er vorig jaar ook was. En we gaan nog pannenkoeken eten. Die waren ook zo lekker.”

Een zwaarlijvige man duwt een rolstoel vol tassen. Het zweet druipt van zijn voorhoofd.
“Waar staat die pannenkoekmix eigenlijk?” vraagt hij aan zijn vrouw.
“Nee, we hebben genoeg gekocht, we gaan naar huis. Anders kunnen we het straks niet meer dragen,” zegt zijn vrouw alsof ze tegen een kind praat.
“Iedereen heeft die pannenkoekenmix,”dreint de man. “Die is vast heel goedkoop. Dat is toch handig, voor als de kinderen komen?” De vrouw kijkt hem streng aan en wijst naar de stapel tassen.

“Deze smaak is ook lekker,” zegt de mevrouw die is teruggekeerd in de nougatkraam.  “Maar ik twijfel. Nougat is niet gezond, hè? Al die suiker. Gelukkig waren dit kleine stukjes. Dan maakt het niet zoveel uit.”

Een kortharige vrouw met een knalrood montuur haalt de spullen uit haar tas. “Eens even kijken wat de opbrengst van de dag is. We zijn natuurlijk vrouwen,” zegt ze tegen mij. “Dus… chocolade, chocolade. En chocolade. En lingerie. Voor mijn man. Hoop alleen dat ik dat nog pas, vanavond. Maandag ga ik weer op dieet. Vandaag is het nog even feest.”

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.

Op de Huishoudbeurs

Vrouwenparadijs

Dagenlang hebben krachtige mannen gebouwd aan het vrouwenparadijs. Hallen vol stands met vetloze frituurpannen, koekjes die niet kunnen kruimelen, levensbedreigende hoeveelheden Bossche Bollen en het allerbeste afwasmiddel.

De laatste nacht leggen mannen tapijt. Andere mannen fietsen over de donkere paden met aan weerszijden nog afgedekte kraampjes vol tandenborstelvibrators en andere huishoudsnufjes. Mannenwagentjes rijden nerveus op en neer voor de aller-laatste controle. Een stoere jongen boent de balustrades.
“Alles moppen en soppen?” vraagt een jongen met Pools accent aan zijn baas.
“Moppen en soppen,” knikt zijn baas nors.
Een beurs die gericht is op de vlijtige huisvrouw moet natuurlijk spik en span zijn. Mannenwerk.

In een kunstbos vol bouwwerken staat mijn tijdelijke slaapkamer op een groen tapijt. Hier woon ik negen dagen. Twee bewakers passeren me en steken hun duim in de lucht. Zij beschermen me met hun leven.
Vijf gele stofzuigers bewegen over het kunstgras van mijn achtertuin. Insecten met lange slurven die leven van stukjes tape en propjes papier. Bewegend op de maat van de dreunende muziek die ook de nachtwerkers wakker houdt.

Als de laatste schoonmaakman is vertrokken start de muziek, gaan de spots aan en worden de rolluiken geopend. Het is 10 uur. Honderden vrouwen bestormen het paradijs. Verblind door knallende kortingsborden rennen ze over zuurstokroze tapijt. Hongerige knaagdieren in een marmottenbaan, een vrolijk slingerende trolley achter hen aan. Ze zijn uitgelaten. Hier hebben ze een jaar naar toegeleefd. De Huishoudbeurs.

250.000 vrouwen. 250.000 vrouwen. Eén vrouw kan soms als zo vermoeiend zijn. Houd ik dit wel vol, negen dagen lang?

Een kind schrikt van een gekke heks die naast een snoephuisje vol spekjes staat. Hij valt tegen de roze muur van ingeblikte suikerspinnen. Een man met knuffelbuik in een mottig wolvenpak kijkt boos door het ontstane gat. De snuit die op zijn voorhoofd is geklemd schudt verontwaardigd. Het jongetje duikt achter het veilige boodschappenwagentje van zijn moeder. Geluidloos gegrom van de wolf.

Vanuit mijn huisje werp ik een blik op de dameshemel. Vrouwen verdringen zich om met twee ongeklede torso’s op de foto te gaan. Promotie voor plantenvoeding. Hoeveel zou je daarvan moeten slikken om zo’n lichaam te krijgen?

“Wil je een aura-reading?” vraagt een vrouw op de boomstronk naast mijn glazen huis. “Wees maar gerust, ik lees alleen positieve dingen. Alhoewel. Ik voel dat jij het behoorlijk zwaar gaat krijgen, deze week. Als man tussen al die vrouwen, haha. Deze reading was gratis, hoor. Normaal vraag ik 15 euro.”

Vers gearriveerde meisjes botsen tegen voldane dames die op zoek zijn naar de uitgang. Hun verzadigde rolkoffers bewegen traag achter hen aan. Hun tassen beuken overal tegenaan. Ze breken langzaam de beurs af die de mannen zo zorgvuldig hebben opgebouwd.

Zelfs in het herentoilet beneden verdringen vrouwen elkaar. Ze staan voor de urinoirs hun haren te kappen en hun lippen te sticken.
“Sorry, we hebben zelfs jullie domein overgenomen. Het heilige der heiligen,” verontschuldigt een vrouw zich. Ik vlucht een toilethokje in waar een briefje HEREN op hangt. De WC-bril blijft klemmen door een tijdelijke maandverbandcontainer en dwingt me tot zittend plassen. Ook het laatste mannenhokje is geconfisceerd door de vrouw.

Dit was de eerste hal. Morgen ontdek ik de rest van het paradijs.

Amsterdam Slaapt 9 dagen op de Huishoudbeurs en schrijft elke dag een blog over zijn ervaringen als man tussen 250.000 vrouwen.