Op de Huishoudbeurs

Amsterdam Slaapt op de Huishoudbeurs (Foto: Thomas Aangeenbrug)

De schone slaper

Wat lag je er heerlijk bij, vannacht,” zegt een bewaker lachend. “Nee, echt. Ik had foto’s moeten maken van onze Schone Slaper. Die had ik voor heel veel geld kunnen verkopen aan de bladen.”

“Goedemorgen,” zwaait de buurman van het snoephuisje terwijl hij zijn boze-wolvenkostuum aantrekt.
Het is al laat. De spots schijnen als een kunstzon naar binnen en de muziek speelt al. De rolluiken gaan bijna open en dan begint het theater weer. Dan stromen nieuwe busladingen vrouwen met onverstaanbare accenten binnen.

Snel opstaan en douchen. Met een handdoek en toilettas onder de arm, wandel ik in mijn ochtendjas over het groene tapijt. Langs de doeken met geprinte bomen en de boomstronkjes die als krukjes dienen. Het voelt alsof ik over een camping loop, maar dan op een surrealistische filmset. Hier woon ik, negen dagen. In een decor.

Ik open de deur naar de kleedkamers van het RAI-theater in de hal ernaast. In de anders uitgestorven gang lopen clowns nerveus heen en weer. Ze deinzen paniekerig achteruit, als ik naar mijn vaste kleedkamer met douche loop. Achter de toneelspiegel die met kopspiegellampen is omzoomd zit een man. Half clown, half mens.
“Mag ik hier misschien even douchen?” vraag ik voorzichtig.
“Dat lijkt me geen goed idee,” zegt het halffabrikaat boos, terwijl hij zijn ogen wit schminkt. De meeste clowns zijn eigenlijk depressief en ontvluchten de realiteit door een rode neus op te zetten. “Ga maar boven douchen, wij zijn hier bezig. We moeten zo optreden in het theater. De toegangscode werkt hetzelfde.”

Boven zijn inderdaad kleedkamers. Het licht gaat niet aan, dus ik laat de deur op een ferme kier staan, kleed me uit en stap onder de douche. Het water uit de rechte stang klatert via mijn huid op de kille tegels. Even later staat er een lange kalende man voor me.
“Wat doet u hier?” vraagt hij streng. “De clowns beneden zijn geïrriteerd dat u hier rondloopt.”
“Ik douche,” antwoord ik. Zou hij echt nog niet eerder een douchende man hebben gezien? Hij blijft voor me staan en kijkt hoe ik mijn bovenlichaam inzeep. Alsof hij een buitenaards wezen ontdekt dat zich aanpast aan de mensenwereld.
“U bevindt zich hier op verboden terrein en dient dit ogenblikkelijk te verlaten. Ik bel de bewaking.”
“Het is een misverstand,” zeg ik en voorzie ook mijn onderlichaam van een schuimende zeeplaag. Ik wil niet gestoord worden tijdens mijn doucheritueel. Het enige moment voor mezelf.

Hij blijft staan, maar inmiddels ben ik eraan gewend om bekeken te worden. Misschien is het de Dood die me komt halen, met zijn asgrauwe gelaat. Reden te meer om de tijd op aarde te rekken. Hij blijft me aankijken. Nadat mijn hoofdhuid is voorzien van een pruik van schuim verlaat hij geïrriteerd de cabine. Als ik de kleedkamer uitstap, staat hij te wachten. De uitgang blokkerend.

“Ik heb de bewaking gebeld en ze komen u halen,” zegt hij nors. “Wij wachten. U heeft geen toestemming om hier te zijn. U bent in overtreding. Alles loopt hier altijd via mij, de toneelmeester.” Ik geef hem een hand die hij onder protest schudt en afveegt aan zijn lange broekspijp. Ik stel me voor en vertel dat ik hier woon en dat dit mijn badkamer is. De zure toneelmeester negeert me en kijkt misprijzend naar mijn badjas en toilettas. Alsof ik een psychiatrische patiënt ben die uit een inrichting is ontsnapt.

“Ik woon hier echt, in een huisje op de Huishoudbeurs. In dat grote kunstbos, weet u wel,” probeer ik en houd de kamersleutel omhoog als bewijsmateriaal. “Die glazen hotelkamer naast het snoephuisje van Hans en Grietje. De Grote Boze Wolf en de heks zijn mijn directe buren. Loop anders even mee en vraag het aan hen,” stel ik voorzichtig voor, bang om geboeid afgevoerd te worden naar de crisisopvang in een geblindeerd politiebusje en platgespoten te worden met kalmeringsmiddelen.

Eindelijk komt een beveiliger binnen en de Zure Toneelmeester steekt van wal:
“Deze man bevindt zich op verboden terrein. U moet deze onbekende meenemen, want hij heeft geen toestemming om hier te zijn. Alles verloopt via mij, want ik ben de toneelmeester en ik ga over alles wat hier gebeurt.”
“Ja, maar deze man is geen onbekende. Dit is de Schone Slaper. Hij woont hier op de Huishoudbeurs,” zegt de beveiliger. De toneelmeester verschiet van kleur. Zijn ogen spuwen vuur. Hij voelt zich duidelijk niet serieus genomen. De hele wereld  heeft het op hem gemunt.

“We regelen wel een andere douche voor je,” zegt de beveiliger vriendelijk als hij met me meeloopt. “In de parkeergarage zijn ook kleedkamers. Daar kun je morgenochtend douchen. Dat gaan we regelen. Let maar niet op de toneelmeester. Die is altijd een beetje zuur. Heb je wel lekker geslapen?”

“Draai maar aan het rad,” schreeuwt een man door de microfoon in het kunstbos. Daarnaast draait een vrouw haar zoveelste rondje in een miniatuurreuzenrad, terwijl ze haar derde Bossche Bol naar binnenwerkt. Haar rollator staat geparkeerd bij een kunstboom. Een tandeloze vrouw schreeuwt iets in een voor mij onbekende taal. Een reusachtige knuffelbeer vraagt of ik mijn vuile onderbroek om wil ruilen voor een nieuwe. Snel, terug naar mijn veilige hotelkamer.

“Kijk, die meneer is gek,” zegt een roodharig meisje tegen haar moeder.” Hij loopt in een badjas, hier in het bos.

Vincent van Dijk, schrijver van Amsterdam Slaapt, woont 9 dagen op de Huishoudbeurs en houdt dagelijks een blog bij met zijn ervaringen.


You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed.
You can leave a response, or create a trackback from your own site.

There are no comments yet, be the first to say something


Leave a Reply

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>