Het hotel ligt op de hoek van de Singel en de Leidsestraat. Achter de receptie zit een meisje. “Ja, het is rustig vanavond. Als er veel check-ins zijn, dan is het wel leuk. Nu verveel ik me een beetje. Al mijn vriendinnen zijn gaan studeren, maar ik weet niet wat ik wil. Nu zit ik hier maar. Het is wel leuk, hoor, maar het is niet mijn droombaan. Er gebeurt zo weinig, maar er moet iemand zitten. Ze vraagt wat ik doe.
“Ik schrijf over hotels,” biecht ik op.
Ze veert op. “Zal ik wat over het hotel vertellen? Hier komen met name toeristen. Italianen, Spanjaarden. We zitten natuurlijk midden in het centrum. Dat is ons grote voordeel. Ik loop even mee naar de hotelkamer.” Als een gids gaat ze me voor, de trap op. Dan blijft ze plotseling staan en kijkt verschrikt om. “Oh, wat erg. Ik heb een spijkerbroek aan. Dat mag ik niet van mijn baas, ik moet altijd een nette broek aan, maar al mijn nette kleren zitten in de was. Niet schrijven dat ik een spijkerbroek draag, hoor.” Ik beloof plechtig dat ik er niet over zal schrijven.
De kasten in de gang staan open. De stapel lakens valt er bijna uit. De nooddeur naar buiten staat open en is niet hoger dan een meter.
“Het is een echt oud hotel. Toeristen vinden dan wel charmant, hoor, maar het is natuurlijk allemaal vreselijk oud. We hebben geen lift en uw kamer is helemaal boven. Je hebt wel een badkamer, maar die is wel apart. Oh, ik zei ‘je’ en geen ‘u’. Je, u, u, je. Dat komt omdat ik normaal Engels spreek, dan is dat hetzelfde. Je, u, je hebt wat we noemen de romantische kamer.” Ze zwaait de deur open als een makelaar.
“Het is de kleinste kamer van het hotel, maar hij is wel gezellig.” De kamer is niet eens zo klein. Er staat een ouderwetse fauteuil met bloemetjesmotief naast een tweepersoonsbed met een ander bloemetjesmotief. Zelfs de kofferstandaard is gemaakt van bloemetjesstof. Deze moet antiek zijn. Een lage kast staat onder het schuine dak. De televisie staat op een plateau dat voor het bed geschoven kan worden. “En hier is de badkamer,” vervolgt ze haar rondleiding. Onder het schuine dak staat een laag bad van een halve meter breed. Ik kan mijn lach niet onderdrukken. “Hier wordt hij breder, hoor. Nou, hier is de sleutel, als er wat is, dan weet je me te vinden. U. Het ontbijt is morgenochtend tot 11 uur.”
Onder het bloemensprei ligt een ouderwetse deken. Dat er nog zoveel hotels zijn met dit soort dekens. Tot begin van het jaar bestond de wereld uit dekbedden en dacht ik dat de deken uitgestorven was. Ik schuif de televisie voor het bed.
Aan de overkant van de gang neem ik een douche in het kabouterbad, voordat ik naar beneden ga. De ontbijtzaal heeft uitzicht op de binnentuin. In een kar van krullerig staalwerk in de serre staat een ontbijtbuffet uitgestald. De jongen van de receptie haalt zwijgend de bordjes af.
“How are you, I remember you from last year,” zegt een Amerikaanse man, terwijl hij zijn neus ophaalt.
“I remember you too,” zegt de receptiejongen zonder enige emotie en loopt naar de keuken. Hij lijkt niet in voor een diepgaand gesprek, dus ik laat hem met rust.
Bij de entree staan vier ouderwetse leunstoelen. Twee Amerikaanse echtparen zitten tegenover elkaar. Een vrouw zegt: “Ja, hij vertelde net een leuke anekdote over de grachten.” Ze wijst naar de receptiejongen.” Dat die eerst bestonden en dat vanuit daar met zand de straten werden aangelegd. Of, nee, wacht, eerste werden de straten aangelegd en vanuit daar werden de grachten gegraven. Nouja, dat maakt ook niet uit. Zo leuk, bij het Renaissance Hotel vertelden ze niet hoe de grachten werden aangelegd. Geef mij maar dit hotel.”
“Ja, volgens mij ging het over de bruggen,” zegt haar echtgenoot. Eerst werden de bruggen aangelegd en daarna de grachten. Of andersom, misschien werden eerste de grachten aangelegd en daarna de bruggen. Een aardige jongen, inderdaad.”
De andere vrouw houdt een Amsterdams toeristenboekje omhoog met een advertentie van een seksclub. “Als onze kleinkinderen ons hier zouden zien. Hoe leggen we dit uit?” Haar man pakt een folder van een parenclub uit zijn tas. “I think this one is better,” waarop de vrouw rood kleurt en over het weer begint.
Hotel Agora is een oud toeristenhotel met twee sterren in het centrum van Amsterdam in een oud pand uit 1735. Het is een budgethotel dat erg ouderwets, maar wel schoon is. Sommige kamers hebben uitzicht op de Singel en sommige op de binnenplaats. Er is een tuin die wordt gedeeld met het café-restaurant aan de andere kant van het blok. Het hotel is van dezelfde eigenaar als Hotel Patou.
Hotel Agora, Singel 462
Vanaf 65 euro

