Aan de gevel hangt een stijlvol zwart markies met het logo van het hotel. Er wordt niet open gedaan. Pas als een Russisch echtpaar naar buiten komt, kan ik naar binnen glippen. Er zit niemand achter de receptie, dus ik leid mezelf rond.
De lobby ziet er stijlvol uit; dit is duidelijk een boutiquehotel. Een behangmotief, de zwarte receptie op een lichte houten vloer, fauteuils bij de open haard, een bar met een modern koffieautomaat. Eindelijk weer luxe en comfort. Dan komt een meisje van achter aangelopen.
“Oh, u slaapt elke nacht in een ander hotel.” Ze lacht charmant. “Dit is mijn laatste avond hier, ik ga nu naar een ander hotel dat me een beter aanbod heeft gedaan. Ik heb hier veel geleerd dat ik hen kan geven. Maar leuk dat ik u vandaag nog hier mag ontvangen. U slaapt in kamer 302. Met de lift naar de tweede en dan twee trappen op naar uw kamer. Would you like to use the internet? Hier is een gratis code.” Ze geeft een minuscuul briefje.
Lampjes verlichten de treden van de donker gestoffeerde trap. Dit is een bijzonder hotel.
De deur naar de kamer is niet afgesloten. De zolderkamer heeft een klein raam met uitzicht op een betonmuur die een halve meter van het raam verwijderd is. Snel het gordijn dicht, dan lijkt het minder benauwend. Alleen het behang op de muur achter het bed en de zilveren lamp doen herinneren aan het stijlvolle interieur beneden, de rest van het interieur is ouderwets. De zijkant van het bed is weg gevreten. Aan de muur hangt een bordje met de veiligheidsvoorschriften met Welcome to Hotel Groenhof erboven. De deur van de kamer valt niet in het slot, dus ik neem voor de zekerheid mijn spullen mee naar buiten als ik ga eten.
Muggen zingen rond mijn hoofd en steken me op verrassende plekken. Veel nachtrust krijg ik niet. Als ik onder de douche sta, blijkt er geen shampoo uit de dispenser te komen. Na alle basic-hotels en lekkages in mijn toilettas heb ik geen zeep meer bij me. De douche is soms heet en soms koud. Een goed begin van de dag.
Snel naar beneden, want het ontbijt is maar tot half tien. De ontbijtzaal ziet er modern uit. Een boterham met kaas. Ook het brood is oud. “Can I have your room number?” vraagt een Aziatische jongen voorzichtig. Russische vrouwen met doorrookte stemmen voeren diepgaande gesprekken.
Op bed ga ik liggen mailen. De deur zwaait open. Twee mannen kijken de kamer in. “Sorry.” De deur gaat weer dicht.
De receptionist neemt de sleutelkaart in ontvangst. “Er staat nog een tientje open van het ontbijt dat je hebt gebruikt. Dat was niet inbegrepen. Klopt het dat je hier in totaal vier keer hebt ontbeten? U bent toch Vincent van Dijk, kamer 302?” Ik antwoord lachend dat ik overal maar een nacht slaap en normaal maar een keer per dag ontbijt.
“Why are you checking out? You don’t like Amsterdam?” vraagt de receptionist aan een Spaanse familie. Hij lacht geacteerd. Dan draait hij zich om naar mij: “We like a personal touch.”
“Sinds twee jaar heet het Blyss, daarvoor was het Hotel Groenhof. De eigenaar heeft het nu zeven jaar, maar het hotel bestaat al sinds de oorlog. Sommige kamers zijn niet verbouwd en er hangen door het hele hotel nog herinneringen aan vroeger, zoals een bordje NO DRUGS van 20 jaar geleden en de bordjes met Hotel Groenhof erop. Voor als de oude eigenaars terugkomen. Dan herkennen ze iets van het oude hotel.”
“Het is moeilijk om geld te verdienen met een boutiquehotel als je niet ook een aantal goedkopere kamers hebt. Voor studenten of mensen die weinig geld hebben, want mensen willen niet teveel geld uitgeven en het hotel moet toch gevuld worden. Sommige kamers zijn wel een beetje opgeknapt en we hebben een suite die helemaal is gerenoveerd. Next time you have to ask for a deluxe room.” Hij wenkt dat ik mee moet komen naar de hal. “Er zijn ook veel kamers die nog oud zijn, like yours.” Hij wacht even.
Opeens kijkt hij me diep aan. “Sorry, our manager doesn’t like travel journalists. Hij vindt dat die niet anders behandeld moeten worden dan andere gasten.” Hij laat me twee andere kamers zien die wel uitzicht hebben.
Ik vertel dat er twee mannen de kamer binnen kwamen zonder te kloppen. “Oh, dat is de big boss met de technische man. Kwamen die echt binnen zonder te kloppen? Daar zal ik hem op aanspreken, want dat kan niet. Veel succes in je volgende hotel.”
Hotel Blyss omschrijft zichzelf als een boutiquehotel, waarbij met name de buitenkant en de entree zeer stijlvol zijn gedecoreerd. Dit blijkt een façade. Slechts een enkele kamer is ingericht in dezelfde stijl, de meeste kamers zijn ouderwets en niet allemaal even goed onderhouden. Het ontbijt is basic. Het hotel heeft een tuin, een sfeervolle lobby en gratis internet.
Hotel Blyss, Vondelstraat 74-78
Vanaf 65 euro (ontbijt: 10 euro)

