De trams in de Willemsparkweg staan vast. Chaos en getoeter. Voor het hotel stap ik uit. Op de deur van het hotel zit een sticker. ‘Niet duwen, dit is een automatische deur.’
Het behulpzame receptiemeisje duwt mijn koffer naar boven. De hotelkamer is écht een hotelkamer met blauwe hotelvloerbedekking, roodbloemige hotelgordijnen en een hotelbadkamer. Op het rekje liggen bordeauxrode handdoeken aan tegels hangt een milieusympathieke zeepverdeler. De kamer heeft een groot balkon.
De eigenaar komt naar me toe en geeft me een enthousiaste hand. Hij vertelt over zijn hotel. Als kind al besloot hij om in een hotel te sterven. De kneepjes van het vak heeft geleerd in tophotels.
“Een paar jaar geleden was dit zo’n Fawlty Towers-hotel. De eigenaars konden niet meer zo goed tegen gasten. Ze stoorden zich aan alles en iedereen. Er werd nog net niet gescholden, maar ze hingen steeds meer stickers en bordjes op met wat allemaal niet mocht.
Toen ik dit hotel twee jaar en negen maanden geleden overnam, wilde ik het anders doen. Ik vind het belangrijk om de gasten een persoonlijk onthaal te geven. Ik zeg altijd tegen hen: je hebt hier niet het marmer en de gouden kranen die u thuis heeft. Een hotel kan een huis nooit vervangen. De mensen reageren dat ze die gouden kranen thuis ook niet hebben. Ik wil proberen om het verblijf toch zo aangenaam mogelijk te maken. Dat zit ‘m in kleine dingen. Een cadeautje, of een leuke opmerking. Een mailtje als ze weer thuis zijn. Ik neem gasten wel eens mee op mijn bootje om ze Amsterdam te laten zien.
Aan het hotel zelf heb ik eigenlijk niets veranderd. Ja, nieuwe televisieschermen, want er stonden echt nog van die enorme bakken. Je moet tegenwoordig veel doen om gasten te blijven trekken. Steeds weer met nieuwe dingen komen. Zo heb ik tegenwoordig een speciale snurkkamer. Snurken is voor veel paren een groot probleem. Slapen doen ze al jaren niet meer samen, maar in hotels moeten ze opeens weer samen in bed kruipen. Ze kunnen nu knuffelen in het bed en dan gaat een van twee naar een zijkamer, zodat ze allebei echt tot rust komen.”
De eigenaar stelt me voor aan een groep vrienden uit zijn hotelschooltijd. Bijzondere mensen. Ze vertellen uitgebreid over het vak. Over “care for people”. De hotelschool. De details van het vak. Over mensen die ervan genieten als zijn een ander kunnen laten genieten. Over het leven.
Veel te laat lig ik in mijn hotelbed. De hele nacht slaap ik onrustig. Hoteliers achtervolgen me in gangen. Rare stemmen. Het is donker. Iemand heeft het op mijn gemunt. Uit de douchekop lekt bloed. Langzaam ontdek ik een spel en ontmasker ik alle spelers. Een man probeert me te beschermen, maar blijkt zelf ook in het complot te zitten. Het blijkt de hotelier van dit hotel. Mijn hart gaat tekeer. Een lange douche.
In de ontbijtkamer naast de receptie klinkt heel toepasselijk “Nessun dorma” van Puccini. Niemand mag slapen. De eigenaar brengt me tot leven met koffie en laat me even later vriendelijk uit.
Hotel Zandbergen is een toeristen- en familiehotel met 18 kamers met een zeer persoonlijke sfeer en ontvangst. Dit wordt door de gasten gewaardeerd, blijkt uit de opvallend hoge cijfers op internetsites. Het hotel ligt midden in Oud-Zuid, niet ver van de musea en bekende shoppingstraten. Hier komen gasten voor de VU, toeristen, gezinnen en beursbezoekers.
Hotel Zandbergen, Willemsparkweg 205
Vanaf 69 euro per nacht


Ha Vincent,
Elke dag even meelezen: heel leuk. Een bijzonder experiment, goed verzonnen. Ik denk, ondanks dat er hier veel bedden in het spel zijn, toch ook erg vermoeiend. Succes met je zoektocht naar het perfecte hotel, ik blijf je graag volgen!
hey this blog is great. I’m glad I came by this blog. Maybe I can contribute in the near future. PM ME on Yahoo AmandaLovesYou702 Thank you day915