“Good afternoon. Euphemia Hotel,” klinkt door de hoorn.
“Spreek je Nederlands?”
“Nog niet,” klinkt het aarzelend. We lachen er samen om.
Het wordt een kamer voor drie personen. Slapen met twee wildvreemden. Misschien doe ik vannacht wel geen oog dicht.
“We need 50 euro’s deposit for the key and possible damage.” “Possible damage? Oh my goodness, do I have a reputation?” Ze legt uit dat dit de standaardprocedure is. Reserveren is eigenlijk niet nodig, zegt ze. Want het is januari.
Het 1-sterhotel zit in een oud klooster. Dat klinkt romantischer dan het is. In de hal staat een machine met blikjes fris en bier. Boven de trap hangt een leeg berichtenbord. Achter de ouderwetse receptie zit het lachende meisje tussen de toeristenbrochures.
In de kamer staan drie bedden met verschoten sprei. Het zelfde motief hangt voor een kast die in een schoorsteenkanaal is verstopt. In de hoek van de kamer staat een wastafel. Het toilet en de douche zijn in de hal. Nergens liggen handdoeken, maar beneden krijg ik een handdoek in ruil voor een euro. In mijn toilettas liggen gestolen zeepjes uit een vorig hotel.
Als ik in de kantine zit met een kopje chocolademelk, hoor ik geschreeuw bij de receptie. In half-Frans probeert een man uit te leggen dat hij een handdoek wil. De receptioniste begrijpt hem niet en pakt een servetje uit de buffetkast. Hij wil geen servet. De man gaat harder schreeuwen en maakt douchebewegingen. “Ah, serviette!” Ze pakt een handdoek. Er komt een stel binnen. Zij krijgen een tweepersoonskamer. Er wordt weer geschreeuwd. Dit keer in een onverstaanbare taal.
“De kantine gaat dicht om 23 uur. Maar omdat u het bent, maken we er twee over elf van,” zegt het meisje. Ik geef mijn laptop af bij de receptie en ga de stad in. Ik neem voldoende bier, zodat ik naast iedereen kan slapen. Om het hotel binnen te komen, moet een code ingetoetst worden. Binnen is het rustig en de bedden op mijn kamer zijn nog steeds niet bezet. De wasbak is veranderd in een urinoir. Het vriest in de kamer, zelfs onder de dekens.
Om twee over tien wordt er op mijn deur geklopt. “Are you staying for tonight?”
“I’m checking out.”
“Then you have to leave the room at ten, Sir.”
Ik neem een snelle douche in de ijskoude cel en pak mijn koffer in. Ik zwerf door de straten van Amsterdam. Ontheemd, als een uitgetreden monnik.
In een zijstraat van de Vijzelstraat zit dit spotgoedkope en zeer basic ingericht hotel. Er zijn kamers voor 1, 2,3 of meer personen. Sommige kamers hebben wel een douche en toilet, bij andere kamers wordt het toilet gedeeld op de gang. De medewerkers zijn vriendelijk, en er gelden strenge regels die ook worden gehandhaafd. Een eenvoudig ontbijt wordt geserveerd in de kantine en kost 5 euro.
Euphemia Budget Hotel, Fokke Simonszstraat 1-9
Kamers vanaf 20 euro

