Mijn bezoek zit te wachten. Gejaagd spring ik in een taxi om zo snel mogelijk thuis te zijn. Racen over de grachten. Opeens realiseer ik mij dat mijn gast professioneel wordt opgevangen en dat er geen reden is om me te haasten. Op de gesloten voordeur van het zwarte pand staat dat hij open is.
Mijn bezoek zit te lezen in een hoekje. Onder een schemerlampje, dat net genoeg licht op de pagina’s schijnt. De ruimte vraagt om een goed boek, een gesprek van man tot man en een glas rode wijn. Net als ik. Het is een warme huiskamer van een voorname Franse vrouw. Overdadig, maar smaakvol gedecoreerd. Houten panelen tegen de wanden, charmante zitjes. Ik schuif aan en bestel een goed glas rode wijn.
De gastheer zegt: “Sommige mensen komen binnen en vragen of we een tafeltje voor twee hebben. Die denken dat we een restaurant zijn. We hebben ook wel eens de vraag gekregen of de kamers ook zo druk waren ingericht. Toen ik dat niet kon ontkennen, vluchtte de vrouw. You love it or you hate it. Het is een boetiekhotel. Luxe, eigenzinnig, intiem. We verbouwen elke twee jaar om te zorgen dat we boetiekhotel blijven. Een klein groepje mensen beslist of een hotel een boetiekhotel is, maar tegenwoordig wordt het vaak misbruikt als marketinginstrument.”
Met moeite neem ik afscheid van de bijzondere bar en sleep mezelf naar boven. De hotelkamer is een luxe bordeel. Midden in de kamer staat een jacuzzi, omringd door verweerde spiegels. Een kroonluchter boven het bed vol rode kussens, overal gezellige lampjes en gordijnen. Bonbons en aardbeien. Ik ben een hoer zonder klanten, maar wel een hele chique. Ik plug mijn laptop in en maak een epresso. Ook achter het bureau hangen spiegels. Ik zoek mezelf, maar zie niemand zitten.
Op de achtergrond klinkt de TV. De dingen die buiten het hotel gebeuren staan ver van me vandaan. Mijn wereld is vanavond niet groter dan mijn bordeelkamer. Ik neem een slok van mijn wijn en nestel me in de rode kussens. Met de aquariumgeluiden uit de airconditioning val ik in slaap.
De Westertorenklokken klinken. Eerst uitgebreid in bad en dan ontbijten. De kok bereidt een spiegeleitje. Ik neem afscheid van het gezellige hotel en stap de kou in. Naar Schiphol.
The Toren is een intiem viersterrenhotel dat bestaat uit twee verschillende panden die op steenworp afstand van elkaar liggen en een altijd volgeboekt tuinhuisje in de hoteltuin. Aan de andere kant van de tuin ligt restaurant Christophe die binnendoor de lekkerste dingen kan serveren op de hotelkamer. The Toren trekt veel buitenlandse zakengasten die blijven terugkomen. In de ochtend en de middag komt er een chef lekkere dingen bereiden, ook voor gasten die niet in het hotel slapen. Je hebt al een hotelontbijtje voor 12 euro. Een luxe manier om je kater weg te eten in de weekends.
Hotel The Toren, Keizersgracht 164
Prijs luxe kamer: vanaf 200 euro


Ik weet niet of het kan, want ik heb niks met computers, maar zou je een google maps kaartje kunnen aanmaken met een ‘pinnetje’ voor ieder hotel dat je hebt bezicht dat werkt als linkje naar het betreffende stukje? Leuk om langzaam een overzicht te krijgen waar je allemaal bent geweest.
Ik vraag mij nu echt af of de eigenaar zo blij is met de titel…..