Hotel De l’Europe
De telefoon gaat. “Met het conciërgeteam van Hotel De L’Europe. Wij zijn uw komst aan het voorbereiden. Wilt u bruisend of plat water naast uw bed? En op welke temperatuur wilt u de kamer hebben?”
Nooit eerder heb ik dit jaar nagedacht over de ideale kamertemperatuur. Soms was ik al blij dat er een werkende verwarming in de kamer was. Of dat het raam open kon.
“Uh, net boven het vriespunt? Nee, ik weet het niet. Niet te warm en niet te koud,” twijfel ik.
“Dan zetten we hem gewoon op 21 graden. En heeft u morgen om 17 uur tijd voor een rondleiding door de General Manager?”
Ik houd de koffer boven de sneeuwgrens en loop, veel te vroeg, naar het hotel. De vensters van de bar in het imposante Grand Hotel zijn dichtgespijkerd. De ijzige wind blaast tegen de houten ramen en bijt in mijn handen en oren. Voor de gloeiende vuurkorven die bij de entree staan blijf ik hoestend staan om me te warmen als een zwerver. Op de luifel boven de rode loper staat De l’Europe Suites. Op een tafeltje in de entree staat een doos tissues. Waarschijnlijk is afscheid nemen van dit hotel een emotionele aangelegenheid.
De suite is nog niet gereed, ook al ligt hij in het nieuwe gedeelte, maar ik ga in de bar zitten werken. Deze is tijdelijk ingericht omdat het hele oude gedeelte van het hotel wordt gerenoveerd. “Welkom terug, meneer Van Dijk.”
De barman herkent me van een vorig bezoek. “De bar is de ziel van een hotel,” vertelde hij toen. Kun je een ziel overplaatsen in een nieuw lichaam? Ja. Zelfs in deze tijdelijke opstelling is de ziel van Freddy’s voelbaar. Ik herinner me het cadeautje dat de barman gaf aan een gast, omdat ze de week erna jarig werd en dat hij vervolgens een glas champagne aanbood aan de verraste vrouw en haar vriendinnen.
“Uw kamer is gereed. Zal ik even meelopen?” De blonde gastvrouw stapt samen met mij de lift in. “We hebben verschillende soorten suites, met andere kleuren, telkens gebaseerd op het schilderij dat in de suite hangt. Het zijn allemaal replica’s van werken uit het Rijksmuseum. U slaapt in de Prestige Suite, het grootste type. Met aparte slaapkamer. De hoofdkleur is groen. Het hotel is van Heineken, dus we hebben er een BeerTender neergezet en de chef heeft een aantal amuses voor u bereid die hier mooi bij passen.” Ze loopt samen met me door de grote suite en laat zien hoe alle verlichting aan- en uitgaat, tot en met het automatische voetlicht naast het bed.
Het hoge woongedeelte heeft uitzicht op de bevroren Amstel. Aan de muur hangt een Oude Meester. Langs een kastenwand loop ik naar de grote slaapkamer met uitnodigend zacht bed. Uitzicht op een vide. Ik ga aan de eettafel zitten, geniet van de amuses en de luxe. Dan laat ik het comfortabele bad vullen met groene thee-schuim en dompel me onder. Iets voor vijf schrik ik op en kleed me snel aan.
In de hal staan de gastvrouw, de marketingvrouw en de sommelier van het hotel op me te wachten. “Nogmaals welkom in het hotel. Omdat we nog volop aan het verbouwen zijn, maar toch een indruk wilden geven van de suites en het horecagedeelte, hebben we een rondleiding georganiseerd. We willen eerst een aantal suites laten zien.”
De eerste suite is vrouwelijker dan de mijne. De lampen branden, het is behaaglijk warm en er klinkt muziek. We zijn op bezoek bij een niet bestaande hotelgast. In een koeler staat Champagne. “We doen het in de vorm van een wijnproeverij, want we schenken hier niet alleen bier, hoor! In de suites die we bezoeken staat een fles wijn die past bij de suite.” De sommelier opent de fles, ruikt aan de wijn en schenkt ons een glas in. We brengen een toost uit. De volgende suite heeft een andere kleur, een andere wijn en er klinkt Amazing Grace. “Op mijn laatste avond,” proost ik en neem de surrealistische filmscene en hartelijkheid in me op.
We eindigen in de hal. “Hier is een bouwhelm. De General Manager vindt het leuk om je rond te leiden door het oude deel van het hotel.” Hij geeft me een hand en opent de tijdelijke deur. Opeens staan we op een ijskoude bouwplaats, verlicht door halogeenlampen. We lopen over de los liggende wapening en ontwijken de gaten in de betonvloer.
“Hier komt Freddy’s Bar. Die wordt in oude staat hersteld,” legt de General Manager uit. “Hier komen een wijnbar, een lounge, verschillende restaurants. Over de gehele begane grond. Laten we even naar boven lopen, daar hebben we vast een mock-up-kamer gemaak. Deze is getest en geperfectioneerd. De andere kamers moeten minimaal deze kwaliteit hebben. De kamer is warm rood ingericht. Het is een kamer die helemaal gereed lijkt, maar nog niet functioneert. In de uiteindelijke versie vriest het niet,” lacht hij. Er komen wolkjes uit onze monden. De sommelier schenkt een glas afgekoelde rode wijn in en we proosten opnieuw. Dan lopen we terug naar de warme entreehal om afscheid te nemen.
“We willen u van harte uitnodigen in ons restaurant, vanavond,” hoor ik een man vriendelijk zeggen, maar opeens wordt het zwart voor mijn ogen. Een hevige koortsaanval. De rookschade enkele dagen eerder heeft het afweersysteem van mijn longen geactiveerd. Een vulkaan die van binnen gloeit, maar me doet rillen. Het hotel heeft alles zo goed voorbereid, maar nu wil ik niets liever dan in een warm bed liggen en vlucht naar boven.
Er wordt geklopt. Een lieve vrouw vraagt of ze de gordijnen mag sluiten. De nachtzuster. Ik wil in de suite blijven, mijn eigen veilige suite.
“Sorry, mag ik roomservice bestellen? Ik heb koorts en ik wil vroeg naar bed,” verontschuldig ik me tegen het driecijferige nummer uit de hotelgids.
“Zullen we een aspirientje meenemen?” vraagt de man aan de telefoon bezorgd.
Even later komen een jongen en een meisje de kamer binnen en dekken geruisloos de tafel. “Onze barman kan een voordat je gaat slapen een grog mixen met rum en citroen. Dan zweet je vannacht alles eruit. Eet smakelijk. Bel maar als we het plateau weer op kunnen halen.”
De kamertemperatuur lijkt het vriespunt te hebben bereikt. Ik ga met badjas aan onder de dekens liggen rillen. Naast het bed staan een flesje bruisend en een flesje plat water die ik allebei dorstig leegdrink. Mijn geest stijgt op en laat mijn trillende lichaam achter in het ruime bed.
Ondanks de hoge koorts geniet ik van de luxe kamer. Ik denk terug aan de laatste reis naar New York, waarbij ik een week lang in een comfortabel hotel lag. Ziek. Voor het eerst genoot ik van ziek zijn. Hoe doen mensen dat die alleen wonen en ziek worden? Zonder roomservice. Zonder de liefde van een hotel?
Niesend verlaat ik de warmte van het hotel.
Hotel De l’Europe is een luxe vijfsterrenhotel in het centrum in een opvallend 19e-eeuws pand. Het is in bezit van Heineken. Op dit moment vindt er een verbouwing plaats in het oude gedeelte. Het nieuw toegevoegde deel met 23 suites is geopend en volledig operationeel. De befaamde bar Freddy’s en het restaurant Relais zijn tijdelijk gevestigd in de nieuwe vleugel. En er zijn meetingzalen en een wellnessgedeelte. Voorjaar volgend jaar opent het hotel met gerenoveerde kamers en nieuwe horeca-outlets, waaronder een nieuwe wijnbar en een fine-dining-restaurant. Freddy’s wordt in ere hersteld. Hotel De l’Europe is aangesloten bij The Leading Hotels of the World.
Hotel De l’Europe, Nieuwe Doelenstraat 2-14
Vanaf 385